Serie: Toekomst van de buitenlandcorrespondent (8)

Wereldschrijvers.nl boort nieuwe markt voor correspondenten aan

Deed het wereldnieuws er vroeger soms weken over om de andere kant van de wereld te bereiken, tegenwoordig wordt al het kleine en grote nieuws binnen enkele tellen de aardbol rondgetwitterd. Welke gevolgen heeft dit voor de buitenlandcorrespondent? DNR wijdt een serie aan deze vraag.

Een Nederlandse nieuwscultuur die zich naar binnen keert, een tekort aan ruimte voor achtergronden en nuance en onzekerheid over een vast inkomen. De afgelopen weken kwamen diverse redenen naar voren die het werk van een correspondent lastig kunnen maken. VolgensPeter Runhaar(48) liggen er echter nog genoeg kansen voor buitenlandverslaggevers, die op dit moment niet benut worden. Met zijn jonge dienst Wereldschrijvers probeert  hij vraag en aanbod samen te brengen: “Nederlandse media kunnen veel leuker en beter van de diensten van correspondenten gebruik maken”.

Van Roodeschool tot Valkenburg

Na jaren ervaring te hebben opgedaan als uitgever en hoofdredacteur, eerst in loondienst en later in eigen beheer, richtte Peter Runhaar in oktober 2008 Wereldschrijvers op. Hij anticipeerde hierbij naar eigen zeggen simpelweg op de vraag vanuit de markt. “Ik ontdekte dat veel van mijn opdrachtgevers een mooi freelance-netwerkje hadden tussen Roodeschool en Valkenburg. Maar journalisten in het buitenland zaten niet in hun adressenbestand. Het eureka-moment was de dag dat op de redactie van een customer-media-uitgever een opdrachtgever vroeg om een reportage met input uit vier door hen aangedragen landen. Er brak toen echt even paniek uit op de redactie.”

Runhaar besloot het gat in te duiken en lanceerde Wereldschrijvers.nl. Kort gezegd is de site een intermediair tussen media en correspondenten. Runhaar heeft een netwerk van 55 professionale Nederlandse journalisten in 32 landen aan zich gebonden. “Eén van de basisgedachten achter Wereldschrijvers is dat de Nederlandse media veel leuker en beter van de diensten van correspondenten gebruik kunnen maken,” legt Runhaar de filosofie achter zijn initiatief uit. “Een groot deel van de media maakt weinig tot geen gebruik van correspondenten. Denk bijvoorbeeld aan vaktitels, niche-uitgaven en customer media. Met Wereldschrijvers willen we vraag en aanbod bij elkaar brengen en een motortje zijn om nieuwe productie- en samenwerkingsvormen tot stand te brengen.”

Vergoogling

De drijfveer van Runhaar is echter niet puur marktgedreven. Hij noemt zijn site ook  ‘een reactie op de vergoogling van de journalistiek’. Op verzoek licht hij toe: “Als je een goede reportage wilt maken over -pak ‘m beet- Vietnam, vind ik dat je moet weten hoe ’t daar op de markt ruikt en waar de mensen in het café over praten. Zo’n verhaal google je niet bij elkaar vanachter je bureau op de redactie. Wereldschrijvers is, zonder hoogdravend te willen zijn, dus ook een soort statement: terug naar de kernwaarden van de journalistiek en de ooggetuige op locatie.”

Wrang genoeg lijkt dat echter niet de richting te zijn waarin het correspondentenvak zich ontwikkelt. Volgens experts worden correspondenten in de toekomst vooral aggegreerders van informatie, die met hun eigen lokale kennis context toekennen aan reeds bestaande bronnen. Dit lijkt voor sommige media een logische keuze, omdat deze vorm van nieuws produceren aanzienlijk goedkoper is dan een verslaggever op locatie betalen. Runhaar denkt echter dat de investering in kwaliteit zich in veel gevallen terugbetaalt. “Kijk bijvoorbeeld eens hoeveel reiswebsites echt belabberd slechte landeninformatie bevatten. Ik denk dat er heel veel niches zijn waar een investering in goede content zich absoluut terugverdient. Ik merk ook dat de bereidheid om hier voor te betalen terugkomt. Ook online.”

De kwaliteit van zijn content bewaakt Runhaar dan ook goed. Niet iedereen kan zomaar toetreden tot zijn globale schrijversnetwerk: “Voor we iemand in het netwerk opnemen kijken we heel goed naar zijn profiel, zijn achtergrond en de media waarvoor hij heeft gewerkt. De lat ligt vrij hoog. De correspondenten moeten permanent en gedurende langere periode wonen in ‘hun’ land of regio en een goede productie op hun naam hebben.” Expats die ook een leuk stukje kunnen schrijven komen er bij Wereldschrijvers dus niet in: “Het gaat echt alleen om professionele journalisten voor wie journalistiek hun hoofdactiviteit is.”

One stop shop

Als je er van afstand naar kijkt lijkt het correspondentenwereldje vrij klein, overzichtelijk en toegankelijk. Je zou je dus kunnen afvragen in hoeverre er behoefte is aan een intermediair tussen media en buitenlandjournalisten. Runhaar denkt dat  die behoefte er zeker is, mits je actief je toegevoegde waarde bewijst. “Als we alleen maar een doorgeefluikje van NAW-gegevens zouden zijn zouden we natuurlijk niet zo veel bestaansrecht hebben. Maar we willen dan ook veel verder gaan. Dat zit hem bijvoorbeeld in proactief meedenken met de opdrachtgever. We kunnen hele mooie dingen tot stand brengen door de input van een aantal auteurs als het ware aan elkaar te knopen en zo uiteenlopende redactionele producties te maken. Maar we gaan ook werken met specifieke diensten als het leveren van webcontent en syndication. En voor een aantal klanten zijn we natuurlijk ook gewoon een makkelijke ‘one stop shop’ waar ze heel effectief content uit alle windstreken kunnen inkopen.”

Voor correspondenten betekent de samenwerking met Wereldschrijvers vooral een extra bron van opdrachten. Deze komen veelal vanuit nichemedia waar de correspondent zelf niet direct aan had gedacht, zoals bijvoorbeeld vakmedia en corporate- en sponsored magazines. Runhaar: ”Wij zeggen tegen de correspondenten dat werken via Wereldschrijvers puur additioneel is aan hun bestaande acquisitie. Het voordeel van samenwerken met ons is dat we een goed netwerk hebben in segmenten waar men de correspondenten nog niet zo makkelijk vindt én dat we continu op zoek zijn naar concrete mogelijkheden.”

Corporate

Op de stelling dat correspondenten liever voor een gerenommeerd nieuwsmedium schrijven dan voor een corporate magazine, antwoordt Runhaar genuanceerd: “Ik denk dat dat per correspondent verschilt. Maar uiteindelijk ben je als journalist ook gewoon een ondernemer die geld moet verdienen.” Dat de stukken soms ‘on demand’ voor het bedrijfsleven worden geschreven vindt Runhaar geen afbreuk doen aan de onafhankelijkheid van de verslaggever. “Wat mij betreft gaat ’t hier vooral om eerlijk communiceren. Als je een advertorial stiekem als redactioneel verhaal plaatst ben je erg dom bezig. Maar als je een verhaal schrijft voor een sponsored medium, dan weet iedereen wie de afzender is. Overigens zie je dat die sponsored media ook steeds beter doorhebben dat mooie inhoudelijke verhalen veel effectiever zijn dan ronkende marketingstukjes.”

Correspondenten breiden hun werkzaamheden soms uit met niet-journalistieke klussen. Zo geeft Mexico correspondent Jan-Albert Hootsen bijvoorbeeld part-time les op een lokale universiteit. Runhaar ziet in het (tijdelijk) uitbreiden van hun core business ook kansen voor buitenlandjournalisten. “We zijn nu bijvoorbeeld in gesprek met een bureau dat voor grote klanten ‘reizen met inhoud’ organiseert naar, bijvoorbeeld, emerging markets, en ervaren journalisten op locatie als perfecte gidsen ziet. Natuurlijk moet dat al journalist binnen je competenties passen, maar in het algemeen zie je dat correspondenten zich ondernemend en inventief opstellen.”

Ooggetuige blijft altijd

Gevraagd naar zijn eigen toekomstvisie op het correspondentschap is Runhaar stellig: Minder langlopende vaste afspraken, meer onrust en een grotere noodzaak tot ondernemerschap. Maar hij benadrukt dat deze veranderende omstandigheden vooral ook nieuwe kansen scheppen: “Er zal altijd behoefte bestaan aan de kunde en het vakmanschap van de ooggetuige op locatie. Door de nieuwe communicatievormen als social media ontstaan ook nieuwe mogelijkheden voor de correspondent. Denk aan nieuwe vormen van realtime-verslaggeving, maar ook aan content curation: het selecteren en duiden van de drie of vier relevante pareltjes uit de duizenden berichten die mensen tegenwoordig binnenkrijgen. Bij zulke processen kunnen professionals, zoals correspondenten, een belangrijke en mooie rol spelen.”

Lees ook
Eerdere afleveringen van deze serie over buitenlandcorrespondenten

Melvin Captein

Melvin Captein (MSc. Communicatiewetenschap, MA. Journalistiek & Nieuwe Media) is freelance journalist. Hij studeerde af op de betrouwbaarheid van internetinformatie en de adoptie van nieuwe media door correspondenten. In het verleden werkte hij voor BNN, Sanoma Men’s Magazines, VNU Media en Veronica. Nu is hij onderdeel van het journalistieke freelance collectief Het Rondje van Pavlov.

Alle artikelen van Melvin Captein op De Nieuwe Reporter.