
Facebook-tycoon Mark Zuckerberg (rechts) met jonge bewonderaarsters
De wereld wordt rijp gemaakt voor een tweede dotcom-zeepbel, met mogelijk even desastreuze uitkomsten voor beleggers als de eerste, in 2000. Dat is de voorlopige conclusie die zich opdringt bij kennisneming van de recente financiële berichten over de netwerksite Facebook. De aandacht hiervoor in de Nederlandse media, nieuw en oud, houdt niet over. Voor zover mij bekend onderwierpen alleen de Volkskrant (hier) en NRC Handelsblad (hier) de hype rond Facebook aan een kritische analyse. De meeste andere journalisten zitten erbij en kijken toe hoe zich voor hun ogen een nieuw potentieel WorldOnline-debacle ontrolt, vooralsnog zonder hun beleggende kijkers en lezers te informeren over de financiële risico’s.
‘Een half miljard winst’
Nederlandse media beperken zich grotendeels tot het braaf overnemen van Amerikaanse berichten, die sinds ruim een jaar gestaag toenemen in aantal en opgewondenheid. Een mooi voorbeeld is een recent bericht op Mashable. Kop: ‘Facebook on Track for $2B Revenue in 2010.’ Eerste twee zinnen: ‘Forget the $ 1 billion figure thrown around earlier this year; sources close to Facebook’s financials say the social network is close to reporting revenues of $ 2 billion for 2010.’
‘Facebook draait half miljard winst,’ kopt Webwereld een kleine maand later, op vrijdag 7 januari. ‘Facebook maakt winst, en flink ook,’ zo gaat het artikel verder. ‘Over de eerste negen maanden van 2010 kwam er netto 355 miljoen binnen. Geschat wordt dat over heel 2010 een half miljard is verdiend. De cijfers zijn naar buiten gekomen doordat Facebook de zakenbank Goldman Sachs in de armen heeft genomen om meer investeerders aan te trekken. Daar hoort dan wel bij dat er wat opening van zaken wordt gegeven over verdiensten.’
Een gewiekste campagne
In werkelijkheid wordt er geen enkele openheid van zaken gegeven. Facebook is een privé-onderneming, en hoeft volgens de Amerikaanse regels geen financiële gegevens te publiceren. Er zíjn ook helemaal geen harde cijfers ‘naar buiten gekomen’, zoals Webwereld suggereert. In feite gaat het om een gewiekste campagne, georkestreerd door zakenbank Goldman Sachs en andere investeerders in Facebook, die er belang bij hebben de waarde van de netwerksite zo hoog mogelijk op te drijven – voor zichzelf en voor hun klanten.
Mythevorming
Al zo’n twee jaar circuleren er berichten over de almaar spectaculair stijgende omzetten en winsten die Facebook zou maken. De bronnen zijn steevast anoniem: mysterieuze ‘sources close to Facebook’s financials‘, zoals bij Mashable, of de financiële informatie die banken, adviseurs en bemiddelaars rondsturen aan selecte groepen steenrijke klanten om ze lekker te maken voor het aandeel. Facebook en zijn adviseurs onthouden zich meestal van commentaar, om de mythevorming niet te verstoren.
Goldman Sachs gooit de beuk erin
Kennelijk acht Goldman Sachs het klimaat nu rijp om er de beuk in te gooien. Maandag 3 januari meldde The New York Times als eerste dat Goldman Sachs aan Facebook vijfhonderd miljoen dollar aan kapitaal heeft verstrekt, samen met de Russische investeerder Digital Sky Technologies. Uit die investering valt af te leiden dat Facebook vijftig miljard dollar waard zou zijn. Maar waarop die waardering is gebaseerd, is voor niet-ingewijden niet vast te stellen – laat staan of hij klopt.
Honger naar internet-beleggingen
De investering door Goldman Sachs en Digital Sky komt na een ware gold rush richting Facebook, Twitter, LinkedIn, Groupon en andere jonge, veelbelovende webbedrijven. Door de kredietcrisis zijn er de laatste jaren nauwelijks bedrijven naar de beurs gegaan. Steenrijke Amerikaanse investeerders brandt het geld in de zakken. Zij hongeren naar een bestemming voor hun miljoenen. Om die reden is het afgelopen jaar in de VS een onderhandse markt opgebloeid in aandelen in de nieuwe groeibriljanten van het web. Deze markt stelt de oprichters van zulke ondernemingen, zoals Mark Zuckerberg, en hun mede-investeerders van het eerste uur in staat alvast een deel van hun belangen te gelde te maken, lang vóór een mogelijke beursgang. Àls zij al naar de beurs gaan – jonge tycoons als Zuckerberg houden het heft liefst zo lang mogelijk in eigen handen. Onderdeel van de mythe is dat Zuckerberg en zijn adviseurs ook de beursgang in het ongewisse houden: misschien in 2012, misschien ook niet.
Schemerhandel
Een van de grote spelers in deze Amerikaanse schemerhandel is SecondMarket. Beleggers die kunnen aantonen dat zij minimaal één miljoen dollar waard zijn, krijgen via SecondMarket toegang tot een onderhandse markt in de aandelen van veelbelovende jonge webbedrijven. Naar eigen zeggen zag SecondMarket de handel in het aandeel Facebook in 2010 exploderen tot een omvang van tweehonderd miljoen dollar, vijf keer zoveel als in 2009. Niemand weet tegen welke prijzen deze rijke beleggers zijn ingestapt. Eén ding is zeker: tegen een fractie van wat de ‘gewone’ belegger straks zal moeten betalen, mochten de Facebooks en LinkedIns alsnog een beursnotering aanvragen.

Nina Brink met de duimen omhoog tijdens de beursgang van WorldOnline. Foto ANP/Marcel Antonisse
WorldOnline
Precies zo ging het met WorldOnline. Het Nederlandse internetportaal, opgericht door Nina Brink, had binnen enkele jaren 1,9 miljoen betalende abonnees weten te werven. Maar de omzet uit die klantenkring bedroeg in 1999 slechts 64 miljoen euro; bovendien maakte WorldOnline dat jaar een verlies van 91 miljoen euro. Toch ging het bedrijf op 17 maart 2000 naar de beurs tegen 43 euro per aandeel – een prijs die het hele bedrijf waardeerde op twaalf miljard euro. De beurskoers begon vrijwel meteen aan een vrije val. Een week later was WorldOnline nog maar vijf miljard euro waard, mede omdat bekend was geworden dat Nina Brink haar eigen aandelen vlak voor de beursgang had verkocht voor slechts zes euro per stuk.
Megabedragen
Daarmee had zij zelf zestig miljoen euro opgestreken. Ook andere vroege investeerders, zoals NS, Tros, Telfort en vastgoedondernemer Dick Wessels, verdienden megabedragen. De gewone beleggers die pas tijdens de beursgang instapten, zagen de waarde van hun investering binnen een week met bijna 60 procent verdampen. Pas negen jaar na dato wees de Hoge Raad een arrest dat hen in staat stelt hun verlies alsnog te verhalen op de ingewijden van toen.
Manipulator van de markt
De banken die WorldOnline tegen een veel te hoge waardering naar de beurs brachten, waren ABN Amro en … Goldman Sachs. De Amerikaanse zakenbank heeft een rijk verleden als manipulator van de markt, ten gunste van haarzelf en haar klanten, en ten koste van de man in de straat. Zo hielp Goldman Sachs tussen 1998 en 2009 de Griekse overheid de ware hoogte van de staatsschuld te verbloemen, waardoor Griekenland jarenlang obligatieleningen kon blijven uitschrijven tegen veel te gunstige rentepercentages. Zoals bekend bedreigt de Griekse schuldenberg inmiddels het voortbestaan van de euro.
Een rechtszaak tegen Goldman Sachs
In april 2010 begon de Amerikaanse beurstoezichthouder SEC een rechtszaak tegen Goldman Sachs. De bank had ingewikkelde beleggingsproducten, gebaseerd op Amerikaanse hypotheken, verkocht aan haar klanten, zonder te vermelden dat de onderliggende hypotheken waren geselecteerd door een andere klant, het hedgefonds Paulson & Co, die juist speculeerde op een waardedaling van het beleggingsproduct dat aan de hypotheken was gekoppeld. Drie maanden later schikte Goldman Sachs de zaak met de SEC voor 550 miljoen dollar.
Grote vraag: wat krijgen beleggers terug?
Dit is de bank die beleggers nu wil doen geloven dat Facebook vijftig miljard dollar waard is – meer dan Yahoo!, eBay en Time Warner. Goldman Sachs’ recente investering in Facebook gaf de bank het recht voor anderhalf miljard dollar aan aandelen in de netwerksite te verkopen aan beleggers, het soort transacties waarmee banken miljoenen verdienen. Kandidaat-kopers moesten minstens twee miljoen dollar investeren. Toch was de vraag zo overstelpend dat de aandelen binnen een paar dagen waren uitverkocht. De grote vraag is wat de kopers van de aandelen terugkrijgen voor hun geld.
Natuurlijk is het netwerk een ongekend succes, met zijn zeshonderd miljoen ‘vrienden’ in zes jaar tijd. Natuurlijk schuilen in die aanhang enorme financiële en commerciële mogelijkheden. Maar dat betekent geenszins dat Facebook ook een geweldige belegging zou zijn.
Over Facebook staan slechts vier financiële kerngegevens min of meer vast – The Wall Street Journal zette ze onlangs op een rij. En zelfs die zijn ontleend aan informatie die niet door een accountant is gecontroleerd op waarheidsgetrouwheid. Daartoe is het private Facebook namelijk nog niet verplicht.
Achthonderd miljoen dollar aan spelletjes
Facebook verdient geld aan advertenties en aan betaalde diensten voor de ‘vrienden’. De meest populaire dienst bestaat uit spelletjes, geleverd door weer een andere webonderneming, Zynga genaamd. Facebook-vrienden kunnen de spelletjes spelen tegen betaling van credits, een soort Airmiles die zij van de site kunnen kopen. Van iedere dollar credit die de vrienden aan zulke diensten spenderen, steekt Facebook dertig cent in eigen zak. Dat zou goed zijn voor zo’n achthonderd miljoen dollar omzet in 2010.
Achthonderd miljoen dollar aan advertenties
Eenzelfde bedrag zou Facebook verdienen aan advertenties – banners, video’s en andere grafische promoties. De vijfhonderd miljoen vrienden maken de site interessant voor grote adverteerders als Coca-Cola. Facebook zou inmiddels goed zijn voor 9,4 procent van de Amerikaanse advertentiemarkt. In 2009 was dat nog 6,6 procent. Deze cijfers zijn aannemelijk: de advertentiebezetting wordt goed gevolgd door een scala aan marktonderzoeksbureaus.
Zevenhonderd miljoen dollar aan kosten
Maar niemand weet welke kosten daar tegenover staan. Volgens The Wall Street Journal geeft Facebook alleen al zevenhonderd miljoen dollar per jaar uit aan de servers waarop de website draait. Niemand kan ook weten hoeveel de bezittingen van Facebook werkelijk waard zijn. Zeshonderd miljoen vrienden is een indrukwekkend aantal. Maar de vrienden bezoeken Facebook niet in de eerste plaats om geld uit te geven. Zij wisselen informatie uit met elkaar, en foto’s, en filmpjes. Hun bezoeken zijn niet primair gericht op het besteden van credits, of het kopen van producten.
Framework
De Amerikaanse Federal Trade Commission, bewaker van een faire manier van zakendoen, publiceerde in december een zogenoemd framework dat Facebook-vrienden in staat moet stellen adverteerders te verbieden informatie te gebruiken over hun online-voorkeuren. Als dat framework brede ingang vindt, worden de Facebook-vrienden meteen een stuk minder waard in harde dollars.
Beurswaakhond
De SEC onderzoekt inmiddels of de onderhandse markt in aandelen als van Facebook wel door de beugel kan. Als een Amerikaans bedrijf vijfhonderd of meer aandeelhouders heeft, is het verplicht een beursnotering aan te vragen. Goldman Sachs heeft een fonds opgezet om klanten in Facebook te laten investeren, en hoopt zo het bedrijf onder de grens van vijfhonderd aandeelhouders te houden: het fonds telt als één aandeelhouder. Volgens de zakenbank zal Facebook de grens van vijfhonderd aandeelhouders pas eind 2011 passeren, om dan in april 2012 naar de beurs te gaan. Maar als de SEC concludeert dat het fonds van Goldman Sachs slechts is opgezet om de 500-regel te omzeilen, kan het ‘er doorheen kijken’ en Facebook al eerder dwingen notering voor zijn aandelen aan te vragen. Als dat gebeurt, moet Facebook ook zijn financiële gegevens gaan openbaren.
Vele twijfels
En zo blijven er vele twijfels over de werkelijke waarde van Facebook. Die zijn verre van geheim, in tegenstelling tot de financiële gegevens van het bedrijf zelf. Newsweek schrijft er regelmatig over – hier en hier – , maar de beste bron is wellicht The Wall Street Journal. Als Facebook werkelijk vijftig miljard dollar waard is, zo schrijft de krant, en als het netwerk dit jaar werkelijk twee miljard dollar heeft omgezet – als, als,
als - , dan wordt Facebook nu gewaardeerd op 25 keer de omzet. Google, al zes jaar beursgenoteerd, al zes jaar een bewezen geldmachine, wordt momenteel gewaardeerd op zes maal de omzet. De waardering van Facebook is nu al zo extreem hoog, dat er voor beleggers de komende jaren nauwelijks nog rendement valt te behalen, legt de dagbijbel van Wall Street uit in een ander artikel.
De krant maakte zelfs een even hilarische als onthutsende vergelijking tussen de email waarmee Goldman Sachs zijn klanten een week geleden opwekte aandelen Facebook te kopen, en de bekende spamberichten in krom Engels waarmee duistere Nigeriaanse ‘zakenlieden’ goedgelovige websurfers geld proberen af te troggelen.
Nederlandse financiële redacties hoeven dit soort informatie alleen maar over te tikken – keurig met bronvermelding, uiteraard. Want die redacties hebben allemaal een abonnement op The Wall Street Journal.
Waarom doen zij dat dan niet?
Naschrift Joost Ramaer: Twee Nederlandse media blijken dus wel degelijk kritische aandacht te hebben besteed aan de dreigende tweede dotcom-zeepbel: de Volkskrant en NRC Handelsblad, beide op dinsdag 4 januari. NRC deed dat onder de ietwat misleidende kop ‘De beursgang van het jaar is nu al bekend’, maar het verhaal eronder was wel degelijk kritisch. Bizar detail: ik ben op beide kranten geabonneerd. Kennelijk heb ik er toch overheen gelezen. Inmiddels heb ik de kop en eerste alinea van mijn stuk aangepast. Moraal van dit verhaal: wie een grote mond opzet, loopt kans op zijn bek te gaan.
9 reacties