De journalistiek sanctioneren is een zwaktebod

fortune tellerSerie: Toekomst voor de journalistiek (4)
Afgelopen vrijdag hield Jo Bardoel, hoogleraar Journalistiek en Media aan de Radboud Universiteit Nijmegen, zijn oratie over de toekomst van de journalistiek. Vandaag reageert Henk Blanken, adjunct-hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden en publicist van diverse boeken over de toekomst van de media.

Komt een man bij de makelaar. Of een vrouw bij de dokter. Of een lezer bij de krant. De man, de vrouw en de lezer weten alles al. Denken ze. In elk geval weten ze alles wat vroeger (“Kleedt u zich maar uit, mevrouw”) alleen de specialist wist. Onder hun arm hebben ze nu een ordner met zoekresultaten van Google en het gisteren nog bijgewerkte lemma van Wikipedia. Over hun kwaal. Hun huis. Hun nieuws. “Doet u mij die pil maar.”

Betere specialisten
Niets beschrijft beter hoe dankzij internet de machtsverhouding is veranderd tussen de consument en de kenniswerker of informatiespecialist. Wat voorheen ondoorgrondelijk was, is nu gemeengoed. Hele industrieën raken ervan ontregeld. Denk ook aan reisbureaus, relatiebemiddelaars of vacaturekranten. De deskundigen die ooit onmisbaar waren, hebben nu geen andere keuze meer dan betere specialisten te worden.

De huisarts moet een betere arts worden. De makelaar moet meer makelen. De reisadviseur moet meer te bieden hebben dan het goedkoopste vliegticket (“U denkt dat het goedkoper kan? Gosj, wat aardig…”). Sommige specialisten hebben het daarbij iets minder lastig dan andere. Net als de notaris heeft de arts een beschermd beroep. Hij mag iets wat de patiënt niet mag, medicijnen voorschrijven bijvoorbeeld.

Journalisten hebben nog meer te stellen met mondige burgers dan makelaars of artsen. Wie zelf zijn huis verkoopt, beseft dat hij een risico loopt dat hem duur kan komen te staan. Met nieuws loopt dat wel los. Het ergste dat je zal overkomen als je besluit je lot in eigen hand te nemen, is dat je iets mist, of het nieuws wat later krijgt. Op nerveuze beurshandelaren na kan bijna iedereen daar best mee leven.

Meer nog dan andere informatietussenpersonen moeten journalisten – ook al geen beschermd beroep – waarde toevoegen aan het nieuws. Dat ziet Jo Bardoel goed. Ze moeten – in mijn eigen termen – beter nieuws gaan brengen, betere verhalen gaan vertellen en die beter gaan vertellen.

Wat is van waarde?

Maar wat is dat? Wat is van waarde? Het simpele antwoord is dat journalisten minder tijd en ruimte moeten besteden aan het bijna 1-op-1 doorgeven van gemeentelijke bulletins, politieberichten of perscommuniqués van bedrijven. En dat ze dus meer onderzoek moeten doen. Lastige vragen stellen. Grotere verbanden ontrafelen. Netwerken doorgronden. En zich in het algemeen gedragen, zoals Mark Deuze schetst, als a pain in the ass.

Waar journalisten twintig jaar geleden nog konden volstaan met het nieuws van gisteren, moeten ze nu het nieuws van morgen brengen – want het nieuws van vandaag heeft de lezer zelf al gevonden. Wie van waarde wil zijn, kiest welk nieuws echt belangrijk is, geeft dat nieuws reliëf door het van achtergrond en commentaar te voorzien. Beide geven de journalistiek smoel, koers, ponem.

Journalistiek is een moeilijker vak geworden dan het was. Goed kijken en luisteren, en daar wat aardig geformuleerde zinnen van bakken, is niet langer genoeg. Goed denken, daar draait het om. Het kan niet anders of aan journalisten worden hogere professionele eisen gesteld. Terecht pleit Bardoel daarvoor – maar hoe zou hij anders kunnen? Je wordt geen hoogleraar door je eigen overbodigheid per oratie te verdedigen.

De paradox van Bardoel

Terecht dus pleit Bardoel voor professionalisering van de journalistiek, maar zijn betoog wordt wat minder duidelijk als hij hardop begint na te denken over wat dat betekent voor de afbakening van het vak. Bardoel spreekt van een paradox, wat in dit geval, vrees ik, betekent dat hij het zelf ook niet helemaal kan rijmen.

“De eigen opdracht en werkwijze [van de journalistiek] moeten beter worden geëxpliciteerd en wellicht ook meer gesanctioneerd worden.” Zei Bardoel.

Met dat expliciteren is niks mis, natuurlijk. Het zit ‘m in dat sanctioneren – dat klinkt, denken veel journalisten, naar goedkeuren en bestraffen, en al bijna naar tuchtrechtspraak en persbreidel. Alsof hij van zijn eigen gedachte schrikt, haast de Nijmeegse hoogleraar zich te verklaren dat de journalistiek uiteraard een open vak moet blijven. Hij bevindt zich op glibberig terrein en weet dat.

Net als veel journalisten, net als de NVJ, worstelt Bardoel met de vraag hoe je de journalistiek beter verkoopt, duidelijker als ‘merk’ laat afsteken tegen het legertje van beunhazen en amateurs op internet, zonder het vak dicht te timmeren – want dat druist in tegen de vrijheid van meningsuiting. Journalisten willen bijzonder zijn, verlangen privileges als het recht op bronbescherming, maar voelen weinig voor het regime van toezicht en sanctionering dat daarbij hoort.

Speel het op de man

Bij lastige onderwerpen als bronbescherming proberen overheid en journalistiek telkens tussen beide klippen door te laveren. Dat lukt vrij aardig. Professionele journalisten hebben privileges die amateurs niet hebben, terwijl ze de politiek op afstand weten te houden. Toch komt de principiële keuze wel steeds dichterbij, niet in de laatste plaats door de oratie van Bardoel. Kiezen we voor afbakening van het vak, of voor openheid.

Ik hou vast aan het laatste, vooral omdat het eerste me een zwaktebod lijkt. Dat berust op een pragmatische afweging. Wie de journalistiek dichttimmert, snapt de economische wetten van het open mediaveld niet. Het is slechte reclame. De klant zal het niet pikken. Het is, bedoel ik maar, alsof de huisarts zijn patiënt verbiedt ooit nog haar eigen kwaal te googlen. “En anders zoekt u maar een andere huisarts.” Reken maar dat ze dat doet.

Bardoel legt in zijn betoog niet uit wat hij met dat sanctioneren bedoelt, maar ik kan me niet goed voorstellen dat hij terug wil naar de tuchtrechtspraak van voor de jaren zestig. Bovendien is het niet nodig dat de journalistiek zich op hoge toon afzet tegen amateurs. Journalisten moeten zich wel onderscheiden, maar in daden, niet in slogans.

Terecht noteert Bardoel dat een scherper journalistiek profiel minder dan voorheen samenhangt met het merk van krant of omroep. Omdat het nieuws los verkrijgbaar is, en niet meer per se gebundeld moet worden verspreid, wordt het van steeds meer belang individuele auteurs als merken te ‘branden’, en losse verhalen te verkopen.

Speel het op de man, zou ik zeggen. Probeer niet het vak te pluggen, en ook niet langer in de eerste plaats de klassieke mediamerken (de krant of het programma), maar het product, de auteur en zijn verhalen.

Een overzicht van de andere bijdragen in deze serie vindt u hier.

6 reacties

  1. Allereerst complimenten voor de zeer interessante serie naar aanleiding van de oratie van Jo Bardoel. Met bovenstaand stuk van Henk Blanken kan ik niet anders dan het meer dan eens zijn. Het stuk haakt mijns inziens goed aan bij de discussie of er nog geld te verdienen valt met plat nieuws, de content die de meeste kranten nog aan de man proberen te brengen. De consument is het allang gewend om het nieuws gratis te verkrijgen en te lezen op het moment dat het hem/haar uitkomt. Dat dit nog te veranderen is (ten gunste van de krant), is volgens mij een utopie.

    De toekomst voor de journalistiek ligt naar mijn mening ook in het schrijven van kwalitatief hoogstaande artikelen met verdieping en achtergrond. Laat als krant/medium zien welke vakgebieden jouw specialiteit zijn en spring daarmee boven de rest uit. Profileer deze specialiteit als een onderdeel van je merk en geef dit merk een gezicht door de journalisten/betreffende redactie meer naar voren te schuiven. Zoals Henk Blanken het zegt: plug het product, de auteur en zijn verhalen en zet in op de verkoop van losse verhalen.

    De mogelijkheid om losse verhalen te verkopen of de artikelen van een bepaalde redactie, katern of journalist, bestaat al: eReaders Groep BV ontwikkelt momenteel eLinea. Op dit onafhankelijke platform kunnen uitgevers van kranten, tijdschriften, columnisten, cartoonisten digitale content aanbieden via een eigen kanaal (of meerdere kanalen). De lezer kan zich abonneren op de kanalen van zijn/haar keuze en kan de artikelen lezen waar, wanneer en op welk apparaat hij/zij dat wil. De branding en het prijsniveau van het kanaal zijn in handen van de uitgever. Meer informatie is hier te vinden: http://www.elinea.nl/blog en in dit filmpje: http://www.youtube.com/watch?v=Dehh4FzQOew

  2. Het promoten van individuele kwaliteit vind ik een mooi en romantisch devies, maar ik hoop ook dat er nog mensen zijn die een gedegen marxistische analyse willen maken van de productieverhoudingen in de mediawereld en op grond daarvan enig licht kunnen werpen op de speelruimte voor frisse ideeen.

  3. Pingback: Durf ‘media’ en ‘journalistiek’ gewoon eens helemaal lekker weg te denken « De nieuwe reporter

  4. Pingback: Laat de journalist een voorbeeld nemen aan de slager « De nieuwe reporter

  5. Roos Postma schreef op 4 oktober 2010 om 13:37

    Ik ben het met Henk Blanken eens dat journalisten zich meer moeten gaan onderscheiden van de “gewone burger” die nieuws op internet plaatst. Een kenmerk van internetnieuws is vaak dat het hele korte berichten zijn met weinig achtergrondinformatie. Nu kunnen journalisten natuurlijk dan juist wel die achtergrondartikelen gaan schrijven en publiceren, maar is de moderne lezer gewend geraakt aan het lezen van korte berichten? Is het zo dat een lezer bij een lang verhaal direct al geen zin meer heeft om het te lezen?

    Ik weet niet of het zo is dat veel mensen afhaken bij een tekst van meer dan 200 woorden. Maar ik kan me inbeelden dat mensen meer gewend zijn geraakt aan snellere berichten, flashy lay-outs en een strakke indeling. Daar kunnen journalisten natuurlijk wel aan werken. Extra informatie kan bijvoorbeeld geplaatst worden in kaders en persoonlijke informatie kan als paspoort-weergave getoond worden. Kleurgebruik, foto’s en beknopte maar duidelijke teksten kunnen een langer achtergrondartikel toch aantrekkelijker maken voor de lezer.

    Als journalisten nu iets meer hun best gaan doen om zich aan te passen aan de moderne lezer/ leesstijl, dan kunnen achtergrondartikelen toch een betere weergave van het nieuws geven dan slecht korte tweets of nieuwsberichtjes die op het internet geplaatst worden. Dan onderscheiden ‘echte’ journalisten zich toch duidelijk in kwaliteit van nieuws van zomaar iemand die een bericht op internet plaatst.

  6. M. van den Akker schreef op 4 oktober 2010 om 22:45

    Blanken beschrijft de situatie van de journalistiek van tegenwoordig goed en duidelijk. Hij heeft helemaal gelijk dat journalistiek een moeilijker vak is geworden dan dat het was. En volgens mij is iedereen er mee eens dat de journalist een specialist zal moeten worden.

    Toch zijn er een paar punten waar ik mij niet helemaal in kan vinden. Blanken bekritiseert Bardoel op het punt van sanctionering. Hij doet dit al terwijl hij naar eigen zeggen niet eens precies weet wat Bardoel hiermee bedoelde. Ik vind het wel erg negatief van Blanken om het direct over ‘het dichttimmeren van de journalistiek’ te hebben wanneer dit punt van sanctionering niet eens voldoende is behandeld in het betoog van Bardoel.

    Daarbij zijn regels in mijn ogen wel degelijk van belang voor het uitvoeren van professionele journalistiek. En dit houdt ook in dat journalisten de gevolgen ondervinden wanneer zij over de schreef gaan bij vergaren, verwerken en verspreiden van nieuws. Alleen dan kan de burger vertrouwen op waarheidsgetrouw nieuws. Want we kunnen niet zomaar uitgaan van een ethisch goed hart van elke journalist.

    We kunnen in de journalistiek dus niet altijd uitgaan van het vrijheid-blijheid principe. Door middel van sanctionering heeft de burger nog enigszins garantie op nieuws van kwaliteitsniveau. Ik zit hierbij dan te denken aan uitgebreide en expliciete codes van individuele beroepsverenigingen. Wanneer burgers op de hoogte zijn van de code zal er een groter vertrouwen ontstaan. En wanneer journalisten zich niet aan deze codes houden zullen zij dan ook gestraft moeten worden. Dat een journalist wordt ontslagen nadat hij een nieuwsfoto heeft gemanipuleerd is in mijn ogen dan ook terecht. In de hedendaagse digitale samenleving is manipulatie eenvoudiger dan ooit. Juist door het hanteren van regels kan men zich nog onderscheiden van de informatiemassa en opkomende ‘burgerjournalistiek’. In dit opzicht is sanctionering dus zo slecht nog niet en kan het die gewilde identiteit met zich meebrengen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>