![]()
Voor afgestudeerde studenten journalistiek liggen de vaste banen niet voor het oprapen. Uitgevers en omroepen bezuinigen op hun vaste krachten, maar dat betekent tegelijkertijd dat er kansen liggen voor freelancers. Die markt groeit, en voor wie durft te experimenteren in het alsmaar veranderende medialandschap zijn er genoeg mogelijkheden. Hoeveel ruimte is er bijvoorbeeld voor journalisten die per klik uitbetaald worden?
Met wat ervaring op zak maak je tegenwoordig nog wel kans op een vaste baan als redacteur of verslaggever, maar voor beginnende journalisten lijkt een bestaan als freelancer onvermijdelijk. En dat is terug te zien in de statistieken: het percentage freelance journalisten besloeg in 2006 wereldwijd 33 procent. Zes jaar eerder, in 2000 was dat nog 23 procent. Grote motor daarachter is het teruglopende bereik van dagbladen. Daarbij speelt de economische crisis ook een steeds grotere rol, waardoor vast personeel vaker de deur wordt gewezen en meer artikelen worden aangekocht van externen.
Content farms
Maar met het toenemend aantal freelancers dat de markt betreedt, neemt ook de onderlinge concurrentie toe. Oud-student Journalistiek Emiel Elgersma, nu freelancer, kan daarover meepraten: “Afgelopen jaar ben ik twee maanden naar Zuid-Afrika geweest. Ik had een aantal goede ideeën voor artikelen die ik heb voorgelegd aan diverse kranten, maar niemand had interesse. Op zo’n moment wordt nog eens duidelijk hoe belangrijk het is om te netwerken”, aldus Elgersma.
Toch kan het voor elke journalist waardevol zijn om de ontwikkelingen op de freelancemarkt scherp in de gaten te houden. De afgelopen jaren stonden wat dat betreft vooral in het teken van content management. Veel bedrijven huurden (freelance) redacteuren in om content op hun website te plaatsen. Nu die tak verzadigd raakt, ontstaat er ook een andere markt, vooral in de Verenigde Staten, waarbij journalisten per klik betaald worden: de content farms.
Voorbeelden daarvan zijn websites zoals Demand Media en Associated Content. De leden (iedereen kan zich aanmelden) maken artikelen, foto’s, video’s of audio-reportages en daar worden advertenties bijgeplaatst om geld te verdienen. Zo verdient een schrijver bij Associated Content 1,50 dollar per duizend views. Maar de website plaatst ook oproepen om over een bepaald onderwerp te schrijven en betaalt daar dan tussen de tien en honderd dollar voor. Echter, je moet inwoner van de Verenigde Staten zijn om uitbetaald te kunnen worden.
Kleine markt
En dat is niet de enige drempel volgens Alexander Pleijter, wetenschappelijk docent en onderzoeker Journalistiek en Nieuwe Media aan de Rijksuniversiteit Groningen en hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter. “Die websites wekken de indruk dat er veel mee te verdienen is, maar zo’n model lijkt me moeilijk over te zetten naar de Nederlandse markt. De markt is hier namelijk veel kleiner en daardoor heb je minder potentiële lezers, dus minder inkomsten voor de journalist”, legt hij uit. Elgersma sluit zich daarbij aan: “De advertentie-inkomsten liggen hier ook nog eens lager. Als je heel erg in een niche duikt zijn de opbrengsten per klik hoger, maar blijft het publiek klein. Een oplossing is om in het Engels te gaan schrijven”.
Met de content kan alleen geld verdiend worden als deze interessant genoeg is voor adverteerders. Dat betekent dat er met behulp van verschillende algoritmes bepaald wordt welke onderwerpen populair zijn en dus geld opleveren. Bij Associated Content is er daarom vooral vraag naar tekst en beeld over lokale restaurants, recensies van computergames en nu de Ramadan bezig is, ook naar verhalen over moslims. Bij Demand Media ligt de focus op handleidingen in de richting van ‘hoe maak ik een … ’, die vervolgens worden geleverd aan websites als eHow.com, Trails.com en Cracked.com.
Achterklap en schandalen
Elgersma vreest daarom dat deze content farms een negatief effect hebben op de kwaliteit en onafhankelijkheid van de journalistiek. “Wil je veel views genereren, dan moet je over populaire onderwerpen gaan schrijven en daar zit ik niet op te wachten”. Als vergelijkingsmateriaal stipt hij de website van De Telegraaf aan. “Kijk wat daar gemiddeld in de top-10 meest gelezen artikelen staat: vooral achterklap en schandalen. Daar ligt mijn interesse totaal niet. Het gevaar bestaat dat je gaat schrijven wat mensen willen horen. Maar in de journalistiek vind ik het juist belangrijk om te schrijven wat mensen normaal gesproken niet horen of willen horen. Natuurlijk wil ik graag gelezen worden, maar liever door een kleiner publiek binnen mijn eigen interessegebied dan een groot publiek dat daarbuiten ligt”.
Pleijter is het daar niet mee eens: “Het is te kort door de bocht om te zeggen dat journalisten daardoor sensationeel zouden moeten schrijven. Dat is een onderschatting van het publiek, er is heus een markt voor goede verhalen”.
Pure commercie
De content farms zijn puur commerciële instellingen waar veel geld in omgaat. Zo boekte Demand Media vorig jaar een omzet van 200 miljoen dollar, werd Associated Content voor 100 miljoen dollar ingelijfd door Yahoo! en heeft het Amerikaanse internetbedrijf AOL een beta lopen van een soortgelijk project met de naam Seed.
Er zijn ook initiatieven die de kwaliteitsjournalistiek bewust niet uit het oog verliezen, maar toch werken op basis van pay-per-click. De freelancers van The Faster Times, opgericht door Sam Apple in 2009, zijn voornamelijk (oud-)dagbladjournalisten of correspondenten die de ruimte krijgen om degelijke artikelen te schrijven over verschillende (actuele) onderwerpen. Zij krijgen 75 procent van de advertentie-inkomsten uit de reclames die naast hun artikelen verschijnen. Maar ook hier geldt: bij lage advertentie-opbrengsten valt er weinig te verdienen voor de betreffende journalist. De website True/Slant van uitgever Forbes werkt met een overeenkomstig businessmodel.
Voor journalisten lijkt dat al een beter alternatief, vooral omdat de onafhankelijkheid behouden blijft. Uit een eigen kort onderzoek blijkt ook dat het aantal hits op een content farm inderdaad sterk afhangt van de populariteit van het onderwerp. Zo publiceerde ik een interview met het Britse Bloc Party, toch niet de minst populaire rockband. Na drie weken staat de teller pas op vier views. Niet verwonderlijk, aangezien je moet concurreren met ruim vijfduizend nieuwe artikelen per dag.
Dubbelingen
Jasper van der Burg, vorig jaar afgestudeerd aan de School van Journalistiek in Utrecht en nu freelancer bij RTV Utrecht en ANP Video, heeft dubbele gevoelens over content farms. “Het grote voordeel is dat iedereen mee kan doen, maar dat is ook direct het probleem. Er verschijnt heel veel content met ook nog eens veel dubbelingen qua onderwerp. De concurrentie is enorm. Je kunt je afvragen wie daar echt op zit te wachten”.
In welke vorm ook – commercieel of journalistiek – het lijkt er sterk op dat het pay-per-click principe voor freelancers voorlopig vooral een extraatje blijft. Betaling per woord zoals nu nog veel wordt toegepast door kranten en tijdschriften levert meer op, mits je je stuk kwijt kunt (tussen de 10 en 50 cent per woord). Pay-per-click is voor uitgevers echter een relatief veilige manier om goedkoop content te verzamelen. Pleijter: “Die hoeven enkel een platform ter beschikking te stellen en zorgen dat dat populair wordt. Alleen de schrijvers van goed gelezen artikelen hoeven te worden te betaald. Dat is een kostenbesparing. Als een krant een artikel koopt, dan betalen ze geld voor een stuk dat misschien helemaal niet goed gelezen wordt”.
“Voor freelancers kleven er meer risico’s aan. Niet elk stuk zal even veel geld opleveren”, ziet ook Pleijter. “Maar het is wel een goede manier om als beginnend journalist ervaring op te doen en veel te schrijven. Je ontdekt wat voor soort artikelen goed gelezen worden en welke stijl daarbij past. Ook heb je de kans om je te specialiseren in een onderwerp, je ontwikkelt je in een bepaalde expertise”.
Eén reactie