“De journalistiek heeft dringend behoefte aan overheidssteun”

Future of Journalism Conference 2011

Op 8 en 9 september vindt The Future of Journalism Conference 2011 plaats aan Cardiff University. Wetenschappers uit diverse landen presenteren hun onderzoek naar actuele ontwikkelingen in de journalistiek. Op 9 september werd de aftrap verricht door professor Robert W. McChesney, bekend van boeken als The death and life of American journalism en Will the last reporter please turn out the lights.

Professor Robert W. McChesney draagt de democratie een warm hart toe. En van commerciële media verwacht hij weinig goeds. Zoveel is duidelijk als hij vrijdagochtend gepassioneerd spreekt over de huidige staat en toekomst van de Amerikaanse journalistiek. Wat hem betreft is het droevig, nee, desastreus gesteld met die Amerikaanse journalistiek. Dat ligt zeker niet aan de journalisten. En ook helemaal niet aan de aanwas van jonge journalisten. Er is in zijn ogen absoluut geen gebrek aan talent, geen gebrek aan enthousiasme. Het land loopt over van de jonge mensen die graag als journalist willen gaan werken.

Wat er dan wel mis is volgens McChesney? Het ontbreekt aan nieuwsorganisaties met een stevige financiële basis, die journalisten de tijd en middelen verschaffen om journalistiek te bedrijven zoals zou moeten. Tegenwoordig zijn mediabedrijven voornamelijk gefocust op winst. En daardoor krijg je mediaproducten die vooral gemaakt worden omdat er geld mee verdiend kan worden, en niet omdat ze van belang zijn voor een vrije, democratische samenleving. McChesney noemt als voorbeeld de economiekaternen zo’n beetje alle kranten zijn gaan uitgeven. Geen katernen die volgens McChesney uitblinken in onderzoeksjournalistiek, maar voornamelijk volstaan met spin, persberichten en pr-materiaal.

De journalistiek zou een cruciale factor moeten zijn in een vrije samenleving, meent McChesney. En dat is in de VS tegenwoordig geenszins het geval. Hij verwijst naar de presidentsverkiezingen. In de VS gaat zo’n 80% van de rijkste bevolkingsgroep naar de stembus om een nieuwe president te kiezen. Bij de allerarmste groep is dat zo’n 20%. En dat is de trend: hoe armer de mensen, hoe kleiner de kans dat ze naar de stembus gaan en dus meedoen aan de democratie.

Is dat de journalistiek aan te rekenen, vraag McChesney zich hardop af. Nee, niet per se, is zijn antwoord. Er spelen legio andere factoren. Maar de journalistiek moet dat niet voor lief nemen. De journalistiek is er niet voor om de status quo in stand te houden, maar moet die juist uitdagen. De journalistiek moeten veranderingen willen bewerkstelligen in de samenleving. Dat zou de rol van de journalistiek moeten zijn in een vrije samenleving.

En daarmee komt McChesney tot zijn kernpunt: “Journalism is a public good!” De journalistiek is essentieel voor het functioneren van de democratie en moet je daarom niet overlaten aan de vrije markt. “If you get something free online, you are not the consumer, but the product. If advertisers are not interested in you as a product, they won’t give you anything. That’s why the advertisting model doesn’t work for journalism.”

McChesney maakt de vergelijking met het onderwijs. Dat is ook een publiek goed. Stel je voor, zegt McChesney, dat we alle financiering van de scholen halen en zeggen: “Laat het onderwijs maar over aan de vrije markt. Dan zie je hetzelfde effect: de rijken gaan naar school en de armen niet. Dat leidt ook tot een status quo: de rijken blijven rijk, de armen blijven arm. Maar dat doen we niet, we willen dat iedereen dezelfde kans op educatie heeft. Wat voor onderwijs geldt, geldt ook voor journalistiek, het is een publiek goed, het heeft een maatschappelijke functie. En moet dus gefinancierd worden met gemeenschapsgeld.”

Velen zijn fel tegen zijn pleidooi voor subsidies voor de journalistiek. Als journalisten gebruik maken van overheidsgeld, dan worden ze een marionet van de overheid. McChesney noemt dit een onzinnig argument. “Kijk naar de landen waar overheden veel geld uitgeven aan journalistiek, zoals de Scandinavische landen. Die staan altijd bovenaan in de lijsten met landen met de meeste persvrijheid. Bekijk de ranglijst maar van Freedom House. Zoek naar de VS, waar heel weinig subsidie wordt gegeven aan de pers. De VS staat slechts op plaats 24. Weinig overheidssubsidie voor de pers levert dus geenszins meer persvrijheid op.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>