Retorica in 140 karakters, of: wat de kranten werkelijk kunnen leren van sociale media

Kranten – althans, de makers en uitgevers daarvan – zijn helemaal niet blind voor de vernieuwers van het web, zoals de krantendoemzeggers al jaren roepen. Sla vandaag een willekeurige papieren krant open en de kopij over, referenties aan en me too-imitaties ván wat er op dat web allemaal te koop is, vliegen je om de oren tot je er misselijk van wordt. Nee – kranten zijn juist blind voor hun oudste en beste vriend. Mocht hij ooit uitsterven, de papieren krant, dan is de doodsoorzaak de ernstige verwaarlozing van de abonnee.

Het duiden van Jensen en de ergernis van Klöpping

Dit nieuwe inzicht dank ik aan @CICERO – Zijn sociale media de doodsteek van retorica?, een debat woensdagavond in De Rode Hoed in Amsterdam, compleet met een live Twitter-feed op een groot beeldscherm. Op het podium acteerden vijf deelnemers – Ernst-Jan Pfauth, Arjan el Fassed, organisator Charles Huijskens, Stine Jensen en Alexander Klöpping – en moderator Eugène Sutorius, voorzitter van de Retoricakamer. Maar het debat werd volledig gedomineerd door het duiden der sociale media door Jensen, en de duidelijke ergernis daarover van Klöpping. Over de retorica ging het te weinig, al werd deze schone kunst af en toe wel live bedreven, niet in het minst door Sutorius zelf.

“Intiem kapitaal”

In haar essay Echte Vrienden muntte de filosoof Jensen de term ‘intiem kapitaal’ ofwel ‘verhandelbare privacy’. Zo noemt zij de schat aan persoonlijke gegevens die wij zonder het te weten op het web achterlaten, en die bedrijven als Google, Facebook, Hyves en Twitter dankbaar exploiteren. Jensen strooit met zulke pakkende woordvondsten in woord en geschrift. Maar daarmee loert ook constant het gevaar van de retorische overdrijving. Zou Facebook werkelijk zijn “ingestort”, zoals Jensen woensdag beweerde, wanneer het netwerk de optie ‘Vind ik niet leuk’ had toegevoegd?

Sociale media maken van ons geen andere mensen

Onzin, vond Klöpping. En: hoezo “intiem”. Adres, telefoonnummer, postcode – is dat intiem? De echte intimiteiten die hij uitwisselt, al of niet via het web, met wie hij als zijn echte vrienden beschouwt, houdt hij voor de gretige beheerders van Facebook goed verborgen – en met hem de meeste van de honderden miljoenen gebruikers van de site, zo is zijn overtuiging. Met andere woorden: sociale media maken van ons geen andere mensen. Zij blijven instrumenten waarmee wij ons leven slechts vergemakkelijken en veraangenamen. “Sociale media zijn helemaal niet de doodsteek van retorica,” merkte Klöpping op. “Kijk maar naar de tweets van Geert Wilders. IJzersterke retorica past ook in maximaal 140 karakters.”

De 57 geheimen van Google

Bovendien leidt de methode-Jensen af van de werkelijk zorgelijke aspecten van sociale media. Klöpping haalde een “heel interessant boek” aan dat hij momenteel leest: The Filter Bubble: What The Internet Is Hiding From You. Daarin onthult auteur Eli Pariser onder meer dat Google iedere individuele zoekopdracht verfijnt met 57 gegevens van iedere individuele zoeker. Drie daarvan zijn bekend: de computer, de browser en de locatie van de zoeker. De andere 54 zijn een goed bewaard geheim. “Als ik het woord ‘Egypte’ intoets in Google,” gaf Klöpping als voorbeeld, “krijg ik heel andere resultaten dan wanneer een ander dat doet. Bijna niemand weet dat.” Gevolg is dat wij vooral hits voorgeschoteld krijgen die passen bij wie wij zijn. Of wij nou PVV stemmen of GroenLinks, vlees eten of vegetariër zijn: zonder dat wij dat beseffen worden bronnen die niet stroken met ons denken, doen en laten, grotendeels uitgefilterd. “Zo maakt Google onze wereld kleiner,” concludeerde Klöpping.

Ethiek en gewin gaan hand in hand

Door een rooskleuriger bril bezien proberen de reuzen van het web het ons zoveel mogelijk naar de zin te maken. Zo beantwoordde Facebook massale kritiek van gebruikers en commentatoren door als de bliksem ingrijpende wijzigingen door te voeren in zijn privacy-instellingen. Misschien verklaart dat waarom “de meeste webgebruikers niet malen om privacy”, zoals Charles Huijskens opmerkte. De sites geven ons al het gevoel dat wij zelf de baas zijn; en als wij dan toch kritiek hebben, wordt er meteen wat mee gedaan. Ethiek en gewin gaan hier hand in hand: hoe meer tevreden gebruikers, hoe meer geld de webreus aan ze verdient. De cijfers van Facebook spreken wat dat betreft boekdelen.

Mooi aanbod – alleen voor nieuwe abonnees

Google, Facebook, Twitter en Hyves koesteren dus hun bestaande klanten. En wat doen de papieren kranten? Het stugste voorbeeld dichtbij huis geeft NRC Media: wie zich voor twee jaar abonneert op NRC Handelsblad, krijgt er een iPad bij tegen sterk gereduceerde prijs. (Wanneer u de goedkoopste iPad kiest, is het voordeel trouwens 192,20 euro, en niet 288 euro zoals NRC Media stelt.) Maar dit aanbod geldt alleen voor nieuwe abonnees. Bestaande zoals de auteur van dit verhaal, die NRC Handelsblad al veertig jaar leest, hebben het nakijken.

Abonnee tot je dood neervalt

Verval of niet, grote kranten hebben nog altijd een paar honderdduizend abonnees die iedere maand, kwartaal of jaar vorstelijke bedragen vooruitbetalen om maar die krant te mogen lezen. En de meesten gaan daarmee letterlijk door tot zij dood neervallen: abonnementen worden het vaakst opgezegd vanwege een sterfgeval. Cornelis van den Berg, bedenker en eerste directeur van het gratis dagblad De Pers, maakt dat punt herhaaldelijk in zijn recent verschenen boek Het Complot. Niet één van de vele, meestal lovende recensies refereerde daaraan – ook niet die op De Nieuwe Reporter. Van den Berg kan het weten, want hij beschrijft in zijn boek hoe hij oude, allang vergeten en verstofte lezersonderzoeken van Nederlandse krantenuitgevers verzamelde en ‘inklopte’ in de computer om ze vergelijkbaar te maken. Het oudste rapport dateerde uit 1968, het jongste van rond 2000. Allemaal wezen ze in dezelfde richting: eenmaal abonnee, (bijna) altijd abonnee.

Hondentrouw

Maar de uitgevers hebben zich, zeker de laatste twintig jaar, vooral uitgesloofd om die hondentrouw zoveel mogelijk op de proef te stellen. Nieuwe broodletters. Nieuwe lay-outs. Titelfusies. Naamsveranderingen. Andere indelingen. Rubrieken en columns die komen en gaan. Zulke veranderingen stoten steevast meer trouwe lezers af dan ze nieuwe aantrekken – vraag maar aan ‘krantenprofessor’ Piet Bakker, die kan daar mooie cijferstaatjes van laten zien. Misschien hoort dat bij die hondentrouw – dat je rust wilt in je krant. Waarom zeggen anders de meeste abonnees dat ze “lid zijn” van hun dagblad?

Google, Facebook, Hyves en Twitter zijn druk bezig “leden” te werven, en in de watten te leggen. De kranten blijven hun vaste klanten hardnekkig verwaarlozen. Meer dan de opmars van het nieuwe, lijkt de verloochening van het oude de ware reden van hun verval.

De Twitter-discussie tijdens het debat in De Rode Hoed is na te lezen op @CICEROsymposium.

Joost Ramaer –

Joost Ramaer (1958) is freelance journalist. Eerder was hij redacteur van Quote (1986-1993) en de Volkskrant (1993-2008) - bijna tien jaar bij Economie en bijna vijf jaar bij Kunst. Hij schreef De geldpers - de teloorgang van het mediaconcern PCM, dat op 14 december 2009 verscheen bij uitgeverij Prometheus."

Alle artikelen van Joost Ramaer op De Nieuwe Reporter.