De mediagebruiker in 2015

rsz_jetsonsteleviewerHet is altijd een beetje eng om de toekomst te voorspellen. De kans is namelijk groot dat je er gigantisch naast zit. Zo dacht ik vroeger dat we anno 2010 zo zouden leven als The Jetsons. Hoe eng dan ook, het Sociaal en Cultureel Planbureau waagt zich in een vandaag gepubliceerd rapport aan voorspellingen over het mediagebruik in de toekomst. Helaas geen spannende speculaties over futuristische nieuwe media, maar een grondige beschouwing van trends in het mediagebruik in het verleden en heden die de onderzoekers Frank Huysmans en Jos de Haan vervolgens doortrekken naar 2015. Verplichte kost dus voor mediamakers die worstelen met de vraag: hoe ziet het mediamenu van Nederlanders er over pakweg vijf jaar uit? De onderzoekers houden overigens wel een slag om de arm: gedragspatronen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.

Mediagebruik in Nederland
Het SCP-rapport biedt een overzicht van het gebruik van media in Nederland sinds 1975. Daaruit blijkt dat ondanks de komst van steeds weer nieuwe media, Nederlanders de afgelopen decennia een tamelijk constante hoeveelheid tijd besteedden aan media, namelijk zo’n negentien uur per week. Zoals bekend liep de leestijd flink terug toen het aantal televisiezenders toenam. Maar op zijn beurt nam de televisiekijktijd af toen de computer en internet populair werden. Opmerkelijk is het feit dat uit de cijfers blijkt dat de leestijd meer te lijden heeft gehad onder de opkomst van televisie, dan onder internet. In het internettijdperk is de leestijd minder gedaald dan in de periode dat het aantal tv-zenders groeide.

Oude en nieuwe media – Je kan natuurlijk twisten over de vraag wat ‘oude’ en wat ‘nieuwe’ media zijn. In dit rapport kiezen de onderzoekers voor een pragmatische oplossing: Alles wat via een computer of mobiele telefoon wordt gebruikt duiden ze aan als ‘nieuw’, en de rest niet. Oud is bijvoorbeeld ‘live’ tv-kijken en nieuw is uitgesteld tv-kijken, via bijvoorbeeld Uitzending Gemist op internet.

Opvallend is dat maar weinig mensen de oude media via nieuwe media raadplegen. Slechts een beperkte groep voorhoede van gebruikers leest de krant of kijkt naar televisie-uitzendingen op internet of op de smartphone. En als mensen dat al doen, is het maar voor enkele minuten per dag. Blijkbaar veranderen mensen die gewend zijn aan bepaalde media, niet zo maar hun mediagebruik. Iemand die gewend is aan de papieren krant, stapt niet snel over naar het lezen van een digitale krant op een beeldscherm.

Jongeren
Voor jongeren is het een heel ander verhaal. Jongeren besteden veel meer tijd aan nieuwe media dan ouderen; zij lopen overduidelijk voorop in het uitproberen van allerlei nieuwe vormen van communicatie. Blijkbaar hebben zij minder last van ingesleten routines, zoals ouderen die hun patronen van mediagebruik maar mondjesmaat aanpassen. Het is evident dat daardoor het publiek van de oude media langzaam aan het vergrijzen is.

Voorlopers en volgers
Interessant is dat de onderzoekers in dit rapport onderscheid maken in voorlopers en volgers. Voorlopers zijn mensen die heel positief staan tegenover vernieuwingen, terwijl volgers zich terughoudend opstellen tegenover innovaties. In alle bevolkingsgroepen kom je voorlopers en volgers tegen. Zo ook onder jongeren. Jongeren besteden gemiddeld weliswaar meer uren aan nieuwe media dan ouderen, maar binnen de groep jongeren heb je weer verschillen tussen de hippe iPhone-gebruikers en de jongeren die nog een ouderwetse mobieltje zonder internet hebben.

Opvallend is dat voorlopers zich niet per definitie afkeren van oude media. Zo lezen voorlopers vaker boeken dan volgers en blijven ze ook meer kranten en opiniebladen lezen, maar dan wel in combinatie met veelvuldig bezoek aan nieuwssites. Het zijn vooral de jonge voorlopers die zijn afgehaakt bij de oude media.

Toekomstscenario’s
De voorlopers zijn dus degenen die in eerste instantie gebruik maken van nieuwe media. Dan is de vraag natuurlijk: zullen de volgers volgen? De onderzoekers geven aan dat ze deze vraag niet met zekerheid kunnen beantwoorden, maar doen wel een beredeneerde voorspelling door de gesignaleerde trends door te trekken naar de toekomst. Ze verwachten dat het gebruik van verschillende vormen van nieuwe media zich volgens drie verschillende scenario’s zal ontwikkelen.

Scenario 1: Volledige adoptie.
Aanvankelijk is er een kloof tussen voorlopers en volgers, maar na verloop van tijd verdwijnt dit verschil. Dit was bijvoorbeeld het geval met mobiele telefoons. Aanvankelijk was een mobiele telefoon voorbehouden aan een select gezelschap, terwijl tegenwoordig iedereen een exemplaar bezit. In de toekomst zal volgens de onderzoekers hetzelfde gelden voor breedbeeldtelevisies, smartphones en digitale televisie. In 2015, zo voorspellen ze, zijn alle gewone mobiele telefoons vervangen door smartphones. Ook de basisvaardigheden voor het bedienen van een smartphone, zal iedereen onder de knie krijgen.

Scenario 2: Onvolledige adoptie met een plafond op minder dan 100%, waarbij het verschil in adoptie tussen voorlopers en volgers na verloop van tijd verdwijnt.
Voorbeelden uit het verleden van dit scenario zijn de videorecorder en de mp3-speler. Niet elke Nederlander was uiteindelijk in het bezit van deze apparaten, maar er na een aantal jaren hadden zowel voorlopers als volgers ze aangeschaft. Dat niet iedereen overgaat tot aanschaf komt door een gebrek aan behoeften bij een deel van de bevolking. Zo schaft niet iedereen een mp3-speler aan omdat niet iedereen de behoefte heeft om buiten de deur naar muziek te luisteren.

De onderzoekers verwachten dit scenario voor sociale netwerksites, zoals Facebook, Hyves en Twitter. Ze denken dat in 2015 iedereen die behoefte heeft aan netwerken op internet zich zal hebben aangesloten bij een of ander platform. Maar er zal een groep van zo’n veertig procent van de bevolking blijven die daar geen behoefte aan heeft.

Scenario 3: Onvolledige adoptie met een plafond op minder dan 100% met op termijn een blijvend verschil tussen voorlopers en volgers.
Dit scenario zal optreden bij moeilijkere toepassingen van internet die meer inzet en motivatie van de gebruiker vergen. Dit is bijvoorbeeld het geval met het schrijven van wiki’s of het maken, monteren en publiceren van Youtube-filmpjes. Dit zijn dus met name de nieuwe mediavormen die een actieve houding vereisen. Van de voorlopers zal iedereen uiteindelijk deze activiteiten verrichten, maar bij de volgers zal dat slechts bij een beperkte groep het geval zijn. Kortom, de onderzoekers voorspellen dat in 2015 niet elke Nederlander zal zijn omgevormd tot een prosumer – iemand die mediacontent zowel consumeert als ook zelf produceert.

Aldus zijn een aantal belangrijke trends geschetst. In 2015 is elke Nederlander in het bezit van een smartphone en ook de volgers zijn actief op sociale media, hoewel een deel van de bevolking zich daar afzijdig van zal blijven houden. Blijft de vraag hoe de oude media het tegen die tijd zullen doen. De onderzoekers constateren dat het gebruik daarvan met name bij ouderen stand houdt, maar aan een voorspelling hoe het er in 2015 voorstaat, wagen ze zich niet. Jammer. Misschien moeten we de makers van The Jetsons daarvoor eens uitnodigen, want enkele van hun voorspellingen zijn inmiddels uitgekomen.


Alle kanalen staan open: De digitalisering van mediagebruik is het tiende deel van een reeks SCP-studies die samen Het culturele draagvlak in Nederland beschrijven. In deze studies staan cultuurdeelname en mediagebruik centraal. In sommige kijkt men meer naar cultuur, in ander meer naar media. Net als in twee eerdere studies in deze reeks (Leesgewoonten en Achter de schermen), staat in dit nieuwste rapport de mediagebruiker centraal.

Christel van de Burgt

Christel van de Burgt (1982) werkt als communicatiebeleidsmedewerker bij Viziris, de koepelorganisatie van en voor blinden en slechtzienden. Daarnaast schrijft ze af en toe over onderzoek op gebied van journalistiek, communicatie en samenleving voor De Nieuwe Reporter. Ze studeerde Communicatiewetenschap aan de Radboud Universiteit en Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden.

Alle artikelen van Christel van de Burgt op De Nieuwe Reporter.