Ontbossing van het medialandschap: horror-casus Nieuw-Zeeland

609-kleur

Van ‘drie keer de Volkskrant’ naar een hutspot van nieuwe rechtse zuiltjes: de Nederlandse publieke omroep is heviger in verwarring dan ooit. Nog even, en het politieke klimaat is rijp voor afschaffing of privatisering. Wat er dan gebeurt is te zien in Nieuw-Zeeland, een land van vier miljoen inwoners in de Stille Oceaan. Met de non-commerciële televisie verdween een compleet media-ecosysteem, en jonge kijkers weten niet eens meer waarvoor de publieke omroep ooit stond. Dit artikel is overgenomen uit
609 # 6, november 2010, het kwartaalblad van het Mediafonds.

Commerciële ‘oplossing’

De publieke omroep was maar een van de slachtoffers van de schade die werd aangericht door de Nieuw-Zeelandse politici die culturele en maatschappelijke waarden uit het oog verloren, maar het heeft wel een nuttige praktijkcase opgeleverd. Het begon allemaal twee decennia terug, en de resultaten – die inmiddels door het hele medialandschap zichtbaar zijn – vormen een treurige waarschuwing voor elke overheid die begrotingstekorten denkt te kunnen bestrijden met een ondoordachte keuze voor een commerciële ‘oplossing’.

Informeren, onderrichten, onderhouden

Nieuw-Zeeland was vroeger een Britse kolonie; een van de mooiste erfenissen uit die tijd is het idee van een publieke omroep – eerst voor radio-uitzendingen en later, vanaf 1960, voor de televisie. De publieke omroep, TVNZ, bestond jarenlang uit de twee meestbekeken zenders van het land en speelde daarom ook een belangrijke culturele rol. Hoewel TVNZ niet volledig a-commercieel opereerde (reclamegelden vormden een deel van de inkomsten), streefde de omroep dezelfde doelen na als de BBC: informeren, onderrichten, onderhouden.

tvnz.png

‘Rogernomics’

We klaagden weliswaar over de reclameblokken, maar we hadden geen idee hoe ver de commercie zou gaan als de teugels zouden worden gevierd. In 1984 maakte een socialistische regering, die midden in een financiële crisis tot stand was gekomen, een extreme economische beleidskeuze, al gauw aangeduid als ‘Rogernomics’, naar Roger Douglas, de minister van Financiën. Een groep politici, economen en zakenlieden pleitte al geruime tijd voor een vorm van neoliberale politiek zoals die in Groot-Brittannië was geïntroduceerd door Margareth Thatcher en in de Verenigde Staten door Ronald Reagan. De verkiezingen en een dramatisch zwakke betalingsbalans gaven deze groep de kans om de publieke sector een ‘commerciële discipline’ op te leggen, en ze gingen zo voortvarend te werk dat er nauwelijks enig verzet georganiseerd kon worden.

State Owned Enterprise

Rogernomics werd niet alleen verkocht als een noodzakelijk antwoord op de financiële crisis, maar ook als middel om nieuwe energie vrij te maken en het land concurrerender en slagvaardiger te maken. De aanhangers van het model deelden een geloof in marktwerking als wapen tegen de vermeende decadentie in de publieke sector. Ze privatiseerden onderdelen van de verzorgingsstaat. Uiteraard verwierpen ze het idee van een van overheidswege bekostigde televisieomroep, maar ze beseften dat de publieke opinie directe privatisering in de weg stond. Ze kozen daarom voor een geleidelijke overgang, waarbij TVNZ werd omgevormd tot een overheidsbedrijf – een State Owned Enterprise (SOE). Er werden zakenmensen in het bestuur benoemd en de omroep moest zorgen dat de overheid een jaarlijkse winstuitkering tegemoet kon zien. De publieke omroeptaken werden de eerste jaren voortgezet, wat sommigen onterecht deed geloven dat de soep zo heet niet werd gegeten. Intern echter vond er een langzame maar gestage cultuuromslag plaats bij TVNZ. De managers en ‘sterren’ van de omroep schroefden hun salariseisen op en medewerkers moesten meegaan in het commerciële denken, op straffe van ontslag.

‘Race naar de afgrond’

Het televisieaanbod ontwikkelt zich sindsdien als ‘een race naar de afgrond’, zoals Paul Norris, voormalig hoofd van de nieuwsafdeling van TVNZ, het noemde in een gelijknamig artikel. Ik was zelf elf jaar lid van de Broadcasting Commission (NZ On Air, de Nieuw-Zeelandse omroepraad), dus ik maakte die neergang van nabij mee. De verworvenheden van een publieke omroep zijn de resultante van een cultuur die zich in tientallen jaren heeft ontwikkeld, maar een politicus kan veel van wat in die tijd is opgebouwd met één pennestreek om zeep helpen.

Het ecosysteem van de media

We hebben allemaal geleerd dat het medialandschap een soort ecosysteem is dat functioneert bij de gratie van ten minste vier elementen – in de eerste plaats een overheid die beseft hoe belangrijk het is om het medialandschap te beschermen, net zoals dat voor de natuurlijke omgeving geldt. Ten tweede een productiegemeenschap die zoveel mogelijk gebruik maakt van de creatieve energie van de samenleving; ten derde omroepbestuurders die verder kijken dan kortetermijngewin; en als vierde een geëngageerd publiek dat geïnformeerd en ook onderhouden wil worden.

Negatieve synergie

In Nieuw-Zeeland zien we daarentegen een soort negatief synergetisch effect. Toen de overheid de omroepbescherming ophief, verloor TVNZ het onderscheidend vermogen ten opzichte van de commerciële zenders; de meest gewetensvolle programmamakers zagen zich gedwongen de omroep de rug toe te keren (en ander werk te zoeken, zoals het maken van digitale presentaties voor musea of communicatieplatforms voor maatschappelijke groeperingen). En de kijkers die een minder populistisch aanbod zochten, keerden de publieke omroep de rug toe of ontwikkelden geleidelijk een smaak voor meer oppervlakkige kost.

De verdwijning van het concept ‘publieke omroep’

De jongste kijkersgeneratie is zich er niet van bewust dat er ook heel andere soorten televisie mogelijk zijn. Het concept van de publieke omroep is verdwenen, net als begrippen als ‘publieke dienstbaarheid’ en ‘verzorgingsstaat’. Veel oudere kijkers hebben tegenwoordig betaaltelevisie. De enige betaalzender van betekenis, SKY (gecontroleerd door News Ltd. van Rupert Murdoch), biedt themakanalen voor onder meer kunst, documentaires, geschiedenis en ook andere kanalen die voorzien in een aantal behoeftes die vroeger door de publieke omroep werden gedekt. SKY hanteert daarnaast sport als een krachtig marketinginstrument, aangezien de overheid met haar vrije-marktideologie heeft nagelaten belangrijke sportevenementen te vrijwaren van commerciële monopolisering. Vandaag de dag heeft daarom de helft van alle huishoudens in Nieuw-Zeeland een SKY-abonnement.

Betaal-tv: een slechte vervanger

Er zijn belangrijke redenen om zulke betaaltelevisie te zien als een slechte vervanger van de vrije publieke dienst die wij ooit hadden. Ten eerste is betaaltelevisie alleen beschikbaar voor degenen die het zich kunnen veroorloven. Ten tweede komt de toekomst van de televisie in Nieuw-Zeeland ermee in handen van een buitenlands mediabedrijf dat uiteindelijk alleen maximale winst als doel heeft. En ten derde: SKY
heeft vrijwel geen belangstelling getoond voor het financieren van lokale producties. Als het al lokaal materiaal uitzendt – afgezien van sport – dan is dat herhaling van bestaande programma’s, een goedkope manier om het schema vol te krijgen. In de genadeloze kostenbesparende omgeving van SKY zal de Nieuw-Zeelandse productiesector niet overleven.

Burgers worden consumenten

Politici die pleiten voor het concept dat ‘de gebruiker betaalt’, zien ons als consumenten en niet als burgers. Ze hebben niets gedaan om te voorkomen dat het publiek een weerzin tegen belastingen heeft ontwikkeld, en ze exploiteren die attitude in hun campagnes. In 1999, vlak voor de verkiezingen, schafte de Nieuw-Zeelandse regering de jaarlijkse Broadcasting Licence Fee (de omroepbijdrage) af, waarmee opnieuw een pijler onder het publieke omroepsysteem wegviel. Ondertussen blijken geprivatiseerde onderdelen van de publieke sector, zoals spoorwegen, telecommunicatie en nutsbedrijven niet de beloofde resultaten te hebben opgeleverd. Dergelijke teleurstellingen hebben, samen met recente rampspoed op de aandelenmarkten, het vertrouwen in de marktwerking danig aangetast, maar het publiek voelt zich politiek vleugellam. Het medialandschap is zo sterk vercommercialiseerd, dat er nog nauwelijks platforms zijn waarop doordachte kritiek geformuleerd kan worden.

Roger Horrocks

Roger Horrocks

Programma’s als reclame-onderbreking

Is de televisie daadwerkelijk veranderd? Bij de televisie moet in elk uur uitzending plaats worden ingeruimd voor vier advertentieblokken van drie tot vier minuten elk. Productiebedrijven grappen dat programma’s niet meer zijn dan reclameonderbrekingen. Het idee van televisie als branche die doelgroepen verkoopt aan adverteerders is gemeengoed geworden. Binnen TVNZ hebben kennis van productie en journalistiek plaats gemaakt voor marketing- en reclame-expertise. De programmering richt zich op sport, licht amusement en beroemdheden. Kunst is van ondergeschikt belang.

Programmamakers onderaan de ladder

De hiërarchie is flink door elkaar geschud, waarbij de programmamakers (ooit gezien als de belangrijkste schakel) naar de laagste sport van de ladder zijn verwezen. Ze staan nu in dienst van de opdrachtgevende redacteur, die zijn orders krijgt van de programmeur of planner, die op zijn beurt weer rapporteert aan de ‘boekhouder’. Dit model is gebaseerd op constante computeranalyse en winstoptimalisatie voor elk uur televisie. Een belangrijke afweging vormt opportunity cost (alternatieve kosten). Zelfs programma’s die gratis door fondsverstrekkers worden aangeboden zullen worden geweigerd, als de zender denkt dat het aankopen van meer populaire programma’s meer kijkers en meer advertentie-inkomsten zal genereren. Deze zuiver financiële benadering is aantrekkelijk voor managers, omdat hij de schijn van objectiviteit heeft – en de wereld waarin ze opereren zoveel simpeler maakt.

Middelmaat als norm

Voor de kijker geldt dat middelmatigheid het beste is dat hij mag verwachten. Programma’s worden geselecteerd op de potentie om een tien tot vijftien seconden durende ‘promo’ of ‘teaser’ te creëren. De producenten gaan voor de grootste gemene gevoelsdeler, zodat er nauwelijks programma’s overblijven die ruimte bieden voor de nuances en accenten die een schrijver in zijn script kan leggen. Onderzoeksjournalistiek is zeldzaam vanwege de kosten en het risico van rechtszaken. De uitzendprogrammering is ook drastisch gewijzigd. Programma’s met meer diepgang worden van primetime naar de randuren verschoven, waardoor ze niet of veel minder in staat zijn het massa-aanbod te beïnvloeden of als community forum te fungeren. Een andere les van deze rampzalige ontwikkeling is dat publiek verzet weinig uithaalt, tenzij het gebundeld wordt en bondgenoten zoekt binnen de gevestigde orde.

Sluimerende onvrede

Aan de ene kant van het debat staan de ideologen die elke verwijzing naar ‘kwaliteit’ afdoen als vaag en elitair gezever. Aan de andere zijde zien we critici die roepen om een waarachtig publieke omroep, maar ook mensen die weinig op hebben met de moderne populaire cultuur. Beide opvattingen kunnen door politici eenvoudig worden afgedaan als onrealistisch, academisch, irrelevant en duur.
De sluimerende publieke onvrede binnen TVNZ laait van tijd tot tijd op, zoals bij een schandaal in oktober dit jaar toen Paul Henry, een shock jock (tv-interviewer die bekend staat om zijn populistische opvattingen) racistische opmerkingen maakte over de Nieuw-Zeelandse Gouverneur-Generaal, die van Indiase komaf is. Dat Henry uiteindelijk ontslag kreeg, had minder te maken met de storm van verontwaardiging die opstak dan met de dreiging van grote adverteerders om geen zaken meer te doen.

De laatste bastions: publieke radio en Maori TV

De publieke radio, Radio New Zealand, bestaat nog wel, dankzij de steun van een aantal politici. In februari dit jaar kwam de regering met dreigende plannen, waarna vrijwel onmiddellijk tienduizenden verontruste burgers een ‘Save Radio New Zealand’-petitie op Facebook ondertekenden. De regering is nu doende de bestuurders van RNZ te vervangen door personen die haar mediabeleid wel ondersteunen. Waarom heeft een overheid die een neoliberaal gedachtengoed koestert TVNZ nog niet in de verkoop gedaan? Dat is het gevolg van een reeks rechtszaken die de Maori-gemeenschap van Nieuw-Zeeland in de jaren negentig aanspande. De Maori’s betoogden dat de overheid verzuimde invulling te geven aan haar verplichtingen jegens het Maori als taal, als vastgelegd in het verdrag van Waitangi. Het gevolg was een besluit van de regering een nieuwe televisiezender te financieren, Maori Television.
Deze zender heeft een heel specifiek belang – veel van de programma’s gebruiken de Maori-taal – maar hij is uiterst belangrijk, voor ons, omdat het de enige free-to-air zender is die nog is gebaseerd op publieke principes – en niet op keiharde commerciële. Maori Television lijkt veilig, zolang de regering de steun van de Maori Party nodig heeft voor haar parlementaire meerderheid.

Een dappere, maar mislukte poging tot herstel

In de periode tussen 1999 en 2008 poogde de Labour-regering van Helen Clark een aantal publieke taken van TVNZ nieuw leven in te blazen. Clark gaf toe dat het ernstig mis was gegaan door de intrede van de marktwerking bij de televisie. Het was weliswaar een Labour-kabinet geweest dat de aanzet had gegeven tot de reorganisatie van de omroep, maar zelfs enkele architecten van die operatie (onder wie Hugh Rennie, die als Queen’s Counsel de Kroon juridisch bijstaat) schrokken van het monster dat ze geschapen hadden. In een poging om TVNZ van de ondergang te redden stelde de regering een handvest op voor de omroep, paste ze de SOE-status van de omroep aan, en maakte ze extra gelden vrij voor publieke programma’s.
Het was een dappere poging om de scherven te lijmen, maar toen de kabinetsperiode in 2008 afliep, werd de campagne alom als mislukt beschouwd. Bij TVNZ was de commerciële cultuur zo diep verankerd geraakt, dat de medewerkers vervreemd waren van het idee van een dienende publieke omroep. Een echte hervorming zou net zo drastisch en doortastend moeten zijn als destijds met de Rogernomics het geval was.

Een rechtse restauratie

De verkiezingen van 2008 brachten een rechtse regering aan de macht, onder leiding van zakenbankier John Key. Zijn succes deed vreemd aan gezien de toenemende kritiek, zowel in Nieuw-Zeeland als elders in de wereld, op de cultuur van de marktwerking. Maar de kiezers hadden na drie Labour-kabinetten behoefte aan verandering. De regering van Key herriep al snel het handvest, spoorde TVNZ aan meer winst te maken en blokkeerde beperkende regelgeving voor betaaltelevisie. Nu TVNZ van haar publieke taken was bevrijd, vervolgde het zijn populistische koers. En als de regering straks herkozen wordt, zal ze de omroep vrijwel zeker verkopen.

Een nieuw fonds voor lokale producties

Opgemerkt dient te worden dat niet alle veranderingen die sinds 1984 in de omroepwereld hebben plaatsgevonden negatief hebben uitgepakt. Toen TVNZ werd omgevormd tot een SOE, riep de regering een nieuw fonds voor radio en tv in het leven, New Zealand On Air (NZOA), als tegemoetkoming aan de maatschappelijke kritiek. NZOA werd aanvankelijk voornamelijk beschouwd als ‘een ambulance aan de voet van de afgrond’, maar waar Nieuw-Zeeland altijd relatief weinig eigen producties kende, bracht de NZOA met zijn aandacht voor lokaal geproduceerde programma’s en zijn strakke, op een divers publiek gerichte taakopvatting een ommekeer teweeg. Omdat TVNZ ging uitbesteden, ontstond er een nieuwe markt van onafhankelijke producenten, dankzij de financiering van NZOA. De uitbesteding werd in eerste instantie door criticasters betreurd, omdat ze hierin een commerciële splijtzwam zagen, maar onder de vleugels van NZOA ontstond er juist een verfrissende diversiteit in de productiewereld.

Een heruitvinder van publieke tv

NZOA zag zichzelf als heruitvinder van de publieke tv-omroep, een noodzakelijke ontwikkeling in tijden van ingrijpende verandering. De organisatie wilde ook een rol spelen in domeinen van de populaire cultuur die de publieke omroep altijd gemeden had. Zo kwam ze met een steunplan voor Maori-radiostations en Nieuw-Zeelandse muziek. NZOA was ook de drijvende kracht achter de groei van eigen tv-drama, zoals de immens populaire series Shortland Street en Outrageous Fortune, die in de loop der jaren een iconenstatus verwierven. En met haar eisen voor sociale diversiteit zorgde NZOA ervoor dat de negatieve effecten van populisme werden vermeden. NZOA blijft zich innovatief opstellen en is nu druk doende de publieke omroep het digitale tijdperk binnen te loodsen. Een voorbeeld daarvan is de introductie van NZ On Screen in oktober 2008, een platform waarop de geschiedenis van de landelijke televisie kosteloos bekeken kan worden. Op dit moment worden in dat kader zo’n duizend programma’s aangeboden; ze zijn te bekijken, maar niet te downloaden.
Helaas is NZOA minder effectief gebleken bij het financieren van vrij te ontvangen (free-to-air)-programma’s, een gevolg van het besluit van de regering om het TVNZ-handvest te herroepen en haar weigering om zendgemachtigden quota op te leggen. NZOA mag alleen een programma financieren als een grote niet-commerciële omroep het wil uitzenden. In het huidige commerciële klimaat betekent dit dat dergelijke producties nauwelijks van de grond komen.

Een ruimtelijke ordening voor het medialandschap

De ervaring leert dat een publieke omroeptaak verantwoordelijkheden met zich meebrengt die overeenkomen met de brede verantwoordelijkheid die de overheid heeft voor de tastbare omgeving, zoals bij ruimtelijke ordening. De vraag die we vandaag moeten beantwoorden is hoe we invulling kunnen geven aan de diverse behoeften in een snel veranderend medialandschap. Idealiter vereist dit (a) een fonds voor de publieke omroep, (b) een of meer publieke zenders en (c) een aantal publieke omroepverplichtingen in ruil voor het gebruik van etherfrequenties. Nieuw-Zeeland beschikt momenteel maar over een van die drie mechanismes, en dat is niet voldoende om de vereiste taken uit te voeren.

Blijvende kaalslag

Het zijn al met al moeilijke tijden voor de publieke omroep, niet alleen in Nieuw-Zeeland, maar ook elders in de wereld. De economische crisis wordt door overheden aangegrepen als excuus voor bezuinigingen, maar die overheden moeten dan wel beseffen dat dergelijke stappen ten koste gaan van culturele waarden en blijvende schade berokkenen aan het medialandschap. De kampioenen van de neoliberale ideologie blijven zich opvallend luidruchtig roeren, ondanks de kaalslag die ze hebben aangericht. Daarnaast krijgen publieke zenders steeds meer concurrentie, ook van nieuwe digitale media. Het zijn daarom tijden waarin we de publieke omroep moeten koesteren en beschermen. Het concept van de publieke omroep is al te ver uitgehold en dient in nieuwe vormen nieuw leven te worden ingeblazen.

Roger Horrocks is emeritus hoogleraar van de Universiteit van Auckland, waar hij de vakgroep Film, Television and Media Studies oprichtte. Hij is ook filmmaker. Horrocks had elf jaar zitting in de Nieuw-Zeelandse pendant van de Omroepraad, de Broadcasting Commission (New Zealand on Air). Hij publiceerde verschillende boeken, waaronder Art that Moves: The Work of Len Lye (Auckland University Press) en, met Dr Nick Perry, Television in New Zealand: Programming the Nation (Oxford University Press).

11 reacties

  1. Pingback: Ontbossing van het medialandschap: horror-casus Nieuw-Zeeland - Nieuwe Reporter | Strandvizier

  2. Emile Schrama schreef op 11 december 2010 om 17:04

    Weer typisch DNR. Hoewel het een doorwrocht artikel is met veel goede argumenten – ik kom er nog op terug – is het uitsluitend vertaald en geplaatst vanwege de boodschap. Een boodschap, bedoeld om de onschuldige lezers te waarschuwen tegen de enge plannen van het rechste kabinet (hetgeen onterecht is). De inleiding van het artikel druipt ook van het dedain (“rechste zuiltjes”)en de suggestie dat het nieuwe politieke klimaat ons naar de verdoemenis zal brengen. De inleiding is natuurlijk afkomstig van de redactie.
    Overigens, tegengestelde geluiden, zoals ook opgetekend in buitenlandse artikelen zul je hier niet gauw, vetaald en al, aantreffen. Waarmee ik zoveel beweer als: DNR is een activistisch platform, een weblog met een politiek doel.

    Dan het artikel. De essentie van de analyse is wat mij betreft juist, hoewel de bekende retoriek van rechts=cultuurbarbaar=niet gewetensvol en domme burgers moeten opgevoed worden en de liefde voor (torenhoge) belastingen worden bijgebracht, mij eigenlijk de zin van het lezen ontnemen.

    Maar het is juist dat teveel marktwerking zwarte kanten heeft en een goede journalistieke ontwikkeling te vaak in de weg staat. Aan de andere kant: als goede discussie- en culturele programma’s permanent zeer weinig kijkers trekken, dan houdt het wel een keertje op. Over de Nieuw-Zeelandse situatie kan ik overigens niet oordelen. Daarom is de plaatsing van dit artikel op DNR ook zo vreemd en overduidelijk bedoeld als een politieke daad.

    Dan de Nederlandse situatie. Als reeds tot enge rechts-populist bestempelde reaguurder ben ik wel degelijk voor een krachtige publieke omroep (en ook het verafschuwde rechtse kabinet is dat trouwens). Maar niet zoals die nu wordt ingevuld. Niet het rechste kabinet maakt de omroep kapot, maar dat heeft de omroep zelf al gedaan! Door steeds meer uit te blinken in oppervlakkige infotainment en een overdaad aan amusementsformules die met gemak naar de commercielen kunnen. Bovendien heeft onze publieke omroep jarenlang met veel geweld steeds dezelfde linkse mening opgedrongen en de pluriformiteit enorm geweld aangedaan. De omroep moet in vele opzichten op de schop en kan alleen daarom al makkelijk met 200 miljoen minder af. Het geld dat overblijft moet worden ingezet om weer een ECHTE publieke omroep te maken. Precies wat het – uiteraard op DNR zo vervloekte – rechtse kabinet wil!

  3. Emile Schrama schreef op 12 december 2010 om 16:21

    De hoofdredacteur Alexander Pleijter beweert bij hoog en bij laag dat zijn redactie objectief en onbevooroordeeld is. Maar wie de inleiding leest (zoals zovele inleidingen aan het begin van overgenomen artikelen) ziet dat het vooral is ingegeven door een dedaigneuze afkeer van rechtse politiek.
    De redactie zal dit natuurlijk nooit beamen of zizh er zelfs maar over komen verantwoorden. Maar voor de neutrale lezer is het duidelijk dat de redactie volstrekt ongeloofwaardig is met zijn claim.

  4. @Emile: DNR is niet objectief, dat heb ik ook nooit beweerd, laat staan ‘bij hoog en laag’. Objectiviteit bestaat niet, net zoals een neutrale lezer niet bestaat. Wel willen we graag een variatie aan opinies en inzichten publiceren. Daarom hebben we de mediawoordvoerders van onder meer de PVV en VVD gevraagd om een stuk te schrijven als reactie op bovenstaand artikel. Helaas zonder resultaat, maar die zouden we zeker hebben gepubliceerd.

  5. Emile Schrama schreef op 13 december 2010 om 15:48

    @Pleijter:
    De mededeling “objectiviteit en neutraliteit bestaan niet” is al jaren steevast de dooddoener van heel veel journalisten die niet over de linksheid van hun werk willen praten. Ook hier op DNR, terwijl de overduidelijke eenzijdige kleuring in tal van opzichten volstrekt helder is.
    Ik ben natuurlijk groot voorstander van zoveel mogelijk verschillende geluiden hier, maar met een inleiding als hierboven en de keuze van de redactie voor steeds dezelfde (politiek gekleurde) artikelen, kan ik mij voorstellen dat andersdenkenden volledig afhaken en hier geen bijdrage leveren. Het zijn niet allemaal van die masochisten als ondergetekende.

    Kunt u een flink aantal artikelen van het afgelopen jaar laten zien die de redactie eigenhandig heeft overgenomen uit andere bladen, waarin een radicaal andere visie op de publieke omroep en cultuursector wordt geventileerd? Weet je wat…doe maar 5 artikelen. Nee…doe maar drie!

  6. Emile Schrama schreef op 13 december 2010 om 16:04

    @Pleijter:

    Het zou u sieren als u bij nader inzien afstand nam van de inleidng. Het denigrerende “rechtse zuiltjes”, de automatische koppeling daaraan van het woord “verwarring” en de suggestie dat het (rechtse) politieke klimaat aanstuurt op afschaffing van de publieke omroep, is overduidelijk een bewijs van de zo bekende (linkse) kleuring op DNR. Bovendien klopt er geen barst van, want het rechtse kabinet stuurt helemaal niet aan op privatisering of afschaffing.

    Dat de omroep op de schop moet daar is zo ongeveer iedereen het in Nederland over eens. De vervlakking en ongebreidelde hoeveelheid aan commercieel-actige amusementsformules en flutprogramma’s is bovendien een doorn in het oog van mensen die een werkelijk goede (en compacte) publieke omroep willen. En die ook echt pluriform is. Pluriformiteit die u dedaigneus afdoet met “rechste zuiltjes” en verwarring. Als u de teneur van zo’n inleiding eens “objectief” zou lezen, dan zou u zich bij nader inzien kapot schamen.

  7. @Schrama: Ik ga niet over de artikelen die in het verleden zijn gepubliceerd, dus ik ga ook niet zoeken naar voorbeelden waarin een radicaal andere visie op de publieke omroep wordt geventileerd. Ik wil je wel wijzen op een ‘aanrader’ die een tijdje geleden op DNR verscheen en waarin gepleit wordt voor een afschaffing van de publieke omroep. Een idee dat ik zelf wel de moeite waard vind om over na te denken.
    Dit is de link naar die ‘aanrader’: http://www.denieuwereporter.nl/2010/10/de-publieke-omroep-is-niet-langer-nodig/

    Ik ben het er ook helemaal mee eens dat de publieke omroep op de schop moet. Daar verwijst het wat denigrerende ‘rechtse zuiltjes’ ook naar: er zijn nu enkele nieuwe rechtse omroepen bij gekomen, maar die hebben vooralsnog slechts de c-status en dus nauwelijks uitzendtijd. Vandaar het verkleinwoord, het zijn kleine omroepen en geen stevige zuilen in het bestel. En bovendien wijst juist die toetreding van die nieuwe (vooralsnog kleine) omroepen op de zwakte van het bestel: door steeds weer nieuwe omroepjes toe te laten krijg je een enorme versnippering. Tot een gedegen reorganisatie van het bestel leidt het niet.

  8. Emile Schrama schreef op 13 december 2010 om 20:19

    In het NOS journaal:
    - NIET de uitverkiezing van Wilders tot politicus van het jaar (gekozen door het publiek)
    - maar WEL een item over het protest in de tweede kamer tegen de cultuur- en omroepbegroting

    Hoe verzin je het als neutrale nieuwsorganisatie! Er zijn zoveel plannen waar oppositie en kabinet van mening verschillen, maar uitgerekend DIT item moet prominent in het achtuurjournaal.
    De linkse kerk heerst bij de NOS, evenals bij al die andere elite-organisaties en -instellingen.

  9. Emile Schrama schreef op 13 december 2010 om 20:28

    @Pleijter:

    Ik zie nu pas uw laatste reactie. Het is pure winst – dank daarvoor – dat ook u de term “rechtse zuiltjes” bij nader inzien denigrerend vindt. Over die versnippering zijn we het ook helemaal eens! Ik hoop dat we elkaar ook kunnen vinden in de analyse dat de omroep is vervlakt, ge-infotained en uit zijn voegen gebarsten qua besturing, baasjes, bureacratie, etc.

  10. Bob Lagaaij schreef op 14 december 2010 om 17:34

    Leve Schrama!

  11. Bob Lagaaij schreef op 14 december 2010 om 18:13

    Een betere publieke omroep is een kleinere publieke omroep.
    Met duchtige afslanking van kantoor- en managementlagen en genadeloos snoeien in (vermeende) levens- en wereldbeschouwingen.
    Helaas: ook dit kabinet en deze Tweede Kamer zullen de kans om het hakmes te zetten in dit conglomeraat laten passeren. Een fusie van wat zendgemachtigden lijkt het maximum, het opheffen van een tv-kanaal een brug tever. Jammer!
    Overigens:is het u ook opgevallen hoe het Nederlandse publieke bestel allengs is gaan lijken op de collega’s van Nieuw-Zeeland aan de rand van de afgrond? Nederland 1 als pret- en sportnet, Nederland 2 voor de betere programma’s aan de randen van de nacht en Nederland 3 een hopeloze poging om iedereen onder de 40 te bereiken.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (353 van 899 artikelen)


Sinds begin oktober is de Twentsche Courant Tubantia overgestapt op een nieuwe ...