Journalisten zijn afhankelijk van de mensen die hen te woord willen staan. Zonder bronnen geen verhaal.
Wat doe je dus als je, zelf journalist, ook zelf eens bron blijkt te zijn?
Juist. Je doet je verhaal, net als al die mensen die jou al die jaren hebben geholpen je werk te doen.
Ik hoefde daar niet lang over na te denken, toen voor de verandering mijn telefoon in het afgelopen najaar een paar weken met enige regelmaat bleef rinkelen. Ik heb er geen spijt van dat ik al die telefoontjes naar beste kunnen heb beantwoord. Het werd een leerzame ervaring met een ontnuchterend slotakkoord. Dieptepunt is een groot woord, maar wat ik meemaakte, vond ik bepaald geen hoogtepunt in de journalistiek.
De aanleiding
De aanleiding was de benoeming van Ben Knapen tot staatssecretaris van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Rutte, namens het CDA. Diverse media belden mij voor commentaar, omdat Knapen een belangrijke bijrol speelt in mijn boek De geldpers, over de val van het kranten- en boekenconcern PCM (zie de link aan het einde van dit verhaal). In dat boek komt hij er slecht vanaf. Waarom, leg ik nog een keer kort uit.
Klinkende staat van dienst
Na zijn studie geschiedenis werd Knapen journalist bij NRC Handelsblad. Hij maakte naam als een uiterst productieve en soepel schrijvende correspondent in Duitsland en de VS, die zowel het gewone leven in die landen als complexe kwesties van buitenlands beleid op een leesbare en toegankelijke manier aan zijn lezers kon overbrengen. Die klinkende staat van dienst leidde ertoe dat hij in 1990 hoofdredacteur werd van zijn krant. Na een relatief korte periode van zes jaar – zeker in die tijd bleven hoofdredacteuren van grote kranten heel wat langer op hun post – stapte Knapen plotseling op: hij werd directeur Communicatie bij Philips. Voor de buitenwacht kwam dat als een grote verrassing, net als voor de meeste NRC-redacteuren. Niet voor allen. Aan collega’s die hem beter kenden, zoals Sytze van der Zee en Peter van Dijk, had Ben ooit zijn diepste drijfveer toevertrouwd: geld.
Legitieme drijfveer
Tot zo ver niets aan de hand. Geld is een legitieme drijfveer, net als de behoefte van baan te veranderen. Maar Knapen hield het bij Philips precies drie jaar uit. Misschien was die periode hem zelf slecht bevallen, misschien hielpen zijn meerderen hem naar de uitgang. Wat er bij Philips precies is voorgevallen, blijft tot op de dag van vandaag mistig. Zelfs tien jaar na dato kon ik, tijdens de research voor mijn boek, nauwelijks mensen vinden die bereid of in staat waren iets te zeggen over Knapens rol bij het elektronicaconcern. Wel proefde ik iets van lichte gêne: het was toch een aardige kerel, en een briljant journalist bovendien. Over zo iemand ga je niet de vuile was buiten hangen. Ik kan de verkeerde conclusie hebben getrokken, maar dat was de indruk die ik kreeg.
Bepaald niet onomstreden
Knapen verruilde zijn directoraat bij Philips in 1999 voor een zetel in de raad van bestuur van PCM, destijds de uitgever van het AD, de Volkskrant, NRC Handelsblad, Trouw, Het Parool en een reeks regionale kranten. Zijn aanstelling was bepaald niet onomstreden. In mijn boek kon ik voor het eerst citeren uit documenten waaruit bleek dat de bestuurders van de Stichting Het Parool, de toenmalige grootaandeelhouder van PCM, niet blij waren met zijn benoeming. Bestuurders en commissarissen van PCM hadden verzuimd Knapens aanstelling van tevoren ter goedkeuring aan de stichting voor te leggen, zoals de concernstatuten vereisten. Bij PCM kreeg Knapen onder meer de verantwoordelijkheid voor de boekenuitgeverijen, die toen ook deel uitmaakten van het concern, en voor de internetdochter PIM.
Geen succes
Van beide dossiers wist hij, zacht gezegd, geen succes te maken. PIM werd na iets meer dan een jaar weer opgeheven. Wat dat kostte, heeft PCM nooit bekendgemaakt. Maar ingewijden schatten het verlies op dertig tot 35 miljoen euro. Bij de uitgeverijen smeulden tal van conflicten en problemen. Daaraan had Knapen geen schuld. Wat hem wel valt te verwijten, was dat hij de situatie op zijn beloop liet. Eind 2004 leidde dit tot een openlijk conflict met het personeel, waarvan ik verslag deed als redacteur Kunst van de Volkskrant. In die hoedanigheid interviewde ik onder meer Ben Knapen. Hij was open en charmant, maar gaf ook blijk van een onthutsend gebrek aan besef van de realiteiten die hij zelf had helpen scheppen.
‘Goede journalist, slechte manager’
Mede als gevolg van het conflict met het uitgeefpersoneel tastte PCM naast Veen, Bosch & Keuning, een boekenuitgeverij die het concern graag had willen inlijven om de ‘basisverbreding’, de doelstelling die het jarenlang vergeefs nastreefde, verder gestalte te geven. Pas toen het eigenlijk al te laat was, greep Knapen alsnog in bij PCM’s boekenuitgeverijen. Enkele maanden later trad hij af als bestuurder, op aandrang van de Britse investeerder Apax, die het inmiddels bij PCM voor het zeggen had gekregen. Bij die gelegenheid schreef ik een kort afscheidsprofiel met als kop: ‘Goede journalist, slechte manager.’ Knapen was instrumenteel geweest in de vermijdbare reputatieschade die PCM had opgelopen door de debacles bij PIM en de boekenuitgeverijen.
Een ‘hetze’ tegen de persoon Knapen
Op mijn afscheidsartikel – ‘Goede journalist, slechte manager’ – heeft Knapen nooit gereageerd. Pas veel later hoorde ik via-via dat hij vond dat dit artikel bewees dat de Volkskrant en ik een hetze tegen hem als persoon hadden gevoerd. Toen ik hem benaderde voor mijn boek, weigerde hij om die reden met mij te praten. Wel sprak hij met de twee onderzoekers, die namens de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof in 2008 de PCM-casus doorlichtten op mogelijk wanbeleid.
Hun enquête spitste zich toe op de rol van Apax in de teloorgang van PCM. Het enquêterapport getuigde van de inmiddels bekende verantwoordingsmethode-Knapen: Ben waste zijn handen in onschuld. Hij had de ellende zien aankomen, gewaarschuwd voor de gevolgen, maar zijn maningen waren door de andere betrokkenen in de wind geslagen. Aan Ben, zo moesten de lezers van het enquêterapport begrijpen, had het allemaal niet gelegen.
Een vernietigend oordeel
Het weerhield de beide enquêteurs niet van een vernietigend oordeel (zie de link aan het einde van dit verhaal) – ook over de bemoeienis van Ben Knapen. De voormalige journalist ontving bij zijn vertrek uit de raad van bestuur van PCM anderhalf miljoen euro ofwel vijf bruto jaarsalarissen – een bedrag dat de enquêteurs, mede gezien zijn magere prestaties als bestuurder, kwalificeerden als “zeer ruim bemeten”. Hun rapportage leidde ertoe dat de Ondernemingskamer in mei 2010 officieel vaststelde dat bij PCM wanbeleid was gepleegd. Een zeldzaam hard oordeel, dat ook Ben Knapen trof als voormalig bestuurder van het kranten- en boekenconcern.
Geen beletsel
Kennelijk vormde dat geen beletsel Knapen in het najaar van 2010 te benoemen tot staatssecretaris van Buitenlandse Zaken. Ik blijf dat heel raar vinden, en zei dat ook tegen radiozender BNR, Dagblad de Pers en weekblad Elsevier. Die meldden mijn reserves, en lieten het daarbij. Prima. Als zij daarnaast melding hadden gemaakt van Knapens onbestreden deskundigheid in buitenlandse politiek – hij lijkt zijn benoeming mede te danken aan een rapport dat hij schreef als lid van een adviescommissie voor dat terrein – : ook prima.
Waar het mis ging
In mijn ogen ging het pas mis toen Elsevier-redacteur Wierd Duk later opnieuw belde voor een profiel van Knapen, dat op 6 november zou verschijnen. (Dat profiel is alleen te lezen voor abonnees van Elsevier. Het laat zich niet embedden op De Nieuwe Reporter.nl.) In dat profiel stond ineens te lezen:
‘De vijanden die Knapen in de loop der jaren had gemaakt, waren hem niet vergeten toen zijn naam ineens opdook als staatssecretaris. En ze roerden zich gretig. Ze zeiden er “helemaal niks van te begrijpen” dat een man die als manager zo dramatisch mislukte – en die aan zijn mislukkingen zoveel geld wist over te houden – werd gehonoreerd met een zware en invloedrijke post in de regering.’
Met dat citaat heb ik een aantal problemen. In de eerste plaats ben ik geen ‘vijand’ van Ben Knapen. Ik heb hem credits gegeven – ‘Goede journalist’ – en gekritiseerd – ‘Slechte manager’ – waar hij dat verdiende. Het was Knapen die zich vervolgens verklaarde mijn vijand te zijn, door mij te betichten van een hetze jegens hem als persoon en door te weigeren mij te woord te staan. In de tweede plaats heb ik mij niet ‘gretig geroerd’: ik heb eenvoudig de journalisten te woord gestaan die mij belden, en hen verteld wat ik wist en wat ik ervan vond. In de derde plaats is het citaat-in-het-citaat – ‘helemaal niks van te begrijpen’ – van mij afkomstig, zonder dat ik als bron wordt genoemd.
Rancuneuze ‘vijanden’
De indruk die zo bij de lezer blijft hangen, is die van rancuneuze ‘vijanden’ die Ben Knapen, deels op basis van een anonimiteit die ik nooit heb geclaimd, zijn laatste, ultieme stap in de weg naar de top op onheuse, persoonlijke gronden misgunnen. Daarvan is geen sprake. De opgevoerde ‘vijanden’ – naast mij onder meer de oud-Parool- en NRC-redacteuren Lambiek Berends en Sytze van der Zee – plaatsten legitieme vraagtekens bij een carrière die is bezaaid met uitvoerig gedocumenteerde mislukkingen.
“Ongemeen hard en op de man gericht”
En Wierd Duk ging nog een stuk verder. Hij kwalificeerde een luchtig en geestig hoofdredactioneel commentaar in de Volkskrant, dat Knapen opriep naar aanleiding van zijn benoeming als staatssecretaris zijn ‘zeer ruim bemeten’ vertrekpremie terug te storten – “Just do it, Ben!” – als “ongemeen hard en op de man gericht”. Knapens “berekenende keuzes”, aldus Duk, “kunnen net zo goed worden uitgelegd als gezonde ambitie”. O ja? Nogmaals: op grond van het feitenmateriaal valt Knapens ambitie eerder als ongezond te betitelen, of op zijn minst als ongefundeerd.
Argumenten vóór
Terecht gaf Duk ruime aandacht aan Knapens verdiensten als deskundige op het gebied van buitenlands beleid. Die vormen een krachtig argument vóór zijn benoeming tot staatssecretaris. Daarnaast staan de argumenten tegen die benoeming: Knapens beroerde track record als manager van PCM, culminerend in een wanbeleid-oordeel. Als staatssecretaris heeft hij een grote groep ambtenaren te managen. Bovendien: hoe kan een kabinet van burgers verlangen rechterlijke uitspraken te respecteren als het die zelf aan de laars lapt?
Ping-pongjournalistiek
In een profiel als van Ben Knapen kan een serieuze journalist als Wierd Duk zich niet beperken tot wat ik in een eerder verband heb betiteld als ping-pongjournalistiek. Ping – de argumenten vóór Knapens benoeming. Pong – de argumenten tegen. Hij zal, op grond van het feitenmateriaal, moeten komen tot een eigen oordeel: wat geeft nou de doorslag, de argumenten vóór of de argumenten tegen? Knapens deskundigheid in buitenlandse politiek laten prevaleren boven zijn verleden als mismanager is een afweging die heel wel te verdedigen valt. Maar dan wel op goede gronden. Niet door serieuze kritiek op Knapen bij voorbaat verdacht te maken, als de rancuneuze uitingen van gefrustreerde ‘vijanden’.
Nawoord van Joost Ramaer: De eerst gepubliceerde versie van bovenstaand verhaal sloot af met een zin waarin het Knapen-profiel van Wierd Duk in verband werd gebracht met ‘likken naar boven en trappen naar beneden’. Dat vond ik bij nader inzien te ver gaan en ik heb het slot van het verhaal dus aangepast.
DEFINITIEF Onderzoeksrapport 121208 “>Het enquêterapport over PCM voor de Ondernemingskamer
20 reacties