De wetenschapsfraude door Diederik Stapel kreeg volop aandacht in de media. Maar van eigen onderzoek door journalisten was nauwelijks sprake, constateert Piet Bakker. In zijn ogen hebben redacties het op meerdere punten flink laten afweten.
De affaire rond de Tilburgse sociaal-psycholoog Stapel wordt wel aangeduid met ‘Stapelgate’. Het bekt lekker en iedereen snapt waar het over gaat. Maar waar bij Watergate de media voor de onthullingen zorgden, komen ze hier van de universiteit zelf. Eigen onderzoek van de media is schaars, losse eindjes worden niet opgepikt, terwijl belanghebbende bronnen een stevige stempel op het nieuws drukken.
In de periode tussen het bekend worden van de fraude en de presentatie van het rapport op maandag 31 oktober is er nauwelijks nieuws over de affaire. Journalisten snappen nu eenmaal niet zo veel van onderzoek. Over de fraude zelf geen woord. Dat terwijl de gegevens openbaar zijn: de publicaties zijn digitaal vindbaar, de medeauteurs worden met naam genoemd.
Maar dat is nog niks vergeleken met wat er op maandag 31 oktober gebeurt.
Vroeg in de ochtend wordt het persbericht verspreid en omstreeks negen uur is die informatie al op 112 websites te vinden volgens Google Nieuws. Het bericht is overgenomen van ANP of de website van de Universiteit Tilburg. In het persbericht wordt gemeld dat het onderzoeksrapport op de website van de universiteit staat maar dat klopt niet; het rapport is daar onvindbaar, een mail naar de voorlichter levert ook niks op.
Pas tegen 10 uur is de link naar het rapport geplaatst. Een meesterzet van de afdeling communicatie van de Universiteit Tilburg die de handboeken zal halen. Omdat er zoveel tijd zit tussen het persbericht en het onderzoeksrapport, worden het persbericht en de persconferentie van 12 uur de belangrijkste en vaak enige bronnen. Waarom nog eens een bericht maken als je de belangrijkste zaken al hebt? En waarom 28 pagina’s lezen als je die handige samenvatting hebt? Het enige dat de Universiteit Tilburg verweten kan worden is dat ze het rapport niet 200 pagina’s dik gemaakt hebben, dan had zeker niemand het gelezen.
Bij de Volkskrant en NRC Handelsblad wordt het rapport overigens wel gelezen, zij baseren hun ‘analyse’ van dinsdag 1 november vrijwel volledig op het onderzoeksrapport – zonder dat overigens expliciet te vermelden.
Geen eigen onderzoek door journalisten
Na de onthulling van maandag en de ‘analyses’ van dinsdag blijft het relatief stil. Er wordt gerapporteerd dat Stapel ook in het buitenland groot nieuws is, maar de grootste Nederlandse academische fraude sinds mensenheugenis leidt niet tot eigen onderzoek. De wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad bevat een ronkend interview met een (onbesmette) Amsterdamse collega van Stapel, terwijl de Volkskrant een overzicht van de grootste academische bedriegers heeft. De NOS interviewt een Amsterdamse promovenda die “zelf analyses heeft gedraaid” (of ze zelf het onderzoek heeft gedaan werd niet gevraagd).
De NRC Volkskrant van 26 november heeft wel een analyse van de – matige – citatiescore van Stapel. Maar het rapport bevat veel meer losse eindjes, opmerkelijke praktijken en aanwijzingen voor vervolgonderzoek. Een beetje internet-savvy journalist zou heel wat meer naar boven kunnen halen.
De publicaties. Er zijn twee (nog niet openbare) lijsten, één met artikelen (door Stapel verstrekt) en één met hoofdstukken (niet door Stapel gecontroleerd) die op gefingeerd onderzoek zijn gebaseerd. Beide lijsten zijn te reconstrueren aan de hand van aanwijzingen in rapport (soort onderzoek, methode, populatie, coauteurs, periode) maar daartoe wordt geen poging ondernomen.
De klokkenluiders. Minstens zes die zeer waarschijnlijk met naam in de (openbare) bijlage van het rapport staan (drs. en recent gepromoveerden).
Coauteurs. Ook genoemd in de bijlage en eenvoudig online op te sporen. In totaal hebben de Groningse en Tilburgse commissies zo’n 75 personen gesproken. In het tussenrapport worden ze ‘slachtoffers’ genoemd, een definitie die kritiekloos wordt overgenomen. Maar wie naar de werkwijze kijkt, kan ze met evenveel recht mededaders noemen. Ze hebben hun naam gezet onder artikelen waarvan ze delen niet geschreven of zelfs maar gelezen hebben, waarvan ze de data niet gezien of gecheckt hebben, waarvan ze de statistische berekeningen niet hebben gecontroleerd, terwijl volgens de commissie veel uitkomsten op het eerste gezicht al verdacht waren. Dit is kennelijk een geaccepteerde manier om aan de ‘publicatiedwang’ te voldoen (een begrip waarbij nooit enige kanttekening wordt gemaakt).
De methode. In de publiciteit gaat het om verzonnen of gefingeerde data maar in het rapport ook om het aanvullen en wijzigen van onvolledige datasets, methodes die deels geaccepteerd zijn binnen de wetenschap en automatisch verricht kunnen worden door statistische programma’s. De vraag is waar de grens ligt tussen fingeren en manipuleren (data-cleaning, outliers verwijderen, missing data toevoegen).
De proefpersonen. Stapel mag dan respondenten hebben verzonnen, maar het gebruiken van studenten die de ‘verplichting’ hebben zich als proefpersoon beschikbaar te stellen is kennelijk gebruikelijk. Stapel had wel een heel onorthodoxe manier om het probleem te omzeilen, maar het probleem zelf blijft aan veel andere publicaties kleven. Alleen in het interview van de Volkskrant met collega Paul van Langen die de zaak als een incident af probeert te doen, komt dit aan bod.
De promovendi. Volgens de onderzoekscommissie is de promovendi weinig te verwijten, ze hebben immers niet bewust meegewerkt aan de manipulaties. Maar wie het rapport leest, moet constateren dat veel van de onderzoekers nooit onderzoek gedaan hebben: de opzet en uitvoering van het experiment, het vinden van proefpersonen, het afnemen van vragenlijsten, de invoer, de verwerking, data-cleaning, de toepassing van statistische maatstaven, toetsing, presentatie in tabellen en grafieken… het werd allemaal door Stapel gedaan. De onderzoekers onderzochten niet – zijn die promoties dan wel terecht?
Formele promotor. In een box over het Groningse onderzoek worden zes proefschriften genoemd waar geen problemen bij zijn omdat de onderzoekers zelf onderzoek deden of omdat Stapel “alleen om formele redenen” promotor was. Was hij wel coauteur maar heeft hij sommige van die artikelen niet geschreven? Is dat geen plagiaat? Stapel en die promovendi publiceerden namelijk wel degelijk gezamenlijk artikelen.
De tijdschriften. Het systeem van ‘peer review’ heeft bij Stapel totaal gefaald. In één geval wordt (na afwijzing van een artikel) een nieuwe versie met een aangevuld databestand ingeleverd dat wel wordt goedgekeurd. Dat is in feite openlijk frauderen en het is dan ook wonderlijk dat de reviewer dat niet heeft gezien. Interessante vraag is bij welke tijdschriften deze controle achterwege is gebleven. Ook die titels zijn gewoon openbaar.
Het lijkt erop dat journalisten geen onderzoeken lezen. Men is altijd geïnteresseerd in de juicy uitkomsten, die hapklaar worden aangeboden in de samenvatting of persbericht – een voorspelbare interesse waar Stapel dankbaar gebruik van heeft gemaakt. De media nemen cruciale definities van een belanghebbende partij over, namelijk dat medeauteurs, promovendi, reviewers, collega’s, bestuurders onschuldig zijn en dat wetenschappers onder grote publicatiedruk staan. Definities waar je na lezing van het rapport ook heel anders over kan denken. Het wachten is nu op het eindrapport, althans… op het begeleidende persbericht.
16 reacties