Ook weleens gefantaseerd hoofdgast te zijn in Zomergasten? Televisie- en filmfragmenten te mogen tonen die je naar de volwassenheid begeleidden of diepere inzichten hielpen krijgen in wat we gemakshalve de werkelijkheid noemen?
Voor de toekomstige kijkers is het te hopen dat de werkelijkheid in hun geval een veellagig universum is, dat zich vanuit verschillende systemen en perspectieven laat duiden. Alleen dan worden zij immers vergast op de twee bestanddelen van wat ik maar even het ideale avondje hoogwaardige Zomergasten-tv noem: interessante (historische) fragmenten met min of meer blijvende zeggingskracht, én een intellectuele uitwisseling van vragen en ideeën die de kijker thuis de eigen gedachtenwereld helpen opschudden.
Van dergelijke programma’s profiteren individuen en samenleving. Bij het schrijven van deze regels realiseer ik me dat de programmapraktijk zich inmiddels van dat ideaal heeft losgezongen.
Water bij de wijn
Die trend is al een tijdje gaande. Lang niet alle zomergasten hebben nog een talent voor diepgaande reflectie. Bovendien hoorde ik de presentator na een bovengemiddelde concentratie vragend programmaonderdeel benauwd verzuchten dat de kijker inmiddels wel afgehaakt zou zijn. Arme VPRO, die zoveel water bij de wijn moet doen, op straffe van verbanning naar de nacht. Arme publieke omroep, die ruimte laat aan programmatisch-inhoudelijke sturing door primair in demografische termen denkende technocraten, en daarmee zoveel aan inhoud verliest dat er straks, als de subsidiekraan wordt aangedraaid, weinig opstand te verwachten valt van het maatschappelijk invloedrijke deel van het publiek. Arme kijker, die langzamerhand niet beter weet dan zijn kwaliteitsbegrip bij te stellen en tevreden te zijn met wat mooie of leuke beelden en daarmee verbonden mijmeringen van de gast, al wordt die door geen kritische vraag meer uitgedaagd.
Knieval
Ik weet het, dit stuk getuigt van mijn leeftijd: hopeloos boven de vijftig en dus eigenlijk al afgedaan. Dat neemt niet weg dat ik zonder gêne en met doorleefde hardnekkigheid mijn betoog vervolg. Als uitgerekend de VPRO, onder druk, bereid blijkt die ene pijler van dat prachtprogramma aan te tasten, wat hebben we dan te verwachten van de gehele Nederlandse programmapraktijk in de komende, zeg, tien jaren? Om het voorbeeld van Zomergasten aan te houden: bewerkstelligt de knieval voor de grootste gemene deler niet dat straks ook de tweede pijler van het programma aan betonrot lijdt, althans voor wat betreft de fragmenten van Nederlandse bodem? Zijn er in het komende decennium nog voldoende programma’s met inhoudelijke en esthetische kwaliteit te verwachten die jongeren en ouderen inspireren doordat ze bestaande beelden van wat we gemakshalve de werkelijkheid noemen kritisch behandelen, aanvullen of vervangen door nieuwe? In welke vorm – drama, documentaire, theaterregistratie of studioprogramma – dan ook?
“Jouw verhaal”
De slogan waarmee de publieke omroep zich momenteel op de kaart zet, belooft in dit opzicht weinig goeds: “De publieke omroep vertelt jouw verhaal!” De programma’s waar ik het oog op heb vertellen nu juist niet mijn verhaal, nemen dat althans niet als vertrekpunt. Ik wil dat er ook makers zijn die hún verhaal vertellen, op basis van gedegen research, van artistieke en/of journalistieke afwegingen. En dat graag over de hele linie van programma’s. Terug naar de vraagstelling: blijven er de komende tien jaar genoeg programma’s die aan dat ideaal beantwoorden? De afweging van commerciële omroepen is bekend. Zij berekenen hoeveel mensen in die hoogwaardige programma’s geïnteresseerd zijn en ook zullen kijken. Er wordt immers alleen geproduceerd voor een publiek waarop winst te behalen valt. Ook publieke omroepen, en niet alleen die in Nederland, proberen inmiddels met elk afzonderlijk programma grote delen van het kijkerspubliek te bereiken. Het bedienen van kleine publieksgroepen wordt zoveel mogelijk vermeden. Dat heeft enerzijds te maken met de wens om het hele publiek te bereiken, zij het niet met een en hetzelfde programma, en anderzijds met het verlangen een marktaandeel te bereiken dat niet te ver achterloopt bij dat van commerciële zenders, om zo een verlies aan maatschappelijke betekenis en daarmee aan (politieke) legitimatie te voorkomen. Daar komt in Nederland nog bij dat de publieke omroep voor een derde van haar financiering afhankelijk is van Ster-inkomsten, zodat een bijstelling van dit beleid, bijvoorbeeld in de vorm van acceptatie van een wat lager marktaandeel ten faveure van wat meer hoogwaardige (culturele) programma’s voor een kleiner publiek, al snel voert naar een lager budget en dus tot krimp.
Massapubliek
Omdat zowel commerciële als publieke omroepen zich afhankelijk maken van het gedrag van ‘de mensen in het land’, komen er de komende tien jaar alleen voldoende hoogwaardige culturele en journalistieke programma’s als die mensen in redelijk groten getale blijven kijken. Dat maakt de vraag interessant hoe mensen tegenwoordig naar televisie kijken. In dat gedrag is minder veranderd dan je zou denken. Televisie heeft nog steeds het unieke vermogen om een massapubliek op de been te brengen rond één programma. Sla de kijkcijfers voor de WK-wedstrijden van het Nederlands elftal er maar op na, of die van de vele talentenverkiezingsshows. Het opmerkelijke is dat de komst van tientallen extra televisiekanalen met een alternatief programma-aanbod daaraan weinig veranderd heeft, noch het feit dat er tegenwoordig in heel wat keukens en slaapkamers tweede, derde en vierde toestellen aanwezig zijn en er ook op elke plek mobiel kan worden gekeken. De komst van nieuwe media, het enorme aanbod van websites en allerlei nieuwe communicatievormen is bepaald niet ten koste gegaan van de hoeveelheid tijd die de kijker met zijn televisie doorbrengt. Dat geldt ook voor jongeren, al is bij hen de aandacht voor het gebodene wat verwaterd geraakt door een vorm van multitasken: welke ouder met opgroeiende kinderen kent niet het beeld van een met vriendinnen chattende dochter die simultaan de prestaties van zangtalent of voetballer online van kanttekeningen voorziet?
Programma’s als Mad men onbetaalbaar?
De enorme toename van het televisieaanbod heeft wel een ander effect. Maakte de omvang van het televisiepubliek in Amerika in de tachtiger jaren nog een hoogwaardige pay-tv zender als HBO mogelijk, die als alternatief kon dienen voor de grote networks die de advertentie-inkomsten binnenhaalden met op de grootste gemene deler gerichte en dus vaak bleke programma’s, tegenwoordig is het de vraag of een dergelijke betaalzender met hoogwaardige programma’s als The Sopranos, The West Wing en Mad Men zich zelfs in zo’n grote markt als de Verenigde Staten kan handhaven. Er is immers inmiddels zo’n enorm aanbod aan gratis televisiekanalen bijgekomen en het internet brengt, al dan niet in de vorm van piraterij, zoveel producties naar de consument (zonder dat die daarvoor betaalt), dat deze vervreemd raakt van de gedachte dat voor (goede) programma’s betaald moet worden. Nu is men in Amerika al heel lang gewend om flink te betalen voor de doorgifte van een groot aantal zenders. Maar de bereidheid om steeds meer op tafel te leggen om een groeiende groep belanghebbenden – van pay-tv channel tot distributeur – tevreden te stellen, staat door al die goedkope alternatieven op de kabel en op internet wel onder druk. En diezelfde factoren zorgen ervoor dat landen waarin men niet gewend is om te betalen voor televisieprogramma’s, zoals Nederland, de introductie van een pay-tv zender wel kunnen vergeten, nog los van het feit dat het Nederlandstalige publiek dat geïnteresseerd is in hoogwaardige televisieprogramma’s weinig omvangrijk is en alleen daarom al minder interessant voor een potentiële aanbieder.
Live kijken
Het voortbestaan van een hoogwaardig televisie-aanbod hangt ook nog van iets anders af. De televisie is een ‘sociaal medium’, dat in staat is een massapubliek op de been te brengen voor één programma. Het programmeerbeleid van de op brede publieksgroepen gerichte tv-zenders, die van de publieke omroep incluis, is daarop gericht. Live kijken naar de populairste programma’s is by far de meest gewilde vorm van programmaconsumptie. In de manier waarop we gebruik maken van technieken om eerder uitgezonden programma’s te bekijken (Uitzending Gemist, hard disc, internet) blijken we die vorm van consumeren te imiteren: ook dan kijken we naar de populairste programma’s. Zo worden twee of drie tegelijkertijd uitgezonden populaire programma’s binnen een etmaal bekeken en in de huiskamer of online van commentaar voorzien. Dat verschijnsel is in Nederland in 2009 nog niet zo groot, maar is wel omvangrijker aan het worden en het zal de trend die de VS op dit gebied zet ongetwijfeld volgen. Het zal de kijkcijfers voor de hoogwaardige programma’s verder onder druk zetten, terwijl die zich toch al richten op een qua omvang beperkt publiek. Dat beperkte publiek gedroeg zich in het pre-internet tijdperk al meer als doorsneekijker dan het graag voorgaf, maar sociologische en technologische veranderingen hebben het gat tussen die groep en de overige kijkers sindsdien verkleind. In een tijd waarin in veel gezinnen beide ouders werken, wordt quality time met kinderen doorgebracht in de vorm van samen kijken en hebben de kinderen een grote invloed op wat live bekeken wordt en op wat in de uren daarna zo snel mogelijk bekeken wordt. Het televisie-aanbod is in de afgelopen decennia verveelvoudigd en er valt sinds die tijd veel meer te kiezen. Desondanks zullen enkele, naar inhoud en vorm tijdgebonden, typen programma’s het kijkgedrag in toenemende mate bepalen.
Pioniers
Er zijn, kortom, weinig goede vooruitzichten op een hoogwaardig cultureel of journalistiek programma-aanbod van betekenisvolle omvang. De kijker wil er niet voor betalen en heeft er ook als het gratis is steeds minder belangstelling voor (al zal hij of zij dat niet zo gauw toegeven). De publieke omroep is te gefixeerd op marktaandelen waarmee hij de commerciële zenders naar de kroon kan steken om op dit gebied een grote prestatie te leveren. En het is zelfs de vraag of de Amerikaanse en Engelse (betaal)markten de hoogwaardige drama- en documentaire producties blijven leveren die we zo koesteren. Als we niet oppassen bevat Zomergasten over tien jaar nog slechts nostalgie naar een tijdperk waarin programma’s af en toe nog deden waarvan de pioniers van de televisie droomden: het zonder behaagziekte bieden van een venster op de wereld ter informatie, educatie, inspiratie en ja, verstrooiing. De komst van een kabinet dat vindt dat de publieke omroep het wel met een net minder afkan zal hierin geen verandering brengen. Te vrezen valt eerder dat deze maatregel – die ongetwijfeld gepaard gaat met een forse daling van het budget – het proces versnelt, tenzij hij gepaard gaat met dwingender regels dan de huidige ten aanzien van het programma-aanbod.
Prognoses ten aanzien van ons kijkgedrag in bovenstaand artikel zijn onder meer ontleend aan de special over televisie die The Economist op 29 april 2010 publiceerde. Wie meer wil weten over de huidige stand van zaken m.b.t. ‘uitgesteld kijken’ in Nederlandse huishoudens: de Jaarrapportage 2009 van SKO bevat hierover cijfers en grafieken (p. 21 en 22).
Dit artikel van Theo van Stegeren verscheen eerder in 609 nr 5, 2010, het kwartaalblad van het Mediafonds.