De krant en het digitale tijdperk: nog altijd geen gelukkig huwelijk

logoEven blijft het stil deze donderdagochtend in het speciaal voor het project Nero vrijgemaakte redactielokaal op de burelen van het Brabants Dagblad in Den Bosch. Ron van der Sterren, oud-internetjournalist bij de VPRO, heeft zojuist aan de deelnemers van het project Nero gevraagd of ze al een onderwerp in hun hoofd hebben dat zich bij uitstek leent voor een crossmediaal journalistiek onderzoeksproject. Maar het enige wat hem ten deel valt, zijn vragende gezichten van zo’n twintig derdejaarsstudenten aan Fontys Hogeschool Journalistiek (FHJ) in Tilburg. Een studente merkt op dat ze het nog lastig vindt om grip te krijgen op de onderwerpen die momenteel actueel zijn in Den Bosch. “We zijn ook nog maar net van start gegaan.”

Maandag 30 augustus 2010 klonk het startschot voor Nero, een samenwerkingsproject tussen de FHJ en de regionale kranten Brabants Dagblad en Eindhovens Dagblad. Het doel: alle derdejaarsstudenten journalistiek in drie maanden op een grondige manier kennis laten maken met vormen van crossmediale journalistiek. Dat gebeurt niet op school, maar op de redacties van beide Brabantse dagbladen. Zowel het Brabants Dagblad als het Eindhovens Dagblad hebben op de redacties in respectievelijk Den Bosch en Eindhoven ruimte vrijgemaakt voor twintig derdejaars studenten die daar gezamenlijk crossmediale onderzoeksprojecten moeten opzetten.

Leidraad hierbij is dat de journalistieke inhoud voorop staat, maar dat het nieuws op ieder mogelijk platform (papieren krant, internet) en in verschillende presentatievormen (audio, video, infographic) mag/moet worden aangeboden aan de nieuwsconsument. Om te zorgen dat de producties er visueel en technisch er goed uitzien, zijn ook een aantal Fontys-studenten Internet en Media Design (IMD) betrokken bij het project. Na drie maanden neemt een nieuwe lichting van veertig journalistiekstudenten (twintig in Den Bosch en twintig in Eindhoven) het stokje over. Naast het werken in de praktijk, volgen de studenten ook hoorcolleges op de redactie en wonen ze lezingen bij van sprekers op het gebied van crossmediale journalistiek. De komende periode presenteren onder andere Bart Brouwers en Alexander Pleijter hun visie op de toekomst van de krantenjournalistiek.

“Geen verkapte stage”
In principe is het samenwerkingsverband voor een periode van drie jaar aangegaan. De begeleiding is in handen van FHJ-docenten en voor dit project speciaal vrijgemaakte redacteuren van het Brabants Dagblad en Eindhovens Dagblad. In Eindhoven begeleidt ED-redacteur Fleur Besters de studenten, hetzelfde doet Maarten van den Hurk in Den Bosch. “Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat studenten dit project zien als een verkapte stage”, verklaart Brabants Dagblad-journalist Van den Hurk. “We laten ze geen stukjes schrijven. Als het goed is, hebben ze dat op de FHJ en tijdens hun eerste stage al geleerd. Nero staat voor vernieuwende journalistiek. Studenten moeten met ideeën komen die zich bij voorkeur lenen voor crossmediale vormen van journalistiek. Als dan een goed idee is geboren, kunnen de betrokken studenten in overleg treden met onze vaste redactie hoe elkaar aan te vullen. Het mooie is dat in dit project de vernieuwende kijk op journalistiek van de studenten samenkomt met de jarenlange ervaring van onze journalisten.”

Met de mooie ideeën wil het deze donderdagochtend nog niet zo vlotten. Niet heel gek, gezien de eerste drie dagen voor de studenten vooral in het teken stonden van introductiecolleges en het wegwijs geraken in het nogal eens haperende computersysteem. “De bekende opstartproblemen hé”, zegt Van den Hurk lachend.

Even later, tijdens het college van Van der Sterren over projectmanagment ( ‘een planning is niet de Bijbel, maar wel noodzakelijk’) komt een aantal studenten met het idee een project te starten over straatmuzikanten in het centrum van Den Bosch. De bedoeling is om in de papieren krant een achtergrondverhaal te publiceren over straatmuzikanten in het algemeen. Waar komen ze vandaan, welke soorten muziek spelen ze en hoe kijkt de gemeente Den Bosch aan tegen straatmuzikanten? Het persoonlijke verhaal van enkele straatmuzikanten wordt vervat in enkele radio-interviews die af te spelen zijn op de site van het Brabants Dagblad, evenals reacties van het winkelende publiek. Daarnaast moet een infographic op de site van de Brabantse krant de lezer duidelijk maken waar precies welke straatmuzikant in de stad te vinden is. “Klik je op een poppetje, dan krijg je een foto van de betreffende straatmuzikant in beeld en weet je direct welke soort muziek hij of zij speelt”, vertelt een van de studenten. “Door deze infographic is het mogelijk dat mensen een route kunnen lopen door de stad langs de verschillende straatmuzikanten.”

“Dit idee komt al een aardig eind in de richting”, zegt Van der Sterren. “Graag zie ik dat iedereen mij in de komende dagen een mail stuurt met één of meerdere ideeën voor een onderzoeksproject.” Voor de studenten Marijke en Joris is het na drie dagen Nero nog allemaal erg vaag. “Het is mij nog niet duidelijk waartoe dit project moet leiden”, vindt Joris. “Maar als eenmaal alles loopt, kan ik me voorstellen dat Nero uiteindelijk een nuttige toevoeging is aan de opleiding Journalistiek.” Radiostudent Marijke vindt het vooral vervelend dat haar radioapparatuur er nog niet is. “Wat moet ik tot die tijd doen?” Toch begrijpt ze het initiatief tot dit project. “Papier wordt steeds minder belangrijk. Op de FHJ vertellen ze dat het, met het oog op je journalistieke toekomst, belangrijk is om van verschillende markten thuis te zijn.”

“Wie leest er nou nog een papieren krant?”
Krantstudent Loekman heeft al wel een concreet idee waar hij de komende weken aan wil gaan werken. “In samenwerking met Jongerenwerk Den Bosch wil ik graag een website lanceren, gericht op Bossche jongeren. Het moet een soort platform worden waar jongeren in discussie kunnen gaan over de gebeurtenissen in het nieuws die hen aangrijpen.” Ook Loekman begrijpt de reden dat de FHJ en het Brabants Dagblad/Eindhovens Dagblad Nero zijn gestart. “Wie leest er nu nog een papieren krant? Om te overleven zul je als dagblad wel nieuwe initiatieven moeten ontplooien om lezers aan je te blijven binden. Toch is het jammer dat het zo moet. Ik ben nog een echte romanticus die graag een papieren krant in zijn handen heeft.”

Bovenstaande opmerkingen van enkele studenten geven de achterliggende gedachte die de FHJ, Brabants Dagblad en Eindhovens Dagblad bij het Nero-project hebben goed weer. Hoe zorgen we als krantensector dat in deze sterk veranderde, geïndividualiseerde maatschappij, waarin het medialandschap, met name door het aanbreken van het digitale tijdperk, de laatste twee decennia compleet veranderd is, de krant als nieuwsplatform levensvatbaar blijft? Het is een vraag waar dagbladen al jaren mee worstelen en nog altijd geen passend antwoord op lijken te hebben geformuleerd. Het aantal krantenabonnees daalt nog ieder kwartaal, evenals de inkomsten uit advertenties. Door de komst van internet als bron van een ongebreidelde hoeveelheid, voornamelijk gratis informatie, lijkt in ieder geval een deel van de Nederlandse nieuwsconsumenten van mening dat nieuws gratis is. Net als muziek en games overigens.

“We kunnen als krantensector wel blijven zitten en de ontwikkelingen in de journalistiek aan ons voorbij laten gaan, maar dan weet je sowieso dat je jezelf als sector nog verder in de problemen brengt”, stelt Van den Hurk. “Daarom zijn wij in dit project gesprongen. Voor ons is dit ook een experiment. Maar mochten de ervaringen na een tijdje positief zijn, dan bestaat de mogelijkheid dat ook onze eigen journalisten op deze manier aan de slag gaan.”

“Meer jonge lezers binden”
Adjunct-hoofdredacteur bij het Brabants Dagblad Ton Rooms deelt de mening van Van den Hurk. “De Nederlandse krantenjournalistiek in zijn geheel heeft wellicht iets aan dit project. Mochten de ervaringen met Nero positief zijn, dan kan het maar zo zijn dat in ieder geval het Brabants Dagblad gedeeltelijk overschakelt op deze manier van werken. Daarnaast hebben wij ons als doel gesteld om door dit crossmediale project meer jongere lezers aan ons te binden. Ik snap dat oudere lezers weinig behoefte hebben aan deze manier van journalistiek bedrijven, we krijgen nu zelfs al klachten als we onder een artikel verwijzen naar onze website, maar wij hopen door het aanbieden van nieuws via verschillende platforms (twitter,internet, papieren krant) en in verschillende presentatievormen (audio, video, infographics) jongeren te overtuigen van de meerwaarde van een abonnement op het Brabants Dagblad. Voor de oudere lezers blijft natuurlijk de oude, vertrouwde papieren krant bestaan.”

Maar wil een crossmediale werkwijze de Nederlandse dagbladensector eventueel uit het slop trekken, dan zal de omgang van kranten met het internet drastisch moeten veranderen, zo betoogt de Britse journalist David Randall. De auteur van het journalistieke basiswerk The Universal Journalist gaf afgelopen vrijdag (3 september) in het kader van het Nero-project een lezing over de toekomst van de krantenjournalistiek in bibliotheek De Witte Dame in Eindhoven. Randall stelde tijdens zijn spreekbeurt dat kranten wereldwijd nog altijd niet weten hoe met internet om te gaan. Randall: “Jarenlang is het een goed gebruik geweest van kranten om de gehele inhoud van de papieren krant één op één over te zetten op de website. Gratis en voor niets. Is dit de juiste manier om uiteindelijk meer lezers te trekken? Ik denk het niet. Kranten wereldwijd hebben de afgelopen jaren een poging gedaan tot zelfmoord. Het idee dat je via het internet de productiekosten van de papieren krant en de kosten voor het betalen van vaak dure journalisten terugverdient, is volstrekt belachelijk. Internet is namelijk een democratisch medium. Het heeft lage toegangsgrenzen, waardoor de kosten voor bijvoorbeeld het opzetten van een redelijk professionele nieuwswebsite laag zijn. Dit in tegenstelling tot het starten van je eigen krant. De gedachte bij kranten dat ze via online advertenties bovengenoemde kosten zouden terugverdienen, gaat dus niet op. Door het democratisch gehalte van internet zijn er in een land talloze nieuwswebsites die graag zien dat bedrijven adverteren op hun site. Als krant ben je dus niet de enige die strijdt om de gunsten van het bedrijfsleven. De prijs die je als krantenuitgever nu nog krijgt nadat op een advertentie op je website duizend keer geklikt is, ligt zeer laag in vergelijking met tien jaar geleden. Door op deze manier te werken heeft de krantensector wereldwijd veel abonnees verloren.”

Gratis dagbladen
Randall ziet ook niets in het aanbieden van online krantenabonnementen. “Kijk naar The Times. Deze krant heeft ongeveer 400.000 duizend betalende abonnees voor de papieren krant en slechts twaalf tot vijftienduizend betalende abonnees voor de online versie van de krant. Mensen betalen op internet nou eenmaal niet voor nieuws. Daarnaast is een krant geen medium dat je online leest. Als ik in de trein naar Londen zit, zie ik bijna niemand op zijn iPhone een krant lezen. Bijna iedereen heeft de gratis dagbladen in zijn handen.”

De oplossing voor de moeizame relatie tussen krant en internet is volgens Randall tweeledig. “Allereerst moet je als krant het internet gebruiken waar het ook daadwerkelijk voor bestemd is. Dus zet niet alle verhalen uit de papieren krant gratis op je website voordat de krant daadwerkelijk ’s ochtends in de kiosk ligt. Daarna kunnen geïnteresseerden tegen een klein bedrag een artikel alsnog online lezen. Een krantenwebsite is bij uitstek geschikt om aan het begin van de avond de inhoud van de krant die de volgende ochtend verschijnt te promoten. Wat zijn de top stories en bij welke gebeurtenissen biedt de krant duiding en achtergronden? Tot slot kan het, uit het oogpunt van de binding die lezers met een krant kunnen ontwikkelen, nuttig zijn om discussieplatforms over uiteenlopende onderwerpen te lanceren. Daarnaast moet je als krant in deze tijd niet meer het idee hebben dat je het laatste nieuws verkoopt, op primeurs na. Wat je als krant verkoopt is de kwaliteit van de journalist die het nieuws analyseert, interpreteert en duidt. Dat is in de huidige tijdsspanne de toegevoegde waarde van een papieren krant. Ik ben me er wel van bewust dat het type krant dat ik voorsta, gericht zal zijn op de better educated laag van de bevolking.”

Het Nero-project kan gevolgd worden via de website van het project of via Twitter: @ednero voor Nero Eindhoven en @bdnero voor Nero in Den Bosch.

IMG_0010

Docent Bas Timmers (r) geeft deelnemers aan de Eindhovense ‘versie’ van het Nero-project op de eerste dag college op de redactie.

2 reacties

  1. Ik was afgelopen vrijdag ook aanwezig bij de voordracht van Randall in eindhoven. Naar mijn idee houdt hij er redelijk conservatieve ideeën op na en moet hij toch eens wat beter om zich heen gaan kijken. Of zou de situatie in het openbaar vervoer in Engeland anders zijn dan in de rest van de wereld? Verder projecteert hij té vaak zijn eigen mediaconsumptie op alle andere mediaconsumenten en houdt hij erg vast aan papier. Traditioneel denken in traditionele kanalen.

    Voor de nero’s: veel succes en een mooie & leerzame periode gewenst. Tip: bekijk onze kranten, websites en mobiele websites goed en kom met briljante ideeën.

  2. Pingback: Geld verdienen met service-journalistiek? « De nieuwe reporter

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (373 van 886 artikelen)


Productiebedrijf Feller Media maakt sinds kort wekelijks een webtv-nieuwsvideo voor klanten ...