Het ontbreekt de journalistiek aan modern commercieel en creatief denken

Roep op een journalistenborrel “jullie moeten commerciëler denken!” en de gezelligheid is direct om te snijden. Collega-journalisten zien in commercie de grootste vijand van kwaliteit. Dat berust op een misverstand en juist die misvatting bedreigt ons vak. Vooral omdat ook onze werk- en opdrachtgevers commercie verwarren met de tering naar de nering zetten.

De pijnlijke gevolgen daarvan zijn voortdurend zichtbaar. Het ANP kondigt aan 33 banen te schrappen. Ruim een week eerder vervangt uitgever Sanoma Media hoofdredacteur Laurens Verhagen van NU.nl. ‘Verschil van inzicht’, zegt zijn werkgever in een persverklaring. Een conflict over ‘zaken als onafhankelijkheid’, verklapt de NU-redactie.

Beide nieuwsfeiten bevestigen journalisten in hun vooroordelen. Ik heb er 150 gesproken voor mijn manifest Nieuws dat verzin je niet. Collega’s bij alle typen media, in Nederland, Vlaanderen en Groot-Brittannië. De meerderheid verguist commercie. De ervaring heeft hun geleerd dat het staat voor de druk om adverteerders naar de mond praten. Of voor het drukken van kosten en kwantitatieve targets: oplage-, kijk- en luistercijfers en pageviews scoren.

Neem Nick Davies, onthuller van de afluisterpraktijken van Britse tabloids in hun eeuwige oplageoorlog. De onderzoeksjournalist noemt commerciële nieuwsventers ‘kruideniers’ die zonder journalistiek geweten beknibbelen op redacties, terwijl ze de productie opschroeven om goedkope praatjes te verkopen. In zijn bestseller Flat Earth News ontleedde Davies al hoe door lopende bandjournalistiek onwaarheden de krantenkolommen in ruisen.

Concerns vervangen courantiers

Het is waar, courantiers hebben plaatsgemaakt voor concerns. Zoals Sanoma. Of grootgrutter Mecom, de Brits mediamultinational, goeddeels eigenaar van uitgeverij Wegener. In zijn toekomstplan streeft Het Nieuwe Wegener naar ‘nationale dekking’ voor zijn regionale ‘content’. Als het woord ‘journalist’ al valt, is het omdat die ‘meer rekening moet houden met de veranderende behoeften’.

They are right in Apeldoorn – of toch niet?

Wat journalisten en hun bazen voor commercie aanzien, is in werkelijkheid bedrijfsvoering. Dat is iets anders. Amechtig consumentenbehoeften bevredigen, kostendrukken en journalistiek manageable maken, verraden juist een gebrek aan kansrijke ideeën.

Marktwaarde creëren

Modern commercieel denken betekent: marktwaarde creëren. Lichtend voorbeeld is wijlen Steve Jobs, die Apple tot grootmacht maakte. Hij volgde geen behoeften, hij schiep nieuwe. Jobs creëerde merkwaarde. Niet door op Microsoft te lijken, niet door Bill Gates’ successen te kopiëren, maar door zich te onderscheiden.

Vertaald naar een gezonde pluriforme pers betekent dat: journalistieke waarde scheppen, met sterke merken als NU.nl, nrc.next en RTV Noord. Elk met zijn eigen merkwaarden: goed en snel voor NU.nl, beter en Groningser voor RTV Noord, meer weten in minder tijd voor nrc.next.

Met eigenzinnige keuzes en onafhankelijke nieuwsgaring kunnen redacties dagelijks merkwaarde creëren die hen onderscheidt van elkaar, van andere communicatieprofessionals en van amateurs op de vrije markt van beweringen en meningen.

Gebrek aan creativiteit

Commercieel denken vergt daarmee meer creativiteit dan trending topics volgen. ‘U vraagt wij draaien’ is een heilloze weg. Marktonderzoek levert informatie over het bestaande op, geen nieuwe ideeën. In Apple-termen: er rolt op zijn best een volgende discman uit, geen iPod. Het succesvolle apparaatje bestond immers nog niet, voordat Jobs het uitvond. Was Jobs ANP-hoofdredacteur geweest, dan had hij vermoedelijk zelf NU.nl bedacht.

Oplage-, kijk- en luistercijfers zorgen voor windtunneljournalistiek, zoals ook automodellen volgens de wetten van de laagste weerstand op elkaar gaan lijken. Dat is anti-creatief, anti-innovatief, anti-journalistiek en anticommercieel. En in het ergste geval zetten de dagkoersen aan tot de jacht op sensatie, zoals bij de Britse tabloids, zoals bij De Telegraaf.

Waarmee het commerciële belang van betrouwbaarheid is genoemd. De Telegraaf ondervindt dat aan den lijve. De oplage daalt, hoe hard de chocoladeletters het ook uitschreeuwen van campagnes en sensatie. Zo hard dat zelfs de krant van ongezouten Nederland een verslaggever die het te bont maakt moet schrappen uit zijn colofon.

Vakmanschap is vereist

Zeker, de handel in nieuws moet brood op de plank brengen, wil journalistiek een factor van betekenis zijn. Het omgekeerde geldt ook: journalistiek zonder relevantie verliest als sector haar bestaansgrond. Dat zien concerns weleens over het hoofd. Relevantie vereist een groter vakmanschap dan bekende informatie verder rondpompen, onzin belangrijk maken of ongemakkelijke waarheden verzwijgen of opleuken. Dat maakt dat commercie en journalistiek prima door één deur kunnen: journalisten willen zoveel mogelijk mensen zo goed mogelijk informeren.

Toevallig heb ik ook de vertrokken Verhagen nog in zijn functie van hoofdredacteur van NU.nl geïnterviewd voor mijn boek. Ook over commercieel denken. Verhagen vertelt dat het verdienmodel van de banners is ingestort. “Als je dan niet creatief bent, verkoop je jezelf uit. Dan zeg je tegen sales: je mag elke dag de voorpagina verkopen, en dan verdien je een mooie smak geld. Dan ben je ook over een jaar klaar, want dan zijn we geen nieuwssite meer.” Zo is het. Commercie is iets anders dan je ziel verkopen.

We weten nog niet precies waarom Verhagen plaats moest maken bij NU.nl. Sanoma zegt, net als Wegener trouwens, dat journalistieke onafhankelijkheid buiten kijf staat. Afgesproken.

De journalistiek als sluitstuk

Nu nog het inzicht dat er meer voorwaarden voor betrouwbaarheid en onderscheidende marktwaarde zijn. Bezinning op de journalistieke taak en functie, bijvoorbeeld. En (her-)waardering van journalistiek vakmanschap: tijd voor eigen nieuws, gelegenheid om bronnen en feiten te checken.

Daarover lees je weinig in persverklaringen en toekomstplannen. De redactie is te vaak het sluitstuk van een bedrijfseconomische redenering, te zelden het uitgangspunt. Toch begint daar dat onderscheidende, waardescheppende denken. Want alle journalistiek is weliswaar content, lang niet alle content is journalistiek.

Karel van den Berg schreef twee boeken over journalistiek en creativiteit:

  1. Bedenk eens wat nieuws: Handboek voor journalistieke ideeontwikkeling
  2. Nieuws, dat verzin je niet: Manifest voor het journalistieke idee

Beiden boeken worden woensdag 7 december gepresenteerd.

13 reacties

  1. Dit stuk vind ik overigens ook niet erg creatief. Veel van de bovengenoemde punten zijn al herhaaldelijk in de media voorbij gekomen.

    Jammer dat er in dit soort artikelen wordt geschreven over de huidige journalistieke tendens en dat het moet veranderen en dat er vervolgens geen enkel creatief nieuw idee wordt genoemd.

    Nee. We moeten af van het ‘aan de zijlijn observeren en schreeuwen’.
    Handen uit de mouwen dus.

  2. Ik mis in het bovenstaande het bredere economische beeld, we hebben het tenslotte over merkwaarde, marktwaarde en waarde scheppen. Het lijkt alsof dat meer een metafoor is dan een eurozaak (maar ik heb beide boeken niet ingezien).

    De trend in oplages, abonnementsgelden en advertentie-inkomsten in print media is al jaren dalende (de opmerking dat dat bij de Telegraaf iets te maken heeft met een fantaserende journalist, zal ironisch bedoeld zijn) Advertentiebestedingen verschuiven richting internet, en fragmenteren. Gevolg: prijsdruk in print en online.

    Op de marktplaats van internet wordt nieuws eerder minder dan meer waard. Eigen onderzoek en scoops zijn ongeveer drie uur onderscheidend. Daarna is het gratis common knowledge geworden: recycled en retweeted beyond recognition. Vraag maar aan ANP. Gevolg: afnemend waardescheppend vermogen van onderscheidende journalistiek.

    Daarnaast leveren opleidingen nog steeds ladingen jonge journalisten af in een tijd waarin het leger freelancers gestaag groeit. Gevolg; over de hele linie geleidelijk dalende waardering van journalistiek vakmanschap.

    Dat is de economische realiteit, waarmee journalisten / uitgevers aan de slag moeten. Ik ben benieuwd hoe.

  3. Jonge werkloze journalist schreef op 7 december 2011 om 15:03

    De kerntaak van de journalistiek is het controleren van overheden, niet het entertainen van zoveel mogelijk mensen. De commercie leidt ertoe dat nieuwssites steeds meer lollig ‘snacknieuws’ brengen en elkaar zo beconcurreren op zoveel mogelijk clicks. Dan heb je dus eigenlijk gewoon een heel ander product, dat niets met journalistiek te maken heeft. Prima, maar noem het dan ook geen nieuws en neem geen geschoolde journalisten aan voor zulk werk.

    Maatschappelijk belangrijke journalistiek gaat niet over merkwaarde of marktwaarde, maar over een essentiële rol in een democratie. Bestuurders krijgen (en hebben vaak al) vrij spel doordat mediaconcerns weigeren geld uit te geven aan echt journalistiek onderzoek. Daar moeten journalisten zich uitsluitend druk om maken en alle commerciële vragen overlaten aan de uitgevers. We hebben nu als journalisten zo’n tien jaar achter de commercie aangehobbeld en gezien dat we daardoor sterk afgedwaald zijn van onze controlerende taak.

    We moeten het daarom ook niet erg vinden dat eigen diepgravend onderzoek en scoops maar zo’n drie uur onderscheidend blijven voor de redactie die het werk gedaan heeft. Pronken met de eigen veren is nou eenmaal ook niet een intrinsieke functie van de journalistiek. Je doet geen onderzoeksjournalistiek omdat je daarmee jezelf wil onderscheiden maar omdat je een maatschappelijke misstand wil aankaarten. Dat is je enige belang als journalist.

    Waarschijnlijk draait het uit op het besef dat journalistiek een duur product is, veel duurder dan uitgevers nu denken omdat ze nieuws verwarren met entertainment. Ik snap dat al dat werk betaald moet worden, maar dat is geen zorg van de journalistiek zelf. Als ik toch suggesties mag doen: de nieuwsomroepen opheffen want dat is oneerlijke concurrentie. Ten tweede moeten we met zijn allen afspreken dat alle nieuwssites achter een betaalmuur gaan (je kunt nu op veel manieren online snel betalen: sms, iDeal, etc) en de adverteerders het nakijken geven want die betalen gewoon niet genoeg voor gratis serieus nieuws en hebben daar ook geen belang bij. De bevolking heeft wel belang bij serieus nieuws en zal daar uiteindelijk ook voor willen betalen als blijkt dat niemand anders meer let op het doen en laten van onze overheden.

  4. Alexander Pleijter schreef op 7 december 2011 om 15:52

    @ Jonge werkloze journalist Als journalistiek van groot maatschappelijk belang is, zoals jij betoogt, dan moet je journalistiek toch niet achter een betaalmuur zetten? Iets wat van maatschappelijk belang is, moet voor iedereen toegankelijk zijn.

  5. @Jonge werkloze journalist
    Ben met je eens dat journalistiek een belangrijkere maatschappelijke taak heeft dan omzet maken.

    En toch moeten we het over geld hebben. Want veel journalisten willen een salaris of freelancevergoeding. Dat geld moet ergens vandaan komen: abonnements- of lidmaatschapsgelden, advertentieinkomsten. Die bronnen krimpen.

    Ik probeer te laten zien dat allerlei mechanismen ervoor zorgen dat geld verdienen met journalistiek moeilijker wordt. Jouw pay wall is vrees ik niet de oplossing.

  6. Mars van Grunsven schreef op 7 december 2011 om 16:53

    @ Jonge werkloze journalist & @ Alexander. Als we inderdaad aannemen dat de journalistiek van groot maatschappelijk belang is, is dat dan niet een argument om nieuws als een publiek goed te benaderen? Met andere woorden, waarom toch steeds de op winstoogmerk gebaseerde journalistiek als uitgangspunt nemen?
    Een werkelijk creatief idee zou bijvoorbeeld zijn om elke belastingbetaler elk jaar een voucher (tegoedbon) van 100 euro te geven die hij/zij naar eigen goeddunken aan journalistieke non-profits kan doneren, zoals in de VS Nichols en McChensney voorstellen in hun boek “The death and life of American journalism”. Daarnaast zou je dan een NOB / publieke omroep kunnen handhaven naar model van de BBC, tevens gefinancierd uit de algemene middelen — de STER, het triviale vermaak (sport & spelletjes) en andere nodeloze hoepla gooien we en passant de prullebak in. Dat laatste komt meteen de commerciële journalistiek en de entertainmentmedia (is dat een woord?) ten goede, want in het huidige stelsel vertroebelt de overheid de vrije markt.
    Wellicht ten overvloede: ik opper dit omdat ook ik van mening ben dat commercieel denken de kwaliteit van nieuwsjournalistiek op termijn (en in de breedte) niet ten goede komt — uitzonderingen, zeg maar de Apples van de NL’se jorunalistiek (naar Van den Bergs artikel), daargelaten.

  7. @Mathias de Graag
    Ah, de jij-bak: een artikel over creativiteit ‘overigens ook niet erg creatief’ noemen. Beproefde stijlfiguur van reageerders en andere dyslectische middelvingers. Het mag. Ik ben voor alle andere mensen die communiceren en publiceren – een journalist kan nooit tegen vrije meningsuiting zijn. Maar nogmaals, het is juist zaak dat de professionele journalistiek zich kwalitatief onderscheidt van de amateur, willen we commercieel overleven.
    En ik pleit er nou juist voor dat we niet langer stuurlui aan wal blijven. Dat we bij de vrijheid en (her-) waardering voor vakmanschap die we (terecht) opeisen, ook verantwoordelijkheid nemen. Dat we niet langer roepen dat de master of business administration geen verstand heeft van journalistiek. Het zou weleens veel gevaarlijker kunnen zijn dat wij te lang geen weerwoord hebben geboden aan zijn ‘commerciële’ argumenten: de tering naar de nering zetten in plaats van (journalistieke) waarde scheppen.
    Nee, ik heb geen panacee. Ik vermoed dat 1 ei van Columbus ook niet zal volstaan. En dat vind ik ook niet erg: een gezonde vrije pers is naar zijn aard pluriform. In de nieuwe nieuwseconomie zullen we waarschijnlijk meer kansrijke ideeën nodig hebben dan het alles oplossende business model. We kennen allemaal de goeroes die voor de pluriforme pers een uniforme oplossing bieden en die doen alsof hun voorspellingen al staande praktijk zijn. Alsof de weersverwachting voor morgen het nu al doet regenen. Zo hebben we ons vroegtijdig laten overtuigen dat gratis de nieuwe goudmijn is, zonder daar een passend verdienmodel bij te hebben bedacht. Nu zitten we met de gebakken peren.

    Klonk mijn stuk jou in de oren als een schreeuw vanaf de zijlijn en oud nieuws, dan excuus voor de overlast. Ik doe mijn best redacties te overtuigen van het nut van en te trainen in waardescheppende, journalistieke creativiteit en innovatie. Ik stroop voortdurend mijn mouwen op.

    @Arno van ‘t Hoog
    Zeker, nieuws is steeds minder waard geworden op en door het internet. Juist omdat het ons ontbrak aan kansrijke ideeën. Als ‘we’ hadden gedacht als Steve Jobs, hadden we er in dit economische laagtij misschien veel sterker voor gestaan. Als we genoeg (journalistieke) marktwaarde hadden gecreëerd. Merkwaarde begint niet bij kwantificeren, niet bij financiële targets, niet bij oplage-, kijk- en luistercijfers heilig verklaren, niet bij de zorg om de beurswaarde van concerns. Dat begint bij kwaliteit. En er is in elk bedrijf – van de eenmanszaak tot de multinational – maar 1 soort mensen die zich echt bekommert om kwaliteit: de vakman of -vrouw. In ons geval: de journalist, de redactie.
    Afnemend waardescheppend vermogen is geen gevolg maar een oorzaak. Zeker, makkelijker gezegd dan gedaan. Ik begrijp defaitisme – het is heel moeilijk om als matroos op een olietanker verantwoordelijkheid voor de koers te voelen. Tegelijkertijd, we hebben nooit eerder zoveel kansen gehad als in deze tijd van het internet. We hoeven niet meer te investeren in drukpersen of radio- en televisiestudio’s voordat we waarde kunnen creëren. Denk aan alle eenlingen die op zolderkamertjes de kleintjes, de vacatures en de contactadvertenties hebben afgetroggeld van de grote uitgeverijen.
    Ik ben ook benieuwd hoe, maar laten we beginnen met een omslag in het denken.

    @Jonge werkloze journalist
    Het gaat bij het maatschappelijk belang wel degelijk over merkwaarde en marktwaarde. Dat zijn journalistiek relevante begrippen, die juist nooit ten koste mogen gaan van onafhankelijkheid, die je niet verhoogt met opleuken of onbelangrijke zaken belangrijk maken.
    Ik ken verhalen van een puike onderzoeksjournalistieke redactie, die de ene na de andere belangrijke onthulling op de wal sleept, waar geen haan naar kraait. En die zich groen en geel ergeren dat datzelfde verhaal soms een half jaar later pas impact heeft als een groot landelijk ochtendblad hetzelfde nieuws nog eens dunnetjes over doet. Het verschil? De status en waarde van het merk – want mocht dat misverstand zijn gerezen: het gaat om de (journalistieke) waarde die we creëren voor onze lezers, luisteraars en kijkers. Daar ligt onze loyaliteit. Niet bij Beursplein 5.
    Daarom mijn pleidooi om kerntaak, belang en relevantie nou juist bepalend te maken voor de marktwaarde die we moeten creëren. De toegevoegde waarde op alle gebeurtenissen, ontdekkingen, beweringen en meningen.
    Voor de ene doelgroep is daar wat meer entertainment voor nodig dan voor de andere. We kunnen niet iedereen verplichten de Groene Amsterdammer te lezen. Daarom is ook bijvoorbeeld De Wereld Draait Door nodig. Een programma dat ongekende waarde creëert: het brengt – inderdaad op een entertainende, korte, snelle manier – onderwerpen over politiek, literatuur, kunst, opera, wetenschap, noem maar op. Me dunkt, belangrijke, relevante zaken, voor een groep mensen die zulke onderwerpen vrijwel zeker niet tot zich zouden nemen als ze waren aangewezen op de Groene. Ik zou de redacties niet de kost willen geven die zulke onderwerpen laten liggen omdat die ‘niet sexy genoeg’ zijn. Omgekeerd zullen veel Groene-abonnees niet graag naar DWDD kijken. Onderscheidende marktwaarde, beide doelgroepen bediend.
    Ziedaar het belang van pluriformiteit: de Groene en DWDD, het Journaal en RTL Nieuws, NRC Handelsblad en de Leeuwarder Courant, NU.nl en… – nu je het zegt: de meeste zíjn commercieel.
    Je hoeft niet alle merken even belangwekkend of goed te vinden – zolang ze er maar allemaal zijn, iedereen de keus heeft en de merken samen zoveel mogelijk mensen zo goed mogelijk informeren, door wat van belang is interessant en relevant te maken. Dat lukt niet als ze allemaal hetzelfde gaan doen en alleen belangwekkend nieuws als taai ‘huiswerk’ opgeven of louter leut zonder maatschappelijk belang brengen.

    @Mars van Grunsven
    Hoe publiek je een omroep ook maakt, je zult altijd commercieel denken nodig hebben. Of je financiële bron nou de adverteerder is, de abonnee, de belastingbetaler of wie dan ook – zonder belang en relevantie – en dus succes – word je overbodig.
    Het is goed om zoveel mogelijk ideeën te spuien, te verzamelen en mislukken toe te staan, om dat ene succes te kunnen boeken. Nieuwe ideeën geven nooit garantie. De enige zekerheid is dat we het zonder ideeën zeker niet redden. Dus roep maar.

  8. Arno van t Hoog schreef op 7 december 2011 om 23:07

    Helder. Er zullen nieuwe wegen moeten worden gevonden. Kansrijke ideeën kom je op het spoor via trial en error, en je kunt niet beweren dat er niks is uitgeprobeerd de voorbije jaren.

    Misschien geven alle experimenten en trends wel aan dat er in journalistiek informatievoorziening iets structureel is veranderd (structurele afwaardering, overcapaciteit)

    Vergeet defaitisme, ik geef een al dan niet juiste verklaring voor veranderingen – niet onbelangrijk in de journalistiek en discussies over de toekomst van ons vak. Begrip van je omgeving draagt bij aan het zien van kansen.

    Op dat punt verschillen we gewoon van inzicht. De opmerking dat we niet als Steve Jobs hebben gedacht grenst voor mij een magische formulering. Niet verifieerbaar. Wat er niet is, kennen we niet, en we weten niet wat er was geweest als iemand iets heel kansrijks had verzonnen.

  9. @ Arno van ‘t Hoog
    Volgens mij zijn we het eens. Ik denk dat ik je zelfs kan mijn veronderstelling over Steve Jobs kan uitleggen.
    Ik kan inderdaad niet bewijzen dat Jobs als ANP-hoofdredacteur zelf NU.nl had uitgevonden. Of dat we er met zijn manier van denken nu florissant voor hadden gestaan, ondanks de crises die elkaar opvolgen. De enige zekerheid is, nogmaals, dat we het zonder ideeën gegarandeerd niet redden.

    Creativiteit en innovatie zijn geen kwestie van verificatie of bewijs. Nieuwe ideeën bestaan domweg nog niet, ze liggen daarom per definitie buiten de bestaande kennis. Daar is niks magisch aan, dat is logica. Zelfs de exacte wetenschapper onder de exacte wetenschappers, Albert Einstein, zei: verbeelding is belangrijker dan kennis, want kennis is begrensd.

    De omslag in denken die ik daarom bepleit is dat we geen successen kopiëren, maar succesvolle processen die leiden tot kansrijke, waardescheppende ideeën. Zoals de denktrant van Steve Jobs. Marktonderzoek leidt tot windtunneljournalistiek, omdat het meet wat bestaat, wat we kennen, niet wat nog niet bestaat omdat we dat nog moeten bedenken. Dat kan domweg niet.

    Begrip van je omgeving – je gebruikt gelukkig een veel nuttiger omschrijving dan ‘kennis van de markt’ – is absoluut onontbeerlijk. De creativiteitspil van de BBC heet niet voor niets ‘manager creativity and audiences’, als twee onlosmakelijke grootheden. Ook daar baseren ze zich niet (louter) op cijfermatig marktonderzoek. En ook daar maken ze geen vrije kunst die losstaat van sociale of economische realiteit. Daar sturen ze bijvoorbeeld programmamakers (onder wie journalisten) op pad om zich in te leven in de belevingswereld van de (potentiële) kijker en luisteraar, om op basis daarvan ideeën te bedenken. Om inderdaad de verbeelding te prikkelen en nieuwe kansen te creëren.
    Niet voor niets maakt Google een belangrijk deel van de personeelscapaciteit vrij om te spelen en te proberen, zonder succesgaranties vooraf. We weten allemaal weten hoe succesvol die ogenschijnlijke ‘verkwisting van FTE’s’ is.

    Om misverstanden te voorkomen: ik beweer nadrukkelijk niet dat journalisten (en hun werk- en opdrachtgevers) geen ideeën hebben of hebben gehad. Wel dat we er nooit genoeg van kunnen hebben en dat er mechanismen meespelen die het scheppen van nieuwe markt- en merkwaarde in de weg staan.
    De analyse hoe we ervoor staan en hoe dat zo is gekomen blijft bijzonder nuttig. Experimenteren is iets heel anders dan oude mislukkingen nog eens dunnetjes over doen. We moeten alles weten en onderzoeken – om op basis daarvan zoveel mogelijk breinen te bundelen en de verbeelding te prikkelen, zoveel mogelijk ideeën te bedenken en uit te kunnen proberen. Verbeelding en meedenken helpen ons daarom verder dan analyseren.

    Dat alle experimenten en trends misschien wel aangeven dat er in journalistiek informatievoorziening iets structureel is veranderd (structurele afwaardering, overcapaciteit), is ook een veronderstelling. En een denkpatroon. Het is zo’n zin met ‘nu eenmaal’ – en creativiteit betekent nu net: denkpatronen doorbreken. Als Steve Jobs had gedacht: muziek koop je nu eenmaal op cd, had hij nooit zijn iPod bedacht.

  10. Jonge werkloze journalist schreef op 8 december 2011 om 16:24

    Dank voor de reacties. Ik ben niet tegen commercie op zich maar het gaat mij om het scheiden houden van de vakgebieden. Marketeers die gaan meedenken over content en ‘nieuws’ dwalen daardoor af van hun taak te zorgen dat het redactionele product rendabel is en blijft. Journalisten die gaan meedenken over hoe we het geld moeten binnenhalen dwalen af van hun enige en absolute taak: het aan de kaak stellen van maatschappelijke misstanden. Je vraagt toch ook niet aan je tandarts of hij meteen je haren even wil knippen omdat als hij weet wat een mooie mond is hij ook wel verstand zal hebben van een leuk koppie?

    Het is natuurlijk zonde en jammer dat een uitmuntende onderzoeksredactie nagenoeg voor niets werkt als hij nog geen merkwaarde voor zichzelf heeft opgebouwd. Toch heeft die redactie in mijn ogen wel zijn doel bereikt want de misstand is blootgelegd. Het grote dagblad dat er een halfjaar later mee aan de haal gaat, zal toch moeten erkennen dat het werk al eerder is gedaan. Dat de eerste redactie er helaas niets aan verdient, is geen journalistiek probleem.

    Als nieuwsredacties zich gaan bezighouden met het uitvinden van concepten en ideeën die nog niet bestaan a la Steve Jobs dan bereik je daarmee niet dat al die redacties ineens heel veel publiek trekken. Je houdt altijd een competitie met veel verliezers en weinig winnaars. Het probleem verandert dus niet volgens mij.

    Goede journalistiek is belangrijk voor iedereen en juist daarom moet het achter een betaalmuur want iets dat belangrijk is, kost nou eenmaal geld. Gratis nieuws bestaat niet. Zoals het nu gaat, betalen de adverteerders voor het grootste deel. Alleen dat is onhoudbaar want die adverteerders haken af omdat lezers kennelijk niet genoeg overgaan tot het aanschaffen van aangeboden producten. (Niet de schuld van de journalistiek, toch?) Of we het willen of niet, de adverteerders zullen ons verlaten, ook Nu.nl. Kijk maar hoe het de gratis internetproviders is vergaan. Maar het geeft niet, want de burger heeft belang bij kwalitatief goed nieuws en zal er dus ook zelf voor willen betalen als puntje bij paaltje komt. Misschien is die groep consumenten alleen veel kleiner dan we graag zouden willen, maar dat is nou eenmaal de realiteit van dit moment. Ik geloof eerlijk gezegd dat de algehele intellectuele apathie van een groot deel van de bevolking meer zegt over de staat van het onderwijs in ons land dan over de kwaliteit van de journalistiek.

    Die windtunneljournalistiek komt overigens ook doordat bijna alle nieuwssites dezelfde content aanbieden, kant en klaar van de persbureaus of van elkaar overgeschreven. Dat slaat journalistiek gezien natuurlijk ook nergens op, tenminste niet om manuren te besteden aan het domweg invoeren en opmaken ervan. Automatiseren dus of tieners het laten doen als bijbaantje en je echte redacteuren laten speuren.

  11. @Mars Ik ben wel voor zo’n benadering van journalistiek als publiek goed. Voor de verdeling van financiering kan je verschillende modellen bedenken. Het aantrekkelijke van jou voorstel is dat je het principe van een markt in tact laat. Probleem is wel: hoe bepaal je welke media in aanmerking komen voor die regeling?

  12. @Jonge werkloze journalist Je schrijft: “Goede journalistiek is belangrijk voor iedereen en juist daarom moet het achter een betaalmuur want iets dat belangrijk is, kost nou eenmaal geld.” Dat gaat heel ver, want dat betekent dat je er voor pleit dat radio en televisie niet meer vrijelijk beschikbaar mogen zijn en dat we alleen nog maar betaaltelevisie en -radio zouden moeten hebben. Lijkt me niet echt realistisch.

  13. Paar reacties dan nog, zonder mijn hele manifest hier over te willen tikken:

    - Marketeers en journalistiek scheiden? Graag! Dat is nou precies mijn pleidooi. Journalistieke ideeën haal je uit journalisten. Dat maakt de redactie voor een journalistiek bedrijf tot wat de keuken is voor een restaurant. Daar begint de waardecreatie.
    De Vlaamse reclamegrootheid Guillaume Van der Stigghelen is zo’n moderne, gezonde commerciële denker. Hij eist van zijn klanten dat ze eerst hun reden van bestaan formuleren, hun betekenis, voordat hij hun boodschap kan vertellen. Van der Stigghelen zegt dat marketeers niet moeten gaan denken dat een product dankzij hen goed verkoopt – ‘al denkt de haan ook weleens dat de zon opkomt omdat hij kraait’. Zonder kwaliteit verkoop je op de langere termijn geen journalistiek en dat betekent dat we scherp voor ogen moeten houden wat journalistiek onderscheidt. Mijn pleidooi is dus juist dat we de vakgebieden scheiden, uit commercieel belang. Louter geld binnenhalen is nou precies de averechtse doelstelling. Journalistiek betrouwbaar, relevant en interessant blijven is commercieel gezien de meest kansrijke ambitie.

    - Tegelijkertijd, journalisten zijn in feite marketeers van hun eigen werk. Journalistiek is toch massacommunicatie? Een goede journalist vertelt of verbeeldt zijn verhaal toch zo mooi, toegankelijk en begrijpelijk- lees: klantvriendelijk – mogelijk? Dat hoeft belang en relevantie toch niet in de weg te staan? We willen toch graag dat onze klanten een verhaal uitlezen, -luisteren of -kijken? Dat zijn ‘verkoopargumenten’, niet meer en niet minder. Als esthetiek en gebruiksgemak er niet toe zouden doen, zouden we even goed processen-verbaal, ambtenarenrapportages en doctoraalscripties kunnen verspreiden. Gezonde kost aantrekkelijk uitserveren zou ons moeten onderscheiden van andere communicatieprofessionals en amateurs.

    - Een onderzoeksjournalistieke redactie die de macht controleert en misstanden onthult, is daarom denk ik nog maar half klaar met zijn werk. Journalistiek heeft volgens mij uit twee onlosmakelijke ambities: zoveel mogelijk mensen zo goed mogelijk informeren. Zonder belang of relevantie heeft publiceren geen zin – althans, dan is het geen journalistiek – maar zonder die andere ambitie kun je een scoop ook doorbellen aan je moeder en het daarbij laten. Om een maatschappelijke factor van betekenis te zijn, moet je ook zo veel mogelijk mensen willen informeren. Zelfs de (groeiende) Groene Amsterdammer wil zoveel mogelijk mensen van zijn doelgroep voor zich winnen. Lijkt me logisch.

    - Ik ben voor zoveel mogelijk journalistiek – publiek en commercieel. Maar nogmaals, ook al worden we nog zo publiek, zonder kwaliteit, relevantie en zonder journalistieke waardecreatie voor ‘onze klandizie’, verliezen we onze bestaansgrond. Als je bij publieke omroepen jezelf niet onmisbaar maakt als merk (titel), verdwijn je geheid. Belastinggeld en reclame-inkomsten zijn ook geld, en ook dat komt uiteindelijk (hoe indirect ook), allemaal bij je kijkers, luisteraars of lezers vandaan. Gratis nieuws bestaat strikt genomen helemaal niet. Daarom zeg ik: journalistiek-commecieel denken is niet kostendrukken maar waardecreatie. Waar dan ook.

    - En nee, daarmee ontken ik niet dat we zitten te springen om nieuwe verdienmodellen. Maar ‘nog niet bedacht’ is echt iets anders dan ‘ondenkbaar’.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (53 van 899 artikelen)


Twee weken geleden kondigden we het al aan: een avond over datajournalistiek ...