Journalist en internetgoeroe Henk Blanken zegt op De Nieuwe Reporter te behoren tot de velen “die bij artikelen van WikiLeaks – de diplomatieke schandalen – af en toe de schouders ophaalt, maar bij artikelen over WikiLeaks op het puntje van zijn stoel zit”. (De cursiveringen zijn door mij aangebracht.) Ik deel zijn fascinatie met artikelen over WikiLeaks volledig. Sterker nog: ik heb zelf zo’n verhaal op deze site gepubliceerd, ontleend aan het Amerikaanse tijdschrift Vanity Fair. Toch ontbreekt er iets essentieels aan Blankens analyse.
“Zwermen van netwerkjes”
Hij benadert Julian Assange en WikiLeaks vooral vanuit hun betekenis voor de nieuwe manieren waarop wij, gebruikers van oude en nieuwe media, aan onze informatie komen en hoe wij daarmee omgaan. Hij schetst een wereld waarin de aloude massamedia versplinteren tot “zwermen van netwerkjes, die even rap verdwijnen als ze zijn ontstaan”. In die wereld ontbreekt “een democratisch ideaal, een overkoepelend groot verhaal – behalve dan dat alles moet kunnen”. Een ideaal dat die versplinterende oude massamedia nog wel proberen hoog te houden, tegen de verdrukking in.
Een zombie die vindt dat “alles moet kunnen”
Tot zo ver kan ik nog wel met Blanken meegaan, maar ik deel zijn pessimisme niet over de ideaal-loosheid van de moderne nieuwe-mediagebruiker. Ik geloof eenvoudig dat die even zoekende is omdat de massamedia dat ideaal al vóór de opkomst van het internet met steeds minder overtuiging uitdroegen, en de nieuwe media nog geen overtuigend alternatief bieden. Ik geloof er geen snars van dat de gemiddelde wereldburger enkel door de opmars van het web zijn natuurlijke instinct voor openheid en rechtvaardigheid zou zijn kwijtgeraakt, en zou zijn gereduceerd tot een zombie die vindt dat “alles moet kunnen”. Kijk maar naar hoe de burgers van brandhaarden als Egypte, China en Iran diezelfde nieuwe media gebruiken om informatie te delen en te verspreiden, en hun ongenoegen kenbaar te maken over onrecht en onderdrukking. Ik zie de onverschilligheid niet die Blanken suggereert.
Onverschilligheid
Blanken wordt zelf onverschillig waar hij de onthullingen in de WikiLeaks-cables bagatelliseert. “Dat diplomaten elkaar niet de hele waarheid vertellen maar bij een corrupt bewind soms de andere kant opkijken, verrast me niet echt,” schrijft hij. “Dat China bezorgd is over Noord-Korea, viel te verwachten.” De generaliserende voorbeelden die hij gebruikt, zijn inderdaad niet zo verrassend. Betekenisvoller zijn echter de voorbeelden die hij weglaat. De Saoedische diplomaten die er bij de Amerikanen op aandrongen de Iraanse nucleaire installaties plat te bombarderen. De Palestijnse leiders die bereid bleken tot veel ruimere concessies aan de Israeli’s dan zij ooit publiekelijk zouden hebben toegegeven.
Eagerness
En ja, ook de talloze Nederlandse ambtenaren die de deur platliepen bij de Amerikaanse ambassade in Den Haag met pleidooien om Wouter Bos onder druk te zetten, al of niet in opdracht van politieke broodheren met andere ideeën en prioriteiten dan de toenmalige leider van de PvdA. De Nederlandse diplomate die, terugkomend uit Iran, linea recta naar diezelfde ambassade loopt om daar te vertellen wat zij in dat land heeft waargenomen. De eagerness van al die hoog opgeleide, intelligente mensen om een wit voetje te halen bij de diplomaten die zij kennelijk nog altijd zien als de vertegenwoordigers van het Beloofde Land van de westerse wereld, ook al had dat land alle democratische idealen van die wereld verkwanseld met Guantánamo Bay, watertorturen en secret renditions van gevangenen naar martelaren in Egyptische en Pakistaanse gevangenissen. Hun totale gebrek aan ruggegraat, aan eigenwaarde ook.
Een echte journalist blijft zich verbazen
Noem mij naïef, voor mijn part, maar ik ben zo vrij mij over die collectieve slijmerij te blijven verbazen. Ik blijf de overtuiging toegedaan dat een klassieke journalist zoals ik, die zijn werk inderdaad, bewust of onbewust, doet vanuit “een democratisch ideaal, een overkoepelend groot verhaal”, zich eenvoudig niet kan veroorloven zich te laten afstompen tot een individu dat vindt dat “alles moet kunnen”. Een echte journalist blijft zich verbazen tot hij er dood bij neervalt – net als al die Iraniërs, Chinezen en Egyptenaren die zich via internet, Twitter en Facebook teweer stellen tegen incompetente en repressieve autoriteiten. Ik blijf eisen dat de politici en ambtenaren van Nederland, een van de oudste democratische rechtsstaten van de wereld, datzelfde democratische ideaal voorrang geven boven hun persoonlijke hunkering naar baantjes, macht en aanzien.
Fixatie op nieuwe media als fenomeen
Nogmaals: ik ben het wel eens met de analyse van Henk Blanken. Maar die leidt niet automatisch, zoals bij hem, naar een ontkenning of bagatellisering van de feiten die de WikiLeaks-cables hebben onthuld. Het gevaar van zulke analyses is een fixatie op nieuwe media als fenomeen. Zo’n fixatie leidt tot een op zich waardevol en onderhoudend onderonsje tussen vertegenwoordigers van nieuwe en oude media, en de bruggenbouwers tussen die twee, waartoe Henk Blanken zelf behoort, als internetgoeroe én adjunct-hoofdredacteur van het klassieke dooie-bomen Dagblad van het Noorden. The media are not the message now, om de legendarische Canadese mediagoeroe Marshall McLuhan te parafraseren. The message is the message, meer dan ooit. Die boodschap dreigt namelijk, in de grote clash tussen oude massamedia en “zwermen van netwerkjes”, verloren te gaan. En dat mogen wij journalisten nooit laten gebeuren.
De naïeve optimist beloond
Ik ben het helemaal met Blanken eens dat aan de persoon Julian Assange en zijn manier van werken vele bedenkelijke kanten kleven. Maar hier werd de naïeve optimist Ramaer beloond: de WikiLeaks-cables kregen hun vernietigende werking dankzij het schiftende en duidende werk van klassieke journalisten bij The Guardian, The New York Times, Aftenposten, NRC Handelsblad, RTL Nieuws en andere massamedia. Die concentreerden zich op de feiten, niet op de clash tussen oude en nieuwe media.
Laten wij ons voortaan weer op de boodschap concentreren, en niet op het medium: dat is de aansporing die ik ontleen aan WikiLeaksGate.
Het medium: van “message” naar “massage”
“The medium is the message” is een spreuk geworden, een briljante inval die zo beroemd werd dat hij ontsteeg aan de bedenker en diens werk en een eigen leven ging leiden. Maar de maker bleef er tijdens zijn leven mee spelen en goochelen, zo vertelt Wikipedia mij – een fascinerend fragment mediageschiedenis dat ik nog niet kende. Marshall McLuhan (1911-1980) was een Canadese “educator, philosopher and scholar”, zoals het uitgebreide Engelstalige McLuhan-Wiki-lemma hem beschrijft. Ik laat die woorden maar onvertaald: het Nederlandse equivalent van ‘educator’, anyone? McLuhan was en is moeilijk te plaatsen of categoriseren, zo blijkt uit zijn gedachten en theorieën zoals uitvoerig in het lemma beschreven. Voor zover ik die kan volgen, bestrijken zij het volledige spectrum tussen gekte en genialiteit. “The medium is the message” behoort zeker tot de laatste categorie. McLuhan lanceerde deze gedachte in zijn boek Understanding Media: The Extensions of Man uit 1964. De kernboodschap: de media beïnvloeden de maatschappij niet alleen via de inhoud die zij aan ons overbrengen, maar ook via hun eigen verschijningsvorm. Om die stelling te illustreren, gebruikte McLuhan een voorbeeld waaruit blijkt dat hij ‘the medium’ zeer ruim opvatte: de gloeilamp. Zo’n ding is een geheel ‘contentloos’ medium, dat ons echter in staat stelt “ruimten te creëren gedurende de nacht die anders gehuld zouden blijven in duisternis”, zoals een apart, korter lemma over McLuhan’s beroemde spreuk het mooi omschrijft. In McLuhan’s eigen woorden: “Een gloeilamp schept een omgeving louter door zijn aanwezigheid.” Behalve een ongebruikelijk vrij zwevende geest had het Canadese orakel ook een goed, nerdy gevoel voor humor. In zijn colleges, toespraken en media-optredens ging hij opgewekt aan de haal met zijn eigen uitspraak. “Message” werd “mass age”, “mess age” en uiteindelijk “massage”. Understanding Media mocht hem dan beroemd hebben gemaakt, zijn eerste echte bestseller verscheen pas drie jaar later, in 1967 – een boek waarvan wereldwijd een miljoen exemplaren over de toonbank gingen. De titel, geloof het of niet, luidde The Medium Is The Massage – jawel, met twee a’s. Volgens Wikipedia betrof het een drukfout, maar had McLuhan zo’n schik in het resultaat dat hij de vergissing onveranderd liet. Vraag een willekeurige quizdeelnemer, waar ook op aarde, naar de titel van dat tweede boek, en wat zou hij antwoorden? Juist. Welke betekenis die constatering heeft voor McLuhan’s ideeën en theorieën over de media en hun invloed op ons gedrag en denken? Heel jammer dat we dat niet meer aan hemzelf kunnen vragen.

19 reacties