Serie: Hoe verder met de publieke omroep? (11)
De publieke omroep staat voor grootscheepse bezuinigingen en hervormingen. Inmiddels heeft de regering haar plannen bekend gemaakt, en maandag gaat hij daarover in debat met de Tweede Kamer. De Nieuwe Reporter wijdt in samenwerking met 609, het kwartaalblad van het Mediafonds, een serie aan de vraag hoe het verder moet met de publieke omroep. In de elfde aflevering hekelt Syb Groeneveld, medewerker van het Mediafonds, de mediabrief van minister Marja van Bijsterveldt van OCW, ingesloten onderaan dit artikel. Die brief beperkt de activiteiten van de publieke omroepen op internet. Dat is onverstandig, omdat de publieke omroep daardoor wordt afgesneden van de markt en zijn belangrijke rol als innovator niet meer kan spelen.
Mediabrief volgt het Telegraaf-concern
Commerciële aanbieders waaronder Telegraaf Media Nederland (TMN) stelden de afgelopen tijd meermaals dat hun digitale diensten onder druk staan door het groeiende aantal diensten van de publieke omroep op het internet. Dat komt volgens hen vooral omdat de publieke omroep een deel van de advertentiemarkt inpikt. De publieke omroep, aldus TMN, moet zich uitsluitend richten op de publiekstaak (evenwichtig, pluriform, gevarieerd en kwalitatief hoogstaand en onderscheidend aanbod) zonder daarbij de markt op vooral internet te verstoren. De mediabrief lijkt deels op dat argument van TMN in te spelen door het ontwikkelen van vernieuwende digitale mediadiensten door de publieke omroep zo goed als onmogelijk te maken. Dit is niet verstandig om de volgende vier redenen.
Marktverstoring
De rol van digitale media blijft toenemen en daarom moeten private en publieke media hun wijze van produceren en distribueren aanpassen en vernieuwen. Staatssecretaris Zijlstra bepleit in zijn vorige week gepresenteerde cultuurbrief Meer dan Kwaliteit, eveneens ingesloten onderaan dit artikel, dat de culturele sector ondernemender moet worden en zich moet aansluiten bij de creatieve industrie. Die boodschap, zo mag je aannemen, geldt ook voor de publieke omroep die zowel onderdeel is van het culturele veld als van de creatieve media-industrie. Maar de mediabrief lijkt voor nieuwe diensten juist het omgekeerde van die boodschap te verkondigen: de omroep mag zich met nieuwe diensten niet richting de markt bewegen.
Dat moet voor introductie van een digitale dienst met een uitgebreide markttoets worden vastgesteld. Dat is vreemd. Het ook in de mediabrief aangehaalde rapport van de WRR Focus op Functies (2004), ook ingesloten onderaan dit artikel, stelt terecht dat de overheid een technologie-neutraal mediabeleid moet voeren. Daar is met het voorgestelde beleid geen sprake van, want er wordt in het voorgestelde beleid een expliciet verschil gemaakt tussen diensten voor radio, tv en internet.
Ruimte voor experiment
De omroep produceert en presenteert zonder winstoogmerk vanuit haar publieke taak. Tegelijkertijd maakt zij als onderdeel van de creatieve industrie haar producten voor een markt waarop ze concurreert met private partijen om marktaandeel. Binnen de publieke omroep is het verlangen om het brede publiek te veroveren steeds bepalender geworden voor de vorm en de inhoud van het televisie-aanbod. Dat komt vooral door het toenemende aanbod van commerciële zenders en het internet. De artistieke en journalistieke kwaliteit binnen producties dreigt daarbij het kind van de rekening te worden. Dat leidt tot verschraling van het aanbod.
Door de publieke omroep ruimte te bieden te experimenteren op het internet kan beter op kwaliteit en de duiding van informatie en vernieuwing van diensten gestuurd worden. Specifiek voor het internet bedoelde producties (games, minimovies, mash-ups, transmedia producties, thematische kanalen en burgerjournalistiek) zijn onderdeel van de informerende, culturele en creatieve taak van de publieke omroep. Als zij zichzelf met nieuwe-mediadiensten niet kan en mag positioneren, dreigt de publieke omroep te verlammen. Publieke en private partijen kunnen binnen digitale media prima samenwerken en zelfs van elkaar leren. Daarmee verklein je de kloof tussen de publieke en de private media in plaats van die, zoals nu wordt voorgesteld, te vergroten.
Mediawijsheid
De publieke omroep heeft de kerntaak om evenwichtige en onafhankelijke producties te maken. Het open internet geeft vele technologische mogelijkheden voor elke partij om informatie te manipuleren of onbevoegd te distribueren. De beperkte controleerbaarheid van aanbod en kwaliteit van informatie op het internet – iedereen kan schrijven wat hij wil zonder duidelijkheid te geven over zijn bronnen – vergroot het risico van asymmetrische informatie – de scheiding van de lezers in groepen die het webaanbod wel en niet kunnen duiden. Het is daarom van groot belang dat de omroep zich op internet binnen haar taken manifesteert omdat bijvoorbeeld jongeren zich laten informeren en zelf participeren via websites van de publieke omroep als 3voor12, Spangas en Het Klokhuis.
Innovatie
Het publieke mediabestel speelt een cruciale rol in de ontwikkeling van ondernemerschap binnen het medialandschap. Op de financieringsstructuur van de publieke omroep hebben bedrijven als Endemol, IDTV, CCCP en Eyeworks en vele onafhankelijke film- en televisiemakers een belangrijk deel van hun bedrijfsmodel gebouwd. Velen behoren tot de internationale top. Datzelfde klimaat zorgt ervoor dat Nederland rijk is aan toonaangevende software- en applicatie-ontwerpers en designers bij organisatie zoals IJsfontein, RANJ, Lost Boys, Waag Society, V2, Submarine Apps for Amsterdam, Woedend, Hack-de-overheid en Mediamatic.
Samen vormen zij een groot deel van de markt voor digitale mediadiensten. De een doet dat vanuit een onderzoeksfilosofie en de anderen om tot nieuwe dienstontwikkeling te komen. Het voorgestelde kabinetsbeleid dwingt makers, ontwerpers en designers om bij opdrachten voor de publieke omroep een digitale dienst te verbinden met lineaire radio- of televisieproducties. Dat is een stap achteruit, omdat vernieuwende digitale diensten per definitie een non-lineaire structuur hebben die uitgaat van interactie en participatie met het publiek. Door dit beleid is de kans klein dat er uit het publieke bestel hoogwaardige en vernieuwende diensten voortkomen. Terwijl het juist dat soort diensten zijn die ondernemerschap bevorderen en werkgelegenheid creëren.
Door het niet formuleren van een technologie-neutraal beleid, het vergroten van de kloof tussen publieke en private media en het ontwerpen van financiële en regulerende obstakels bij de publieke omroep dreigt het kabinet de markt voor nieuwe-mediadiensten te verstoren. Dat is vanuit cultureel, journalistiek en economisch perspectief onwenselijk. De mediabrief is defensief voor de ontwikkeling van online diensten waar deze offensief zou moeten zijn. De publiek omroep wordt met deze brief vastgezet in de tijd.
Ik pleit er daarom voor om minimaal het deel van de reclame-inkomsten van de publieke omroep dat met digitale media wordt gegenereerd (drie van de in totaal 214 miljoen euro) extra beschikbaar te stellen voor de ontwikkeling van nieuwe digitale mediadiensten. Commerciële en publieke media kunnen daarvoor plannen indienen. Die producties moeten getoetst worden op basis van kwaliteit, originaliteit, doelgroepbereik, beschikbaarheid en de publieke waarde. Gegenereerde inkomsten door ondersteunde projecten moeten dan natuurlijk wel worden terugbetaald.
In 2016, zo schrijft het kabinet, moet het publieke mediabestel er definitief anders uitzien. Dat zal zo zijn. Maar dan wel graag met meer oog voor de dynamiek en het belang van nieuwe digitale diensten door publieke en private partijen. Dat is een publiek belang dat groter is dan de discussie over de invulling van Nederland 3.
Syb Groeneveld is werkzaam bij het Mediafonds. Hij schreef dit artikel op
persoonlijke titel.
Media Brief Van Bijsterveldt 170611