Op 4 november organiseren De Balie en de Stichting Democratie en Media het congres ‘Macht en verantwoordelijkheid‘, waarbij het onder meer gaat over de vraag wie verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de journalistiek. DNR zwengelt het debat vast aan door in een serie vooruit te blikken op deze vraag. In de vierde aflevering stelt Victor Lebesque, voorzitter van de Raad voor de Journalistiek: “Belangrijk voor de notie van de journalistieke verantwoordelijkheid is dat journalisten voortdurend het debat aangaan over hun vak.”
“Hoofdofficier gaf opdracht tot moord”. Zo ongeveer luidde de kop van een bericht op de voorpagina van een zaterdageditie van de Volkskrant.. Het zal begin jaren negentig zijn geweest. Ik kom er maar meteen mee op de proppen: ik was de auteur, en daar ben ik niet trots op.
Wat was er gebeurd? Het gerechtshof in Arnhem behandelde een drugszaak. Twee beruchte criminelen werden als getuigen gehoord.
Hasjhandelaar geript
Ik had dat tweetal eerder ontmoet bij een afspraak in een wegrestaurant. Daar werd me verteld dat de bewuste hoofdofficier een hasjhandelaar had geript en vervolgens opdracht had gegeven die vent om te leggen. Om de geloofwaardigheid van hun verhaal te vergroten, draaiden ze een geluidsbandje af waarop vooral heel veel gekraak viel te beluisteren, maar ook vaag een stemgeluid waarmee woorden werden gevormd die met wat kwade wil wel in verband konden worden gebracht met hetgeen mijn zegslieden hadden onthuld.
Ik deed er niets mee. Het was mij te tricky, omdat mijn bronnen uiteraard voor geen cent te vertrouwen waren.
Meineed en laster
En toen zag ik die twee terug in Arnhem. Onder ede verklaarden zij daar hetzelfde als ze mij hadden verteld. Ik verwachtte dat de procureur-generaal de mannen voetstoots zou aanklagen wegens meineed en laster. Maar er gebeurde niets. Rechters en OM lieten het gebeuren zonder ook meer één vraag te stellen. Zou het dan toch waar zijn?
Ik had nieuws en nog wel een primeur, want de collega-rechtbankverslaggevers waren al aan het weekend begonnen. Ik rende naar de telefooncel in de perskamer en belde via de telefooncentrale van de krant met de beschuldigde magistraat. Toen ik hem met het verhaal confronteerde, was hij met stomheid geslagen. Daarna volgde een ferme ontkenning. Ik tikte mijn stukje en scoorde ermee op de één. Het bericht is catastrofaal geweest voor de loopbaan van de functionaris.
Stel er zou een klacht tegen mij zijn ingediend bij de Raad voor de Journalistiek. Zou ik dan nat zijn gegaan? Wellicht niet.
Ik had immers feitelijk opgeschreven wat er tijdens de rechtszitting was gezegd. Ik maakte de bronnen bekend. Ik paste wederhoor toe. De ontkenning werd voluit opgenomen in het bericht.
Bovenstaande verhaaltje uit de journalistieke praktijk lijkt me illustratief voor de macht en de verantwoordelijkheid van de journalist, het thema van het congres op de Dag van de Journalistiek (4 november).
Reputaties aan flarden
Media hebben ontegenzeggelijk macht. Ten aanzien van personen en instellingen kan een publicatie een enorme stootkracht hebben, in positieve of negatieve zin. Publiciteit kan iemand maken of breken. Zoals in het verhaal hierboven aangetoond, kan een enkel bericht een reputatie aan flarden scheuren. Het maakt niet uit of het gaat om berichtgeving in de traditionele media of via internet. Wat natuurlijk wel verschil maakt is de mate van betrouwbaarheid die het publiek toekent aan het betreffende persorgaan. Ik veronderstel dat een bericht in pakwegTrouw aanzienlijk meer impact zal hebben dan een bericht op pakweg Klokkernluideronline.nl.
Wat ik ongeveer twintig jaar geleden met die hoofdofficier van justitie flikte, was natuurlijk helemaal niet in de haak. Ik had meer benul moeten hebben van wat ik aanrichtte. Ik had wetende dat de beide zegslieden onbetrouwbare boeven waren, onderzoek moeten doen naar hun beweringen. Mij treft schuld. Mea culpa, mea maxima culpa.
Ik was niet de enige die de fout in ging. De zeeffunctie van de eindredactie faalde volledig. Het bericht had de krant nooit mogen halen.
Bierdrinkende journalisten
Pas de daarop volgende maandag tijdens de pauze die gewone mensen gebruiken voor het tot zich nemen van enig voedsel, maar die destijds door journalisten werd benut om bierdrinkend te discussiëren over de krant, kreeg ik op mijn lazer van collega’s die mijn bericht onverantwoord vonden. En ik schaamde me diep.
Wie macht heeft, moet verantwoordelijkheid nemen voor wat hij met die macht doet en verantwoording afleggen. Het is een open deur en er zal geen zichzelf serieus nemend journalist op de aardbol rondlopen die dit zal tegenspreken. Maar hoe gaat het met die macht en verantwoordelijkheid in de praktijk? Zou er in twintig jaar veel ten goede zijn veranderd? Ik vrees van niet. De media zijn in het algemeen vrijmoediger, brutaler, nieuwsgeiler, meer op de man spelend, frivoler en vulgairder geworden. Serieuze kritische journalistiek schuift hier en daar op naar infotainment en emotainment. De grenzen vervagen.
Wie wil doorgaan voor journalist zal zich ook bewust moeten zijn van de journalistieke verantwoordelijkheid die voor alles wat hij publiceert bij hem zelf ligt. Het maakt in wezen geen verschil of het gaat om een journalist op een grote redactie of om een journalistieke eenpitter die een weblog maakt. Belangrijk voor de notie van de journalistieke verantwoordelijkheid is dat journalisten voortdurend het debat aangaan over hun vak, over de grenzen van fatsoen, en elkaar de maat durven nemen. En als zij eens een klacht aan hun broek krijgen bij de Raad voor de Journalistiek, laat dan de uitspraak – n’importe of daarin de klacht gegrond of ongegrond wordt verklaard – onderwerp zijn van reflectie ter redactie.
Jammer dat de huidige generatie journalisten het dagelijkse kroegbezoek heeft vervangen door de sportschool. Want in de door journalisten gefrequenteerde dranklokalen ging het niet over voetbal, drank of vrouwen, maar altijd over het vak. Raar, maar waar: de gesprekken werden diepgaander naarmate dieper in het glaasje was gekeken. Het valt te hopen dat die discussies vandaag de dag ook worden gevoerd, bij de koffie-automaat.

2 reacties