Lira blijft de digitalisering van krantenarchieven tegenwerken

Onlangs pleitte ik op DNR voor een andere regeling tussen de Stichting Lira en de erfgoedinstellingen voor het gebruik van oude artikelen van freelancers in online krantenarchieven. Lira wil namens die freelancers een vergoeding voor het aanbieden van archieven. Die archieven zijn in vrijwel alle gevallen gratis in te zien. Teksten zijn niet kopieerbaar.

Het Regionaal Archief Leiden heeft onlangs een groot deel van zijn digitale krantenarchief van internet gehaald omdat men vreesde dat Lira anders met een hoge claim zou komen. Mijn suggestie hield in dat wij als auteurs meer profiteren van de beschikbaarheid van die archieven dan van de opbrengst die Lira aan zijn auteurs uitkeert en Lira zou moeten informeren of de achterban zou willen instemmen met het afzien (onder voorwaarden) van een vergoeding.

Mijn verzoek is door het Lira bestuur besproken op 13 september en deze week kreeg ik de volgende reactie:

“Het bestuur van Lira ziet geen aanleiding om haar beleid inzake collectieve regelingen voor de exploitatie van auteursrechtelijk beschermd materiaal door cultureel erfgoedinstellingen te wijzigen. Ons beleid sluit aan bij de reeds sinds jaren bestaande collectieve regeling (na gerechtelijke tussenkomst ten gunste van rechthebbenden) voor de online exploitatie via de LiteROM van literaire recensies die eerder in kranten en tijdschriften verschenen.

De regeling die wij digitaliserende erfgoedinstellingen aanbieden, is in de laatste twee jaar tot stand gekomen in overleg met digitaliserende instellingen (met name met vertegenwoordigers uit de juridische commissie van de FOBID) en heeft eind 2010 geleid tot een eerste baanbrekend contract met de Koninklijke Bibliotheek over de digitalisering van in beginsel alle kranten die tot het jaar 1995 zijn verschenen. Het is een regeling die tegemoet komt aan een behoefte van digitaliserende instellingen om de Nederlandse wetgeving te respecteren.

Het is een regeling die in zijn meest optimale vorm een einde maakt aan de inbreuk op auteursrechten en de daaruit voortvloeiende financiële en operationele risico’s voor de digitaliserende instantie. Het is een billijke regeling, omdat de kosten van de digitalisering, nadat alle andere betrokkenen hun geld hebben gehad, niet uitsluitend ten laste komen van freelancers. Lira wil met deze regeling digitale bereikbaarheid bevorderen. De regeling is juist door ons het leven geroepen om tegemoet te komen aan de wens tot digitalisering van de archiever en om het ook praktisch en tegen relatief lage kosten mogelijk te maken.’

Helaas gaat dit overwegend juridische antwoord voorbij aan de vraag hoe men de digitale bereikbaarheid denkt te bevorderen in tijden van hevige bezuinigingen. Die bezuinigingen zullen ertoe leiden dat veel krantenarchieven (vooral regionale en lokale) nog voor jaren ongedigitaliseerd blijven. Het is in ieders belang (niet alleen van auteurs en historici) dat deze archieven beschikbaar komen. Het privébelang van een beroepsgroep overschaduwt het algemeen belang van vrije informatie. In die zin is het noodzakelijk dat Lira zijn beleid de komende jaren gaat evalueren en daar ook zijn auteurs bij betrekt.

17 reacties

  1. Beste Jan,

    Wat jij een ‘overwegend juridische antwoord’ noemt is in werkelijkheid een praktische handreiking om de rechten van auteurs te regelen. Het is flauw om dat ‘het privébelang van een beroepsgroep’ te noemen. Zo’n sneer maakt je toch ook niet naar ‘het privébelang’ van de programmeurs, scanners, sitebouwers, marketeers en alle anderen die bij de digitalisering betrokken zijn?
    Waar komt die vreemde gewoonte van zelfstandige auteurs – van wie je zelf ook een gewaardeerd voorbeeld bent – toch vandaan, om bij voorbaat te gaan liggen als het gaat om een billijke vergoeding voor hun werk?

    Groet,

    Tijs van den Boomen. journalist/schrijver/vice-voorzitter Lira

  2. De reactie van Jan Libbenga komt wellicht niet voort uit de neiging op de rug te gaan liggen, maar kan ook voortkomen uit vergaande ergernis over de eigenstandige rol die organisaties als Lira, BUMA/STEMRA e.d. spelen. Los van de verdiensten die ze hebben, overigens. Het verzoek van Jan Libbenga klinkt mij niet onredelijk in de oren. Het antwoord van Lira wijst eerder op bureaucratische hardnekkigheid dan op enige creativiteit in het toegankelijk maken van “oude papieren”.

  3. Voor de zuiverheid van de discussie is het misschien goed om er op te wijzen dat het niet correct is om “organisaties als Lira, Buma/Stemra, e.d.” over een kam te scheren.

    Anders dan Buma/Stemra is de Stichting Lira geen collectieve beheersorganisatie van makers, uitvoerenden en exploitanten (CBO) met een bij wet opgedragen taak, maar een “eigenrechten-organisatie” waarin (uitsluitend) zelfstandige auteurs zich hebben verenigd om collectief hun auteursrechtelijke belangen te behartigen waar zij dat individueel niet kunnen. Zoals ter zake van het reprorecht, het leenrecht, en gelukkig ook de grote digitaliseringsprojecten van het culturele erfgoed.

    Voor zover ik het kan beoordelen leggen bestuur en directie van Lira bij dat laatste, richting bijvoorbeeld het Leidse archief, eerder een verbazingwekkend geduld en een grote mate van mee-denken aan de dag, dan “bureaucratische hardnekkigheid”.

    Wat mij betreft: als auteur en aangeslotene bij Lira heb ik meer waardering voor de moeite die deze stichting zich getroost om tot een constructieve oplossing te komen en tot overeenstemming over een redelijke vergoeding, dan voor overheidsmanagers die zonder alle belangen in te calculeren grote projecten aangaan om zich die vervolgens boven het hoofd te laten groeien waarna zij proberen de kosten af te wentelen op freelancers.

  4. Rob van Linden schreef op 28 september 2011 om 20:50

    Als historisch onderzoeker is voor mij de opkomst van de digitalisering van oude kranten een fantastische uitkomst en ik maak er dan ook dankbaar gebruik van voor mijn, volledig in mijn eigen vrije tijd en op eigen kosten gepleegde onderzoeksaktiviteiten. Fysiek een bezoek brengen aan de papieren archieven is ondoenlijk en daarnaast onpraktisch, gezien de veel betere doorzoekbaarheid van de digitale archieven.
    Het diep treurige is dat het juist de krantenarchieven van Leiden zijn die één van de beste, zoniet zelfs de allerbeste techniek en finetuning heeft voor ontsluiting van de historische kranten. De techniek die de Koninklijke Bibliotheek gebruikt is helaas dermate onhandig dat daarmee zo goed als geen praktisch onderzoek is te doen. Het is leuk voor de consument maar onbruikbaar voor de serieuze onderzoeker.
    Als LIRA als tegenargument gebruikt dat men e.e.a. al via de Koninklijke Bibliotheek op een goede wijze heeft geregeld dan kijkt men daar blijkbaar niet verder dan de juridische neus. Van “digitale bereikbaarheid” is hier voor onderzoekers nauwelijks sprake.
    Mij vielen de schoenen uit toen ik het bericht op de Leidse archieven las. Door de limiet van 70 jaar valt ook de historisch zo belangrijke oorlogsperiode volledig weg, inclusief alle openbare (!) publicaties van overheidswege uit die periode. LIRA frustreert met hun in mijn ogen kortzichtige opstelling onderzoeksactiviteiten en blokkeert de innovatie in informatie technologie, waar Nederland juist zo veel behoefte aan heeft.

    Rob van Linden

  5. Beste Rob,

    Je frustratie begrijp ik helemaal. Ik weet uit eigen ervaring hoe belangrijk digitale krantenarchieven zijn voor een onderzoeker.

    Maar je kunt het Lira niet verwijten dat ze in Leiden het hele krantenarchief op slot hebben gedaan – louter en alleen omdat ze zich voor wat betreft de stukken die zijn geschreven door freelancers niet aan de auteurswet kunnen of willen houden.

    Zoals je inmiddels had kunnen weten heeft Lira geen claim ingediend bij het archief, en loopt er nog steeds overleg over de voorwaarden waarop het teksten mag digitaliseren en openbaar maken waar freelance journalisten de rechten op hebben.

    Ondertussen is er werkelijk niets dat Leiden verhindert om de “publicaties van overheidswege” beschikbaar te maken waar jij terecht zo veel waarde aan hecht, of de grote meerderheid van artikelen waar niet de freelancers maar de dagbladuitgevers de rechten op hebben. Als je die wilt inzien moet je bij de archivaris zijn, niet bij Lira.

    Ik wens je veel succes met je onderzoek, en hoop met jou dat deze onverkwikkelijke zaak gauw uit de wereld is.

    Pierre

  6. Jan Libbenga schreef op 29 september 2011 om 10:14

    Een praktische handreiking hoeft niet altijd een financiele verplichting in te houden. Dat kan ook een soort gedoogakkoord zijn, waarbij Lira bijvoorbeeld administratieve kosten in rekening brengt.
    Nogmaals: het werk van Lira staat hier niet ter discussie. Het gaat erom wat wij als auteurs willen met de niet-commerciële exploitatie van artikelen die nauwelijks nog economische waarde hebben.
    Ik ken de cultuur van BUMA/Lira en aanverwante organisaties een beetje. De neiging bestaat om alles te belasten. Denk aan gestrande pogingen van BUMA om het opstralen van tv programma’s naar de satelliet als (secundaire) openbaarmaking erkend te krijgen, terwijl in dit geval redelijkheid had moeten prevaleren.
    In telefonisch contant met Lira werd mij ook nog gewezen op het verminderde werkkapitaal van de stichting. Dat vind ik over het algemeen geen argument om nieuwe inkomstenbronnen aan te boren. Lira moet onze belangen behartigen inzake de commerciële exploitatie van ons werk, voor niet-commerciële exploitatie zou het handig zijn als de mening van de achterban wordt geraadpleegd.

  7. @Pierre: Volgens jou verhindert niemand het Leidse archief om de grote meerderheid van artikelen te tonen waar niet de freelancers maar de dagbladuitgevers de rechten op hebben. Maar dat is toch niet te doen? Dan moet het archief per artikel gaan uitzoeken of het door een freelancer is geschreven of niet.

  8. @Jan Je voelt je duidelijk niet-begrepen door Lira. Als actief mede-aangeslotene trek ik me dat aan. Maar door hier stukje bij beetje informatie te geven over het verhaal van jouw kant en wat Lira daar weer op heeft gezegd, maak je het voor ons niet makkelijker om je te volgen en de zaak op zijn merites te beoordelen. Zou het niet beter zijn om deze discussie te voeren in de (openbare) jaarlijkse vergadering van aangeslotenen? Dan hebben we allemaal dezelfde informatie.

    Overigens zou het de zuiverheid van de discussie ten goede komen als je ophield Lira en Buma op een hoop te vegen. Als je inderdaad “die cultuur een beetje kent” zoals je zelf zegt, weet je wel beter. Herlees anders nog even mijn eerste reactie.

    @Alexander Het Leidse archief lijkt wel degelijk mogelijkheden te zien om het werk van freelancers te identificeren, want het laatste wat ik van hen hoorde was dat zij liever zelf de rechthebbende freelancers wilden gaan benaderen dan verder te onderhandelen met Lira. Op zich is dat geen onmogelijke exercitie, maar te vrezen valt wel dat daar heel veel tijd en energie in gaat zitten – en gemeenschapsgeld. Meer in elk geval dan in een nette regeling waarbij Lira als vertegenwoordiger van de rechthebbenden een vrijwaring afgeeft tegen een redelijke vergoeding. Dat lijkt mij de koninklijke weg.

    Nu heeft het er op zijn minst de schijn van dat het archief een deal heeft gesloten met de dagbladuitgevers, en dat ze daarbij over het hoofd hebben gezien dat die niet over alle rechten beschikken. Als er dan vervolgens een “bijvangst” blijkt te zijn van materiaal waar niet de uitgevers maar de freelancers de rechten op hebben, gaat het niet aan om die freelancers te chanteren en hen het falen van het digitaliseringsproject in de schoenen te schuiven. Dan moet het archief dat gewoon alsnog netjes regelen.

  9. thomas bruning schreef op 29 september 2011 om 14:53

    Uw werk is geld waard, dat is de essentie! En of het nou de overheid, een groot concern of een NGO is, die daar direct of indirect van profiteert, dat doet feitelijk niet ter zake.
    Natuurlijk is het makkelijk om sympathie te vragen voor een wetenschappelijk archief, dat ook ten bate van journalisten werkt, maar de kernvraag is: als iedereen keurig betaald wordt om een bepaalde nieuwe archiefservice te realiseren, van software-leverancier tot bibliothecaris, waarom zou dan alleen de freelance-journalist een gebaar moeten maken ten behoeve van de wetenschap. LIRA heeft de steun van de 3000 freelancers, die aangesloten zijn bij de NVJ om ervoor te zorgen dat freelancers loon naar werken krijgen. Terecht wordt daarbij door LIRA de meeste energie gestoken in het afdwingen van bijdragen bij die partijen, die ook het meeste aan die prestaties verdienen, zoals de kabelbedrijven, uitgevers en omroepen, maar ook dit soort overheidsinitiatieven dienen op redelijke wijze hun steentje bij te dragen. En volgens mij is door LIRA voldoende duidelijk gemaakt dat er een praktische regeling klaar ligt, die het probleem vanaf heden zou kunnen oplossen. Het is toch aardig als freelancers zelf mogen blijven bepalen welke goede doelen ze wel of niet wensen te steunen!
    Thomas Bruning, algemeen secretaris NVJ

  10. Rob van Linden schreef op 29 september 2011 om 18:32

    Bij krantenartikelen van vóór, zeg maar, 1980 was er ten tijde van de publicatie weinig reden om aan te nemen dat daar 5 jaar na dato nog enige vorm van inkomsten uit viel te verwachten. Me dunkt dat de tariefstelling van de freelancers hier dus impliciet al op was gecalculeerd en dus kostendekkend, c.q. marktconform was voor de te verwachten rentabiliteits periode.
    Nu daar a.g.v. de ontwikkelingen op Internet gebied ineens verandering in komt, is het in mijn ogen onredelijk daar nu claims aan te verbinden. Dat is zoiets als een schilderij verkopen en achteraf alsnog aanspraak maken op een waardevermeerdering ervan door een restauratie.
    Ik vraag mij trouwens af hoe e.e.a. is geregeld voor microfiches in leeszalen. Betaalt men daar ook apart voor? In essentie is dat precies hetzelfde als wat er met de Internet digitalisatie gebeurt.

  11. Jan Libbenga schreef op 29 september 2011 om 19:39

    Pierre, ik probeer een discussie op gang te brengen, en die begint nu los te komen. Dit lijkt me ook het aangewezen platform daarvoor, net als de jaarlijkse vergadering van aangeslotenen.

    De opmerking van Rob van Linden is wat ik bedoel: de economische waarde van oude krantenartikelen is nagenoeg nihil. Dan moet je je afvragen: waar hebben we nou meer aan? Het zonder winstoogmerk ontsluiten van zoveel mogelijk archieven ten behoeve van (journalistieke) research tegen zo laag mogelijke kosten of toch nog een paar centen voor decennia geleden geleverde inspanningen? Wij als auteurs worden in zekere zin al ‘betaald’ met anders moeilijk toegankelijke kennis, waarmee we weer prachtige boeken en artikelen kunnen schrijven. Dat is niet in geld uit te drukken.

    En nogmaals: het ontsluiten van archieven is wat anders dan herexploitatie van ouder werk. Heruitgaven van artikelen vallen gewoon onder bestaande auteursregelingen. Als een zanger geld verdient met een lied dat dertig jaar geleden is geschreven, moeten de componist en tekstschrijven daarvan kunnen profiteren. Maar daar gaat het hier niet over.

    Tot slot. Met de cultuur rond BUMA/Lira bedoel ik vooral de stichtingen rond Cedar, lange tijd volledig eigendom van Buma, uiteindelijk losgekoppeld, maar nog altijd gevestigd bij Buma in Hoofddorp.

  12. Jan Libbenga schreef op 30 september 2011 om 10:54

    Nog even: de kop boven de artikel is niet van mij.

  13. Arjan van der Knaap schreef op 1 oktober 2011 om 14:17

    Wat me het meest verbaast: het gemak waarmee een slecht geleide organisatie hier sympathie weet te winnen. De paniek bij dat Leidse archief wordt hier beschouwd als een weloverwogen beslissing.
    Zo’n overheidsinstelling betaalt keurig voor alledaagse zaken als gas, water en licht en geeft ongetwijfeld ook geld uit aan zogeheten overheadkosten. Maar de makers van het primaire product zijn door deze ambtenaren over het hoofd gezien. Niemand zal betogen dat gas, water en licht om niet aan zo’n instelling moeten worden geleverd, maar sommige journalisten menen dat wel te kunnen beslissen over de productie van hun collega’s. Ik denk dat Lira en het archief het prima eens kunnen worden over de economische waarde van de betreffende artikelen.
    Het is heel verleidelijk om aan de hand van dit sympathieke geval conclusies te trekken over het auteursrecht, maar vergeet niet dat het er ook is om de integriteit van je werk te waarborgen. Het is er óók om te voorkomen dat jouw teksten zo maar kunnen worden ingezet voor bijvoorbeeld allerlei commerciële of politieke doeleinden. Dat consumenten dat door het rücksichtlose optreden van de Buma’s Stemra lijken te vergeten, is begrijpelijk. Van journalisten mag je verwachten dat ze bomen én bos blijven zien.

    Arjan van der Knaap,
    Voorzitter FreeLancers Associatie

  14. John Bakker schreef op 3 oktober 2011 om 07:11

    ‘Het is er óók om te voorkomen dat jouw teksten zo maar kunnen worden ingezet voor bijvoorbeeld allerlei commerciële of politieke doeleinden.’

    Dat wordt dan ook nergens bepleit. Ik lees in het voorstel nou juist dat er wel afspraken worden gemaakt over het gebruik van de artikelen, maar dat er geen financiele vergoeding wordt afgesproken. Ook de vergelijking met gas water en licht ontgaat me totaal.

  15. Lammert Zwaagstra schreef op 3 oktober 2011 om 21:34

    Buiten deze discusse is vooralsnog gebleven het voor deze problematiek zeer relevante gegeven dat LIRA haar ledenlijst niet publiekelijk beschikbaar wil stellen: niet via haar website (zoals bijvoorbeeld Pictoright wel doet), noch desgevraagd. Dat betekent dat je digitaliserende erfgoedinstellingen, zoals bv het Leidse archief, op voorhand willens en wetens de mogelijkheid ontneemt om hun auteursrechtelijke ‘huiswerk’ te doen wanneer ze dat zouden willen. Welke LIRA-leden schreven in de bewuste Leidse kranten? Het is mijns inziens niet bepaald billijk vanuit deze weinig transparante stellingname met claims te komen. Wellicht kunnen de LIRA-leden onder u er bij het LIRA-bestuur op aandringen dat de ledenlijst openbaar wordt. Opdat erfgoedinstellingen hun diligent search beter kunnen uitvoeren, en ze zeker weten dat ze bij overeenkomsten met LIRA ook daadwerkelijk betalen voor werk van LIRA-leden.

  16. Leen Hoop schreef op 18 oktober 2011 om 16:40

    Auteursrecht op een freelance stukje in de krant?? Ik schreef jaren terug stukjes over het weer 1 keer in de week; kan ik daar geld voor vangen? Gauw lid worden van LIRA dus.Voor het geld wat ik dan verdien kan ik naar het kantoor van het Leids Dagblad en alsnog de kranten inzien die met veel inzet online gezet waren…

  17. Hans van der Wereld schreef op 30 oktober 2011 om 23:57

    Tot mijn verwondering belet u mij het lezen van openbare bladen, die kranten toch zijn. Als historicus ben ik een intensief lezer van de Leidse bladen. Het rare is dat ik ze op het archief wel digitaal kan inzien en thuis niet, juist op momenten dat het mij goed uitkomt en ik niet eerst naar Leiden hoef te reizen. U bemoeilijkt zo mijn werk. Stop met die kul, want de medewerkers zullen destijds door bedoelde kranten zeker zijn betaald voor hun werk. Als oud-medewerker van De Leidse Courant heb ik altijd keurig mijn geld gehad en dat zal met anderen ook het geval zijn. Waarom kan ik ten archieve wel onbeperkt de kranten inzien en thuis niet? Het RAL heeft veel geinvesteerd in dit project ten gerieve van onderzoekers en u fietst daar weer dwars doorheen. Wie wordt hier nou het slachtoffer van??? Ik dacht het RAL maar ook de krantenonderzoekers. Hef die blokkade op en ga wat nuttigs doen!
    Hans van der Wereld
    Alphen aan den Rijn

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (214 van 981 artikelen)


Journalisten en voorlichters staan nogal eens op gespannen voet met elkaar. Journalisten ...