Joris Luyendijk in de wondere wereld van Nieuwspoort

je hebt het niet van mij maar Joris Luyendijk kennen we vooral van Het zijn net mensen, het boek dat hij schreef na een verblijf van enkele jaren in het Midden-Oosten als correspondent voor diverse media. Vandaag verschijnt opnieuw een boek van zijn hand, dit maal geschreven na een verblijf van een maand op het Binnenhof. Namens De Nieuwe Reporter werd het boek gelezen door Kees Boonman, veteraan onder de politieke verslaggevers die dag in dag uit op het Binnenhof bivakkeren.

Nooit geweten dat ’s avonds laat – zo lees ik in een boek van Joris Luyendijk – aan de bar in de sociëteit Nieuwspoort dronken leden elkaar “weleens” onder de gordel staan te betasten. Erger nog, de obers daar, kunnen dat goed zien. Als je denkt dat ze met een “pokerface de glazen polieren”, gluren ze ongegeneerd naar het non-verbale intermenselijk contact van de poorters, want zo heten de leden van de sociëteit.

Er gebeuren daar wel meer rare dingen in de bar van het perscentrum Nieuwspoort. Zo kun je “als een kleine jongen” worden “afgestoft”. Dat is zoiets als afgewezen worden door een gast die geen zin heeft met je te praten.

Wat ook veel gebeurt, is “tafeltjes beloeren waar onverwachte combinaties van mensen zitten”. Luyendijk tekent, wat dit “gezelschapsspel” betreft, nog een advies op van columnist Ronald Giphart: “Als je hier iets wilt weten, ga dan pontificaal met een omstreden persoon aan een tafeltje zitten. Dan komen zijn vijanden daarna allemaal naar je toe: Wat heeft-ie gezegd? Dat moet je niet geloven, man! Zal ik je vertellen hoe het echt zit?”

Het is wel duidelijk. Als je al geen lid bent van Nieuwspoort, dan wil je dat zo snel mogelijk worden. Want hier gebeurt het, this is the place to be .

Je hebt het niet van mij, maar…
Joris Luyendijk kreeg van Nieuwspoort de mogelijkheid een maand lang op het Binnenhof te bivakkeren. Het resultaat is het boek(je) Je hebt het niet van mij, maar…, dat is verschenen ter gelegenheid van de jaarlijkse Kees Lunshoflezing.

Joris Luyendijk is altijd een beetje moeilijk te positioneren. Hij is journalist, maar het lijkt alsof hij liever niet bij deze beroepsgroep wil worden ingedeeld. In een interview met de Volkskrant zegt hij zelfs het woord journalist uit zijn cv te willen schrappen. Hij geeft er, zo lees ik, de voorkeur aan praatjesmaker genoemd te worden.

Een maand lang is hij Nieuwspoort-rapporteur geweest. Een initiatief van het perscentrum(sociëteit) Nieuwspoort dat ontstond na het overlijden van de politieke journalist en oud-Nieuwspoortvoorzitter Kees Lunshof in 2007. Jaarlijks wordt er een kortstondig onderzoek gedaan naar het politiek-publicitaire complex. Vorige jaar waren de rapporteurs Herman van Gunsteren en Cox Habbema .

Gespeelde verwondering
Luyendijk heeft antropologie gestudeerd en met die bril op stortte hij zich op de politieke enclave die het Binnenhof heet. In zijn boek lijkt hij verwonderd en soms ook geschokt over de samenscholing van politici, lobbyisten, voorlichters en journalisten. Die verwondering is deels ook gespeeld, want Luyendijk weet natuurlijk dondersgoed hoe het spel wordt gespeeld. Het eerlijkst is hij dan ook in zijn nawoord. Hij wijst er op dat zijn rapportage, die vooral gericht is op de sociëteit (bar en restaurant) , gezien moet worden als een “schets van een sneltekenaar”.

De schets is niet opzienbarend. Er is de laatste jaren vaak en veel geschreven over – zoals Luyendijk het noemt – de verstrengeling tussen politiek en journalistiek. Jean Pierre Geelen schreef ooit over Het Haagse Huwelijk . En over hoe de politiek de pers er onder probeert te krijgen publiceerde Frits Bloemendaal De Communicatieoorlog. En dat is nog maar een willekeurige greep. De bibliotheek in de Tweede Kamer ligt vol met publicaties over het Haagse kluitjesvoetbal, de incidentenjournalistiek, de hypes en de kaasstolp.

Toch is het elke keer weer confronterend als iemand constateert dat er een – misschien wel – ongezonde of op z’n minst bedenkelijke (journalistieke) sfeer hangt boven het Binnenhof. En daarom is het goed dat er op de stapel weer een nieuw boek ligt.

Het lijkt er op dat Luyendijk vooral wil beweren dat de vier ‘stammen’ – journalisten, voorlichters, lobbyisten en politici – het erg goed met elkaar kunnen vinden (“In Den Haag schijnt iedereen het met elkaar te doen”) . Ter ondersteuning van deze waarneming citeert hij een NOS-collega: “Op straat groet je alleen de mensen die je kent. Hier groet op de gang iedereen elkaar.”

Verontwaardiging over de Nieuwspoortcode
Bijna verontwaardigd doet Luyendijk over de Nieuwspoortcode, die verder reikt dan Nieuwspoort alleen. Toegegeven, ik ben vaak meegereisd met ministers en zelfs in het vliegtuig werd door de meereizende voorlichter gezegd dat tijdens de vlucht de Nieuwspoortcode geldt.

Nu kun je daar heel geheimzinnig over doen, maar het is gewoon een afspraak tussen de verschillende partijen om vrij te kunnen praten met elkaar zonder dat het gezegde met naam en toenaam meteen openbaar wordt. Daar is niks op tegen.

Er gaat in het boek alleen de suggestie vanuit dat het allemaal handjeklap is. Ik zou net zo goed kunnen zeggen dat die code flauwekul is. Onthouden doe je als journalist altijd. Wat je waar ook hoort, kan altijd wel een keer van pas komen. Ook als je de bron niet direct kunt vermelden. Dat weten alle spelers op het veld. Anders gezegd, binnen de enclave gelden regels maar je moet altijd beseffen dat het vertrouwen over en weer betrekkelijk is. En dat ‘feind hört mit’. Wie dat niet begrijpt, heeft pech gehad.

Voor wat, hoort wat, suggereert Luyendijk. Met andere woorden, een primeur – een nieuwtje – wordt nooit zomaar gegeven. Als je dat weet is er niks aan de hand, als je maar in de gaten houdt wát je teruggeeft. Iedereen in de politiek, of dat nu in Brussel, Westminster of rond het Binnenhof is, weet en moet weten wie welke rol speelt.

Barrages in de politieke journalistiek
Het is waar dat de druk van voorlichters, spindocters en lobbyisten op journalisten groot is. Voorlichters zijn steeds vaker hinderlijk te nemen barrages in de politieke journalistiek. Wat dat betreft had Luyendijk nog wel langer onderzoek mogen doen.

Het is waar dat politieke redacties dikwijls gedwongen worden concessies te doen. Dat is bedenkelijk. Het vereist een rechte rug en het vraagt om meer openheid hierover.
Een fractievoorzitter gaat niet in een programma zitten tegenover een vice-fractievoorzitter van een andere partij. Fractievoorzitters zitten tegenover fractievoorzitters. Soms wil iemand wel met de een en niet met de ander aan tafel zitten in een uitzending. Daarover wordt onderhandeld.

Daarentegen verbaast het weer wel dat sommige politici bereid zijn tegenover elke gek te zitten als het maar in een programma is met hoge kijkcijfers en met een hoge status. Er moet wat te winnen zijn voor een politicus. Toen Wouter Bos enkele keren alleen bij Pauw en Witteman zat, eiste Jan Peter Balkenende dezelfde behandeling van de redactie.

Als we allemaal de eed van trouw aan de hoogste journalistieke normen en waarden zouden afleggen, zagen we waarschijnlijk helemaal nooit meer een politicus in beeld.

Schreeuwen om aandacht
Soms zijn politici als was, willen ze graag , doen ze alles en schreeuwen ze om aandacht. Rita Verdonk liep toen de peilingen hoog waren met haar neus in de wind en gunde alleen de journalisten van kranten met hoge oplages en programma’s met hoge kijk- en luistercijfers een blik waardig. Toen de peilingen daalden namen de contactuele eigenschappen plots enorm toe. Zelfs de redacteur van een dorpskrant werd hartelijk begroet.

De spelers op het veld moeten zich bewust zijn van hun macht en onmacht. Wie valt voor verleidingen , in welke zin dan ook, valt uiteindelijk door de mand. Als iemand je binnen de politieke enclave iets in vertrouwen vertelt, dan weet de verteller precies tegen wie iets wordt gezegd. Ikzelf denk trouwens altijd dat als ze het mij in vertrouwen vertellen dat dan inmiddels iedereen het al wel in ‘vertrouwen’ is verteld. Maar dat terzijde.

Als het echt geheim is, vertel je het niet door. Ook niet als je er bij zegt: Nieuwspoortcode. Samengevat, de Nieuwspoortcode is een omgangscode waar je niet te opgewonden over moet doen.

Anonieme quotes
Bovendien, ook Luyendijk heeft zich zonder morren aan de code gehouden. De meeste quotes in zijn boek zijn anoniem en de sterkste verhalen zijn zonder bron. Belangrijk is dat Luyendijk op enig moment vaststelt dat journalisten soms geïntimideerd worden door voorlichters en politici. Terecht betreurt hij dat niemand dat naar buiten brengt.

Inderdaad, ik zou weleens willen weten hoeveel politieke redacties ‘straf’ hebben gekregen omdat de berichtgeving een politicus of een partij niet beviel. Ik spreek uit eigen ervaring en heb het ook eerder opgeschreven. Ooit kreeg Netwerk (KRO) – waar ik hoofdredacteur was – straf van Balkenende. Het werd verwoord door Jack de Vries. Een interview met de premier zat er gedurende een half jaar niet in omdat de berichtgeving over het CDA en de premier betrokkene niet aanstond. Over de Netwerk-edities van de andere omroepverenigingen waren overigens geen klachten. Na verloop van tijd ging het signaal weer op groen.

De Nieuwspoortmentaliteit
Zorgelijk is het daar waar Luyendijk schrijft over de Nieuwspoortmentaliteit: over de scheiding, zoals hij het noemt, tussen insiders en outsiders. Journalisten zijn er natuurlijk voor om tussen die twee partijen een brug te slaan. Maar ik geef toe, af en toe in Nieuwspoort alleen tussen insiders moet mogen. Als het maar niet ontaardt in ‘eigen volk eerst’.

Terecht constateert de schrijver dat er weinig nieuwe Nederlanders in Nieuwspoort zijn te vinden – behalve in de keuken . Evenmin zijn er te weinig vrouwelijke politieke verslaggevers. Dat laatste vereist een aparte studie, want zomaar zeggen dat er sprake is van een glazen plafond gaat mij zo langzamerhand te ver. Misschien moet gewoon worden vastgesteld dat het rolpatroon en de wil om niet te laat thuis te zijn, van meer doorslaggevende betekenis is dan de aanwezigheid van een of ander plafond.

Het is een beetje gezeur van Luyendijk zo nadrukkelijk te betreuren dat het Nieuwspoortbestuur niet bereidwillig is geweest alle gegevens van de leden (poorters) prijs te geven. Alsof dat deze ‘intransparantie’ het functioneren en het aanzien van de enclave in Den Haag schaadt. Ik moet er niet aan denken dat al mijn gegevens op straat liggen. Nu al word ik ongevraagd belaagd met onaangename mails variërend van vuige taal tot bijna doodsbedreigingen. Korting op afweergeschut en plakkaten voor de voorgevel met daarop ‘No Pasaran’ zou eerder bepleit moeten worden…

Ontdekkingen van een vreemdeling
Hoe je de observaties van Luyendijk ook beoordeelt en hoe je zijn ontdekkingen ook weegt, het is altijd leuk te lezen hoe een betrekkelijke vreemdeling de ‘eigen’ club beschrijft. Natuurlijk, er is reden voor zorg, de druk waaronder de pers staat is groot, de verschuiving van informatie naar politiek infotainement in Den Haag is zorgelijk .

Luyendijk prijst Rutger Castricum omdat hij insider-nieuws naar buiten brengt. Dat is te veel eer. Pownews maakt soms nieuws, dat valt niet ontkennen. En het roept verbazing op waarom de traditionele pers dat liet liggen. Maar nieuws maken is niet het doel van Pownews. Keten is het doel. En politici doen er aan mee, omdat ze bang zijn te worden ‘afgezeken’. En ook dat is een aparte studie waard.

Kortom, leuk om te lezen, uiteindelijk minder onthullend dan het lijkt en geschreven door een eerlijke Joris Luyendijk. Want in zijn nawoord schrijft hij regelmatig verschillende petten op te hebben. Hij moet soms dagvoorzitter zijn in opdracht van de een of ander. “Dat is nuttig”, schrijft hij. Dat zal zo zijn, maar het is beter 24 uur per dag journalist te zijn. Financieel lukt dat niet iedereen. Het is een les voor veel collega’s in elk geval toe te geven dat je soms een dubbele pet op hebt.

Joris Luyendijk: Je hebt het niet van mij, maar… Een maand aan het Binnenhof. Uitgeverij Podium, 2010. Prijs: 12,50 euro. 112 pagina’s. ISBN 9789057594250.

Kees Boonman

Kees Boonman is politiek journalist. Hij is presentator van het politieke radioprogramma Tros Kamerbreed (elke zaterdagochtend op Radio 1), politiek commentator bij EenVandaag, docent bij de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media van de Universiteit Leiden, en politiek columnist bij HP/De Tijd. Hij was voorheen hoofdredacteur van Netwerk en politiek verslaggever bij het NOS Journaal en de VARA.

Alle artikelen van Kees Boonman op De Nieuwe Reporter.

  • http://www.cronecommunicatie.nl Kees Crone

    Goede recensie van Kees Boonman. Zo goed, dat het boek niet meer hoeft te worden aangeschaft.

  • Jeroen

    Maar waarom wordt Peter Middendorp nergens genoemd? Hij doet al drie jaar lang precies wat Luyendijk heeft gedaan: als een buitenstaander het Binnenhof bekijken. Met vergelijkbare, en nog veel meer conclusies, dan Luyendijk.

  • Thijs

    @Jeroen…wellicht omdat Peter geen antropologische achtergrond heeft? Luyendijk’s werken gaan bovenal om mechanieken voor analyses, die in dit geval reflectief toegepast worden op een sociale organisatie die juist zo vanzelfsprekend is. Vanzelfsprekendheid deconstrueren als een semi-buitenstaander; het kan de lezer een nieuwe uitnodiging geven om niet per se bevooroordeeld naar bestaande maatschappelijke structuren te kijken. Peter is zelf een insider, een stamlid, en dus zullen zijn analyses en conclusies, helaas, opgaan in vanzelfsprekendheid; kennis wordt dan niet waargenomen door mensen die ‘tegenstanders’ of afstandelijk zijn, noch door insiders die het allemaal allang weten. Dat insiders ageren tegen Luyendijk’s a-revolutionaire inzichten, is juist de tekenende grap. Een gelukkige grap. Het toont een vanzelfsprekendheid die zodoende opnieuw zichtbaar en vatbaar wordt.

  • Richard S.

    Nou nog even doorbijten: Wat is de Missie van Joris ?
    Meer Feiten gevraagd ter voorkoming van Emoties.
    Verandering vraagt een doelgerichte actie. Dat er weinig klopt van dit circus, los van politieke voorkeuren, is evident.
    PvdA, D66 en SP zijn echt niet (veel) beter dan VVD, CDA en PVV.
    Of is het Spel toch allemaal ‘Welbegrepen Eigen Belang”?

  • Emilia

    ‘Evenmin zijn er te weinig vrouwelijke politieke verslaggevers’???
    Huh?
    U bedoelt waarschijnlijk ‘ook’? ‘Eveneens’ misschien?

  • Sonja

    Nu ik zie dat het boek hier door een collega wordt afgezeken ga ik het zeker lezen. Bedankt voor de tip!

  • Pingback: Joris Luyendijk en de draak van het Binnenhof | arnoudboer.nl

  • Pingback: De revolte komt van rechts « Vrouwke blogt

  • Pingback: De revolte komt van rechts | Nurks

  • pieke

    Hallo Joris, ik vind je boeken fantastisch en ben blij dat er iemand is die gewoon de werkelijkheid noteert en er op een menselijke wijze over schrijft.Ik bewonder je moed. We wisten wel vaagjes dat de economische belangen overal zijn binnengedrongen maar zijn deze mate, nog niet. Het bevestigt vermoedens.Ik ben zo naief te denken dat als er iets waarachtig zou(kunnen) zijn het de vrije pers is… maar die is dus in politieke domeinen en verder waarschijnlijk ook, inmiddels begraven! Ik hoop van harte dat jij doorgaat met et zijn wie je bent: Chapeau…!

  • janneke

    Ook leuk is het om dit boekje te lezen met een (lees)groep en daarna te bespreken!
    Helder taalgebruik, en goed ingedeeld.
    Ook de STEEKWOORDEN (bv. Spindokters,Focusgroep, Polderen, backbencher, speeddaten ) zijn
    erg duidelijk met voorbeelden uitgelegd!!

    Ik denk dat middelbare scholieren dit boekje ook zouden kunnen lezen+ gebruiken.