Online krantenarchief is óók journalistiek: drie recente uitspraken

krantenarchiefHet is inmiddels een bekend fenomeen: het ijzeren geheugen van het internet. Iemand googelt jouw naam en bij de eerste hits vindt hij een bericht over iets wat je pakweg tien jaar geleden gedaan, gezegd of geschreven hebt. Daar ben je niet blij mee. Omdat de informatie nu niet meer relevant is of – in het slechtste geval – schadelijk is voor je reputatie. Jeugdzondes kunnen je op het internet een levenlang blijven achtervolgen.

In de afgelopen jaren hebben verschillende personen geprobeerd om de door hun schadelijk geachte informatie of tenminste hun naam uit de online-archieven van diverse media verwijderd te krijgen. Zij gingen naar respectievelijk de Raad voor de Journalistiek (2006), de burgerlijke rechter (2010) en de Raad van State (2010). Tot drie keer blijkt de integriteit van het archief het zwaarst te wegen. Maar het is de vraag of dat altijd zo zal zijn. Een analyse van de drie uitspraken.

1. Raad voor de Journalistiek
In 2006 wendt meneer X zich tot de Raad voor de Journalistiek. In november 1999 en juli 2001 zijn artikelen geplaatst in het Ublad, het (inmiddels niet meer bestaande) magazine van de Universiteit Utrecht. In die artikelen wordt X – destijds student aan die universiteit – geïnterviewd. Zijn volledige naam wordt in de artikelen vermeld. De artikelen zijn op de website van het Ublad geplaatst en daar nog steeds te raadplegen.

In 2006 vraagt X aan de hoofdredacteur van het Ublad om de artikelen te verwijderen van de site of in ieder geval te anonimiseren. De hoofdredacteur van het Ublad weigert dat. “Alle artikelen uit het papieren Ublad worden al sinds jaar en dag in de week van de verschijning integraal op onze website geplaatst, niet alleen als service voor potentiële lezers die niet over het papieren blad kunnen beschikken, maar ook als archief. Zoals te doen gebruikelijk worden uit archieven geen stukken verwijderd of gewijzigd, en zijn weekblad-archieven publiek toegankelijk”.

Alvorens tot zijn uitspraak te komen raadpleegt de Raad voor de Journalistiek Henk Blanken als deskundige. De adjunct-hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden (thans zelf lid van de Raad) schrijft een advies onder de titel Moeten de media kunnen vergeten? Daarin stelt Blanken dat in deze casus drie belangen om voorrang strijden:

1. Het particuliere belang van X om niet langer hinder te ondervinden van de publicaties.
2. Het publieke belang van de integriteit van archieven.
3. Het commerciële belang van de uitgever om een intact archief te kunnen exploiteren.

De Raad laat in zijn uitspraak het publieke belang het zwaarst wegen. “De samenleving is gebaat bij goed functionerende, zo volledig mogelijke en dus betrouwbare archieven, waarvan de inhoud niet kan worden gewijzigd. Slechts in bijzondere gevallen acht de raad het denkbaar dat op dit maatschappelijk belangrijke principe – na uiterst zorgvuldige belangenafweging – een uitzondering wordt gemaakt”. In de onderhavige situatie is volgens de Raad geen sprake van een “bijzonder geval”.

2. Burgerlijke rechter
In maart 2009 ontstaat er een arbeidsconflict tussen de opleidingsdirecteur (mevrouw Y) van de faculteit Werktuigbouwkunde van de Technische Universiteit in Eindhoven en haar werkgever. Onder meer het Eindhovens Dagblad bericht daarover met vermelding van de volledige naam van mevrouw Y en met een portretfoto van haar ter illustratie van het bericht.

Wat mevrouw Y ernstig dwars zit, is dat in het bericht melding wordt gemaakt van “op non-actief stellen”, terwijl daar slechts gedurende zeer korte tijd sprake van was geweest. Zij maakte namelijk met succes bezwaar tegen deze maatregel en kreeg vervolgens “bijzonder verlof”. In haar ogen is “op non-actief gesteld worden” veel schadelijker voor haar reputatie dan “bijzonder verlof krijgen”, gezien de verschillende juridische grondslagen voor beide maatregelen. Haar arbeidsrelatie met de universiteit eindigde uiteindelijk per 1 januari 2010 met eervol ontslag.

Ook voor mevrouw Y geldt dat Google haar naam direct in verband brengt met het bericht over het arbeidsconflict in het online archief van het Eindhovens Dagblad (ED). Omdat daarin nog steeds sprake is van “op non actief stellen” vindt zij de berichtgeving van het ED een schending van haar eer, goede naam en reputatie. Het feit dat de hoofdredactie van het ED weigert het artikel te verwijderen, acht zij daarom onrechtmatig.

Ook de burgerlijke rechter – in dit geval de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam – gaat belangen afwegen. Op basis van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) weegt hij het “recht op vrijheid van nieuwsgaring” van het ED af tegen het belang van mevrouw Y om “niet in de pers te worden blootgesteld aan ongerechtvaardigde verdachtmakingen”.

De rechter acht het aannemelijk dat mevrouw Y schade ondervindt van de prominente plaats die het door haar gewraakte artikel uit het ED krijgt bij Google. Maar dat is niet voldoende om van het ED te verlangen het artikel uit het online archief te verwijderen. “Het Eindhovens Dagblad heeft terecht gesteld daar niet aan te kunnen beginnen, nu dit ertoe zou leiden dat telkens als iemand schade stelt te ondervinden van een publicatie zij haar archief zou moeten aanpassen. Het archief zou daardoor niet meer compleet zijn”.

Ook hier weegt het publieke belang van de integriteit van het krantenarchief dus zwaarder dan het belang van mevrouw Y. Overigens merkt de rechter nog wel op dat mevrouw Y zijns inziens wel had mogen vragen om aanvulling of rectificatie van het artikel.

3. Raad van State
Na de Raad voor de Journalistiek en de burgerlijke rechter heeft nu ook de Raad van State uitgesproken dat de integriteit van een online krantenarchief gerespecteerd behoort te worden. Het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen hoeft volgens de Raad van State geen gehoor te geven aan iemands verzoek om zijn achternaam uit een bericht in het online archief van de Universiteitskrant Groningen te verwijderen.

Meneer Z verleende in 2003 medewerking aan een publicatie van het Hoger Onderwijs Persbureau over een conflict dat hij destijds had met de Informatie Beheer Groep. Het artikel is in augustus 2003 gepubliceerd in een aantal hogeschool-en universiteitskranten en onder meer geplaatst in het online archief van de Universiteitskrant Groningen. In het artikel wordt meneer Z met zijn voor- en achternaam genoemd. Hij wil nu dat zijn achternaam uit het het gearchiveerde artikel wordt verwijderd. Meneer gaat voor drie ankers liggen: de Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp), de Privacyrichtlijn en artikel 8 van het EVRM.

Volgens artikel 3 van de Wbp is deze wet grotendeels niet van toepassing op “de verwerking van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke, artistieke of literaire doeleinden”. Naar de mening van de Raad van State is “de plaatsing van het krantenbericht in het online archief op de site van de Universiteitskrant aan te merken als een verwerking van persoonsgegevens voor journalistieke doeleinden”.

Maar dat ontslaat de verantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens – in dit geval het College van Bestuur van de universiteit – niet van een aantal verplichtingen uit de Wbp. De persoonsgegevens moeten “op behoorlijke en zorgvuldige wijze” worden verwerkt (artikel 6). De gegevens mogen slechts worden verwerkt indien “de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de verantwoordelijke (…), tenzij het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene, in het bijzonder het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, prevaleert” (artikel 8).

De persoonsgegevens “worden niet langer bewaard in een vorm die het mogelijk maakt betrokkene te identificeren, dan noodzakelijk is voor de verwerkelijking van de doeleinden waarvoor zij worden verzameld of vervolgens worden verwerkt” (artikel 10). En de persoonsgegevensworden slechts verwerkt “voor zo ver zij ter zake dienend en niet bovenmatig zijn” (artikel 11).

Over die hele riedel zegt de Raad van State: “Het belang van een betrouwbaar en representatief archief rechtvaardigt de verwerking van [de] persoonsgegevens [van meneer Z] in het licht van de artikelen 6,8,10 en 11 Wbp)”.

Ook het beroep van meneer Z op artikel 8 van het EVRM en op artikel 9 van de Privacyrichtlijn faalt. De Raad van State: “Gezien de beperkte aard van de mededelingen die over ‘meneer Z’ met zijn instemming in het betreffende artikel in de Universiteitskrant zijn gedaan, weegt zijn belang niet zodanig zwaar dat het zou moeten prevaleren boven de belangen van de vrijheid van meningsuiting en de betrouwbaarheid en representativiteit van het archief”.

De uitspraken op een rij
Wat leren ons deze uitspraken?

1. Het inrichten en beheren van een krantenarchief is een journalistieke activiteit. Dit valt af te leiden uit het feit dat de Raad voor de Journalistiek zich bevoegd achtte om te oordelen over de klacht van meneer X. De Raad voor de Journalistiek kan zich immers uitsluitend uitlaten over “journalistieke gedragingen”. En uit de uitspraak van de Raad van State, die dat met zoveel woorden in zijn uitspraak zegt: “De plaatsing van het krantenbericht in het online archief op de site van de Universiteitskrant is aan te merken als een verwerking van persoonsgegevens voor journalistieke doeleinden”.

2. Het zichtbaar worden van een artikel uit een krantenarchief is geen nieuwe publicatie. Dat stelt de Rechtbank Amsterdam in de zaak tegen het Eindhovens Dagblad. Dat is daar van belang, omdat het artikel later onjuist geworden informatie bevat. Indien het zichtbaar worden van dit artikel uit het archief gezien zou worden als een nieuwe publicatie, zou die nieuwe publicatie mogelijk onrechtmatig zijn, terwijl dezelfde eerste publicatie dat niet was.

3. Drie verschillende instanties laten de integriteit van een krantenarchief prevaleren boven de belangen van privacy. Zie bovenstaande uitspraken van Raad voor de Journalistiek, Rechtbank Amsterdam en de Raad van State.

4. Maar het belang van een betrouwbaar en representatief archief is niet “absoluut”. In alle drie bovengenoemde casussen wordt een belangenafweging gemaakt tussen het belang van de integriteit van een krantenarchief enerzijds, en anderzijds de privacybelangen van mensen wier namen in die archieven voorkomen. In alle drie de gevallen valt die afweging nu uit in het voordeel van de betrouwbaarheid en de representativiteit van het archief. Maar dat hoeft niet altijd zo te zijn.

Voor de Raad voor de Journalistiek is het denkbaar dat in uitzonderlijke gevallen de privacybelangen zwaarder kunnen wegen. De Rechtbank Amsterdam spreekt uit dat “onder deze omstandigheden” het Eindhovens Dagblad niet onrechtmatig handelt jegens mevrouw Y door te weigeren het artikel uit zijn archieven te verwijderen en de gevorderde aanpassingen aan zijn website aan te brengen. De Rechtbank weegt dus alle relevante omstandigheden van dit geval. Waren die anders geweest, dan had de uitspraak anders kunnen zijn.

De Raad van State noemt uitdrukkelijk de omstandigheden die ten nadele van de privacy van meneer Z hebben gewerkt: “De beperkte aard van de mededelingen die over ‘meneer Z’ met zijn instemming in de Universiteitskrant zijn gedaan.”

Het belang van een betrouwbaar en representatief krantenarchief is dus niet “absoluut”. Voorlopig is het antwoord op een verzoek tot aanpassing van een artikel in een krantenarchief: “Nee, tenzij … ” Dat “tenzij” wordt ingevuld door de omstandigheden van het concrete geval. En het lijkt er op dat er dan echt wel wat aan de hand moet zijn.

De besproken uitspraken:
X tegen het Ublad:
RvdJ 2007/67
Y tegen het Eindhovens Dablad: LJN BL5458

Z tegen Universiteitskrant Groningen: LJN
BN6172

Marnix Kreyns –

Marnix Kreyns is voormalig journalist en nu werkzaam als directiesecretaris van de Koninklijke BDU in Barneveld. Hij maakte acht jaar deel uit van de Raad voor de Journalistiek. Momenteel is hij namens de NDP lid van het bestuur van de Stichting Raad voor de Journalistiek.

Alle artikelen van Marnix Kreyns op De Nieuwe Reporter.

  • Ik denk dat we er nog niet uit zijn. Aan de ene kant hebben we te maken met een soort geschiedschrijving, vanuit dat oogpunt moet het NIET mogelijk zijn om achteraf wijzigingen aan te brengen in teksten zoals die in het verleden zijn verschenen. Anderzijds is er het probleem met eerder gedane uitspraken waar men zich achteraf niet meer in kan vinden. Wat zou het archief moeten behoren te zijn? Een weergave van dat ene moment in de tijd, of een steeds actueel gehouden ‘tijdsbeeld’? Dit laatste is niet mogelijk omdat er dan constant redacteuren bezig zullen zijn oude publicaties te actualiseren. En met het groeien van het archief zal ook het aantal redacteuren moeten toenemen.
    Ik nijg meer naar het belang van geschiedschrijving. Tenslotte moet men als men een schone lei wil houden het blazoen ongeschonden houden. En als er onflatteus wordt geschreven over iemand, of als iemand zelf een onverstandige uitlating doet, dan moet dat zo spoedig mogelijk worden gecorrigeerd, eventueel zou in een archief deze correctie moeten worden toegevoegd als een post scriptum. Het geheel verwijderen van uitlatingen en berichtgeving over personen moet toch worden voorkomen, het maakt onduidelijk waarom bepaalde beslissingen zijn genomen. Dit zou in de buurt komen van geschiedvervalsing, en om dat te voorkomen is er nu juist een archief.

  • Roos Postma

    Ik vind dat iemand niet zomaar een bericht kan laten veranderen als het later schadelijk voor zijn/ haar reputatie kan zijn. Als een bericht geschreven is, wordt het meestal nog aan de geïnterviewde laten lezen zodat er nog eventuele aanpassingen gedaan kunnen worden als bepaalde uitspraken niet correct blijken te zijn. Naar mijn mening is het belangrijk dat de geïnterviewde die kans tot inzage krijgt. Maar als dat gebeurd is en deze persoon (bijvoorbeeld mevrouw Y uit het artikel) later besluit dat het schadelijk voor haar reputatie kan zijn, is dat jammer maar helaas. Wat er in het bericht weergegeven is was op dat moment feitelijk juist en dat dit later weer is veranderd kan geen reden zijn om de berichten in het archief te veranderen. Als dat de normale gang van zaken wordt blijven redacteurs bezig met het aanpassen van het archief, want er veranderen zo vaak dingen.

  • Michelle Engelen

    Ik denk dat het goed is dat de verschillende organen die in bovenstaand artikel genoemd worden per geval een afweging maken wel belang het meeste geld. In principe zou ik zeggen dat men berichten in een archief (er vanuit gaande dat ze hier gelijk na publicatie in terecht komen) na een periode van een aantal weken niet meer kan laten aanpassen. In veel gevallen is van tevoren toegestemd met een interview en weet de persoon dat datgene wat hij/zij zegt, gebruikt kan worden, zowel voor als tegen hem/haar. Maar er zijn gevallen waarin dat niet het geval is, en deze personen moeten de mogelijkheid hebben om dit aan te passen. In de meeste gevallen zou ik net zoals de heer Van het Goor aangeeft dit enkel laten doen door een correctie aan het archief toe te voegen en niet het artikel zelf aan te passen. Het is van belang dat duidelijk blijft hoe iets begonnen is. Slechts in sommige gevallen zou ik toestemmen in aanpassing van het artikel. Zoals in het geval van het jongetje Ruben dat de vliegramp in Tripoli overleefde. Hij heeft nooit instemming kunnen geven met het feit dat De Telegraaf zijn volledige naam in het artikel gebruikte. Of hij überhaupt door had dat hij een interview gaf toen De Telegraaf hem via zijn arts te spreken kreeg, is nog maar de vraag. In zo’n geval zou hij, ook nog over een aantal jaren (juist omdat hij nu nog zo jong is) de gelegenheid moeten krijgen om dit aan te laten passen, mocht hij dit willen. Of dit nut heeft, aangezien hij wereldnieuws was en zijn naam niet snel vergeten zal worden, is een ander punt.

  • Jacqueline W.

    Bij de publicatie van een artikel of plaatsing van een interview moet altijd worden nagegaan of de informatie wel waar is en of het wenselijk is om deze naar buiten te brengen. Nu kan een artikel ten tijde van de publicatie waar zijn, maar het is ook mogelijk dat dit naar verloop van tijd verandert. Wanneer een publicatie iemand zijn leven lang negatief blijft achtervolgen en deze hoog opduikt in de zoekmachine, vind ik dat het mogelijk moet zijn om dit te wijzigen. Dan is het niet eens nodig om het artikel te schrappen, maar maak het bijvoorbeeld een anonieme bijdrage. Volledigheid van archief is belangrijk, maar niet als dit in het nadeel werkt van de persoon die de bijdrage ooit geplaatst heeft. Naar mijn mening komt dit op hetzelfde neer als een interview met schadelijke informatie toch publiceren. Natuurlijk is dit anders omdat de persoon zelf heeft ingestemd met de publicatie in bijvoorbeeld het Ublad, maar het lijkt me niet nodig dat iemand door zijn verleden achtervolgd moet worden. Stel dat iemand ooit radicale ideeën heeft gehad maar na jaren zijn leven gebeterd heeft. De nieuwe media geven deze persoon niet de gelegenheid om het verleden los te laten, waardoor niet erkend wordt dat de persoon zijn leven heeft gebeterd.
    Aan de andere kant is er de objectieve nieuwsvoorziening. Wanneer een artikel van jaren terug wordt gewijzigd, is dit manipulatie van de feiten. Ik snap ook wel dat het niet wenselijk is als zaken in een archief gewijzigd worden en als men er eenmaal aan begint is het einde zoek. Maar toch, dat iemand ooit een bijdrage levert aan een blad wil niet zeggen dat die persoon daar jaren later nog mee geconfronteerd wil worden, daar wordt op zo’n moment waarschijnlijk ook niet bij stilgestaan. Anonimisering van de stukken lijkt me daarom de beste oplossing.

  • Mirjam Remie

    Is het moreel aanvaardbaar dat eerder gepubliceerde artikelen in online archieven worden geplaatst, waardoor bepaalde personen schade ondervinden? Het publieke belang van goed gearchiveerde websites botst hier met het particuliere belang van privacy. De rechter en de Raad kiezen in bovenstaande gevallen steeds voor het publieke belang.

    De websites publiceren niet opnieuw, maar hebben wel hun verantwoordelijkheid. De afweging tussen belangen wordt per concreet geval opnieuw gemaakt. Ik weet niet in welke gevallen de rechter en de Raad wél het belang van privacy boven het algemene belang zouden stellen. Slechts in uitzonderlijke gevallen mag het recht op privacy boven de vrijheid van meningsuiting worden verkozen.

    Ook papieren publicaties kunnen immers worden teruggevonden. Voor burgers is het van belang dat dit op internet sneller kan gebeuren. Dat maakt het makkelijker dingen op te zoeken, maar op een andere manier is het niet onmogelijk. Dat Google woorden aan personen linkt, is een kenmerk van de moderne tijd. De archieven hebben hierin wel een verantwoordelijkheid maar die mag slechts in uitzonderlijke gevallen gelden boven hun maatschappelijke belang.

  • Carolien Jonker

    Bij het maken van een afweging of een publicatie aangepast moet worden, zijn er drie overwegingen belangrijk, zo wordt gesteld in het artikel:
    1. Het particuliere belang van X om niet langer hinder te ondervinden van de publicaties.
    2. Het publieke belang van de integriteit van archieven.
    3. Het commerciële belang van de uitgever om een intact archief te kunnen exploiteren.
    In bovenstaande gevallen moet er een afweging gemaakt worden tussen deze belangen. In de journalistiek is het algemeen belang altijd het belangrijkst, die staat op één. Voor mij komt daarna het belang van de particulier en als laatste het commerciele belang. Daarom vind ik het ook goed dat een artikel in principe niet meer wordt gecorrigeerd nadat het is goedgekeurd door de geinterviewde en is gepubliceerd. Wanneer het principe van hoor en wederhoor is toegepast, kan de geinterviewde niets meer veranderen aan het artikel, anders kun je wel door blijven gaan. En waar trek je dan de grens? Ook al is de geinterviewde inmiddels van mening veranderd, dan nog is het beter wanneer het artikel niet veranderd wordt. Het kan namelijk nog steeds van belang zijn voor het publiek, bijvoorbeeld als je onderzoek wilt gaan doen.

    Het is natuurlijk wel erg vervelend als je hinder ondervindt van een publicatie. Je ideeen kunnen veranderen en uitspraken waar je eerst achter stond, zul je nu niet meer in de mond nemen. Enerzijds is het je ‘eigen schuld’, want jij hebt ingestemd met het interview terwijl je wist dat het in het archief terecht zou komen. Als je eenmaal hebt ingestemd met wat erin staat, kun je niet meer terug. Je moet dan maar wat voorzichtiger zijn met wat je zegt. Aan de andere kant vind ik dat je als journalist ook sympathie moet hebben voor de geinterviewde. Als er uitspraken in het interview staat die echt schadelijk zijn voor de geinterviewde dan kun je op z’n minst onder het artikel vermelden dat de geinterviewde het nu niet meer eens is met zijn/haar eigen uitspraken. Als het artikel er niet door wordt aangetast, zou je in sommige gevallen ook kunnen overwegen de naam van de geinterviewde weg te laten. Maar dat kan niet in alle gevallen.

    Het is dus een lastige overweging waarbij zowel interviewer als geinterviewde elkaar tegemoet moeten komen. De geinterviewde moet begrijpen dat het belang van het publiek op nummer 1 staat in de journalistiek en de interviewer moet begrip tonen voor de gevolgen voor het prive-leven van de geinterviewde. Het credo: ‘publish and be damned’ is wel van toepassing, maar als journalist moet je je verantwoordelijk voor de gevolgen niet ontlopen vind ik. Daarom moet er gezocht worden naar een passende oplossingen waarin beide partijen zich kunnen vinden, waardoor het publieke en het prive belang zo min mogelijk worden geschonden.

  • Alvin

    Tussen een archief en een internet archief bestaat een fundamenteel verschil, in een internet archief kan men met één muisklik tot het einde der tijden heel eenvoudig teruggevonden worden. Journalisten zouden daar niet zo makkelijk overheen moeten stappen laat staan dat staatsraden dat zouden moeten doen.

    Waarbij ik signaleer dat de voorzieningenrechter in Amsterdam Volkert van der Graaf het recht heeft toegekend op anonimisering (Zie: LJN: BD3057, r.o. 5.10). Ten aanzien van de werkelijk grenzeloze hypocrisie van de Raad voor de Journalistiek op dit gebied wijs ik graag op het verschil in de uitspraken over de ‘Utrechtse student’, hierboven besproken, en de veroordeelde serieverkrachter Johan Stellingwerf. (Zie rvdj.nl/2007/11).

    Het gaat er niet om of een artikel onjuistheden bevat. Het gaat erom dat de betrokkene recht heeft op bescherming van zijn persoonsgegevens. Eisen dat een artikel uit een archief moet worden verwijderd is absurd en terecht een onbegaanbare weg.

    Maar waarom zou een achternaam niet verwijderd kunnen worden of het internet archief afgeschermd voor zoekmachines?

  • Christian de Bruijn

    Laat ik beginnen met te zeggen: Als iedere schrijver, journalist, publicist of wie dan ook de pen ter hand heeft genomen, de archiefhouder gaat verzoeken zijn of haar werk te wijzigen of zelfs te verwijderen, dan is het einde zoek.

    Als je een stuk schrijft ter publicatie stem je letterlijk in met het feit dat het gepubliceerd wordt. Toen je op 16-jarige leeftijd het stuk schreef. Maar ook 30 jaar later, nu je volwassen bent. Je hebt op dat moment ingestemt met de juistheid van de gegevens en toestemming gegeven tot puclicatie. Zo niet, dan was er op dat moment wel actie ondernomen.

    Het feit dat je nu misschien anders over de ‘dingen’ denkt wil niet zeggen dat het geschrevene gelijk gerectificeerd danwel helemaal verwijderd dient te worden. Het is zelfs zo dat als je vroeger anders dacht over de dingen dan nu, er een interessant verhaal van te maken valt waarom dat zo is.

    Archieven als de hierboven staande beschreven, staan garant voor de transparantie van de personen en hun werk. Wil je geloofwaardig overkomen zul je ook eerlijk uit moeten komen voor dingen die je vroeger gedaan hebt, ook al heb je daar nu misschien spijt van.

  • Er zijn inmiddels ook uitspraken gewezen in twee bodemprocedures waarin dit aan de orde kwam. Zaken tussen Luzac en resp. de Volkskrant en VPRO. Die horen zeker in dit ritje. Met zelfde uitkomst. Zie:

    http://www.mediareport.nl/persrecht/01042010/concept-vkluzac/nl/

  • Pingback: Met verdwijnen Vkblogs miskent de Volkskrant het belang van online archieven « De nieuwe reporter()

  • Hier een voorbeeld waarbij de rechter wel oordeelt dat het archief opgeschoond moet worden: Spitsnieuws wordt bevolen om de betiteling van PVV’er Sharpe als ‘pornobaron’ uit het archief te halen.
    Zie http://blog.iusmentis.com/2011/05/25/spitsnieuws-mag-ex-kamerlid-niet-langer-pornobaron-noemen/