Onderzoeksjournalistiek 2.0: Digitaal speurwerk

Op internet zwerven belangrijke nieuwsverhalen rond, die maar zelden door de journalistiek worden gevonden. Hier liggen kansen voor een nieuwe variant van onderzoeksjournalistiek, zo stelt Jelle Kamsma in zijn onderzoek Digital Digging. Daarvoor moeten wel de unieke eigenschappen van het web ten volle worden benut. In dit laatste deel van een drieluik over de nieuwe mogelijkheden voor digitale onderzoeksjournalistiek zet Jelle enkele digitale hulpmiddelen op een rij.

In mijn voorgaande twee artikelen heb ik de term online grounded investigative reporting geïntroduceerd. Ik begon mijn argument met de stelling dat online bevindingen gebruikt kunnen worden om maatschappelijke trends te signaleren. In het tweede artikel heb ik vervolgens gepleit voor een mediumspecifieke aanpak waarbij de unieke eigenschappen van het web in acht worden genomen. Tot slot zal ik in dit laatste deel een inventarisatie maken van mogelijke hulpmiddelen, technieken, strategieën en verantwoordelijkheden verbonden aan ‘online grounded investigative reporting’.

Digitale hulpmiddelen
De door mij beschreven journalistieke onderzoekspraktijk is voor een belangrijk deel geïnspireerd op het Digital Methods Initiative. Dit onderzoeksprogramma aan de UvA onder leiding van Richard Rogers pleit ook voor een mediumspecifieke benadering van internetonderzoek. Daarnaast ontwikkelen ze tools die online onderzoek kunnen vergemakkelijken. Deze hulpmiddelen worden op hun site beschikbaar gesteld en kunnen in veel gevallen ook het werk van journalisten eenvoudiger maken. Het kan gaan om eenvoudige tools zoals de Image Scraper. Hiermee kun je in één klik alle afbeeldingen van een webpagina verzamelen in een lijst. Maar ook om meer geavanceerde onderzoeksinstrumenten zoals de Issue Crawler waarmee hyperlinks gevolgd worden om zo netwerken van naar elkaar verwijzende sites in kaart te brengen.

Een tool dat speciale aandacht van journalisten verdient, is de Lipmannian Device, vernoemd naar de befaamde Amerikaanse journalist Walter Lipmann. In de jaren ’20 van de vorige eeuw schreef hij over de noodzaak om de affiniteit van een bepaalde persoon met een specifieke kwestie vast te kunnen stellen. Oftewel een instrument om ‘partisanship’ mee te meten. Vertaald naar de huidige nieuwsagenda zou het bijvoorbeeld erg nuttige informatie opleveren om de affiniteit van de nieuwe Tweede Kamerleden met belangrijke politieke kwesties als hypotheekrenteaftrek of euthanasie te kunnen meten. De Lipmannian Device gebruikt de logica van Google om dit te bewerkstelligen. Deze applicatie kan bijvoorbeeld onderzoeken welke namen van Kamerleden veelvuldig genoemd worden in de Google resultaten voor de zoekopdracht ‘euthanasie’. Hiermee kunnen vervolgens ranglijsten worden gemaakt van kamerleden die er in slagen hun stem te laten horen in het publiek debat over een kwestie als euthanasie.

Strategieën
Deze tools kunnen nuttig zijn voor de onderzoeksjournalistiek maar moeten niet zonder meer worden ingezet. Voorafgaand aan een onderzoek is het altijd belangrijk om je doelen duidelijk te definiëren. Hypotheses zijn onmisbaar omdat het maar al te gemakkelijk is om te verdwalen in grote hoeveelheden data. Nadat deze zijn vastgesteld kan er worden begonnen met het verzamelen en analyseren van de data. Hierbij is het verstandig om aan een bepaalde strategie vast te houden. Bijzonder effectief kan het zijn om de data over een periode te verzamelen om zodoende bepaalde trends te kunnen signaleren. Dit is wat Google Insights for Search doet met zoekresultaten en het NRC Handelsblad deed met de Wayback Machine (zie artikel 1). Het feit dat er op een gegeven moment 150 Nederlandse extreemrechtse sites zijn, zegt namelijk niet zoveel. Het is moeilijk aan te geven of dit veel of weinig is. Echter, wanneer er een duidelijk stijging of afname van het aantal sites te zien is, wordt het interessant. Helemaal als een toename van het aantal extreemrechtse sites verband lijkt te hebben met belangrijke maatschappelijke gebeurtenissen zoals 9/11 en de politieke moorden op Fortuyn en Van Gogh.

Een andere strategie kan zijn om afwijkende resultaten nader te onderzoeken. Verwijzingen in een Wikipedia-artikel over de relatie tussen prinses Mabel Wisse Smit en drugbaron Klaas Bruinsma werden met de Wikiscannersoftware teruggeleid tot het IP-adres van Paleis Huis Ten Bosch. De wijzigingen hadden geprobeerd te verbloemen dat Mabel foutieve informatie over haar affaire had gegeven aan de Minister-president. Nadat hier in de Nederlandse media uitvoerig over werd bericht bevestigde de RVD dat prins Friso en prinses Mabel verantwoordelijk waren geweest voor de aanpassingen.

Maar er zijn meer afwijkingen op het internet te vinden die de basis kunnen vormen voor een interessant nieuwsverhaal. In de Google zoekresultaten zijn ook voldoende ideeën voor journalistieke onderwerpen te vinden. Zo kreeg je lange tijd voor de zoekopdracht ‘jew’ als eerste een link te zien naar de antisemitische site jewwatch.com. De site is inmiddels tweede in de ranking maar dit voorbeeld laat wel zien hoe goed extreemrechtse fora er in slagen om de resultaten van Google naar hun hand te zetten. Een fenomeen dat zeker om journalistieke duiding vraagt.

Het presenteren van je bevindingen
Bij het toepassen van deze nieuwe onderzoekstechnieken moeten journalisten zich ook bewust worden van nieuwe verantwoordelijkheden. Voor grote groepen mensen is het internet nog een ‘black box’; een handig stuk technologie waarvan de precieze werking voor hen niet ter zake doet. Voor journalisten die verslag doen van online onderzoek is het dus van groot belang dat het onderzoeksproces op een duidelijke manier voor een groot publiek inzichtelijk wordt gemaakt. De journalist moet volledig transparant zijn over het onderzoek. Eén van de eerste stappen in dit opzicht zou dan ook moeten zijn het vrijgeven van de gebruikte datasets. Het publiek kan zo niet alleen het werk van de journalistiek controleren maar er tevens op voortbouwen. Crowdsourcing is in meerdere gevallen al een erg effectief hulpmiddel gebleken voor de journalistiek. Ook Nederlandse media grijpen dit hulpmiddel inmiddels aan.

Visualisatie kan ook helpen een nieuwsverhaal helder te maken voor het publiek. Grote hoeveelheden data kunnen inzichtelijk gemaakt worden door ze te visualiseren. Op papier kan dit met grafieken of diagrammen maar in een online omgeving zijn er nog veel meer mogelijkheden. Een goed voorbeeld is Top Secret America, een project van de Washington Post met als doel het beveiligingsapparaat van de Verenigde Staten zo nauwkeurig mogelijk in kaart brengen. Via talloze interactieve kaarten, grafieken en diagrammen wordt het publiek uitgedaagd om ook zelf connecties te maken en duiding te geven aan de data. Voor de Nederlandse media zijn dergelijke grote projecten misschien financieel onhaalbaar. Maar met gratis datavisualisatie-tools van ManyEyes is ook al hele hoop mogelijk zoals bijvoorbeeld The Guardian liet zien. Doordat deze software vrij toegankelijk is, wordt bovendien het lezerspubliek uitgedaagd om er zelf ook mee te gaan stoeien.

Voor onderzoeksjournalisten zijn er met de komst van het internet een hoop nieuwe mogelijkheden bijgekomen. Toch is er weinig veranderd in de zin dat creatief en analytische denkwerk aan de basis dient te staan van elk goed journalistiek onderzoek. ‘Online grounded investigative reporting’ moet ook vooral gezien worden als een aanvulling op het arsenaal aan onderzoekstechnieken waar journalisten over kunnen beschikken. In deze serie artikelen heb ik geprobeerd enkele mogelijkheden van het web voor de journalistiek weer te geven. Het soort journalistiek dat ik voorstel staat nog in de kinderschoenen maar naarmate steeds meer mensen vertrouwd raken met het web, zal de relevantie ervan alleen maar toenemen. Het internet zit vol verhalen.

2 reacties

  1. Pingback: De digitale revolutie biedt kansen voor onderzoeksjournalistiek

  2. sam schreef op 12 maart 2011 om 16:54

    Inspirerend overzicht. Tijd om ermee aan de slag te gaan!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Onderzoek (43 van 377 artikelen)


Op internet zwerven belangrijke nieuwsverhalen rond, die maar zelden door de journalistiek ...