Een eigen website voor de krant is essentieel voor marketing en innovatie

Geert-Jan Bogaerts, voormalig Hoofd Online van de Volkskrant, kijkt met lede ogen naar het voornemen van De Persgroep om de redacties van de kranten en websites los te koppelen. Hij voorziet dat de constellatie zal leiden tot eenheidsworst op de vier krantensites. Dat met de krantensites geen geld wordt verdiend is in zijn ogen niet hard te maken omdat krantenuitgevers op ondoorzichtige wijze schuiven met de inkomsten en uitgaven van hun internetactiviteiten. Bovendien: “Over de boekenbijlage hoor je nooit dat die geld kost en niks oplevert, maar over de website hoor je dat keer op keer.”

De stap van Persgroep-eigenaar Christian van Thillo om de eigen webredacties van onder meer de Volkskrant en Trouw op te heffen, moet voor hem voelen als een overwinning. Hij wilde dit eigenlijk al meteen na de overname van PCM  in 2009 doen, maar hij werd tegengehouden door vooral de toenmalige hoofdredactie van de Volkskrant. Nu die het veld heeft geruimd, grijpt hij zijn kans. Internet is geen podium voor experimenten, maar moet onmiddellijk geld opleveren, vindt Van Thillo. Innovaties moeten elders gebeuren en daar hun succes bewijzen; pas dan vinden ze mogelijk een plek binnen de Persgroep-constellatie.

Veredeld doorgeefluik van het ANP
Als ik de berichtgeving op De Nieuwe Reporter goed heb begrepen, wil Van Thillo de webredacties van vier titels (de Volkskrant, AD, Trouw en Het Parool) samenvoegen op een centrale locatie in Rotterdam. Het nieuws voor deze vier titels wordt voortaan verzorgd door deze centrale webredactie, 15 man in totaal. Wat hun taak exact wordt, is nu nog niet bekend; maar uit geluiden die mij van binnen de Persgroep bereiken, begrijp ik dat ze een veredeld doorgeefluik worden voor het ANP. Dat kan ook nauwelijks anders. Wie vier websites moet onderhouden, zeven dagen per week en toch ten minste 18 uur per dag, heeft zoveel mensen wel nodig.

Interessant is dat Van Thillo zijn portfolio-idee uit België naar Nederland exporteert. Elke titel krijgt zijn eigen ‘specialisatie’. Voor de Volkskrant zijn dat politiek en opinie, muziek en film, het AD mag sport en entertainment doen, Amsterdam gaat naar het Parool, en Trouw buigt zich over het Groen in al zijn gedaanten. Voor die specialisaties worden ook extra redacteuren vanuit elke titel naar Rotterdam afgevaardigd. De totale omvang van de webredactie komt uit op 40 man. Zo moet NU.nl, de moloch van de Nederlandse nieuwssites, concurrentie worden aangedaan.

Er zijn twee redenen waarom dit een onzalig plan is
1. De eigen identiteit van de titels gaat onherroepelijk verloren. De Volkskrant vindt ander nieuws belangrijk dan het AD, dat op zijn beurt weer andere keuzes maakt dan Trouw. Hoe gaat die eigenheid tot uiting komen in de nieuwskeuzes voor de voorpagina, het visitekaartje van elke nieuwssite? Het lijkt me dat die samenvoeging gaat leiden tot een eenheidsworst. De kans hierop wordt nog groter omdat de webredactie op grote afstand komt te staan van de specialisten op de titelredacties. De redacteur Midden-Oosten, de sportverslaggever die Ajax verslaat, of de specialist-Philips is nu nog hooguit twee bureaus verderop te vinden. Je ziet hem bij de koffieapparaten en je komt hem tegen bij de redactieborrels. De fysieke afstand leidt onherroepelijk tot mentale verwijdering.

2. De tweede reden zit hem in de inconsequentie van dit plan. Want als elke titel zijn eigen portfolio onderhoudt met zijn eigen specialisten, waarom moeten die dan nog bij elkaar gaan zitten? Wat is daarvan de meerwaarde? Kunnen die juist niet beter op hun eigen redacties blijven zitten? En betekent het feit dat Trouw voortaan ‘Groen’ doet, dat de Volkskrant niet meer over milieuproblemen schrijft? Moet het AD voor politiek nieuws voortaan doorverwijzen naar de Volkskrant?

Bezwaren tegen financiële kortetermijnvisie
Het besluit van Van Thillo is een bevestiging van zijn stelling dat het internet uitsluitend als verdienmodel beoordeeld moet worden. De effectiviteit van een internetstrategie staat of valt volgens hem met de vraag of er geld mee wordt verdiend. Nu kun je zeker argumenten aanvoeren waarom het internetbeleid zakelijker zou moeten, zeker in een tijd dat de financiële nood op veel redacties hoog is gestegen. Maar ik maak er bezwaar tegen dat alle internetplannen van de redacties uitsluitend op hun korte-termijn financiële gevolgen worden beoordeeld.

1. Op de eerste plaats omdat er een groot element van willekeur inzit. Ik herinner me dat uit mijn eigen tijd bij de Volkskrant. Een argument dat ik vaak hoorde was dat de site zoveel geld kostte, en helemaal niks opleverde. Gek genoeg hoorde ik dat argument nooit over het wetenschapskatern of de boekenbijlage. Sterker nog, daar werd nooit zelfs maar een soortgelijke rekensom voor gemaakt. De redactie gaat er, terecht, vanuit dat deze katernen simpelweg thuishoren in een moderne journalistieke organisatie. Mijn opvatting hierover mag duidelijk zijn: een goede nieuwssite is voor een moderne redactie net zo onontbeerlijk (en misschien nog wel meer zo) dan willekeurig welke bijlage op zaterdag. Journalistieke investeringen worden nou eenmaal zelden of nooit beoordeeld op hun rentabiliteit. Waarom zou dat voor een site anders moeten zijn.

2. Daarbij komt dat de wijze van toerekenen van kosten en opbrengsten soms wel erg eenzijdig was. Kosten van de webwinkel kwamen ten laste van het internetbudget, maar de opbrengsten werden toegerekend aan de marketingafdeling. Kosten van de zaterdagabonnementen: naar internet. Opbrengsten: de uitgeverij. Tja, als willekeur zo de cijfers regeert, krijg je alles aangetoond. Duidelijke en goed beargumenteerde keuzes ontbraken in ieder geval. En dat was bij de andere titels niet anders.

Zonder eigen website geen vernieuwing
Los van de boekhouding lijkt het me sowieso niet verstandig om de inspanningen op internet uitsluitend te beoordelen op de opbrengsten van dit of het volgend jaar. Natuurlijk moeten die een rol spelen, maar de websites zijn misschien wel het belangrijkste instrument voor zowel marketing als de journalistieke innovatie en vernieuwing. Het bereik van de Volkskrant alleen al is in de vijftien jaar dat de website bestaat ruim verdrievoudigd tot meer dan 2 miljoen mensen per maand. Zonder internet was die enorme bereiksvergroting zeker niet mogelijk geweest.

Bovendien is het journalistieke ambacht in rap tempo van karakter aan het veranderen. Nieuwe media spelen hierin een belangrijke rol. Die hebben effect op alle verschillende fasen van het journalistieke productieproces: van het zoeken en controleren van bronnen, via de verschillende publicatiekanalen die je ter beschikking staan, tot en met het bedenken van follow-ups en het monitoren van de reacties op je verhalen. Wie geen serieuze eigen website meer heeft, mist ook het kanaal voor experimenten en vernieuwing.

Natuurlijk kan Van Thillo afwachten tot de concurrentie met een goed idee komt en dat vervolgens kopiëren. Ik wens hem daarmee dan veel succes. Het is precies die houding geweest die in het begin van deze eeuw de grote concurrenten van de kranten in het zadel hielp, juist op die terreinen waar ze voorheen het alleenrecht hadden: NU.nl voor het nieuws, Monsterboard voor de banenadvertenties, en Marktplaats voor de rubrieksadvertenties. En ook nu vermoed ik dat Sanoma, eigenaar van NU.nl, zich in de handen zal wrijven bij deze afbraak van een paar van de mooiste nieuwssites die Nederland kent.

Lees ook de achtergronden van het internetplan van De Persgroep op De Nieuwe Reporter: “Internetredacties werden gehinderd door kranten-mensen die het web niet kennen en willen kennen”

Geert-Jan Bogaerts –

Geert-Jan Bogaerts is hoofd van de afdeling digitaal van de VPRO.

Alle artikelen van Geert-Jan Bogaerts op De Nieuwe Reporter.

  • Marcel Havelaar

    Een illusie dat dit armoede-offensief (of eerder defensief) Nu.nl naar de kroon zal kunnen steken. Too less, too bland and too late. Ik bezoek met regelmaat de Volkskrant website. Niet voor het laatste nieuws (daar zijn andere nieuwssites vaak beter of sneler in), maar voor duiding en diepgang, en voor een niet-populistisch geluid. Waarom niet gewoon stopppen, als het niets oplevert?

  • Werkelijk doodzonde dat internet zo gemakkelijk met het badwater wordt weggekieperd.
    In deze tijd is juist de ‘merkbeleving’ de belangrijkste reden van de consument om voor het ene of andere product te kiezen.
    Daar kun je met je website, maar ook op de iPad op inspelen. Het zou dus in feite andersom moeten, meer investeren in internet, dat gaat op de lange termijn zeker meer opleveren…

    Zeer zorgwekkende ontwikkeling alle webredacties op een hoopje, verbannen naar Rotterdam.
    .

  • Deelnemers van het weblog op de website van de Volkskrant ontvingen van hoofdredacteur Philippe Remarque, de ‘wellicht vervelende mededeling’ dat de krant per 1 maart a.s. gaat stoppen met het weblog op de website van de krant. Als het aan Remarque ligt, zullen de vele duizenden weblogs sinds 2005, met persoonlijke ervaringen en ontboezemingen, politieke opvattingen, kritieken, foto’s, films, geluidsfragmenten ook niet meer toegankelijk zijn. De krant biedt geen middelen en mogelijkheden aan voor het overhevelen en voortzetten van de weblogs in hun huidige vorm.

    “De reden hiervoor is dat wij het blog helaas niet meer de aandacht en technische ondersteuning kunnen bieden, die het vereist,” schrijft Philippe Remarque aan de vele trouwe bloggers van zijn krant. En verder, ‘adding insult to injury’: : “Ik dank u hartelijk voor uw vertrouwen in het Volkskrant-blog de afgelopen jaren.” Remarque schreef nog net niet ‘Bekijk het maar’, maar het kwam er wel op neer.

    Bij de opheffing van de weblogs en waarschijnlijk ook die van de reactieruimten en discussieplatforms op de website van de krant en bij de samenvoeging en verhuizing van de internetredacties spelen de belangen van de ‘gewone mensen’ geen rol van merkbare betekenis. Zij zijn dan misschien wel mensen, sociale wezens, burgers en lezers die als bloggers, reageerders en discussieerders deelnemen aan het fameuze ‘publieke debat’, maar voor de Volkskrant tellen zij voortaan alleen nog mee als betalende abonnees en als doelgroepen voor advertenties en reclamecampagnes.

    Redacties, journalisten en columnisten willen dolgraag weer terug naar de journalistiek als éénrichtingsverkeer, zonder kritiek en gezeur. Het opheffen van de VK weblogs heeft niet alleen te maken met geld maar ook met alle kritiek op het redactionele beleid en de gewijzigde signatuur van de krant. De hoofdredactie van Volkskrant is het VK weblog daarom helemaal zat en wil het graag zo diep en onvindbaar mogelijk wegstoppen bij de Koninklijke Bibliotheek of zo, maar in ieder geval niet in het archief van de krant.

    De vraag is of dat wel kan, of het wel fatsoenlijk, juridisch mogelijk en journalistiek verantwoord is. In het VK weblog zit een gigantische hoeveelheid werk van gewone en ongewone mensen en alles bij elkaar is het een uniek tijdsdocument dat niet zomaar mag worden vernietigd.

    Als de Volkskrant een reactie verwijdert, pleegt zij volgens mij contractbreuk en schendt zij bovendien met terugwerkende kracht het burgerrecht op vrije meningsuiting op een door de krant aangeboden en beheerd publiek forum. Dit schreef ik in 2006 in mijn VK weblog ‘Wat Jan Blokker mag, mag een blogger ook’. De mogelijkheid dat de hoofdredacteur van de Volkskrant ooit zou besluiten om het complete VK weblog bij het oud vuil te zetten, kwam toen niet bij mij op, terwijl ik toch behoorlijk sceptisch sta tegenover de moraliteit van de journalistiek en die van de Volkskrant in het bijzonder.

    Het vernietigen of in ieder geval praktisch onvindbaar van het complete VK weblog is een schande die deze hoofdredacteur in normale democratische verhoudingen zijn kop zou moeten kosten. Maar behalve een paar keurig klagende bloggers kraait er geen haan naar..

    Als een blogger zijn tekst verstuurt, verklaart hij zich daarmee impliciet akkoord met de voorwaarden die de Volkskrant heeft gesteld, Op dat moment komt er een overeenkomst tot stand tussen krant en blogger. Beide partijen zijn daaraan gebonden. Het auteursrecht van inhoud en vormgeving van het weblog berust bij de blogger. Tegenover het recht van de krant om het blog zonder enige vergoeding te publiceren op haar website en waar dan ook, staat de verplichting om de weblogs in hun oorspronkelijke vorm ‘read-only’ bereikbaar te houden zodat zij door iedereen waar dan ook kunnen worden gelezen en bekeken. Internetdocumenten zoals weblogs worden gezocht en gevonden door middel van verwijzingen (links) in andere documenten op het internet. Zodra een weblog wordt, leveren de links alleen maar foutmeldingen op. Door het VK weblog praktisch onherkenbaar en praktisch onvindbaar te maken, onttrekt de Volkskrant ze aan publieke waarneming waardoor zij als uitingen hun doel missen.

    Er kunnen dus steekhoudende bezwaren worden gemaakt tegen het onbereikbaar maken van de vele publicaties op het VK weblog. Zo kunnen wetsregels en jurisprudentie mbt het vooraf beperken van meningsuitingen worden geëxtrapoleerd naar het achteraf verwijderen daarvan, onder welk voorwendsel dan ook.

    Bloggers kunnen weliswaar niet het redactionele beleid en de zakelijke beslissingen van de krant bepalen, maar dat betekent niet dat zij als mensen, burgers, lezers en auteurs geheel rechteloos zijn. Het auteursrecht op die teksten en wellicht zelfs op de discussies, berust bij de bloggers. Hun publicaties zijn ondergebracht bij de krant, die daarmee de plicht op zich heeft genomen om daarvoor als een goed huisvader te zorgen. Als de krant hiertoe niet meer bereid of zelfs niet in staat is, dan heeft zij de juridische én morele plicht om de weblogs integraal in het archief op te nemen. Overheveling van het VK weblog naar het archief van de Koninklijke Bibliotheek doet afbreuk aan het belang ervan als typisch tijdsdocument. Daarvoor is nodig dat ook als een echt weblog moet kunnen worden geraadpleegd door het volgen van de links die er nu overal op de wereld naar verwijzen.

    De hoofdredactie van de Volkskrant vindt dat het VK weblog niet thuishoort in het archief van de krant. Wat geldt voor artikelen van Volkskrant-redacteuren, zou niet gelden voor de weblogs die niet door vaste of losse medewerkers van de krant en door de krant uitgenodigde publicisten zijn geschreven. De ombudsman van de Volkskrant is het helemaal met zijn hoofdredacteur eens, schreef hij in zijn VK weblog van 15 januari 2011 die tevens in de papieren krant werd afgedrukt.

    Het is de vraag of blogs in de huidige tijd nog wel zó wezenlijk verschillen van gewone artikelen in de krant dat zij een inferieure status hebben als het gaat om zorg, behoud en blijvende vindbaarheid. Het feit dat bloggers hun teksten zelf naderhand nog kunnen aanpassen of compleet verwijderen, ligt aan de elektronische mogelijkheden die er nu eenmaal zijn. Hieraan kan een tijdslimiet worden gesteld, waarna de weblogs net zo archivabel zijn als alle andere teksten etc. in de diverse verschijningsvormen van de krant.

    Op dit moment wordt onderzocht of het VK weblog ergens anders kan worden ondergebracht, los van de Volkskrant. Dit lijkt mij een heilloos idee.
    Het VK weblog dankt zijn bestaan, zijn inhoud en zijn specifieke waarde en betekenis aan de directe band met de Volkskrant (nieuws, achtergronden, politiek, opinie, cultuur, etc.). Zonder die band is het VK weblog niet levensvatbaar. Krant en lezers hebben elkaar nodig in een soort symbiotisch verband. Zij voeden en inspireren elkaar en – waar nodig – bekritiseren zij elkaar. De krant moet mensen aantrekken die ingesteld zijn op tweerichtingsverkeer met de lezers en die ook beter bestand zijn tegen kritiek dan de huidige generatie journalisten en redacteuren.

    Bloggers en reageerders vervullen een onmisbare functie in het kader van de ‘checks and balances’ die onze democratie gezond (evenwichtig, transparant, eerlijk en rechtvaardig) moeten houden.

    Mijn weblog ‘Ook een krant moet zich aan de (Grond)wet houden’ (VK weblog 10/1/2011) gaat natuurlijk weer eens over mijn onterechte verbanning die nu al ruim een jaar duurt, en dat alleen maar vanwege een kritische maar keurige reactie op een column, nota bene. Voor dat blog raadpleegde ik het onmisbare boek ‘Uitingsvrijheid. De vrije informatiestroom in grondwettelijk perspectief’ van prof. J.M. de Meij.

    Uitingen die gericht zijn op uitwisseling van meningen of informatie mogen (zeker niet in het publieke domein) niet zomaar worden beperkt: Censuur en andere preventieve beperkingen van het publiceren van geschriften zijn volgens artikel 7 lid 1 van onze Grondwet verboden:

    “De drukpersvrijheid biedt kwalitatief de meeste bescherming, maar ook in kwantitatief opzicht is dit onderdeel van de uitingsvrijheid nog steeds de belangrijkste. Op dit artikel kan namelijk niet alleen een beroep gedaan worden voor het publiceren van duurzame geschriften zoals boeken, maar ook bij de periodieke pers en bij het verspreiden van pamfletten of het aanplakken van teksten.”
    (J.M. de Meij, ‘Uitingsvrijheid’, 2000, p93)

    Dit grondrecht heeft zogenaamd een ‘horizontale werking’. Dit betekent dat zij ook doorwerkt in de rechtsverhoudingen tussen burgers (ibid, pag 92) en a fortiori tussen een krant en haar lezers. De redactie mag geen maling hebben aan onze vrijheid van meningsuiting.

    Wat betekent zo’n fundamentele, onvervreemdbare, grondwettelijke en verdragsrechtelijke uitingsvrijheid als producten daarvan je willekeurig kunnen worden ontnomen?

    Niet iedereen beschouwt het VK weblog als een gezellig onderonsje voor gelijkgestemden en favorieten van de moderator of opiniechef van de krant. Het weblog is ook een openbaar forum voor publiek, maatschappelijk en politiek debat, waarin alle opvattingen en meningen in vrijheid mogen geuit, behoudens – natuurlijk – ieders verantwoordelijkheid voor de wet. Aan het gebruik van het weblog kunnen voorwaarden worden gesteld ter bevordering van het normale gebruik, zijnde de uitwisseling van ideeën en informatie.

  • Pingback: Mediaweek: Wikileaks, ‘meester-hacker’ en Het Parool naar Rotterdam? | webjournalisten.nl()

  • Een krant is een merk, dat weten we nu wel. Maar wie is de merkhoeder (brand guardian/custodian)? De hoofdredacteur van de krant lijkt mij. Oudst, grootst, bekendst.
    Maar de hoofdredacteur van de krant is dan niet meer verantwoordelijk voor de inhoud van de site met de naam van hetzelfde merk. Waar de regeltjes van de krant als het gaat om kwaliteitsbewaking van de berichtgeving met voeten getreden kunnen worden (ik zeg natuurlijk niet dat dat ook zal gebeuren). Héél slechte ontwikkeling dus.

  • Van Thillo en consorten lijken vooruit te lopen op de verwachting dat een van de grote kwaliteitskranten uit het aanbod verdwijnt (http://bit.ly/hRdmv5 ). Deze acties (webredacties samenvoegen en weblog opheffen) suggereren dat het best eens de Volkskrant kan zijn…..

  • Pingback: Losse webredactie kan wel degelijk goed uitpakken « Raker()