Canon van hoogtepunten uit de journalistiek

Canon journalistiekHet is begin september en traditiegetrouw is het nieuwe studiejaar van start gegaan. Honderden studenten zijn onlangs begonnen aan hun opleiding tot journalist. Stel nu eens dat je zo’n student bent. Hongerig naar kennis over het vak, nieuwsgierig naar de trucs van het ambacht en natuurlijk hunkerend naar de grote voorbeelden uit het verleden. Voorbeelden van journalisten die met hun onthullingen en scherpe pennen het land in rep en roer brachten,  misstanden aan de kaak stelden en soms zelfs presidenten ten val brachten.

Voor al die ambitieuze studenten is er nu een mooi boek waarin de iconen van de journalistiek staan opgesomd: de Canon van de Journalistiek. En die canon is reuze handig, want nu weet je als journalist in de dop na een avondje bladeren precies welke boeken je absoluut moet gaan lezen of welke films je echt moet gaan zien.

En ook als je al lang geen student meer bent en je al wat langer bezig houdt met journalistiek, is dit boek zeker  de moeite waard. Ik kwam in elk geval nog wel wat onbekende aanraders tegen. Meteen al op de eerste pagina. Het Nollen Syndicaat was mij volledig onbekend.  Het is een spraakmakende serie artikelen die Vrij Nederland-journalist Rudie van Meurs in 1978 schreef over de schaamteloze zelfverrijking van de toenmalige directeur van een stichting van internaten voor zwakzinnigen.

Acht rubrieken
Het boek is opgebouwd uit een achttal rubrieken, zoals onderzoeksjournalistiek, participerende journalistiek, interviews en mediageschiedenis. In elke rubriek worden vijf toonaangevende werken besproken. Vooral boeken, maar ook films en een website.

Sommige iconen in het boek zijn evident, omdat ze gerekend worden tot de groten uit de journalistiek, zoals Hunter S. Thompson, Günter Walraff, Truman Capote, Henk Hofland en Ischa Meijer. Maar – zoals bij elke canon – zijn andere keuzes discutabel. Dat erkent ook de eindredacteur van het boek, Ad van Liempt, in het voorwoord: “de gekozen werken zijn natuurlijk voor discussie vatbaar.”

Discussie
Het is jammer dat die discussie zich binnenskamers heeft afgespeeld. Dat wil zeggen, binnen de muren van de Hogeschool Utrecht waar de leden van het Lectoraat Crossmedia de samenstelling van de canon bespraken.  Dat is jammer omdat er vermoedelijk veel meer journalistieke parels ter tafel zijn gekomen die uiteindelijk het boek niet hebben gehaald, maar desondanks de moeite waard zijn.

Gelukkig is het nooit te laat voor een goede discussie. Dus waarom zouden we dat niet doen op De Nieuwe Reporter? Ik doe graag de aftrap met twee – in mijn ogen – onlogische keuzes.

  • In de rubriek ‘mediageschiedenis’ is gekozen voor de biografie van de VARA. Inderdaad een indrukwekkend werk met alle historische details over deze omroep. Maar als ik een boek van de hand van  mediahistoricus Huub Wijfjes zou aanraden, dan zou mijn keuze vallen op Journalistiek in Nederland, 1850-2000. Elke (aspirant-) journalist zou dit boek moeten lezen om een idee te krijgen van de kleurrijke geschiedenis van de Nederlandse journalistiek.
  • In de rubriek ‘nieuwe media’ vind  ik de documentaire Outfoxed een vreemde eend in de bijt. Want wat heeft Fox News Channel van doen met nieuwe media? Graag inruilen dus voor een werk dat duidelijk maakt hoe nieuwe media de journalistiek op zijn kop zetten. Een echte must vind ik We media van Chris Willis en Shayne Bowman. In 2003 voorspelden deze auteurs haarfijn hoe het oude gesloten mediasysteem zou worden opengebroken en analyseerden ze welke gevolgen dat zou gaan hebben voor de journalistiek.

Ongetwijfeld hebben vele anderen ook een meningen over iconen die ontbreken. De Nieuwe Reporter biedt hier de mogelijkheid om dat te laten weten.  Om dat mogelijk te maken volgt hieronder de volledige lijst uit de Canon voor de journalistiek.

Onderzoeksjournalistiek binnenland

  1. Rudie van Meurs: Het Nollen syndicaat (1978)
  2. Bart Middelburg & Kurt van Es: Operatie Delta (1994)
  3. Jeroen Smit: De prooi (2008)
  4. Oscar van der Kroon: Sjoemelen met miljoenen (2001)
  5. Gerard van Westerloo: Niet spreken met de bestuurder (2003)
Onderzoeksjournalistiek buitenland
  1. Seymour M. Hersh: My Lai (1969)
  2. David Rohde: Endgame (1997)
  3. Bob Woodward: Bush at war (2002)
  4. Alan J. Pakula: All the president’s men (1976)
  5. Orson Welles: Citizen Kane (1941)
Participerende journalistiek
  1. Hunter S. Thompson: Hell’s angels (1966)
  2. Günter Wallraff: Verslaggever van BILD (1977)
  3. Jantiene van Aschs: Intermezzo (1988)
  4. Patrick Pouw: Salaam! (2008)
  5. Philip Mechanicus: In depot (1964)
Reportage
  1. Truman Capote: In cold blood (1965)
  2. Martha Gellhorn: The face of war (1959)
  3. Paul Theroux: The great railway bazaar (1975)
  4. Rudi Rotthier: De koranroute (2003)
  5. Ryszard Kapuscinski: The soccer war (1992)
Interviews
  1. Bibeb: Interviews 73/77 (1977)
  2. Willem Wittkampf: Verzameld werk (2000)
  3. Frénk van der Linden: Laten we eerlijk zijn (2005)
  4. Ischa Meijer: De interviewer (1999)
  5. Ron Howard: Frost/Nixon (2008)
Journalistieke reflectie
  1. Henk J.A. Hofland: Tegels lichten (1972)
  2. Timothy Crouse: Boys on the bus (1973)
  3. Joris Luyendijk: Het zijn net mensen (2006)
  4. Nick Davies: Flat earth news (2008)
  5. Hans Pool & Maaik Krijgsman: Looking for an icon (2005)
Mediageschiedenis
  1. Frank van Vree: De metamorfose van een dagblad (1996)
  2. Ad van Liempt: Het Journaal (2005)
  3. Mariëtte Wolf: Het geheim van De Telegraaf (2009)
  4. Huub Wijfjes: VARA (2009)
  5. World Press Photo: De dingen zoals ze zijn
Nieuwe media
  1. IJsbrand van Veelen: Wiki’s waarheid (2008)
  2. Henk Blanken & Mark Deuze: De mediarevolutie (2003)
  3. Robert Greenwald: Outfoxed (2004)
  4. Jeff Jarvis: What would Google do? (2008)
  5. De Nieuwe Reporter (2006)

Ad van Liempt (redactie): Canon van de Journalistiek. Uitgeverij Boom, Amsterdam. 152 pagina’s. Prijs 19,90 euro. ISBN 978 94 6105 173 8. Het boek is te bestellen bij Uitgeverij Boom.

19 reacties

  1. Dank voor de lof (ik ben een van de auteurs), en ja, een openbare discussie was een goed idee geweest. Het project is een beetje met ons aan de haal gegaan. Het zou aanvankelijk vooral intern zijn, een ‘cadeautje’ van de kenniskring voor de school / eerstejaars. Daarom is de discussie ook vooral intern verlopen en zouden we er iets interns van maken.

    Maar in de loop van mei veranderde dat, Boom kwam in zicht na een gesprek van Ad van Liempt. En vanaf dat moment was eigenlijk alles op productie gericht, ook op foto’s bijvoorbeeld en op het halen van de deadline van half augustus. Het is nu wel een mooier cadeautje geworden (prachtfoto’s van soms zeer beduimelde klassiekers). Het kost een paar centen, maar dan heb je ook wel wat.

    Onder andere omstandigheden hadden we het waarschijnlijk wat ‘opener’ aangepakt.

    “Journalistiek in Nederland, 1850-2000″ heeft inderdaad op de lijst gestaan, maar we vonden het wel allemaal zeer academisch, en teveel bijdragen die niet echt relevant waren (Het boek over De Pers zou ik misschien nu wel voordragen, maar toen was het nog niet uit – Uit onbetrouwbare bron; de mooiste missers in de media was ook een goeie geweest). We Media is niet overwogen, ik vind het een echt tijdsbeeld, en zeer normatief, maar dat is natuurlijk een kwestie van smaak. Een voorspelling is het volgens mij ook niet.

    Maar we zouden zo 3 of 4 nieuwe canons kunnen maken, bijvoorbeeld, de 40 beste websites over/voor journalisten (Mindy MacAdams, Paul Bradshaw, Factcheck kregen dan ook een plaats).

    Films over journalisten (mooi boek laatst verschenen van Brian McNair, maar zonder canon-lijstje, en erg UK/US gericht), de beste strips / avonturenboeken over journalisten (Kuifje, Rik Ringers – de eerste stond echt op de shortlist).

    Ideetje?

  2. Theo Dersjant schreef op 13 september 2010 om 13:31

    Hey Piet,

    Count me in!
    Een aantal jaren terug verscheen er in de VS een encyclopedie van journalistenfilms. Geweldig boek, dat ik na het vele malen te hebben uitgeleend, dus ben kwijtgeraakt. Idem bij het Amerikaanse boekje dat uitlegt waarom journalisten in films nogal vaak drinkebroers zijn (over beeldvorming gesproken).

    Een van onze (FHJ) oud-studenten, Simone Paauw (http://www.dezaakpaauw.nl/), heeft ooit ‘het beeld van de Nederlandse journalist in de roman’ uitgevlooid.

    Niets dan lof voor jullie Canon. Ik kan me er ook wel in vinden, al zou ik gaande het proces heel voorzichtig voor een ander boek van Wallraff (Ik Ali) hebben gekozen. Zou ik The Elements of Journalism hebben gesuggereerd. Fotowerk van James Nachtwey. Of het leerboek van Piet Heil. Voor tijdschriftjournalisten: Rob van Vuure? ‘Pictures on a Page’ van Harold Evans?

    Kijk, en da’s nou net het leuke aan lijstjes…

  3. Dat we in Nederland lijden aan een lijstjes-ziekte, was al bekend. Niet gek dus dat de journalistiek er nu ook zelf door bevangen wordt. Dat die lijstjes meer zeggen over het heden dan over het verleden, hoef je historici zoals ik niet uit te leggen. Het grootste debacle was enkele jaren terug de verkiezing van Pim Fortuyn tot de grootste Nederlander uit de geschiedenis; er bleek maar weer eens uit dat het historisch besef in Nederland uitzonderlijk laag is.

    Helaas geldt dat ook voor de samenstellers van de journalistiek-canon. Volgens hen begint de journalistiek in Nederland in de jaren zeventig en vooral de laatste tien jaar is het een walhalla van kwaliteit. Behoorlijke reportages werden hier blijkbaar niet gemaakt (er staan alleen buitenlandse titels vermeld) en aan journalistieke reflectie heeft het allemaal zeer ontbroken.

    Ik vind het ronduit verbijsterend om een overzicht te zien dat zo weinig blijk geeft van kennis van de journalistieke geschiedenis. Maar ja, de auteurs vonden mijn overzichtsboek (‘Journalistiek in Nederland 1850-2000′) blijkbaar te academisch om te lezen (en voegden mijn VARA-boek aan de canon toe, wat ik niet erg voor de hand vind liggen bij een lijst over journalistiek). Daarom nog maar eens mijn suggesties voor vergeten maar baanbrekende zaken uit de journalistieke geschiedenis. Vrijwel allemaal van voor 1970, want met de keuzes voor de periode daarna kan ik over het algemeen wel leven (hoewel ik ook daarin andere keuzes zou maken).

    Laten we eens beginnen met de grondleggers van de moderne reportage in Nederland. Iemand als M.J. Brusse mag toch niet ontbreken met bijvoorbeeld zijn opzienbarende reportages ‘Van af- en aanmonsteren’ uit 1898 en zijn gebundelde reportages in ’25 jaar onder de menschen’ uit 1920. Hele generaties journalisten na hem zijn hier schatplichtig aan geweest, totdat hij door de generatie van de jaren zestig tot irrelevant en ouderwets werd verklaard en in de vergetelheid raakte. Dat geldt ook voor de participerende reportages van Jan Feith (bijvoorbeeld ‘Op het dievenpad’ uit 1908, maar hij schreef nog vele andere boeken) die journalisten toonde welke resultaten kunnen worden geboekt met dit omstreden genre. En wat te denken van Ed Polak’s onthullende boek over de lintjesaffaire (1910), het eerste boek van een journalist dat ertoe bijdroeg dat een premier (Abraham Kuyper) ten val kwam. Het werk van tijdgenoot C.K. Elout moet trouwens gezien worden als het begin van de moderne, kritische en onafhankelijke politieke verslaggeving in Nederland. Voor de bijtend-sarcastische maar onovertroffen goed geschreven column zijn figuren als J.C. Schröder (Barbarossa), Alexander Cohen en A.B. Kleerkoper toonaangevend.

    Te oud? Dan zijn er altijd nog de onovertroffen Piet Bakker (naast sterverslaggever ook auteur van een klassiek leerboek over de grote reportage…), Job Sand en Israel Santcroos (met hun hoogst enerverende Amsterdamse reportages uit de jaren twintig), Kik Geudeker (met ‘ De zaak Giessen-Nieuwkerk’ uit 1929, de eerste reportageserie die een justitiële misstand aan de kaak stelde) en de internationale reportages van Alfred van Sprang uit de jaren vijftig, die zich kunnen meten met de internationale standaard uit die tijd.Allemaal werken die je studenten met enige ambitie in journalistieke taalvaardigheid ter inspiratie voor kunt schrijven. In dat kader is het zelfs onthutsend te noemen dat in de canon het werk van Joris van den Bergh ontbreekt. Zijn ‘Mysterieuze krachten in de sport’ (1938) en ‘Temidden der kampioenen’ (1947) worden nog steeds beschouwd als de eerste moderne boeken over sportjournalistiek.

    En zou het interviewen pas echt zijn begonnen met Willem Wittkampf in de jaren zestig? Is iedereen het baanbrekende werk van Frans Netscher en C.K. Elout vergeten? Of de eerste gebundelde grote interviews van W. van Itallie-van Embden uit de jaren twintig? UIt haar ontbreken in de canon blijkt ook dat de canon vrijwel geheel uit mannen bestaat. Bibeb eb Jantine van Asch, dat is het. Niks geen Henriette van der Mey (de eerste vrouwelijke journalist…), Emmy Belinfante (een allround-journalist pur sang die zich krachtig staande hield in een macho-wereld en uitgroeide tot een van de toonaangevende journalisten van haar tijd), Nel Slis (misschien wel de beste nieuwsjager uit de jaren vijftig en zestig), maar ook geen Wim Hora Adema en Renate Rubinstein.

    En voordat Hofland zijn tegels lichtte en Joris Luyendijk de manipulatieve kracht van beeldvorming analyseerde, reflecteerden ook L.J. Plemp van Duiveland, Doe Hans, P.H. Ritter jr, Maarten Rooij, Ernst van Raalte, Henk van Randwijk, Frans Goedhart, Henk Lunshof, Joop Lücker en Jan Blokker over het vak, om er maar een paar te noemen. Als we zouden toegeven dat ook wetenschappers af en toe zinnig over journalistiek kunnen reflecteren dan kan ik een lange lijst maken van canonische boeken, zowel uit Nederland als daarbuiten.

    Natuurlijk, een canon heeft altijd een willekeurig element, waarbij scherpe keuzes moeten worden gemaakt. Dat kan iedereen begrijpen; ik ook. Het zal misschien de oorzaak zijn geweest voor het weglaten van omroepjournalistiek en fotojournalistiek (merkwaardigerwijs wel weer nieuwe media….), maar deze lijst is in het totaal van de geschiedenis van de moderne journalistiek wel buitengewoon onevenwichtig. Ik zou zelfs zeggen: onverantwoord onevenwichtig en zelfs karikaturaal.

  4. lia schreef op 13 september 2010 om 19:12

    Heerlijk, die oude rotten in het vak die elkaar een veeg uit de pan geven. De grote vraag voor vele aankomende journalisten van nu is: wat moet ik doen om erbij te horen. Antwoord: schop nooit tegen de conventies van de gevestigde orde aan, ook in de jouernalistique niet. Eerlijk gezegd verwacht ik dat van deze vele lijsten niemand wakker zal liggen. En gelukkig maar, er zijn immers veel fundamenteler zaken aan de orde. Zoals een debat over de organisatie van de samenleving vanaf een iets hoger niveau. Duiding en visie graag, dames en heren journalisten. Met dank,

  5. Theo Dersjant schreef op 13 september 2010 om 20:08

    Ik vind ‘t wel pikant dat Huub Wijfjes indirect samensteller Ad van Liempt voorhoudt een te laag historisch besef te hebben. Lezers van het Historisch Nieuwsblad kozen Van Liempt vorig jaar nog tot ‘Historicus van het Jaar 2009′. Ontbrandt hier een ‘Historikerstreit’ of is er eerder sprake van ‘historikerneid’?

  6. henk schreef op 13 september 2010 om 21:42

    Als je het al zo wilt brengen Theo dat Wijfjes Van Liempt een te laag historisch besef toekent, dan moet dat volgens mij iets genuanceerder, namelijk zonder het onderwerp uit het oog te verliezen: maak er dan van ‘een te laag besef van de historie van de journalistiek’.

    Overigens zou ik dat over Van Liempt niet willen beweren, noch over Wijfjes. Ieder z’n eigen kennisgebied zou ik zo zeggen.

  7. wow…. een canon met ruim 50 andere titels (naast die paar die wel goedgekeurd zijn), en ook nog vel beter dan deze “verbijsterende, onthutsende, onverantwoorde, onevenwichtige en karikaturale lijst…”

    Tja, had het zelf geschreven, zou je zeggen, “de kift” noemden ze dat bij ons op het dorp.

  8. ad van liempt schreef op 14 september 2010 om 10:08

    1. Mooi dat de discussie losbrandt – dat was de bedoeling
    2. We hebben in het voorwoord benadrukt dat we als doelgroep vooral de aanstaande journalist op het oog hadden, niet de aanstaande mediawetenschapper. Dat heeft consequenties gehad voor de invalshoek, en vandaar dat het accent op de laatste decennia heeft gelegen en ook wel op leesbaarheid cq volgbaarheid voor de geïnteresseerde student.
    3. Er staan geen overzichtsboeken in de lijst, om bovengenoemde reden. Dat Wijfjes’ overzichtsboek Journalistiek in Nederland 1850-2000 er niet op staat heeft er, naast de door Piet Bakker genoemde overwegingen, ook mee te maken dat wel een heel groot deel van dat boek aan de geschiedenis van de NVJ is gewijd.
    4. Tot zover deze beknopte reactie, ik ga snel weer aan mijn historisch besef werken.

  9. Het zou jammer zijn als met die prachtige lijst van Huub niets wordt gedaan. Waarom geen aan denieuwereporter gelinkte site met canonII? Als Huub de titels levert, kunnen anderen daar op intekenen en een korte samenvatting schrijven volgens het format van CanonI, die overigens is bedoeld om studenten kennis te laten maken met enkele hoofdwerken uit de recente geschiedenis van de journalistiek, waar Huub zo te zien weinig op aan te merken heeft.

  10. Pingback: Een eigen Journalistieke Canon « News-Break Magazine

  11. Leuk idee, Gerard. Eens kijken of en hoe dat te realiseren is.

  12. lia schreef op 14 september 2010 om 13:06

    ik mag die ad van liempt wel.

  13. Wat een reacties… het onderwerp leeft blijkbaar. Gelukkig, zou ik zeggen.
    Ik wil natuurlijk het initiatief niet veroordelen, maar een canon verdient wel een serieuze benadering van het vak, zeker als je daar een boek van gaat maken want dat vestigt nog steeds een soort standaard. Als je het mij had gevraagd dan had het meer voor de hand gelegen een soort wiki voor de journalistiek te maken. Dat stelt in staat tot een lijst te komen waarin verschillende expertises worden samengebracht in een voortdurend levende canon. Nu zitten we met een gedrukte lijst die grote onvolkomenheden bevat (volgens mijn opvatting). Dat vind ik erg jammer, want het onderwerp gaat me aan het hart.
    In zoverre geef ik Piet Bakker gelijk dat ik graag zelf bijdragen had geleverd. Als me dat gevraagd was, maar mediahistorici is niets gevraagd. Voor zover ik kan waarnemen ook niet aan andere publicisten op dit terrein, zoals Piet Hagen (zie zijn ‘Persgeschiedenis in portretten’ dat nota bene een kant en klare canon van 48 toonaangevende journalisten bevat!), Frank van Vree, Marcel Broersma, Rene Vos, Hans Renders en anderen. En waarom ook niet veel meer journalisten gevraagd? Op elk terrein heeft ieder zijn eigen inspiratiebronnen en ‘bijbels’. Daar kan je allemaal sub-canons van maken…
    Ik wil bepaald niet beweren dat alleen professionele pershistorici het allemaal beter weten, maar het is toch vreemd om volledig aan hun kennis voorbij te gaan.
    Ik heb overigens niet het historische besef van Van Liempt in het algemeen in twijfel getrokken, want dat is groot en ik heb een enorme achting voor de vele fraaie boeken die daaruit zijn voortgekomen. Maar op journalistiek-historisch gebied laat hij nu toch wat steken vallen. En dat is jammer.

  14. Renzo schreef op 15 september 2010 om 23:13

    Ik zou graag meer films en documentaires op de lijsten zien..

    Maar ja ‘ik zou ik zou’… is een onzinargument natuurlijk, dat we allen toch hanteren.

    Aanvulling qua boeken (MAAR DIT IS GEEN KRITIEK OP DE SAMENSTELLERS):
    ‘From Lance to Landis’ van David Walsh. Onderzoeksjournalistiek naar doping in het wielrennen. Fascinerend boek, zo grondig – met medische details – kom je het in Nederland NOOIT tegen. Buiten NL zelden…

  15. Ed schreef op 17 september 2010 om 10:52

    Waarom niet Willem Oltmans genoemd alleen al zijn dagboeken die uitgegeven worden een prestatie laat staan de rol die hij in de kwestie Nieuw Guinea heeft gespeeld, destijds zijn we wel ontsnapt aan de zoveelste politionele actie. Dan de kwalijke rol die Luns heeft gespeeld hierbij, daar is hij toch mooi tegenin gegaan, dat is pas een echte journalist die onafhankelijk wil zijn waar over hij wil schrijven.
    Ik vind trouwens het boekje De BVD (1978) van Rudie van Meurs veel onthullender wat betreft onderzoeksjournalistiek dan het Nollen syndicaat…

  16. Er schiet me opeens nog een aanrader binnen als het gaat om de journalistieke historie. Arnold Karskens schreef met Pleisters op de Ogen een fantastische geschiedenis van de oorlogsverslaggeving. Moet je gelezen hebben als de journalistiek je lief is!

  17. Theo Dersjant schreef op 17 september 2010 om 20:29

    @ Ed: Maar je wilt in alle ernst toch niet bepleiten dat studenten journalistiek de dagboeken (het moeten er uiteindelijk 76 worden) van Oltmans gaan lezen? De enige die ze ooit echt helemaal las, is Oltmans zelf (ik betwijfel zelfs of er serieus een redacteur een blik op wierp), die hoewel prettig dwars vooral ook een beroerd schrijver was die woorden in kilo’s afleverde. De originele dagboeken beslaan – naar zeggen – bij de KB ruim 90 meter muur. Maar ja, als je nou echt, echt niks meer te doen hebt ….

  18. Ingelise schreef op 25 september 2010 om 19:50

    Nieuwsgierig en leergierig of niet, verplichte kost voor eerstejaars van de School voor Journalistiek-studenten te Utrecht. Overigens is dat één van de weinige boeken, het zwaartepunt ligt op de praktijk in het vernieuwde eerste jaar.

  19. Op 24 februari gaat Ad van Liempt over de Canon in discussie met studenten en docenten van de masteropleiding Journalistiek van de VU. tijd 15.30 – 17.00.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>