“Hoe moet het verder met de publieke omroep?” Onder die titel startte De Nieuwe Reporter in samenwerking met 609, het kwartaalblad van het Mediafonds, in april van dit jaar een serie. Het werd een onverwacht en doorslaand succes: een levendig debat, dat uiteindelijk elf delen en drie maanden lang voortwoedde. Het nieuwste nummer van 609, dat vrijdag 26 augustus verscheen, borduurt voort op het thema publieke omroep. Van vijf verhalen uit dat nummer plaatst DNR de komende weken samenvattingen. Met de originele en volledige versie ingesloten eronder. En met reacties, als het even kan evenveel als de vorige keer. Vandaag de tweede samenvatting. De politiek moet eindelijk eens de inhoud van de programmering verheffen tot hét criterium voor de organisatie van de publieke omroep, in plaats van heilloze fusies af te dwingen en websites aan banden te leggen, vindt DNR-redacteur Joost Ramaer.
“Kraamkamer van innovatieve ideeën”
De Nederlandse publieke omroep is er ook voor de commerciële mediabedrijven, schrijft minister Van Bijsterveldt van OCW in haar Mediabrief. “Als kraamkamer van innovatieve ideeën en nieuwe technische ontwikkelingen, als stuwende kracht achter de audiovisuele markt en als aanjager van creatieve competitie.” Waarna zij in één adem diezelfde publieke omroep opdraagt zijn aanbod op het web, hét slagveld van de media-innovatie, “drastisch” te verminderen, met minstens 35 procent. Iedere nieuwe-mediadienst die de publieke omroep bedenkt, moet voortaan worden onderworpen aan “een strenge en zorgvuldige goedkeuringsprocedure”. Per nieuwe dienst zal de minister toetsen of de NPO “de publieke waarde voldoende heeft aangetoond”, en of er “mogelijke schadelijke markteffecten” zullen optreden.
De minister stimuleert de stagnatie
Beknotting van de publieke omroep op het web moedigt de commerciële mediabedrijven niet aan te innoveren. Integendeel, zij zullen hun overwegend slechte track record op dat gebied juist ongestraft kunnen voortzetten. Zo stimuleert deze minister vooral de stagnatie die het Nederlandse omroepbestel al bijna vijftig jaar kenmerkt. Net als door fusies af te dwingen tussen omroeporganisaties die helemaal niet willen fuseren. Slechte fusies kosten alleen maar méér geld, en raken niet aan de kern van de publieke omroep: de inhoud van de programma’s.
Laat de beste programmamakers winnen
Van Bijsterveldt zou van haar bezuinigingsnood een deugd moeten maken, door het bestel fundamenteel anders te organiseren. Laten politiek en samenleving globale kaders en criteria vaststellen voor de programma’s die steun verdienen uit de publieke middelen – naar genre en naar inhoud. Stel vervolgens per genre intendanten aan, en geef hen binnen die kaders en criteria maximale vrijheid voor een beperkte periode – bijvoorbeeld maximaal twee termijnen van vier jaar elk. Laat die intendanten tenslotte hun ‘kavels’ veilen aan de beste bieders. Bieden mag iedereen: de NCRV of de TROS, maar ook RTL, Eyeworks, Endemol of een dagbladuitgever met een goed programmaconcept.
Selecteer op basis van inhoud
Alleen nieuws en actualiteiten moeten wellicht van die veiling worden uitgezonderd. Dat is nu eenmaal een genre waarvan de baten nooit zullen opwegen tegen de kosten, en dat zich niet iedere paar jaar straffeloos naar een andere aanbieder laat verhuizen. Maar dat geldt niet voor drama, sport, entertainment, talkshows en reality tv. Selectie op basis van inhoudelijke criteria maakt veel van de huidige overhead – NPO en zendgemachtigden die ieder hun eigen directies en kantoren hebben – overbodig. Zie daar een war game dat de publieke omroep vanzelf goedkoper maakt. En vooral: veel beter.

Eén reactie