Pro-am-journalistiek en de valkuilen van social media

‘My readers know more than I do’ was de titel van de lezing die Jay Rosen op 20 juni in Amsterdam gaf voor het Stimuleringsfonds voor de Pers. De titel, een uitspraak die schrijver en columnist Dan Gillmore in 1999 deed, verwijst naar de samenwerking tussen ‘amateurs’ (burgers) and ‘professionals’ in de journalistiek. Rosen is een groot aanhanger van deze vorm van journalistiek, maar is ook van mening dat de pro-am-journalistiek nog in de kinderschoenen staat. Een positieve uitzondering daarop is volgens Rosen Andy Carvin (Twitter: @acarvin).

Carvin werkt sinds 2006 voor de Amerikaanse mediaorganisatie NPR en werd aangetrokken om journalisten van de organisatie bekend te maken met Facebook en Twitter. Hij begon in 2006 met twitteren om op de hoogte te blijven van het nieuws en in contact te blijven met vrienden. In december 2010 brak de Arabische Lente brak aan nadat de Tunesische fruitverkoper Mohammed Bouazizi zichzelf in brand had gestoken uit onvrede met de regering. Op dat moment begon Carvin tweets te sturen over de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Niet vanuit het Midden-Oosten, maar vanuit de Verenigde Staten via zijn iPhone of computer.

Crowdsourcing
Carvin verslaat met hulp van Twitter, maar ook van Facebook en YouTube, een demonstratie in Syrië, een beschieting van een stad in Libië, een aanval van het Jemenitische regeringsleger in Sanaa of een bijeenkomst van de NAVO. Hij baseert zijn tweets op zijn uitgebreide netwerk van followers en tips die hij via sociale netwerken krijgt.

In een interview met de Washington Post zegt Carvin hetzelfde als Gillmore: de kennis van al zijn followers is groter dan zijn eigen kennis. Als Carvin een link naar een video plaatst waarin mensen iets in het Arabisch schreeuwen, vraagt hij zijn followers te vertalen wat er wordt geroepen. Ook vraagt hij zijn followers regelmatig om bepaalde tips te verifiëren. Volgens Carvin is dat de grote aantrekkingskracht van social media: het gemak waarmee gebruik kan worden gemaakt van de collectieve kennis van zijn followers, oftewel ‘crowdsourcing’.

Het resultaat van deze manier van werken is een ultrasnelle, open manier van verslaggeving, waarbij mensen exact kunnen zien hoe hij te werk gaat. Of, zoals de managing editor van NPR Mark Stencel het beschrijft: “He’s reporting in real time and you can see him do it. You can watch him work his sources and tell people what he’s following up on.” De werkwijze van Carvin lijkt sterk op de liveblogs die bijvoorbeeld NRC Handelsblad en de Volkskrant bijhielden gedurende de volksopstand in Egypte.

Betrouwbaarheid
Het grote probleem met deze vorm van nieuwsgaring en verslaggeving, zo erkennen Rosen en Carvin, is betrouwbaarheid. Carvin geeft toe dat het soms moeilijk is om de informatie die hij op Twitter zet in de juiste context te plaatsen. Naar eigen zeggen heeft zijn open manier van werken echter ook een zelfcorrigerend vermogen. Als de informatie in zijn tweets niet klopt, dan wijzen zijn followers hem daar op.

Een treffend voorbeeld van (on)betrouwbaarheid van social media is het verhaal van de lesbische blogster Amina uit Syrië die achteraf een Amerikaan bleek te zijn.

De Arabische nieuwszender Al-Jazeera wijdde op 18 juni 2011 een uitzending van The Listening Post aan het verhaal van de Syrische blogster waarin ook een aantal keer tweets van Andy Carvin voorbijkomen. De zender noemt social media een godsgeschenk maar tegelijkertijd een enorme uitdaging voor nieuwsorganisaties.

Een van de journalisten van Al-Jazeera benadrukt dat nieuws afkomstig van social media geen nieuws is. Volgens haar moeten journalisten goed bedenken dat het nieuws veelal afkomstig is van activisten die hun eigen agenda nastreven: “They are not journalists”, stelt zij. Berichten van social media spelen volgens haar bovendien vaak in op de emotie van journalisten. Zij vindt dan ook dat journalisten met meer scepsis naar een verhaal moeten kijken en zich niet moeten laten leiden door hun gevoelens.

Ali Abunimah van de website Electronicintifada.net achterhaalde dat het blog van Amina een hoax was. Abunimah noemt het opvallend dat journalisten niet vragen hoe de website erachter is gekomen dat Amina een fictief personage is, maar dat ze veeleer willen weten hoe ze met Tom MacMaster, de man achter het blog, in contact kunnen komen. “They are more interested in chasing the sensational story”, constateert hij.

Ook Nederlandse media worstelen met social media. De NOS kreeg op 16 mei 2011 via het ANP het volgende bericht: ‘Massagraf gevonden in Syrische stad Daraa’. Op YouTube is inderdaad een filmpje te vinden, maar ondanks grondig zoeken houdt de NOS twijfels over de betrouwbaarheid van de beelden. Op haar website schrijft de NOS: “Al met al is het nieuws niet bevestigd en blijft het onduidelijk waar de video’s zijn gemaakt en of het echt om een massagraf gaat.” De NOS besluit uiteindelijk om het filmpje niet te gebruiken.

Verandering
Het is duidelijk dat Twitter, Facebook en YouTube een rijke bron van informatie zijn. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat de informatie niet altijd te controleren is en soms simpelweg onjuist is. Sommigen hekelen het gebruik van social media als het najagen van sensatie, terwijl anderen het juist zien als de ideale (en soms enige) manier om snel informatie uit de eerste hand te krijgen.

Hoe het ook zij: social media en in breder perspectief de pro-am-journalistiek hebben de wereld van het nieuws veranderd. Journalisten zullen zich daaraan moeten aanpassen en een manier moeten vinden om zich in het veranderende medialandschap staande te houden. Doen ze dat niet, dan is dat een gemiste kans.

Jelle Jonker

Jelle Jonker (1982) studeerde in 2009 af als Neerlandicus aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In datzelfde jaar begon hij als redacteur bij een persbureau. Naast zijn werk als redacteur is Jelle actief als camjo in de roeisport. In 2011 was hij verantwoordelijk voor de broadcasting van het Wereldkampioenschap roeien onder 23 jaar. Jelle is geïnteresseerd in social media en allerhande technische ontwikkelingen en de gevolgen hiervan voor de journalistiek.

Alle artikelen van Jelle Jonker op De Nieuwe Reporter.

  • J Reyes

    I followed the developments closely by following Andy Carvin by twitter. And I also admire his passion and commitment of making sure the news he was posting was accurate. And perhaps it is possible that the interaction with his network was pressured by the level of urgency of the matter. In the case of the critical situation in the Middle-East,the protesters used Social Media as their (only?)outlet of letting the world know what was really going on in the streets. The international media could not broadcast the images to the world. The cry out for help would perhaps not gone out if the several communication tools would not have been in place. The need for interaction was important. The information provided from the network to Andy and their collaboration in verifying the news was key for the protesters. I have my doubts that during the SuperBowl or a bookfair, that journalists will be able to have such a close interaction with the public.