Begin november opperde Femke Halsema om ruwe, ongemonteerde interviews op internet te publiceren. Goed voor de journalist en goed voor de geïnterviewde, zo meende ze. Maar wat vinden de Nederlandse hoofdredacteuren van dat voorstel? Gaan ze het doen? Richard Funnekotter zocht het uit voor De Nieuwe Reporter.
Het is een probleem waar elke journalist die met enige regelmaat interviews houdt wel eens tegenaan loopt: de geïnterviewde krijgt het stuk voor publicatie onder ogen en is niet bepaald tevreden. “Dat heb ik helemaal niet gezegd!” “Die uitspraak heb je verkeerd geïnterpreteerd!” “Dat heb ik wel gezegd, maar in een hele andere context!”
Een typerend voorbeeld vond twee weken geleden plaats. Richard de Mos, Tweede Kamerlid van de PVV heeft een interview met journalistiekstudent Yoeri Vugts. De Mos vertelt hem dat hij in het verleden schooldirecteur is geweest. Daar ontstaat rumoer over in de media, omdat blijkt dat De Mos nooit directeur van enige school is geweest. Vervolgens ontkent hij dat hij ooit zou hebben beweerd dat hij schooldirecteur is geweest. De oplossing blijkt vrij simpel. Vugts had het interview op video opgenomen, en kon aan de hand van dit beeldmateriaal aantonen dat de Mos zich zelf wel degelijk schooldirecteur had genoemd.
Kladblok
Maar de meeste journalisten leggen de door hen afgenomen interviews nooit vast op video. Zeker voor journalisten van de gedrukte media is dat hoogst ongebruikelijk. Die gebruiken hooguit een dictafoon of memorecorder. Maar soms ook dat niet. Dan voldoet een kladblok en een snel meeschrijvende hand.
Als in het laatste geval onenigheid ontstaat tussen journalist en geïnterviewde, is er weinig om op terug te vallen. Als er video- of audio-opnames zijn, dan kunnen die het pleit snel beslechten, zoals het geval was bij Richard de Mos.
Interviews op internet
Maar waarom eigenlijk niet gewoon altijd dat materiaal publiceren op de website van het medium, zo vroeg Groen Links-fractievoorzitter Femke Halsema zich af in de toespraak die zij begin november hield ter ere van het vijftigjarige jubileum van de Raad voor de Journalistiek.
Ze opperde het volgende:
“Wellicht zou het overweging verdienen om ruwe, ongemonteerde of ingekorte interviews op internet te gaan plaatsen. De journalist weet zich dan beschermd tegen draaiende geïnterviewden die later ontkennen dat zij zich vergaloppeerd hebben, terwijl de geïnterviewde zijn autorisatiedrang makkelijker kan intomen. Mocht een interview een conflict opleveren tussen interviewer en geïnterviewde dan kan het publiek zelf controleren wie er gelijk heeft.”
Het lijkt een voor de hand liggend idee. Het voordeel voor journalisten is dat het de autorisatiedrang van geïnterviewden, een aandoening waar vooral politici aan lijden, kan indammen. Bovendien zal de strijd tussen journalist en geïnterviewde bij een eventueel conflict snel beslecht zijn: de lezer, kijker of luisteraar kan zelf op internet zien wie er gelijk heeft.
Goed idee of niet?
Je zou zeggen, waarom doen redacties dat niet al lang? Misschien nooit aan gedacht? Wellicht heeft Halsema ze op een goed idee gebracht en gaan ze het nu doen? Om dit uit te zoeken stelde De Nieuwe Reporter een korte enquête op en stuurde deze naar 35 Nederlandse hoofdredacteuren van kranten, tijdschriften, televisie en radio.
Veertien hoofdredacteuren werkten mee aan de enquête. Wij vroegen ze om te beginnen wat zij van het idee vinden. Zoals hierboven te zien is, zijn de meningen verdeeld. De helft vindt het een goed idee en de andere helft vindt het een slecht idee. Met de aantekening dat de meeste hoofdredacteuren die het een goed idee vinden, er bij zeggen dat het een onuitvoerbaar plan is. De uitgesproken voorstanders zijn ruim in de minderheid. Een van de voorstanders, Willem Schouten van dagblad Sp!ts, benadrukt de voordelen voor journalisten: “Transparantie is altijd het beste. Bovendien is het meestal zo dat geïnterviewden terugkrabbelen, dus voor de journalistiek is hier het nodige te winnen.”
Ondanks het feit dat de helft van de ondervraagden tot op zekere hoogte wel gecharmeerd lijkt te zijn van het idee, staat niemand te trappelen om het daadwerkelijk door te voeren. Geen van de hoofdredacteuren antwoordde er zeker mee aan de slag te gaan.
Veel van de hoofdredacteuren zien simpelweg onoverkomelijke praktische bezwaren. Carel Kuyl van Nieuwsuur meent dat het niet erg zinnig is om elk interview op internet te zetten: “Bij Nieuwsuur gebeurt het in voorkomende gevallen. Overigens bestaat de mogelijkheid altijd als de geïnterviewde achteraf bezwaar maakt. Het is ondoenlijk en weinig zinvol om dat bij elk interview te doen, daarvan zijn er soms tientallen per week die worden verwerkt in reportages. Een aantal met een enkele quote. Dus hierin zou je moeten selecteren.”
Geld
Boudewijn Geels, chef redactie van HP/De Tijd, is eveneens van mening dat de redactie er simpelweg geen tijd voor heeft: “Het is praktisch gezien onuitvoerbaar. Of je zou extra secretaresses moeten aannemen die de interviews tot in detail uitwerken. Als journalist zou ik dat heerlijk vinden, scheelt me een hoop werk. Maar helaas, er is geen geld voor. Zéker niet anno 2010.”
Over geld gesproken, een hoofdredacteur ziet er wel brood in om er een slaatje uit te slaan. In zijn ogen is de volledige versie van een interview premium content die in een betaalmodule zou moeten vallen.
En dan is er nog de meerderheid die überhaupt niks in het idee van Halsema ziet, om uiteenlopende redenen. Sommige hoofdredacteuren menen dat het publiek er geen belangstelling voor heeft. Andere denken dat geïnterviewden niet vrijuit zullen spreken als ze weten dat hun teksten integraal op internet zullen verschijnen. Een enkeling meent dat de interviewers zich gehinderd kunnen voelen als ze weten dat hun gesprek later publiek gemaakt zal worden, en zullen daardoor wellicht bepaalde vragen niet durven stellen.
Ook oppert een hoofdredacteur dat het nergens voor nodig is om per definitie alle interviews in totaliteit online te zetten. “Mocht er achteraf toch gedoe ontstaan, dan kun je volstaan met publicatie van de omstreden fragmenten of aantekeningen.”
Kladversies van speeches
Kees van den Bosch van radio-programma Argos is heel pertinent in zijn afwijzing van het voorstel van Halsema: “Het voorstel van Femke Halsema is een slechte oplossing voor geen probleem. Ik kan me niet herinneren dat we bij Argos ooit een hoogoplopend conflict hebben gehad omdat mensen zich verkeerd geciteerd meenden. Daarnaast, het materiaal dat niet in de uitzending zit willen wij niet uitzenden. Anders hadden we het wel in de uitzending gestopt. Ik vraag me af of we voortaan ook alle kladversies en weggestreepte adviezen voor de speeches van Halsema op de site van GroenLinks kunnen vinden.”
Dan is er nog dit. Er is geen reden om aan te nemen dat Femke Halsema dit niet oprecht een goed idee vindt, en het graag doorgevoerd zou zien binnen de Nederlandse journalistiek. Het is echter de vraag of de rest van politiek Nederland hier op zit te wachten. Ja, als politici verkeerd of uit context geciteerd zouden worden, zou er een mogelijkheid zijn om hun definitieve gelijk te halen. Maar als een geïnterviewde iets zegt waar hij of zij later spijt van krijgt zal er geen manier meer zijn om dit te ‘spinnen’. Zie het eerder genoemde voorbeeld van PVV’er Ricard de Mos.
Een van de hoofdredacteuren uitte in de enquete dezelfde twijfels: “Ik vermoed dat geïnterviewden er niet aan willen meewerken of alleen na autorisatie van het transcript. Dat lijkt me een hoop gedoe voor lappen tekst met vele oninteressante passages en ontzettend veel eh… ah… ja… nou…”
De conclusie is duidelijk: interviews standaard integraal online publiceren gaat, ondanks het feit dat het er op het eerste gezicht uitziet als een goed idee, niet gebeuren. Het is echter wel interessant om op te merken dat in geval van conflict een aantal hoofdredacteuren het nut er wel van in ziet. En dat is op zijn minst een aardig compromis te noemen.
10 reacties