De journalistiek moet zich bezinnen op hoe om te gaan met privé-informatie

Vorige week verscheen een artikel in enkele regionale kranten waarin Henk Blanken (het artikel is ook te lezen op zijn weblog) als adjunct-hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden en lid van de Raad voor de Journalistiek, constateert dat de journalistiek worstelt met het “potsierlijkheidsbeginsel”; omdat “iedereen” toch al weet dat de schutter uit Alphen Van der Vlis heet, waarom dan nog het journalistiek beginsel van het niet noemen van de achternaam hanteren?

Ik las Blankens artikel in het Noordhollands Dagblad van afgelopen zaterdag en laat ik allereerst constateren dat de opmaakredactie van die krant geen enkele worsteling met welk fatsoenlijk journalistiek beginsel dan ook kent. Op dezelfde pagina als waarop de smartelijke woorden van de moeder van Van der Vlis over haar onmetelijk verlies en verdriet, ze treffen de lezer tot in de ziel, zijn afgedrukt, meent de opmaakredacteur ter illustratie van Blankens artikel een gespiegelde foto van Van der Vlis op te moeten nemen: één zonder zwarte balk voor de ogen en één met, met geen ander doel dan een ‘plaatje bij een artikel’ te plaatsen. Stelt u zich eens één keer het huiveringwekkende moment voor waarop de moeder deze krantenpagina openslaat en haar zoon haar weer toelacht? Om nog maar te zwijgen van de familieleden van de slachtoffers. Het Noordhollands Dagblad is élke schaamte voorbij.

Twitter als luilekkerland voor journalisten
Henk Blanken constateert dat “als iedereen alles al weet” en “we ons hele leven op Hyves uitventen”, privacy een rekbaar begrip wordt. Ook constateert hij dat “bijkans iedereen weet hoe Tristan” heet en wijt dat aan de opkomst van de sociale media zoals Twitter. Volgens een objectieve schatting zijn er op dit moment in Nederland ruim 400.000 twitteraars waarvan 168.300 actief (cijfers van Twirus, januari 2011). Voor Blanken geldt dit handjevol mensen kennelijk als “iedereen”. Wat elke journalist zou móeten realiseren is dat de tweets van deze twitteraars er niet toe leiden dat “iedereen” “alles” te weten komt, maar dat deze tweets voor journalisten een luilekkerland zijn voor het vergaren van informatie.

Het zijn niet de twitteraars die de naam van Van der Vlis ruimschoots hebben verspreid, het zijn de journalisten die álle tweets de hele dag volgen, en daar de krenten in de pap van oppikken. Het zijn de nieuws- en actualiteitenprogramma’s die besluiten de naam door te geven. Met andere woorden: Blanken draait de rollen om en neemt geen enkele journalistieke verantwoordelijkheid voor deze werkwijze door het potsierlijk te noemen de privacy van daders en verdachten nog langer te beschermen. Zou Blanken deze verantwoordelijkheid wel nemen, dan zou hij het niet hebben over een ‘potsierlijkheidsbeginsel’, maar over een ‘fatsoensbeginsel’ of ‘openbaarheidsbeginsel’.

Een gedragscode inzake privacy
De sociale media creëren een nieuw soort openbaarheid, door de socioloog Manuel Castells ‘mass selfcommunication’ genoemd. Privé-informatie wordt op een publieke manier in de openbaarheid gebracht. Zonder dat de meeste sociale media-gebruikers zich daar echt van bewust zijn en erger nog: zonder dat de meeste sociale media-gebruikers hun informatie voor die openbaarheid bedoelen.

Waar de journalistiek zich op moet bezinnen, is hoe zij met die privé-informatie omgaat. Voor een beroepsgroep die op nieuws jaagt een ongelooflijk moeilijke opgave: de koekjesdoos voor je neus, maar er geen koekje uit mogen pakken. In een analogie met geweren wordt deze opgave voor journalisten echter veel grimmiger: het feit dat geweren bestáán, wil niet zeggen dat je ze ook moet gebruiken.

De journalistiek ziet zich door het ontstaan van deze ‘mass selfcommunication’ geplaatst voor een paradigmaverschuiving: het gaat er niet meer om wat wél nog gepubliceerd mag worden (een achternaam, een foto, een filmpje), het zal er om gaan uitgangspunten te vinden wat vooral níet gepubliceerd mag worden. Blankens conclusie dat een krant “telkens opnieuw” beoordeelt of bepaalde informatie gepubliceerd kan worden, is een zwaktebod. Het had uit respect voor de moeder van Van der V. van professionele reflectie getuigd als u als lid van de Raad voor de Journalistiek tot een gedragscode inzake privacy had opgeroepen. De handelswijze van het Noordhollands Dagblad in haar krant van afgelopen zaterdag laat zien hoe noodzakelijk deze gedragscode is.

6 reacties

  1. In het stuk hierboven wordt gesteld dat ik heb beweerd dat we door sociale media zoals Twitter weten hoe Tristan heet. Dat is apert onjuist. In mijn artikel beschrijf ik hoe het het wel ging: Telegraaf, RTL, NOS, etc. Nergens beweer ik dat twitter bij Alphen een rol speelde.

    Wel leg ik uit hoe de media in het algemeen zijn veranderd, in laatste instantie ook door sociale media. Commerciële tv, toenemende concurrentie, verharding van de samenleving, en internet – we kunnen internationale media volgen die verdachten wel bij de volledige naam noemen – hebben een rol gespeeld.

    Het verwijt dat ik bescherming van privacy van verdachten en daders potsierlijk noem, vind ik stuitend. Net als de opmerking dat ik geen journalistieke verantwoordelijkheid neem. Ik leg juist uit dat die bescherming van privacy soms potsierlijk wordt (niet: is), omdat de identiteit van verdachten, veroordeelden en slachtoffers vaker dan vroeger algemeen bekend is. Ik volg daarin de redenering van Rob Wijnberg van NRC en uitspraken van de Raad van de Journalistiek.

    Journalistieke verantwoordelijkheid neem ik juist wel. Door volstrekt transparant te zijn over mijn beslissingen, die uit te leggen in mijn eigen krant, en telkens opnieuw, bij elke volgende kwestie, te bespreken in de Raad. Dat leidde en zal vast en zeker opnieuw – de wereld verandert snel – leiden tot aanpassingen van onze journalistieke ethische normen, zoals vastgelegd in de Leidraad van de Raad en de Code van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren. Die code, bedoel ik, bestaat al, maar luidt allicht anders dan de auteur van bovenstaand stuk graag zou zien.

    Mijn artikel is in mijn krant, Dagblad van het Noorden, verschenen, op mijn blog en in sommige andere kranten (via de GPD). Ik heb geen invloed op de wijze van presentatie ervan in die andere kranten.

  2. Sent Wierda schreef op 21 april 2011 om 11:16

    Is het noemen van de achternaam van Tristan relevant?
    De Volkskrant vindt van niet: Van der V. is volgens de Volkskrant juist.
    Maar hoe kan de Volkskrant dan de familiale achtergronden van Tristan schetsen, mede in het kader van mogelijke affiniteit met wapens – met bijv. een oom die Chef van de Defensiestaf is geweest; een grootvader die schietopdrachten heeft gegeven; een oma die in een boek schrijft over een schutter die willekeurig mensen doodschiet…
    (Met dank aan Wio Joustra die hierover een artikel heeft geschreven in de Leeuwarder Courant – een krant die wel de volledige achternaam publiceert.)

  3. De enigen die geïnteresseerd zijn in de achternaam van der V. of in de vraag of zijn oom Chef ergens is geweest, zijn de journalisten zelf. Die gegevens voegen niets toe aan – voorzover die überhaupt mogelijk is – aan een verklaring van de daad van Van der V.. Het maatschappelijk belang ervan is ook bijkans nul. En de schade voor familie, nabestaanden en willekeurige mensen die per ongeluk ook Van der V. heten, groot.
    Godenzijdank is de Raad voor de Journalistiek in zijn uitspraken strenger dan Blanken doet voorkomen. Zie ook de ambtshalve uitspraak over de overlevende van de ramp in Tripoli. Het dapper opschrijven van de achternaam van Van der V. volgt helemaal niet uit de uitspraken van de Raad.
    Het is ook buitengewoon flauw en gemakkelijk je te verschuilen achter het, leuk verzonnen, potsierlijkheidsbeginsel: je te verbergen achter de brede, beginselloze rug van De Telegraaf omdat ‘iedereen’ het toch al weet.
    Maar misschien kan Blanken of een van de anderen nu eens echt uitleggen welk maatschappelijk belang er gediend wordt met publicatie van de achternaam van B., van der G., van der V.? Kom op Henk B., Wio J. en Martin K.!

  4. hans laroes schreef op 28 april 2011 om 14:20

    Het al dan niet noemen van een naam is altijd een afweging: privacy-bescherming is geen absoluut gegeven, waarover niet zou hoeven te worden nagedacht.
    Dat heeft de Raad voor de Journalistiek al eerder bepaald, bijvoorbeeld in de zaak van de (ontsnapte tbs-er) Willem Schippers.
    De NOS publiceerde toen zijn naam voluit en werd in het gelijkgesteld door de RvdJ, die al onze afwegingen overnam.
    Een daarvan was tot stand gekomen na discussie met de Orde van Advocaten, de Vereniging van Rechtspraak en mediasocioloog Gerard Schuijt. De laatste betoogde dat sommige gebeurtenissen (misdrijven), de samenleving zo schokken dat er andere dan de gebruikelijke afwegingen kunnen en moeten worden gemaakt en dat de naam en de achtergrond van de (potentiele) dader journalistiek relevant kunnen zijn.
    Ik vind dat ook nu nog een juiste en bruikbare opvatting. Hij haalt de afweging ook weg uit de sfeer van de morele verontwaardiging, waardoor het soms lijkt alsof de beschaving hier in elkaar stort als we niet langer per definitie met afkortingen werken.
    Naar ons idee is Alphen zo’n zaak, dus Van der Vlis. Het gold ook Karst Tates.
    En zou, indien de geeburtenissen nu zouden plaatsvinden, ook gelden voor Van der Graaf en Bouyeri.
    Besluitvorming over privacy staat, als je deze argumentatie volgt, ook los van de vraag ,,of iedereen alles al via internet weet”. Dat is wel waar, maar is voor onze afweging minder relevant.

  5. Hugo Arlman schreef op 18 mei 2011 om 15:04

    @Hans Laroes

    Het Journaal duikt niet weg achter De Telegraaf maar achter de Raad voor de Journalistiek, de Orde van Advocaten en mediasocioloog Gerard Schuijt (geen socioloog overigens maar emeritus hoogleraar mediarecht). Natuurlijk, als nieuws schokkend is, zijn andere punten op de glijdende schalen van de afweging van toepassing. Maar Laroes noemt nog steeds geen enkel argument waarom het noemen van al die achternamen iets toevoegt, en wat het dan precies toevoegt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (255 van 899 artikelen)


Serie: Hoe verder met de publieke omroep? (2) De publieke omroep staat ...