TANSTAAFL: Elke NRC-lezer een eigen Rolex

Arjan DasselaarJe kunt NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch veel verwijten, maar in tegenstelling tot zijn lezers heeft hij tenminste opgelet bij economie. Of veel Heinlein gelezen.

Een mens heeft geen rechten, een mens krijgt ze. Eventueel, als hij geluk heeft. Fraai is de tirade van luitenant-kolonel Jean V. Dubois in het meesterwerk Starship Troopers van Robert Anson Heinlein (niet te verwarren met de gelijknamige Riefenstahl-persiflage van Paul Verhoeven):

Leven? Welk ‘recht’ op leven heeft een man die in de Stille Oceaan verdrinkt? De oceaan zal niet luisteren naar zijn kreten. Welk ‘recht’ op leven heeft een man die moet sterven om het leven van zijn kinderen te redden? Als hij ervoor kiest zijn eigen leven te redden, is dat dan omdat het zijn ‘recht’ is? Als twee mannen sterven van de honger, en kannibalisme is het enige alternatief voor de dood, wiens recht op leven is dan ‘onvervreemdbaar’?

Verwende lezers
Waarmee Heinlein maar wil zeggen: elk zogenaamd recht ontstaat bij de gratie van welvaart, en het is geenszins onvervreemdbaar. In wanhopige tijden is elk ‘recht’ aan erosie onderhevig, voor zover het er niet gewoon helemaal bij inschiet. Dat is geen uniek inzicht in de literatuur, maar het is blijkbaar wel nodig om het af en toe te herhalen.

Want mijn god, wat heeft NRC Handelsblad verwende lezers. Dat is een harde uitspraak en dat terwijl ik meestal nogal mild ben tegenover de klanten van de journalistiek. Dat zijn immers onze echte werkgevers, die ons zowel moreel als financieel bestaansrecht geven.

Plicht van de klant
Maar ook klanten hebben niet louter rechten. Abonnees van NRC Handelsblad zijn immers een contract aangegaan toen ze zich abonneerden, en daarbij hoort ook een plicht. Namelijk de plicht om te beseffen hoe de zakelijke overeenkomst tussen krant en lezer werkt.

De abonnee mag van een krant wat dingen verwachten. Ondermeer dat deze journalistiek bedrijft en blijft bedrijven op de manier die de krant deed toen de lezer abonnee werd. En ook dat de krant volgens de geldende afspraken dagelijks op tijd wordt bezorgd, weer of geen weer, want dat is immers het bedrijfsrisico van de krant.

Zakelijk mandaat
Omgekeerd geeft de lezer de krant een zakelijk mandaat om ook elders geld te verdienen. Elke lezer met een beetje opleiding, en daar mag je de klanten van NRC toch hopelijk toe rekenen, moet weten dat een krant niet volgeschreven en –gefotografeerd, gedrukt en verspreid kan worden voor de fooi die men aanduidt als ‘abonnementsgeld’.

Kranten zijn spotgoedkoop. Probeert u in de boekhandel maar eens een boek te vinden met evenveel tekst tegen dezelfde prijs. Ik wens u veel succes.

(Dat internet nog goedkoper is, soit. Abonnees van de papieren NRC kiezen voor de krant en daar hoort nu eenmaal een ander, duurder en inefficiënter businessmodel bij. Kiest u voor papier, dan geldt: ‘In for a kopek, in for a ruble.’)

Slimme Vandermeersch
En dus moeten kranten de boer op. Vandermeersch doet dat blijkbaar slim. Want twee redacteuren aan het werk kunnen houden met de netto-opbrengst van slechts vier Rolex-advertenties, dat is goed verdienen. NRC Handelsblad verdient geen kritiek, maar juist een compliment: goed dat het zoveel geld binnenhaalt door relatief zo weinig papieren ruimte te verkopen.

Dat een krant zijn omslag niet moet verkopen aan een adverteerder, is beroerd onderbouwd sentimentalisme. Zeggen dat een krant wel advertenties mag plaatsen maar niet op de voorpagina, is als prostitutie willen toestaan, maar dan alleen na tien uur ’s avonds en met de lichten uit.

Eerbare vrouw
Je krijgt waarvoor je betaalt. Lezers die niet willen dat NRC Handelsblad haar lichaam verkoopt aan derden, moeten de portemonnee trekken en een eerbare vrouw van haar maken. Oftewel: twee tot drie keer zoveel abonnementsgeld gaan betalen. Wedden dat de eigen moraal dan opeens wel ruimte maakt voor wat pragmatisme?

Het ‘recht’ op een niet van advertenties afhankelijke krant is duur. Principes kosten geld, want niets is gratis. Rondom die wijsheid is een groot deel van een ander boek van Robert Anson Heinlein opgebouwd. Uit The moon is a harsh mistress is dan ook de afkorting en strijdkreet TANSTAAFL! afkomstig: there ain’t no such thing as a free lunch.

Wellicht dat het handig is om dit boek eens mee te geven aan nrc.next-hoofdredacteur Rob Wijnberg.

Arjan Dasselaar

Arjan Dasselaar (1975) is sinds 1992 actief als journalist. Hij schrijft ondermeer voor het weekblad Elsevier en het Financieele Dagblad. Ook is hij columnist voor NU.nl en geeft hij redactionele trainingen. Dasselaar schreef diverse boeken en doceerde journalistiek aan de Universiteit Leiden, de Rijksuniversiteit Groningen en de Erasmus Universiteit. In 2000 kreeg hij voor internetcolumns in het weekblad Elsevier een eervolle vermelding bij de verkiezing van het Gouden Pennetje.

Alle artikelen van Arjan Dasselaar op De Nieuwe Reporter.

  • Pingback: (Dutch) TANSTAAFL: Elke NRC-lezer een eigen Rolex | Lykle de Vries

  • Bob Lagaaij

    NRC-lezers? Luxe tuig! Mijn god: een advertentieflapje (of 2) en heel Bloemendaal of Lochem is aan de prozac. Nee, geef mij dan maar het volk van het met bescheidener middelen gemaakte maar minstens zo inventieve Financieele Dagblad. Daar lees je nooit gezeur over een overlapje. Wat je ook van die abonnees mag denken, ze snappen dat er geld nodig is om een krant uit te geven. (En dat zij niet de enigen zijn die dat leveren).

  • Bob Lagaaij

    Voor de maximale transparantie: ik ben abonnee sinds de eerste uitgave van NRC/Handelsblad (Handelsblad/NRC – te Amsterdam e.o.)
    en zeer aan de krant verslingerd (zoals aan alle kranten).

  • Nico van der Wel

    Wat nou weer!? Krantenlezers nemen deel aan ‘een inefficiënt business model’? Nee, ze kopen een krant. Auteur mag blijkbaar graag lezers van papieren kranten wegzetten als hopeloos ouderwets. Dat gebeurt vaker: uit discussies in de media zou je zo maar concluderen dat kranten wegkwijnen en ten dode opgeschreven zijn. Niet zo snel auteur!
    Volgende fout: de kleine groep lezers die boos was en heeft gereageerd staat blijkbaar voor alle NRC-abonnees. Dat gaat precies zo met al die mensen die op internetfora hun gal spuwen – die bepalen zogenaamd de sfeer. Wordt veel te serieus genomen. Alweer: niet zo snel auteur!
    Je voorpagina afdekken – al is het deels – dat gaat wel ver. “NRC opent vandaag met een Rolex-reclame.” Je moet als krant met dat sentiment rekening houden. Maar Vandermeeersch heeft het keurig uitgelegd.
    Tot slot nog een kleine ‘trip down memory lane’ voor auteur: iedere krantenlezer heeft ooit het fysiek hanteren van de krant onder de knie moeten krijgen. Mij staat nog bij hoe het mij als jongen pas na veel oefening lukte om de grote krantenvellen correct binnenstebuiten te vouwen (tegen de vouw in). Zonder het papier te scheuren en zonder de volgorde van de pagina’s in de war te gooien. En op een goeie zaterdag eind 2010 blijkt het automatisme ineens niet meer te werken. ik zal niet de enige zijn geweest die om die reden heeft zitten vloeken bij het omvouwen van de eerste ‘Rolexkrant’.

  • K. de Vries

    Er is geen NRC-lezer die vindt dat de krant niet in advertenties mag doen. Maar er zijn grenzen. We zien om ons heen overal de commercie oprukken. De beelden gezien uit de tijd van Koen Moulijn? Velden waar geen reclamebord omheen stond. Later alleen een ring van statische borden. Zeker in zwart/wit storen die niet. Recent wel eens een voetbalwedstrijd bekeken? Met borden naast de doelen in het gras geprojecteerd? Wel eens een film proberen te bekijken bij de commerciële omroep? Wel eens op internet gesurfd zonder AdBlock? Het gaat van kwaad tot erger, je moet je door steeds meer reclame heenroeien. Er mag best wel eens gezegd worden: tot hier en niet verder.