En dan nu het goede nieuws: kwaliteit loont wél!

Vorige week was ik aanwezig bij de uitreiking van de Dick Scherpenzeel Prijs. Rondom die uitreiking was een programma georganiseerd waarin diverse ‘buitenlandjournalistieke’ cases werden gepresenteerd. Ik heb de bijeenkomst ervaren als een warm bad, en ga u uitleggen waarom. Daarvoor moet ik eerst een stap opzij maken, naar de uitgeefcongressen die ik de afgelopen jaren bezocht. Op die congressen lopen doorgaans interessante, leuke en vrij dynamische mensen rond, die het vooral hebben over crossmedia, digitalisering en de business cases. Er wordt veel gespeecht en gedebatteerd en de collectieve zoektocht naar het nieuwe verdienmodel is vrijwel altijd – begrijpelijkerwijs – de dominante invalshoek. Issues als ‘inhoud’ en ‘kwaliteit’ zijn niet leading, maar eerder bouwstenen die, mits ze de business case ten goede komen, in meer of mindere mate kunnen worden toegepast.

Nu de Dick Scherpenzeel-bijeenkomst. Ik heb daar een hele serie prachtige cases voorbij zien komen, waarvan de initiatiefnemers naar mijn idee op één punt erg op elkaar leken: hun projecten begonnen allemaal bij de inhoud, bij een – soms gepassioneerde – wens om een mooi journalistiek product te maken. En vervolgens werd de business case (door)ontwikkeld en aangescherpt. Ik noem het VPRO-programma Metropolis (één van de genomineerden), the Sochi-project en VJ Movement. Bij the Sochi-project bleek crowdfunding enorm te werken. De VJ Movement ontdekte dat academische opdrachtgevers wilden betalen voor haar diensten. Die zakelijke kansen kwamen echter pas naar boven nadat de producten inhoudelijk waren uitgedacht en opgestart.

Ook in niches waar content vaak een sluitpost is zie je sinds enige tijd initiatieven die kwaliteit van de content wél vooropstellen en daar zakelijk hun voordeel mee doen. Ik vind de reiswereld een goed voorbeeld: veel reiswebsites zijn contentmatig pure bagger. Je neemt een ‘landenverantwoordelijke’ en laat die vrijwillig amateurstukjes over dat land schrijven. Of, erger nog: je zet een crawler open en laat geheel geautomatiseerd dagelijks vijf berichten op je landenpagina ploffen: de gevolgen zijn meestal rampzalig.

De bekroonde site Youropi.com deed het anders: een reissite waar je je vakantie kunt boeken, maar ook goede verhalen over je bestemming kunt lezen, speciaal gemaakt door eigen mensen die de bestemmingen in detail kennen. Zakelijk is Youropi een succes, grotendeels dankzij hun USP: goede content.

En er zijn meer positieve ontwikkelingen. Google heeft eerder dit jaar haar ranking-systematiek aangepast ten gunste van leveranciers van unieke, hoogwaardige content. Een uiteenzetting valt te lezen in dit artikel. De eerste alinea is interessant genoeg om te quoten:

“Google has finally rewarded those steadfast providers of valuable, high-quality content over purveyors of drek. In the main objective of their recent search algorithm revamp codenamed Farmer, Google has yanked republishers, editorial mills, aggregators, and other wholesale sources of otherwise weak, unorganized content … off their high-ranking perches and slashed their search results by adhering to a new system that attempts to account for actual editorial quality”

En – last but not least – ook de guru’s waarschuwen al enige tijd voor veronachtzaming van kwaliteit. Samir Husni schreef in een stuk getiteld Ten ‘Hope-to-be-Helpful’ Magazine Statements for 2010 and beyond…:
“One of the major problems in today’s magazines is the lack of good content. Twenty years ago you used to pick up a magazine and really find engaging material in it that will keep you busy for a long time. Now, there is no such content in the majority of magazines. … Enduring content that is worth the price is what we need and must create in 2010, regardless of the medium. It is the ‘Must Have’ magazines that will survive the future not the ‘Nice to Have’.”

De moraal van dit verhaal? De mediawereld staat op z’n kop en onder druk; er wordt veel gezucht en gesteund, en het digitale El Dorado heeft nog niemand gevonden. Vaak gaat het zuchten en steunen gepaard met de gedachte dat met kwaliteit geen geld meer te verdienen valt. ‘Voor online content wordt niet betaald, dus je moet ’t voor een habbekrats kunnen fabriceren’, is dan het idee.

Bovengenoemde cases bewijzen dat het ook anders kan. Zakelijke slimheid is natuurlijk belangrijk, maar begin eens bij de kernbegrippen kwaliteit, creativiteit en ambachtelijkheid. Poets de ‘ambachtelijke’ kernwaarden van de journalistiek op. En zet ze vervolgens op allerlei manieren om in krachtige, nieuwe en vernieuwde producten, waarbij kwaliteitscontent geen irritante kostenpost is, maar de voornaamste oorzaak van succes.

Peter Runhaar

Peter Runhaar is eigenaar van RunhaarMedia en Wereldschrijvers.

Alle artikelen van Peter Runhaar op De Nieuwe Reporter.

  • Zo wáár als een zwerende vinger!!!

  • Goede content is inderdaad erg belangrijk om te scoren. Eigenlijk wordt het nog te weinig beloond in vergelijking met de “habbekrats” gemaakte content.