Serie: Journalistiek onderzoek onderzocht (6)
Afgelopen vrijdag vond in Amsterdam een symposium plaats naar aanleiding van een inventarisatie die de mediawetenschappers Kees Brants en Peter Vasterman hebben gemaakt van het onderzoek dat in Nederland gedaan wordt naar de journalistiek. Volgens Piet Bakker, lector aan de Hogeschool Utrecht, is er volop onderzoek, maar blijft het onzichtbaar en zit de journalistiek er helemaal niet op te wachten.
De discussie die de afgelopen dagen op DNR wordt gevoerd over journalistiek en onderzoek lijkt te suggereren dat relevant onderzoek zo goed als ontbreek terwijl de beroepsgroep zit te springen om resultaten van zulk onderzoek. Beide uitgangspunten zijn onjuist.
Volop onderzoek
Er is helemaal geen gebrek aan onderzoek. In tegendeel. Over alles wat tegenwoordig in de media en journalistiek speelt, is onderzoek beschikbaar, van universiteiten, hogescholen, onderzoeksinstituten, organisaties van uitgevers en consultancy bureaus.
De betekenis van de publieke omroep voor de meningsvorming?
Wat er gebeurt als je private investors je krant overnemen?
De gevolgen van de tabloid-switch?
De effecten van internetadvertenties op dagbladen [pdf]?
De invloed van de economie op advertentiebestedingen?
Het gebruik van digitale technieken in het zoekgedrag van journalisten?
De mogelijkheden van betaalmodellen voor nieuwssites [pdf]?
Jan Bierhoff noemt er nog een rijtje in zijn bijdrage. Het is er dus wel – maar waarom wordt het dan niet gevonden?
Onzichtbaar onderzoek
Dat komt ten eerste omdat onderzoekers zodanig werken dat onderzoek onzichtbaar blijft, het vaak zo opschrijven dat niemand er chocola van kan maken en zich nauwelijks inspannen om het werkveld van hun resultaten op de hoogte te brengen.
Alexander Pleijter stelt in zijn eerste bijdrage terloops dat het onderzoek over Journalism Studies dat de aanleiding is voor zijn bijdrage, ‘helaas’ niet te downloaden is. Het Tijdschrift voor Communicatiewetenschap biedt alleen de optie om losse nummers te bestellen of een abonnement nemen. Academische artikelen zijn overigens bijna altijd in het Engels en de prijzen zijn fors (bij de hierboven genoemde meestal $30). Wie zo’n artikel wil vinden moet overigens goed zoeken en hopen dat het abstract uitgebreid genoeg is om een aankoopbeslissing te rechtvaardigen.
Gecompliceerd
Als je zo’n artikel hebt bemachtigd, moet je niet vreemd opkijken als je je eerst door zes pagina’s Habermas en Bourdieu moet worstelen, vervolgens gecompliceerde SPSS-output voor je kiezen krijgt en als conclusie te lezen krijgt dat er meer onderzoek noodzakelijk is.
Serieus ‘fundamenteel’ academisch onderzoek verschijnt in (Engelstalige) journals en in (Engelstalige) boeken bij academische uitgevers. Dit wordt aangemoedigd door universiteiten en NWO, de belangrijkste subsidie-verstrekker voor Nederlands wetenschappelijk onderzoek. Universiteiten rekenen medewerkers af op die publicaties.
Populair wetenschappelijke uitgaven, boeken voor het onderwijs, artikelen in kranten of weekbladen, lezingen bij beroepsorganisaties etc. tellen veel minder zwaar mee bij je beoordeling. Het is mooi als je uitgenodigd wordt om een lezing te houden bij het Genootschap van Hoofdredacteuren in aanwezigheid van de koningin, maar carrièretechnisch kan je beter een boekrecensie voor het South-Patagonian Journal of Peculiar Communication schrijven.
Bloggen over onderzoek telt niet
Weinig wetenschappers doen er vervolgens iets aan om de vruchten van hun arbeid in brede kring bekend te maken. Een homepage met een CV en links naar publicaties is vaak beschikbaar maar bloggen over je onderzoek of Twitter en Facebook inzetten is echt een stap te ver. En waarom zou je ook, het telt toch niet mee.
Dat het onderzoek soms moeilijk te vinden is, dat er voor betaald moet worden en dat het ook niet altijd even toegankelijk en relevant is, zou journalisten trouwens weinig uit moeten maken. Die zijn toch zo goed in speuren en research?
Geen trek in onderzoek
Maar eigenlijk hebben dagbladuitgevers en journalisten een broertje dood aan wetenschappelijk onderzoek over hun professie – vooral als er iets in staat wat ze niet bevalt. Jarenlang hebben ze neerbuigend gedaan over onderzoek, het ging immers allemaal prima en niemand hoefde ze wat te vertellen. Wetenschap en journalistiek – het waren twee gescheiden werelden.
Dat leidt er bijvoorbeeld toe dat je op een conferentie als The Future of Journalism (elke twee jaar in Cardiff), het Etmaal van de Communicatiewetenschap, of het congres van de International Communications Association nooit een journalist ziet en op congressen van het World Editors Forum en de INMA (newsmedia marketing) bijna nooit wetenschappers tegenkomt.
Kant-en-klare recepten
Journalisten, media-managers en uitgevers willen geen onderzoek, ze willen kant-en-klare recepten om hun problemen op te lossen, tips en trucks om de lezers tot betalen voor online nieuws over te halen, een A4-tje met een werkend business model voor de website, een rapport waarin ‘bewezen’ wordt dat de publieke omroep en het internet verantwoordelijk zijn voor hun problemen. Men wil snelle en eenvoudige oplossingen voor grote problemen.
Het echte probleem is natuurlijk dat die snelle en eenvoudige oplossingen er vaak niet zijn, dat de weg naar een digitale toekomst een zeer moeizame is, dat de oorzaken die media voor hun problemen aanwijzen wel eens de onjuiste zouden kunnen zijn, dat hun strategieën niet kloppen, dat ze genoegen moeten nemen met een bescheiden rol in de toekomst.
Wetenschappers zouden beter hun best moeten doen om onderzoek zichtbaar en relevant te maken, maar media-professionals zouden beter moeten zoeken en open moeten staan voor onderzoek dat niet meteen hun gelijk bewijst of niet de snelle oplossingen biedt die men zich zo graag wenst.
Ik neem die handschoen graag op: in 2011 een conferentie over ‘stuff that works’ (voor journalisten), ofwel ‘relevant empirisch onderzoek in het kader van een vruchtbare dialoog tussen communicatiewetenschappers en beoefenaren van de journalistieke beroepspraktijk’ (voor wetenschappers).
Andere afleveringen van de serie ‘journalistiek onderzoek onderzocht’
8 reacties