
Net als het kabinet-Rutte moet het nieuwe Britse coalitiekabinet van David Cameron (Tories) en Nick Clegg (Liberal Democrats) flink bezuinigen – onder meer in de subsidies voor kunst en cultuur. Jeremy Hunt, de Conservatieve minister van Cultuur, Media en Sport, beheert een van de kleinste budgetten, maar ontpopt zich tot de fanatiekste bezuiniger. Tot zijn meest geruchtmakende slachtoffers behoort het UK Film Council, de Britse evenknie van het Nederlandse Filmfonds. Per email hief Hunt het filmfonds op. Verrassend genoeg staan sommige Britse filmmakers te juichen. Dit moedigt Hunt aan zijn volgende doelwit aan te pakken: de peperdure bureaucratie bij de BBC. Dit artikel is overgenomen uit 609 # 6, november 2010, het kwartaalblad van het Mediafonds.
Snoeien in de quango-jungle
In Groot-Brittannië woedt een vreugdevuur van quango’s, ofwel quasi-autonomous non-governmental organizations. Met het snoeien van de quangocratie hoopt de Conservatief-Liberale regering miljoenen te besparen. De obscuurste van deze autonome uitvoeringsorganisaties, zoals de Agricultural Wages Board for England and Wales en de National Joint Registry Steering Committee, zullen verdwijnen zonder dat er een haan naar kraait. Gevoeliger liggen de bezuinigingen bij de kunst- en cultuurquango’s, waarvan er zo’n 55 zijn.
Jeremy Hunt, fanatiek bezuiniger
Symbolisch was de aankondiging om de UK Film Council af te schaffen, hetgeen zorgde voor een polemiek. Volgens de ene filmmaker vormt deze organisatie de spil van de Britse filmindustrie, volgens een ander zullen de komende jaren aantonen hoe overbodig ze was. De Conservatieve minister van Cultuur, Media en Sport Jeremy Hunt heeft zich de laatste maanden opgeworpen tot de fanatiekste kostenbespaarder binnen het kabinet, maar ook degene met de kleinste begroting. Waar de meeste ministeries hun budget met eenvijfde inkrimpen, hoopt Hunt tegen de 40 procent te kunnen bezuinigingen. Om te laten zien dat het menens was, schafte hij eerst de dienstauto voor zichzelf en zijn staatssecretarissen af, wat een kwart miljoen opleverde. Vervolgens stelde hij voor zijn gehalveerde departement onder te brengen in een paar verlaten kamers op het ministerie van Financiën en pleitte hij voor een versobering van de Olympische Spelen. Tenslotte benaderde hij tweehonderd filantropen om hen te danken voor de steun aan de schone kunsten en de hoop uit te spreken dat ze nog lang geld blijven doneren, liefst nog wat meer.
Minister of Fun
Daarna verlegde de Minister of Fun, zoals een cultuurminister in Engeland wordt genoemd, zijn aandacht naar inhoudelijke zaken. Tijdens een toespraak in de Roundhouse, het Londense Paradiso, sprak hij over de liefde voor de kunsten en zei er alles aan te doen om musea gratis te houden. Na afloop zei de theaterdirecteur Alistair Spalding tegen de minister: “I am in a bit of a state of shock, because I more or less agree with everything you said.” Omdat het geld toch ergens vandaan moet komen, richt Hunt zijn pijlen op overbodige luxe, zoals een gepland bezoekerscentrum bij Stonehenge, gratis zwemmen voor bejaarden en het moderniseren van de bibliotheken.

Jeremy Hunt
Opheffing per email
Geheel in overeenstemming met het regeringsbeleid wil hij vooral af van de bureaucratie. Zo meldde hij dat het Museums, Libraries & Archives Council zal ophouden te bestaan en moet de Arts Council, de Britse Raad voor Cultuur, het voortaan doen met een gekortwiekt budget, waardoor zo’n 200 van de 850 kleinere kunstorganisaties geen subsidie meer krijgen. Wie precies, dat mag de instelling zelf invullen. Hunt’s meest omstreden besluit volgde op 24 juli. Rond half zes in de namiddag stuurde hij een email naar de baas van het UK Film Council (UKFC) met de boodschap dat diens organisatie helaas zal ophouden te bestaan.
Cultureel vlaggenschip
Tien jaar eerder was het filmfonds door de sociaaldemocratische regering opgezet als cultureel vlaggenschip. Het doel was om een Hollywood aan de Theems te creëren, een ambitie die de Britten al sinds de dagen van Alexander Korda koesteren maar die nog nooit vervuld is. De quango moest de miljoenen van de staatsloterij investeren in Britse films. De definitie daarvan was breed. Onder de hoede van het filmfonds werden onvervalst Britse producties als Vera Drake, Gosford Park en In the Loop kaskrakers. Volgens critici toonde de instelling, die het jaarlijks met vijftien miljoen pond moest doen, een voorkeur voor films die indirect toonden hoe hip en hot (of juist cool) het Engeland van Tony Blair was, zoals Bend it Like Beckham, Love Actually en Happy-Go-Lucky.
Woedende reacties
Tevens organiseerde de Film Council prijzenfestivals, waar ministers zich graag lieten fotograferen met regisseurs en actrices. Hunt’s beslissing zorgde dan ook voor woedende reacties, eerst uiteraard op Facebook en Twitter, gevolgd door een protestbrief in The Daily Telegraph, ondertekend door een reeks acteurs, van Bill Nighy tot James McAvoy. Mike Leigh vergeleek het met het afschaffen van de National Health Service. Vanuit Amerika klonken protesten van Steven Spielberg en Clint Eastwood, die in de verkeerde veronderstelling verkeerden dat met het vervallen van de UKFC ook een einde zou komen aan belastingvoordelen voor de filmindustrie. Sterker, volgens Hunt komt er door het opheffen van het filmfonds juist drie miljoen pond per jaar extra ter beschikking voor het maken van films.
Besturen boven de Balkenende-norm
Het verdelen van geld zal voortaan de taak zijn van het ministerie zelf én van het British Film Institute, dat door het schrappen van regels en procedures meer vrijheid van handelen zal krijgen. De baas aldaar is de energieke ex-BBC directeur Greg Dyke, die de Conservatieve Partij heeft geadviseerd bij de bezuinigingen in de culturele sector. Het zat Hunt vooral dwars dat meer dan een kwart van het voor films bestemde loterijgeld – en een groot deel van de winsten – op ging aan het filmfonds, zoals de salarissen van de acht bestuursleden die meer verdienden dan een gemiddelde minister. Kortom, ze zaten boven wat we in Nederland de Balkenende-norm noemen. Voorzitter John Woodward kreeg het verwijt dat hij vooral goed in effectbejag en imagobeleid is, maar geen idee heeft hoe een film ontstaat.
Een fles champagne en een felicitatiekaart
In het publieke debat kreeg Hunt lof van oude filmmakers als Michael Winner en Julian Fellowes. Laatstgenoemde schreef dat de enige steun die hij bij het maken van The Young Victoria kreeg, een fles champagne en een felicitatiekaart was. Documentairemaker Chris Atkins, wiens kritische docufilm Taking Liberties geen steun kreeg, zei dat hij geen filmmaker van onder de 35 kende die rouwde om de opheffing, terwijl de schrijver Colin McCabe de agressieve commerciële strategie van het filmfonds hekelde.
Bovendien had de quango meer te zeggen over de final cut dan regisseurs en producenten lief was. Alex Cox (Sid & Nancy) tenslotte noemde het absurd dat de Britse belastingbetaler indirect het echte Hollywood financierde omdat de definitie ‘Britse film’ zo ruim was, dat ook de verfilmingen van Harry Potter en James Bond er onder vielen, net als Hollywood-films die Londen als decor hebben, zoals Woody Allen’s Match Point.
De organisatie van onafhankelijke filmmakers benadrukte dat het loterijgeld beschikbaar blijft, maar dan via andere kanalen. Zoals gezegd, net als bij zijn andere bezuinigingen richt Hunt zich vooral op bureau- en quangocraten. Dat geldt ook bij zijn beleid tegenover de grootste van alle quango’s, de BBC, waar het management in zijn ogen teveel verdient.
Geen wildersiaanse rancune
Om de storm voor te zijn liet BBC-baas Mark Thompson, die pas op Downing Street is geweest om met premier David Cameron te praten over bezuinigingen, onlangs weten dat zijn plaatsvervanger Mark Byford vertrekt, met een gouden handdruk van één miljoen pond en een pensioenpot ter waarde van 3,7 miljoen pond. Er zullen meer managers het veld ruimen en zelf heeft Thompson afgezien van zijn jaarlijkse bonus. Hiermee hoopt hij een begin te maken met de 20 procent die de BBC moet bezuinigen, op straffe van verlaging van het kijk- en luistergeld. Dat zal nog niet meevallen gezien de macht van de vakbonden binnen het omroepbedrijf.
Hoewel veel leden van de Conservatieve Partij de BBC zo rood als een kreeft vinden, is er geen sprake van een wildersiaanse rancune tegen het publieke bestel of een ‘linkse kerk’. Sterker, Hunt wil dat de BBC zich in de geest van oprichter Sir John Reith meer op kwaliteit gaat richten, en minder rekening houdt met kijkcijfers.
Meer vrijheid voor de creatieven
Om die reden wil de bewindsman dat creatieve mensen binnen de omroep meer vrijheid van handelen krijgen, waarbij hij op steun kon rekenen van acteur Philip Glenister (alias Gene Hunt in Ashes to Ashes) die onlangs riep dat er bij de BBC teveel bureaucratische bemoeials rondlopen. Deze visie leverde de minister steun op van filmmaker Ken Loach, volgens wie de bureaucratie binnen de staatsomroep de doodsteek vormt voor creativiteit. “Television kills creativity. It is produced by a pyramid of producers, executive producers, commissioning editors, heads of department, assistant heads of department and so on, who sit on the people doing the work and stifle the life out of them. Can you believe the lunacy that goes on in these places?”
Zo hebben een linkse filmmaker en een conservatieve minister een gemeenschappelijke vijand gevonden: mensen die niet vóór de kunst maar ván de kunst leven.
Patrick van IJzendoorn is freelance correspondent in Londen, onder meer voor De Groene Amsterdammer. Van zijn avonturen in Albion doet hij ook verslag op een eigen blog, Notities uit een Gekkenhuis.