Camjo bij de regionale omroepen: soms wel, maar meestal niet

Michael Rosenblum zei in 2007 dat de traditionele televisieploeg op sterven na dood is. Journalisten die niet in staat zijn hun eigen camerawerk te doen, zo meende hij, zijn ongeschikt voor het vak. In de nabije toekomst zou elke televisiejournalist moet kunnen werken als zelfstandige camjo (camerajournalist). Wat is er inmiddels terecht gekomen van Rosenblums voorspelling? Corné Hendriks onderzocht voor zijn opleiding journalistiek de inzet van camjo’s door regionale omroepen. Hij stelt vast dat camerajournalistiek vandaag de dag niets meer is dan een “welkome aanvulling op de praktijk”.

Daar sta je dan. In een krappe, bedompte ruimte. Voor je neus drie stoelen achter een tafel, volgepakt met microfoons en snoeren. Links, rechts en achter je staan verslaggevers, camera- en geluidsmensen. Iedereen dringt. Je bent op een persconferentie. De dikke bedrading op de grond leidt naar grote, voor jouw gevoel zelfs reusachtige camera’s achter in de zaal. Je eigen camera is namelijk veel kleiner van formaat, licht en ontzien van kabels en snoeren. De mensen achter de tafel spreken hun eerste woorden al uit terwijl jij je witbalans instelt, het statief waterpas zet en controleert of het geluid wel mono binnenkomt.

De camera loopt. Er worden belangrijke onthullingen gedaan. Dit is het nieuws van de dag. Als de persconferentie is afgelopen stuift een horde van verslaggevers in gezelschap van hun cameramensen op de tafel af. Hoewel je alleen bent, weet je jezelf er toch tussen te dringen. Na ruim een half uur staat de man om wie het draait eindelijk voor je camera. Je voelt je wat ongemakkelijk worden. Zal hij je wel serieus nemen met zo’n kleine camera? Je stelt je eerste vraag. Terwijl je luistert naar zijn antwoord, merk je dat het geluid wat begint te kraken. Gelukkig praat hij door, en kan je ondertussen wat aan de instellingen veranderen. Het geluid lijkt nu in orde, maar de geïnterviewde heeft zich in al het gedrang twintig centimeter verplaatst. Snel het statief opschuiven voordat je de tweede vraag stelt. Maar, eehm, wat antwoordde hij nou ook alweer?

Het ontstaan van camjo

De bovenstaande hachelijke situatie is voor veel regionale omroepen een van de redenen om camerajournalistiek op gepaste afstand te houden. Camjo’s maken het werk van cameramensen en editors overbodig. De verslaggever doet namelijk alles alleen: filmen, interviewen en monteren.

De oorsprong van camjo brengt ons twintig jaar terug, naar de Verenigde Staten, waar Michael Rosenblum een doorsnee verslaggever was bij de Amerikaanse televisiezender CBS. Op reportage werd hij bijgestaan door minimaal een cameraman en geluidsman, soms zelfs een regisseur. Dat werd de Amerikaan zat. “Krantenjournalisten stellen toch ook niet alleen vragen? Stel dat iemand anders de aantekeningen maakt, en weer een ander het artikel schrijft. Dat hoort niet”, stelde hij.

Om zijn gelijk te bewijzen reisde hij, bepakt met een kleine camera, af naar het woelige Israel. Tot dan toe was het cameraploegen niet gelukt beelden te maken van het Arabisch-Israëlisch conflict. Rosenblum lukte het, dankzij zijn onopvallende camera, wel. Het beeldmateriaal leverde hem duizenden euro’s op en hij raakte overtuigd van de kracht van camjo. Met zijn cursussen haalde hij Amerika en delen van Europa over om ‘this new kind of reporting’ ook te gebruiken.

Nederland heeft in Frans Bromet haar eigen ‘camjo-goeroe.’ Kent u hem nog? Bromet speelde in de beginjaren negentig de bemiddelaar bij burenruzies in het televisieprogramma ‘Buren’ op de VPRO. Hij bedacht zich op een dag dat de mensen bij wie hij op bezoek kwam telkens werden afgeschikt door zijn met apparatuur volgepakte collega’s. In camjo vond hij de oplossing. Bromet: “Tegenover mij en mijn kleine camera raakten de mensen meer op hun gemak. Het gesprek werd een echt gesprek, geen interview.” De programmamaker zag bovendien een besparing in de kosten. Zijn camera- en geluidsman hoefden immers niet te worden betaald.

Camjo bij de regionale omroepen

Bromets methode werd een succes dat niet onopgemerkt bleef bij de regionale omroepen in ons land. Om uiteenlopende redenen maakten zij allemaal kennis met camjo. De één liep weg met de intieme, authentieke interviewstijl van Bromet, de ander zag een gunstige kostenbesparing in het verschiet en de derde wilde simpelweg meer filmpjes maken. In ieder geval zou het een kwestie van tijd zijn voordat het regionale bestel de traditionele cameraman had ingeruild voor camjo, dachten experts.

Die voorspelling is niet uitgekomen. Nederland telt dertien regionale omroepen, en slechts één daarvan is volledig overgegaan op camjo: RTV Utrecht. De omroepen van Overijssel (RTV Oost) en Groningen (RTV Noord) zullen waarschijnlijk volgen, en RTV Rijnmond zet meer camjo’ers in dan cameramensen, maar verder is niemand overtuigd. In Noord-Holland en Limburg wil men zelfs niets weten van camjo.

Verschillende visies op camjo

Het is opvallend dat de regionale omroepen in hun visie op camjo zo veel van elkaar verschillen. Hun opvattingen staan soms lijnrecht tegenover elkaar. Maar hoe komt dat? Waarom spreken regionale omroepen niet met één mond als zij samen een gemeenschappelijk belang – namelijk het verzorgen van regionaal nieuws – dienen? De beschuldigende vinger wijst deels naar de hoofdredacteuren van regionale omroepen. Zij beslissen immers voor een groot deel over het beleid.

Allard Berends van Omroep Flevoland bijvoorbeeld, is geen fan van camjo. Dus wordt het nieuws vooral gedraaid door cameramensen. “Verslaggevers moeten zich kunnen verdiepen in een onderwerp zonder te moeten opletten of het geluid goed binnenkomt, het kader goed is en het statief waterpas staat”, aldus Berends. Het argument dat camjo kostenbesparend werkt noemt hij een drogreden, want bij zijn bedrijf werken verslaggevers gemiddeld twee uur aan een onderwerp, terwijl camjo’ers het dubbele aan tijd nodig hebben. Toch stuurde Omroep Flevoland haar verslaggevers in 2009, nota bene als bezuinigingsmaatregel, op een camjocursus.

Heeft Berends met zijn investering op het verkeerde paard gewed? Wim Kramer, nieuwsmanager van RTV Utrecht, zal zeggen van niet. Sinds 2007 werkt zijn redactie uitsluitend met camjo. De vraag naar video’s in de provincie werd groter, en de omroep wilde zelf ook meer aanbieden dan een dagelijkse nieuwsuitzending van vijftien minuten. Nieuwe verslaggevers aannemen was geen optie. Veel te duur. De oplossing lag dichterbij: iedereen – bureauredacteuren, cameramensen, verslaggevers en editors – werd omgeschoold tot camjo. Meer content met dezelfde middelen dus.

Kan iedereen als camjo werken?

De vraag die dan meteen rijst: kunnen cameramensen en editors ook als journalisten werken? “Niet allemaal”, zegt Kramer. “Maar wij bedrijven andere journalistiek dan bijvoorbeeld Omroep Flevoland. Wij brengen zo min mogelijk stropdassen in beeld. Dit wil zeggen: nieuws vanuit het perspectief van de burger, en minder vanuit autoriteiten. Als een wethouder voorstelt om een zebrapad te verwijderen in een wijk in Utrecht, brengen wij dat nieuws door de burgers te laten vertellen welke gevolgen dat voor hen heeft. Zij zijn de hoofdpersonen in het verhaal, niet de wethouder. Je hoeft geen journalistieke opleiding hebben gevolgd om dat soort items te kunnen maken.”

Veel regionale omroepen beamen dat de invalshoek van RTV Utrecht geschikt is voor camjo, maar zijn bang daarbij voorbij te gaan aan de essentie. Bij harde nieuwsverhalen, wanneer de betekenis van het nieuwsfeit belangrijk is, ontkom je niet aan autoriteiten voor de camera. Dat vindt ook Omroep Friesland. Hier worden human interestverhalen – portretachtige items waarbij de geïnterviewde centraal staat – vanwege de intimiteit en authenticiteit van een kleine camera wel eens op de camjo-manier gedraaid. Andere nieuwsverhalen niet.

Nadelen van camjo

Eindredacteur Afke Meekma: “Een camjo straalt minder professionaliteit uit. Hoe spijtig ook, door bijvoorbeeld een burgermeester word je dan niet serieus genomen. Bovendien is het voor een verslaggever niet prettig om autoriteiten als camjo te interviewen. Dan vergt de inhoud van het gesprek te veel concentratie om tegelijkertijd op de techniek te letten. Wij willen onze verslaggevers niet zo veel druk opleggen. Camjo is gewoon een welkome aanvulling op de praktijk, meer niet.”

In Zeeland gooien ze daar nog een schepje bovenop. Ook zij beweren dat de camjo zorgt voor concentratieverlies bij de verslaggever, maar zeggen bovendien dat het werk van een ‘one man band’ risicovol is in situaties waarbij een eenmalige gebeurtenis (doorknippen lint, loslaten ballonnen) centraal staat. Een ander veelgehoord excuus van regionale omroepen om niet zoals RTV Utrecht volledig over te stappen op camjo, heeft te maken met mediaconvergentie. De meeste omroepen werken met een geïntegreerde radio- en televisieredactie. Verslaggevers op locatie maken twee bijdragen over hetzelfde onderwerp. Dat zou zorgen voor te veel hooi op de vork van een camjo en bovendien is het geluid van een kleine camera niet geschikt voor radio.

Een hele reeks aan argumenten dus, maar de belangrijkste is nog niet genoemd: de beeldkwaliteit. Daar schiet het volgens de eindverantwoordelijken bij regionale omroepen aan te kort. Iedereen wil mooie televisie maken, zeker nu steeds meer huishoudens een televisie aanschaffen die is uitgerust met HD. Maar bij L1 vindt men de kwaliteit van camjo-items ‘vaak bagger’, RTVNH vindt het ‘niet goed genoeg’ en RTV Drenthe is iets milder in haar woordkeuze, maar niet minder negatief: ‘de kwaliteit van een ENG is gewoon stukken beter’.

“Een middenweg werkt het best”

Pro Camjo geeft al vijf jaar cursussen aan landelijke, regionale en lokale omroepen. In tegenstelling tot Michael Rosenblum, die beweert dat de traditionele verslaggever niet meer bestaat, vindt men bij dit bedrijf niet dat camjo moet overheersen. Kolijn van Beurden is een van de oprichters. Hij denkt dat een middenweg het beste werkt. “De kracht van camjo is dat het een voordeel biedt in specifieke gevallen. RTV Oost filmde pas geleden een meisje die meedeed aan een zeiltocht. De verslaggever ging uren mee aan boord, kon overal gemakkelijk bijkomen en met iedereen praten. Met een traditionele cameraploeg is dat veel lastiger.”

Het probleem is echter dat regionale omroepen voorbij gaan aan hun kerntaak wanneer zij enkel maar sappige verhalen brengen over meisjes die op zeilboten de wereld oversteken. Driekwart van het nieuws heeft met onderwerpen als politiek, wetgeving en rechterlijke macht een serieuze toon. Dan is het voor een verslaggever fijn als hij zich kan concentreren op het verhaal terwijl de cameraman zijn plaatjes maakt. Bovendien, en zeker niet onbelangrijk, kan niet iedereen camjo’en. Een kwart van de cursisten bij Pro Camjo heeft volgens Van Beurden. te weinig feeling met het vak, en zal nooit bekwaam genoeg raken om goede camjo reportages te maken. “Sommige journalisten kunnen fantastisch onderzoek doen of interviewen, maar raken in paniek wanneer zij een camera zien. Andere cameramensen maken prachtige shots, maar kunnen geen verhaal vertellen. Dan houdt het al gauw op”, aldus Van Beurden.

Rosenblum heeft ongelijk

De regionale omroepen in ons land tonen het ongelijk van Michael Rosenblum. “Adjust or you will die”, riep hij vijf jaar terug, doelend op de integratie van camjo in het televisienieuws. Maar de meeste regionale omroepen bewijzen dat zij ook prima zonder kunnen. Zeven van de dertien regionale omroepen heeft een camjo-set op de redactie liggen, maar is niet van plan de voorraad uit te breiden. Twee van de dertien wil liever zo min mogelijk met camjo te maken hebben. De vier die overblijven, staan zodoende op een eiland.

Wordt het dan nooit twee handen op één buik? Weinig kans. Hoofdredacteuren komen en gaan, nemen hun kijk op camjo met zich mee en brengen dat over op hun nieuwe werkvloer. Provincies snijden om economische redenen in de subsidie naar hun omroepen, waardoor camjo wordt ingezet uit nood in plaats van vrije wil. En sommige andere omroepen zijn soms gewoon toe aan een journalistieke koerswijziging.

Rosenblum moet beseffen dat ‘zijn’ camerajournalistiek soms een zegen is, maar vaak een zorg. Het is voor een regionale omroep fijn om de beschikking te hebben over camjo. Het is prettig om er naar te kunnen grijpen. Uit nood, als er geen cameraman in de buurt is, of om zo nu en dan inderdaad eens meisjes op zeilboten te filmen.

Maar camjo is niet fijn om mee in een persruimte te staan, als hordes journalisten elkaar bij de keel grijpen voor een allereerste quote. Als de man voor je camera niet stil kan staan, of het geluid je in de steek laat net op het moment dat het interview interessant begint te worden. Niet tijdens een interview met de burgemeester of een ander inhoudelijk zwaar onderwerp. Bij het belangrijkste nieuws van de dag, als de man in stropdas ingewikkelde taal uitslaat voor je camera. Of reportages waarbij juist het beeld zo belangrijk is, terwijl de kijker thuis net zijn nieuwste HD-televisie heeft geïnstalleerd. En ook niet om een half uur voor de uitzending even gauw verslag te doen van een ernstig auto-ongeluk. Nee, dan is de verslaggever met zijn cameraman echt een verademing.

Lees ook:

Corne Hendriks

Corné Hendriks werkt als freelance verslaggever voor Omroep Flevoland en eindejaarsstudent Journalistiek aan de Hogeschool van Amsterdam.

Alle artikelen van Corne Hendriks op De Nieuwe Reporter.