De NVJ: waarom elke journalist er lid van zou moeten zijn


De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) kreeg vorige week veel kritiek te verduren. Dit naar aanleiding van de acties rondom het cao-conflict in de dagbladsector. Thomas Bruning, algemeen secretaris van de NVJ, reageert.

Op deze plek werd nogal wat kritiek geleverd op onze beroepsvereniging vanwege onze rol in de recente dagbladacties. Mij is gevraagd om deze kritiek te pareren. Met alle plezier, zou ik zeggen, want ik geloof in onze missie.

Om maar meteen duidelijk te maken waarvoor we staan nog even onze bekritiseerde standpunten op een rij:

  1. De NVJ ziet het recente dagbladconflict als illustratief voor de problemen waar de beroepsgroep voor staat. De belangen van de gehele beroepsgroep staan op het spel.
  2. Er bestaat een rechtstreeks verband tussen kwaliteit en een journalistieke cao. Het is dus volstrekt logisch om kwaliteit inzet te maken van cao-acties.
  3. Journalisten die van hun vak houden moeten daarvoor opkomen. Dan moet je ook acties die het publiek raken niet uitsluiten.
  4. Beginnen met acties op het internet is een goede manier om zichtbaar te maken dat journalistiek werk een waardevol product is, dat niet als water uit de kraan komt.


1. Het belang van het vak
De NVJ komt op voor alle beroepsgenoten, jong en oud, in vaste dienst of freelance, werkend voor krant, radio, tv, tijdschrift of internet, meer dan 8000 in totaal. Wij zijn ervan overtuigd dat een journalist zich onderscheidt door een aantal kenmerken, die niets met het platform te maken hebben waarvoor ze werken. Journalisten hebben overal dezelfde rol: gids, duider, onderzoeker, luis in de pels. Zij stellen de vragen die je als lezer, luisteraar of kijker beantwoord wilt hebben.

Om dit goed te kunnen doen, moeten opdrachtgevers en werkgevers van journalisten wel een aantal basisvoorwaarden scheppen. Er is tijd en geld nodig om kwaliteit en verdieping te kunnen garanderen. Om onafhankelijkheid te kunnen waarborgen dienen journalisten gevrijwaard te blijven van commerciële invloed op hun werk. Er moet ook bij de koele rekenaars in de top van de grote concerns respect bestaan voor de meerwaarde die journalisten en redacties leveren en een besef – overigens ook in politiek Den Haag – dat kwaliteit gewoon geld kost.

2. Een kwestie van kwaliteit
Het is dus ook volstrekt logisch om het thema ‘kwaliteit’ te koppelen aan een geschil over een journalistieke cao. Uiteindelijk zorgt een cao ervoor dat er aan het belang van het vak ook een in geld uit te drukken waardering komt te hangen. Die waarde maakt het mogelijk om niet alleen een vlotte opinie te schrijven, maar ook echt te investeren in het vak, in journalistiek onderzoek, in een gedegen stuk, of in een alleszeggende foto. De Ccao is immers de benchmark voor de waarde van journalistiek werk, ook als dat door een freelancer wordt uitgevoerd.

Kille cijfers van de afgelopen jaren maken duidelijk dat het vak behoorlijk onder druk is komen te staan. Tarieven van freelancers en fotografen, maar ook de cao’s zijn achtergebleven bij de inflatie. Redactiebudgetten zijn veelal als sluitposten van de begroting gebruikt, met 30 procent minder journalisten op dagbladredacties als gevolg. Dit valt niet te repareren met efficiencyslagen. Hetzelfde lot zal vanaf volgend jaar overigens de publieke omroep en Wereldomroep treffen.

Dat alles onder het mom van sombere tijden voor de traditionele mediapartijen. De nog altijd forse rendementen en ambities maken duidelijk dat van een werkelijk diepe crisis bepaald geen sprake is. Wel is zeker dat er niet altijd naar de lange termijn wordt gekeken. Bestaande kennis en infrastructuur wordt overboord gezet. Dat blijft op de lange duur niet ongestraft. Wij zijn ervan overtuigd dat voor het publiek de kwaliteit van de inhoud toch het verschil zal blijven maken. Die boodschap hebben wij getracht over te brengen, aan de werkgevers/opdrachtgevers, aan het publiek, maar ook aan de beroepsgroep zelf. Want die waardering komt niet vanzelf.

3. Actievoeren hoort bij opkomen voor het vak
Actievoeren doet pijn, zeker voor een beroepsgroep die met zoveel liefde en overgave haar vak uitoefent. Journalistiek is geen baan, het is een roeping. En toch, net als dokters of vuilnismannen, die trots zijn op hun vak, moet je het respect voor het vak soms afdwingen. Acties zijn dan een effectief middel.

Acties die alleen de werkgever raken of publieksvriendelijk blijven, zetten dan eenvoudigweg geen zoden aan de dijk, zeker niet als daarachter niet een werkelijk pijnlijk actiemiddel dreigt. Een goede journalist overtreedt soms de wet en voert soms actie voor een hoger doel: het publiek goed kunnen informeren.

4. Nieuwsberichten zijn niet gratis
Een hele generatie groeit nu op met het idee dat nieuws, net als muziek of films, gewoon vrij beschikbaar moet zijn, zoals water uit de kraan. Enig besef dat er ergens betaald moet worden voor het werk van journalisten is in de internetgemeenschap niet wijd verspreid. We hoeven toch ook niet voor radio of televisie te betalen of voor de gratis krant?

De werkelijkheid is anders. ‘Gratis’ nieuws bestaat niet en moet ook op internet ergens van worden betaald. Datzelfde geldt voor de gratis krant of radio en televisie; het is de adverteerder of overheid die het nieuws in dat geval bekostigt.

Op internet speelt een ander probleem. Kostbaar nieuws kan vrij eenvoudig van andere bronnen worden overgenomen. Dat laatste fenomeen moet niet onderschat worden. Recent onderzoek van het Pew Research Center heeft aangetoond dat meer dan 95 procent van al het nieuws dat digitaal circuleert, zijn oorsprong kent in producties van kranten en RTV-redacties. Daar zit veel jatwerk bij, door goed ontwikkelde aggregatiemachines. Maar ook bij veel uitgevers was het tot voor kort gangbaar om al het werk van de redacties van dagbladen en tijdschriften automatisch online beschikbaar te stellen.

Op het moment dat de huidige leveranciers van 95 procent van dit nieuws omvallen of ernstig moeten afslanken, wat nu volop aan de gang is, gaat dat dus ook ten koste van de enorme nieuwsrijkdom op het net. Op de langere termijn is het huidige ‘gratis nieuws’-model online dus niet houdbaar, als we een bestendige en kwalitatief sterke nieuwsvoorziening online overeind willen houden.

Door middel van acties (proberen) het publiek hiervan bewust te maken, lijkt ons niet verkeerd. Natuurlijk is een dergelijke actie kwetsbaar – dagbladsites hebben bepaald geen monopolie op dagelijks nieuws online – maar het gaat om het losmaken van een discussie. Een discussie, die juist ook in het belang is van webredacties die zelf nieuws produceren.

Onze inzet is nu juist dat die webredacties een stevige basis moeten krijgen. Want de werkelijkheid is dat behalve nichesites als Tweakers, Computable of VI, er maar bitter weinig nieuwssites hun eigen broek kunnen ophouden. Ja, we hebben NU.nl, die het natuurlijk goed doet. Sterker nog, het is veruit de grootste en best bezochte nieuwssite van Nederland met dagelijks miljoenen bezoekers.

Maar met 18 journalisten in dienst komen ze niet in de buurt van de onderzoekskracht van grote dagbladen of zelfs een klein tijdschrift als Vrij Nederland, met 50.000 betalende abonnees. De werkelijkheid is dat het aantal journalisten dat in een web-only omgeving geld kan verdienen met journalistiek werk nog altijd bedroevend laag is. Ons pleidooi voor bijvoorbeeld een internetheffing is juist bedoeld om journalistiek publiceren op internet lucratiever te maken, en de eerste die daarvan zouden moeten profiteren zijn de nu nog erg kleine internetredacties en bloggers, die hun werk vaak naast een andere baan moeten doen.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat wij dé oplossing ook niet voor handen hebben. Zeker is dat de huidige verdeling van inkomsten door onevenwichtige marktposities in het nadeel van de makers uitpakt. Het is ons een doorn in het oog dat bedrijven als Apple (30 procent van de uitgaven aan apps gaan rechtstreeks naar dit bedrijf), Google (miljarden aan advertenties rond producten van een ander) en kabelaars als Ziggo, UPC en KPN klauwen met geld verdienen, terwijl de redacteuren die hard werken voor die content met waardeloze contracten en beloningen het bos in gestuurd worden. Daar moeten we iets mee.

Kortom, de NVJ zet zich juist in voor een stevigere basis voor webredacties, want van alleen banners en informatie over bezoekersprofielen gaat de gemiddelde website of blogger het niet redden. Los van het feit dat de concurrentie enorm is en de advertentieruimte digitaal eindeloos, en dus niet schaars, wordt het merendeel van deze inkomstenbronnen reeds afgeroomd door de grote spelers op het web: Google, Facebook en Apple. Het is dus daar, of bij de grote en goed verdienende kabel- en telecomdistributeurs dat een soort van heffing/herverdeling op zijn plaats zou zijn, juist om journalistiek talent digitaal een kans te geven en om ook zelfstandig online te kunnen overleven.

En ja, er komt op termijn wel een verdienmodel voor journalistieke content, zeker met de opmars van tablets is daar goede hoop op, maar de huidige verdeling van de online inkomsten (in 2010 al meer dan een miljard euro online op de Nederlandse markt) valt vooralsnog voor de makers wel erg onvoordelig uit. Een corrigerende heffing, die zorgt dat makers een groter deel van de grote verdiensten op het web toebedeeld zouden krijgen, zou helemaal niet zo gek zijn. Maar met het alternatief, een goed werkend betaalmodel op internet – dat nu feitelijk met de apps voor tablets en smartphones een snelle opmars maakt – kan ik ook goed leven.

Effect van de acties
Terug naar de acties, waar het ons allemaal om begonnen is. Heeft alle heisa ook effect gehad? De resultaten in het akkoord over de dagblad-cao zijn op korte termijn in geld uitgedrukt niet overweldigend. Er is echter een belangrijk punt gescoord: kwaliteit staat weer op de agenda en de weerbaarheid van de beroepsgroep is aangetoond.

Naar mijn mening is dat van wezenlijk belang voor het vak. Niet om te houden wat we hadden, maar om ervoor te zorgen dat het belang van het vak – de inhoud, die het verschil maakt – ook in de toekomst gegarandeerd blijft, online en offline. Daarom is een stevige bond, die namens de gehele beroepsgroep kan spreken, van wezenlijk belang.

11 reacties

  1. Thomas,

    Ik (27 jaar, internetredacteur) wil graag uitleggen waarom ik mij absoluut niet achter de NVJ en de destijds geplande internetstaking voor een betere cao schaar.

    Allereerst omdat ‘onze’ lonen en de kwaliteit van de journalistiek niet op bovenstaande manier met elkaar in verband staan. We hebben het over twee werkelijkheden, waarbij de één (de belabberde financiële toestand van de journalistiek, mede veroorzaakt door uitgevers die nieuwsorganisaties leegwringen) de oorzaak is van het ander (ongunstig cao).

    Moeten journalisten opkomen voor hun arbeidsrechten? Natuurlijk! Maar kun je oorzaak en gevolg met elkaar verwisselen om jouw boodschap extra kracht bij te zetten? Dat kan niet, en volgens mij doet het meer kwaad dan goed als je dat aan lezers voorlegt. ‘Ze willen meer loon, dus ze leggen de krant een tijdje plat?’ Iedereen die een OV-staking heeft meegemaakt, weet dat het ongeacht de boodschap erg onsympathiek en heel egoïstisch overkomt, ook al gebeurt het met de beste bedoelingen. De boodschap van de cao-actie was dus verkeerd.

    Waar ik mij vervolgens ontzettend aan stoor, is dat de acties zich voornamelijk op internetlezers richten. Het begon met een ‘twitterbombardement’ (net op tijd voor woord van het jaar), wat in feite een hele ordinaire spamactie is. Erg lezersvriendelijk en succesvol. Voeg zelf het ironieteken toe.

    Maar waar ik echt woedend van werd, is de dreigende staking op websites. De krantenlezer werd beschermd (begrijpelijk, als ik per jaar 200-300 euro abonnementsgeld betaal, zou ik het ook een naaiactie vinden), maar lezers op internet konden best een dagje nieuws missen, zo was de gedachte. Volgens mij maak je zo geen vrienden. En heel belangrijk, het gaat voor mij om mijn lezers van de toekomst. Blijf daar vanaf, want ik sta niet achter deze actie!

    (Daarbij komt dat er talloze momenten zijn geweest waarop journalisten actie konden voeren voor de kwaliteit van journalistiek. We hebben al flinke bezuinigingsronden achter de rug gehad. Toen is er geen sprake geweest van zulke harde acties. Maar zodra ze aan onze lonen zitten… Ik ben benieuwd of we volgend jaar acties gaan voeren als een aantal uitgeverijen zou beslissen om te bezuinigen. Ik heb er weinig vertrouwen in.)

    Ik sta als internetredacteur dus absoluut niet achter de cao-actie en de NVJ. En met mij vele andere internetredacteuren, zie ook dit artikel op DNR. ‘Ons’ medium werd ingezet voor een actie met een verkeerde boodschap, ook al was het doel rechtvaardig.

    Het tekent voor mij de houding die de NVJ ten opzichte van internet heeft. Heel defensief, minder dan papier, minder belangrijk. Het blijkt ook uit de reactie op Krantensites vanwege cao-conflict op non-actief: Goed idee of niet?. Volgens mij moet je als NVJ zijnde blij zijn dat zo’n discussie wordt aangezwengeld. Doe er je voordeel mee. Maar nee, het is eenvoudiger om het bashen te noemen.

    Internet zit simpelweg niet in het DNA van de NVJ. Zie onderstaande opmerking:

    ‘Een hele generatie groeit nu op met het idee dat nieuws, net als muziek of films, gewoon vrij beschikbaar moet zijn, zoals water uit de kraan.’

    Nee, kijk naar Spotify, Rdio, Netflix, Hulu, Google Music, HBO Go, Last.FM, Amazon, en ik kan nog wel even doorgaan met het opnoemen van diensten die er wél in slagen om een hele generatie te laten betalen voor muziek en films. Succesvolle diensten die buiten de gebaande paden werken.

    Is er nog geen verdienmodel voor nieuws? Volgens mij haal je zelf al een aantal goede voorbeelden aan van websites die laten zien dat er weldegelijk een verdienmodel is. Ik verwijs ook graag naar de websites van Whiskey Media, die websites over games, films, gadget, comics, enzovoort onder hun paraplu hebben. Advertenties en jaarabonnementen (waarmee je toegang krijgt tot een flinke berg tof spul i.p.v. toegang krijgen tot nieuws achter een paywall) zorgen dat de schoorsteen blijft roken.

    Dus het is mogelijk. Het probleem ligt bij de uitgevers die geen cent in internet willen investeren, maar wel met het vingertje wijzen naar andere partijen die geld op internet verdienen. Huilie huilie, het is zo oneerlijk. Nou, ik heb altijd geleerd dat je moeite moet doen voordat je iets krijgt in het leven. Eerst investeren in internet, daarna pas verwachten dat je er iets uitkrijgt. Een internetheffing is daarom echt een belachelijk idee om het eigen falen af te schuiven op de lezers. ‘Wij investeren überhaupt niet in een oplossing, dus we lossen het op de meest platte manier op: belasting.’

    Het is het toepassen van oude regels in een nieuwe wereld. De krant moet elke stap op internet beschouwen als een startup. Geen statische code op internet kwakken en volpompen met tekst, foto’s en video. Wat bedrijven op internet succesvol maakt, is dat ze klein beginnen, succes meten, snel veranderen, weer meten, kleine dingen aanpassen, nogmaals meten, wederom iets anders doen, etc. Het begint uiteraard met een goed idee, maar zelfs een eureka-moment wordt door een lakse houding om zeep geholpen.

    In plaats daarvan doen uitgevers op internet nog exact hetzelfde wat ze in de krant doen: het medium staat stil, de inhoud verandert. Dat werkt niet. Dus tja, dan maar met je vingertje wijzen naar andere partijen die wel slagen. Het is falen, maar de NVJ steunt die houding door erin mee te gaan. En daarom voelen veel internetredacteurn zich niet verbonden met de NVJ.

    Waarom is de NVJ een organisatie dus die niet voor internetredacteuren spreekt? Omdat de NVJ de regels van de oude media wil toepassen op internet en ze niet snappen wat de problemen zijn waar internetredacteuren tegenaan lopen. De NVJ wilde enkel internetlezers benadelen tijdens de cao-actie. Daarbij benadelen zij mijn lezers van de toekomst. Dus – ;zoals mijn collega Herwin Thole al op DNR zei - nee, ik ben en word geen lid van de NVJ.

  2. Het idee ook dat je lid ‘moet’ zijn, suggereert dat als je dat niet bent, je het vak geen warm hart zou toedragen. Gruwel. Die vakbondsmentaliteit, dat is waarom ik, freelancer, jaren geleden de NVJ heb verruild voor de FLA, http://www.fla.nl. Deze maand nog las ik dat de NVJ serieus overwoog een CAO voor freelancers voor te stellen, en nu is er een actie om tot betere ‘arbeidsvoorwaarden’ voor freelancers te komen! Dan snap je freelancers gewoon écht niet. De NVJ benadert ze als zwakke groep die bescherming en collectieve afspraken behoeft, en het liefst een vaste baan met een cao, terwijl freelancers zelfstandige journalistiek ondernemers zijn die hun eígen bedrijfsbeleid bepalen. Als freelancer heb ik echt niets bij de NVJ te zoeken.

  3. Thomas Bruning wil eigenlijk actie voeren tegen de grootste boosdoeners, en dat zijn de mensen die gratis nieuws stelen via internet. Hij vergelijkt daartoe nieuws met films en muziek, en dat is een hele rare vergelijking. Film is beeld en geluid waaraan door een creatief proces meerwaarde is toegevoegd, hetzelfde geldt voor muziek. Mensen willen daarvoor betalen, maar ze geven dat geld liever rechtstreeks aan de makers ervan, dan aan de grote uitgeverijen. Logisch. Nieuws is nieuws, en dat bestaat al een jaar of honderdduizend zonder tussenkomst van journalisten. Wanneer een journalist erin slaagt aan dat nieuws waarde toe te voegen, wil een consument daar vreemd genoeg eigenlijk ook altijd voor betalen. Zelfs op internet, blijkt uit eigen ervaring. Nu het monopolie op de verspreiding van nieuws (water) is weggevallen, moet de journalistiek gaan werken om de meerwaarde van het eigen vak aan te tonen. En niet gaan klagen dat mensen hun kommetje in de rivier dompelen naast de vergulde kranen van de uitgevers. Aan het werk, dus, en koester je internetklanten, in plaats van ze te verketteren.

  4. Arnoud schreef op 22 december 2011 om 11:44

    Over het algemeen eens met Jerry Vermaenen – en dat scheelt dus een hoop schrijfwerk voor mij en leeswerk voor degenen die de reacties doornemen.

    Als aanvulling erop: het is inderdaad zo dat internet op gebied van verdienmodellen een groeimarkt is; het is simpelweg nog niet ontwikkeld.

    Ik heb het eerder gezegd, maar ik herhaal het graag: de kracht van internet zit in niches. Mensen zijn graag bereid te betalen, maar niet voor Nu.nl-nieuws. Diepgravende, interessante en nergens anders te lezen lectuur mag best een prijs hebben. Afrekenen zou moeten kunnen op een eenvoudige en veilige manier.

    Bovendien zijn er veel meer modellen mogelijk om te verdienen aan advertenties: gesponsorde pagina’s, prerolls voor video’s en gesponsorde evenementen zijn concepten die nu al enkele jaren beproefd zijn in de digitale wereld en steeds verder worden uitgewerkt.

    Er is meer: dat sites als Webwereld en Tweakers.net (waar ik voor werk) het hoofd boven water kunnen houden en afgelopen tijd zelfs hebben kunnen investeren in journalistiek is een sterk teken aan de wand. Dat onderzoek ook online kan, blijkt uit de vele achtergrondartikelen en scoops die online media de afgelopen tijd publiceren – en dat freelancer Brenno de Winter (van Nu.nl, Webwereld) gekozen is tot Journalist van het Jaar zegt in deze ook wel iets.

    Waar is de NVJ in dit verhaal? Nergens natuurlijk. De NVJ is de belangengroep van de dagbladpers, van oude media die zoals Jerry treffend zegt alleen maar huilie huilie doen over digitale ontwikkelingen. Die hun eigen onmacht willen oplossen door een belasting te heffen.

    Ik pleit ook voor subsidie op kopiisten, die met monnikenwerk teksten overschrijven; door die vermaledijde drukpers en de nieuwe tijd wordt hun voortbestaan bedreigd. Voor elke krant en elk tijdschrift moet een cent worden overgemaakt naar de ouderwetsche kopiisten.

    Waar komt de NVJ mee aanzetten om geld te verdienen met online content? Tablets! Dat is de reddingsboei van de journalistiek in de ogen van de NVJ. Alsof mensen ineens bereid zijn te betalen op een tablet. Natuurlijk niet; dat er nu relatief veel betalende gebruikers zijn, is het principe van de nieuwigheid. Zodra de massa tablets gaan gebruiken, gaan dezelfde wetten op als in de rest van de online wereld.

    Dat er hier mensen reageren zoals ze reageren, zou toch een enorme alarmbel moeten doen rinkelen bij de NVJ. Je vertegenwoordigt kennelijk je doelgroep niet meer, je bent feeling kwijt met de mensen voor wiens belangen je op zegt te komen. De NVJ is duidelijk een vakbond uit de 20e eeuw, die al jaren aanhikt tegen zijn eigen milenniumbug.

    En op deze manier wordt die drempel nooit genomen.

  5. Arnoud schreef op 22 december 2011 om 11:46

    Disclaimer: ook in ben geen lid van de NVJ en niet van plan dat te worden. De club behartigt mijn belangen even goed als tennisclub Lutjebroek – waar ik overigens ook geen lid van ben.

  6. Jan schreef op 22 december 2011 om 12:33

    - ik vind wel dat een vakbond als de NVJ zin heeft, óók voor internetredacteuren
    - hoewel het er niet van gekomen is, vond ook ik het actiemiddel verkeerd om een site een dag lang niét te verversen
    - Jammer dat de ooit zo actieve internet-sectie van de NVJ het loodje heeft gelegd
    - de NVJ heeft geen enkele invloed op het zwalkende beleid van uitgeverijen ten opzichte van internet
    - nog steeds worden internetredacteuren binnen veel krantenredacties gezien als veredelde applicatiebeheeerders, ‘toevalllig’ omdat ze wat meer op hebben met moderne technieken
    - magere functieprofielen en gebrekkige doorstroommogelijkheden voor internetredacteuren maken dit dit vak niet interessant voor ervaren, ‘analoge’ journalisten
    - redactiecommissies en -raden zijn ook nog steeds vooral ‘dode bomen’-organen, die nauwelijks bijdragen aan het begrip voor het werk van internetredacteuren of het ‘digitaliseren’ van het werk van de papieren collega’s

    En ja, ik ben wel lid. Al vanaf een eindje in de vorige eeuw. En éérst journalist, dan pas internet/multimedia/crossmedia/nieuwe media-redacteur

  7. Het kan verkeren. De vakbond als ultieme verdediger van de gevestigde orde, van de wereld waarin alles keurig is verdeeld: werkgevers verschaffen werk, werknemers hebben een baan, journalisten maken nieuws en uitgevers verdienen daarmee geld.

    En opeens is alles anders. Door de opkomst van het vermaledijde internet. Nieuws is niet exclusief van de journalisten, de lezer heeft de krantenuitgever niet meer nodig om geïnformeerd te raken, en een werknemer hoeft niet meer in dienstverband bij een werkgever om een boterham te verdienen.

    Dat de NVJ een uitstervend gilde (‘beroepsgroep’, noemt ze het zelf) verdedigt, was voor mij al duidelijk in de jaren ’80, toen ik geen lid mocht worden omdat ik niet loondienst was. Nu is het nog een kwestie van tijd.

  8. @jerry een behoorlijk salaris of honorarium drukt waardering uit voor een bepaald vak, al zou het maar zijn omdat dit de mogelijkheid geeft om tijd te investeren in dat vak. Met steeds smallere redacties en kleinere freelance-budgetten kom je aan de kwaliteit of althans aan de grenzen van wat je lokaal, regionaal of op een specifiek vakgebied journalistiek nog kan waarmaken. Regionale dagbladredacties ondervinden dat aan den lijve, freelancers en fotografen zien het terug in de tarieven, die de uitgevers bereid zijn te betalen. En webredacteuren staan, als het om arbeidsvoorwaarden gaat, achterin de rij, omdat er maar weinig plekken zijn, waar ze behoorlijk betaald hun werk kunnen doen (even los van de succesvolle vaksites, zoals eerder benoemd)
    En waarom niet eerder actie gevoerd, als het de journalisten echt om kwaliteit te doen zou zijn? Dat is gebeurd, de Wegenerjournalisten hebben bij de komst van Mecom in 2008 de toen voorgenomen reorganisaties weten te pareren d.m.v. acties en laten zien dat het hen niet om loon, maar behoud van kwaliteit ging.
    @arnoud voordat je met te boude stellingen komt over de NVJ als belangenclub van dagbladjournalisten misschien even je huiswerk doen? Brenno de Winter is al jaren gewaardeerd bestuurslid van onze sectie freelance, de redactie van NU.nl is blij met onze inspanningen om een redactiestatuut voor hen te maken, onze sectie studenten/starters groeit als kool (in 2010 + 17,4%) en @Bertwiggers de freelancers zijn binnen de NVJ inmiddels ruimschoots de grootste groep, er is wel wat veranderd sinds de jaren tachtig!
    Tot slot hebben we zelf meer dan 10 jaar geleden Villamedia opgericht, een mooi voorbeeld van een goed werkend businessmodel online, dus ons wegzetten als ouwe meuk lijkt me niet correct.
    En volgens mij ontken ik ook niet dat er een gouden toekomst op het internet/ Ipad voor de journalistiek is weggelegd, maar zien jullie niet dat de door mij aangeduide partijen zoals Google, Facebook, Apple en Telcoms de nieuwe uitgevers en distributeurs zijn, waar wel erg veel macht is geconcentreerd? En waar erg veel geld, dat bedoeld is voor de makers, blijft hangen. Dat is het punt dat ik wil maken, als het gaat om een heffing. Dergelijke grootmachten verdienen zeer veel geld met jullie prestaties. Enig tegenwicht hiertegen, bv in de vorm van een heffing, zou een begin kunnen zijn, net zoals dat nu al geldt voor kabeldistributeurs bij het verspreiden van omroepprogramma’s.
    Verder leer ik overigens veel van jullie reacties, discussie over dit onderwerp lijkt me goed en om met een positieve conclusie te eindigen. De NVJ is geen statische club, maar een vereniging met kritische leden, die één ding gemeen hebben, we zijn zoals @jan juist constateert allemaal journalisten, dus laten we vooral het debat hier blijven voeren om ons scherp te houden. Misschien een aardig idee voor een ouderwetse discussie-avond met bier van de bond in het nieuwe jaar? Toegankelijk voor leden en niet-leden! Wie wil helpen met organiseren?

  9. Joost schreef op 22 december 2011 om 22:28

    Ik (een collega van Arnoud bij Tweakers.net) wil graag even aanhaken op de techbedrijven die, al dan niet onterecht, geld zouden verdienen met andermans content. Ik begrijp dat Thomas Bruning suggereert dat die bedrijven (Google, Facebook, Apple, telco’s) in de vorm van een soort heffing moeten gaan bijdragen aan de journalistiek.

    Mijn vraag is: waarom zouden bedrijven die wél geld weten te verdienen met internet, moeten opdraaien voor het falen van uitgevers om in te zien dat dat gekke internet nog wel eens heel groot kon worden?

    Journalistiek is belangrijk, maar laten we wel wezen: het zijn de media zélf die steken hebben laten vallen als het om internet gaat. Het is niet de schuld van Apple. Het is niet de schuld van Facebook. Het is niet de schuld van Google. En het is zeker niet de schuld van de telecomproviders (ik snap oprecht niet waarom die erbij worden gesleept).

    Natuurlijk verdienen dergelijke bedrijven indirect geld (en best wel veel ook) met andermans content, maar het is een wisselwerking. Zonder Google Search misten wij ook een deel van onze inkomsten, want via Google komen bezoekers binnen die banners bekijken. Zonder Apple miste Wired een relevant deel van zijn abonnees (hoeveel is onbekend, maar aantal tablet-abo’s bedraagt 20% – en de iPad is nog steeds marktleider, dus aantal iPad-abonnees zal redelijk groot zijn).

    Een heffing – nee, dat is echt een heel slecht idee. Als een sector zijn broek niet meer kan ophouden (en dat is de kant die we opgaan) dan moet de sector veranderen, en niet een impopulaire ‘heffing’ in het leven roepen. Trouwens, waar zouden de opbrengsten van zo’n heffing heengaan? Ik heb niet de illusie dat wij ook maar íets van dat geld zouden zien. Ik vermoed dat het terecht zou komen bij de bedrijven die zelf niet al te veel moeite hebben gedaan om op internetgebied iets te ondernemen.

    Er ligt voor media een grote uitdaging om geld te verdienen met internetcontent, want papier heeft niet het eeuwige leven. Laten we daar dus onze aandacht op richten, en niet op symptoombestrijding – want meer dan dat is een internetheffing simpelweg niet.

    Oh, en discussie-avond met bier: goed idee!

  10. @Thomas Bruning

    Ik snap niet waarom je stelt dat het geld dat Facebook, Google en Apple verdienen op internet “bedoeld is voor de makers”. Op welke manier maken de ‘makers’ daar aanspraak op?

    Bovendien komt het nu over alsof je met de ‘makers’ journalisten bedoelt. De makers van het web en internet zijn wij allemaal. Dat zijn de bloggers en programmeurs die nachten door zwoegen om iets tofs te maken, dat zijn tieners die grappige videocolumns opnemen, dat zijn (amateur)fotografen die hun beelden op Flickr zetten, etc.

    Eén van de redenen van het succes van Apple, Google en Facebook is dat ze een platform zijn waarop anderen kunnen bouwen. Precies de reden waarom Spotify recent met apps kwam: stel jezelf open voor ontwikkelaars, zodat dat die extra functionaliteiten bovenop je dienst kunnen bouwen. Kan dat ook met een nieuwssite? The Guardian probeert het in ieder geval met Open Platform (http://www.guardian.co.uk/open-platform). Als het ze lukt om daar geld mee te verdienen, dan hebben ze dat (letterlijk) verdiend. Wat Jerry en Joost zeggen: wie zaait zal oogsten. Waarom moeten grote spelers op internet innovatie bij nieuwsmedia subsidiëren?

    Zoals Joost aangeeft hebben nieuwsmedia ook profijt van die bedrijven. Daarnaast kunnen ze ook gebruik maken van die bedrijven en zelf op het platform springen. The Wall Street Journal en The Guardian hebben bijvoorbeeld een Facebook-app ontwikkeld. Het mooie is dat je (voor zolang het duurt) eigen advertenties erop mag zetten en niks hoeft af te dragen aan Facebook. Het resultaat: bijna 1 miljoen pageviews per dag erbij voor The Guardian. Andere voorbeelden zijn applicaties in verschillende appstores en e-boeken bij verschillende online winkels. Allemaal platforms waar nieuwsmedia juist geld mee kunnen verdienen.

    En als de 30% commissie van Apple je niet bevalt? Bouw dan lekker zelf een HTML5-webapp.

    Waar kan ik me aanmelden voor de debatavond met bier? Het lijkt me een uitstekend plan!

  11. Het lijkt wel of de meeste reageerders journalistiek beschouwen als niets meer dan handelswaar, die steeds minder opbrengt omdat internet de distributie veel makkelijker heeft gemaakt. Maar mensen, goede journalistiek is onmisbaar om een democratie te laten functioneren. Als je de financiering daarvan puur aan de markt overlaat, gebeuren er ongelukken. Dan krijgen bedrijven veel meer macht dan burgers.

    Waarom hebben we wel een publieke omroep (daar werk ik), maar geen publieke journalistiek voor andere media? Dat is toch raar? Waarom worden de rechterlijke, wetgevende en uitvoerende macht allemaal collectief gefinancierd, en de vierde pijler onder de democratie nauwelijks?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Opinie (11 van 20 artikelen)


Vijfenveertig Kamervragen over programma’s van de Publieke Omroep belandden er tijdens het ...