Profiel van de Nederlandse journalist in 2010

In dit artikel schetsen we het profiel van de doorsneejournalist in Nederland anno 2010, gebaseerd op een enquête onder 1016 journalisten die lid zijn van de NVJ. ‘Doorsneejournalist’ houdt in dat we bij het schrijven van dit profiel zijn uitgegaan van de antwoorden die het vaakst gegeven zijn.   Het volledige rapport is onder dit artikel te vinden.

De Nederlandse journalist is Peter, een man van 50 jaar met een journalistieke opleiding op HBO-niveau. Hij werkt voor een papieren medium, inmiddels als zo’n 25 jaar. Dat heeft hem een vast dienstverband opgeleverd; iets wat in deze tijd zeker niet vanzelfsprekend is, want tegenwoordig werkt bijna de helft van de journalisten op freelancebasis.

De afgelopen jaren zag hij steeds meer vrouwen hun opwachting maken op de redactie, vaak dames met een academische opleiding. Dat is sowieso een trend: steeds meer van zijn jonge collega’s hebben een academische graad. Wat in elk geval niet veranderd is, is de politieke oriëntatie van zijn collega’s, die is nog altijd vrij links.

Het journalistieke beroep is voor Peter nog altijd een fulltime baan van 38 uur per week. Natuurlijk zijn er ook collega’s die in deeltijd werken, maar er zijn net zoveel collega’s die veel meer uren maken, sommigen wel 60 per week.

Zelf berichten en artikelen schrijven is zijn belangrijkste activiteit op een gemiddelde werkdag. Daarnaast redigeert hij ook de teksten van andere redacteuren. En zo doen alle collega’s er wel wat bij. Sommigen gaan regelmatig voor reportages de deur uit en sommigen maken ook zelf foto’s voor de stukken die ze schrijven.

Peter ziet het als zijn taak om mensen van dienst te zijn, natuurlijk door het laatste nieuws zo snel mogelijk te brengen en belangrijke actuele ontwikkelingen te signaleren. Maar ook door het nieuws te duiden en ingewikkelde informatie begrijpelijk te maken voor zijn publiek. En hij beoogt een luis in de pels van de politiek en overheid te zijn. Als er ergens misstanden zijn, dan is het zijn taak om die in de openbaarheid te brengen. Zonder daarbij overigens activitstisch te worden; invloed uitoefenen op de politieke agenda of opkomen voor zwakke groepen in de samenleving, dat hoeft van hem niet zo. Van commercie moet hij ook weinig hebben: de journalistieke productie aanpassen aan de wensen van adverteerders is hem een gruwel.

Hij hecht dan ook aan de klassieke journalistieke waarden. Vooral onafhankelijkheid vindt hij belangrijk, oftewel, je niet laten leiden door druk vanuit de overheid, politieke partijen, bedrijven of wat dan ook. De journalist moet geheel naar inzicht tot een oordeel komen van wat zich afspeelt in de wereld. En hij moet daar op objectieve en neutrale wijze verslag van uitbrengen, daar hecht hij aan. Wederhoor en het checken van informatie acht hij dan ook nog altijd van groot belang is. Het handhaven van dergelijke journalistieke principes is broodnodig in zijn visie. Hij vindt het dan ook goed dat ze vastgelegd worden in een journalistieke gedragscode en dat er een controlerende instantie als de Raad voor de Journalistiek bestaat. De journalistieke mores is te belangrijk om zo maar aan zijn lot over te laten.

Overigens denkt hij genuanceerd over journalistieke ethiek. Het is allemaal niet zo zwart-wit. Of iets wel of niet mag hangt af van de situatie. Zakelijke of politieke documenten illegaal inkijken bijvoorbeeld; als het van maatschappelijk belang is, dan doet hij het. Voor privéstukken, zoals brieven, ligt dat in zijn ogen wel wat anders. Hij zou die nooit gebruiken, hoewel sommige van zijn collega’s vinden dat het in sommige gevallen wel is toegestaan. En ook bronnen lastig vallen die niet mee willen werken aan een verhaal; als de situatie erom vraagt, dan moet dat maar. Waar hij faliekant tegen is, is het beschamen van het vertrouwen van mensen die hem als journalist iets hebben toevertrouwd. Als je dat hebt beloofd, dan moet je dat ook nakomen. Bronnen en het publiek moeten een journalist wel kunnen vertrouwen, is zijn overtuiging.

Journalisten staan immers in dienst van hun publiek. Als Peter zijn artikelen schrijft houdt hij altijd goed voor ogen wie zijn publiek is. Hij beschouwt het commentaar en de feedback die hij krijgt van zijn lezers als nuttig. Ze leveren ook bij tijd en wijle waardevolle bijdragen, tips bijvoorbeeld of foto’s. Dat wil overigens niet zeggen dat het publiek meer invloed zou moeten hebben op de inhoud van het nieuws. Dat is immers zijn werk; het checken van de feiten, het interpreteren van de ontwikkelingen en het selecteren van wat belangrijk is, dat moet je aan professionele journalisten overlaten.

Internet speelt natuurlijk een belangrijke rol in zijn werk. Zo’n beetje de helft van de werkdag is hij online. Met name om het laatste nieuws te volgen, feiten te checken en achtergrondinformatie te zoeken.

Een blog bijhouden doet hij niet. Een aantal collega’s op de redactie is daar wel aan begonnen, maar de helft is er al weer mee opgehouden. Meestal omdat het te veel tijd kost, het is toch weer extra werk, zo’n blog bijhouden. En eigenlijk liggen er altijd wel belangrijkere werkzaamheden die nog uitgevoerd moeten worden.

Sociale media gebruikt hij ook niet voor zijn journalistieke werk. Andere collega’s ziet hij wel eens bezig met Twitter, vooral berichtjes lezen. Enkele fanatiekelingen zijn ook druk in de weer met zelf berichtjes plaatsen, maar dat is een minderheid op de redactie. Ze zeggen dat ze via Twitter aan nieuws komen en kunnen volgen wat collega’s uitspoken. Nou, daar heeft hij geen Twitter voor nodig.

Internet is handig, maar of internet nou een grote zegen is voor de journalistiek? Nee, eigenlijk niet, vindt Peter. Een bedreiging voor de geloofwaardigheid van de journalistiek is internet weliswaar niet, maar Peter vindt wel dat door internet de journalistieke zorgvuldigheid wordt aangetast. Met lede ogen ziet hij aan dat veel collega-journalisten veel te gemakzuchtig omgaan met de informatie die ze op het internet vinden. De tijd van nieuws eerst checken en dan pas publiceren, ligt tot zijn spijt ver achter ons.

Onderstaand rapport geeft een overzicht van alle resultaten uit 2010. Deze gegevens zullen we combineren met eerdere metingen uit 2002 en 2006 om trends in kaart te brengen. De resultaten daarvan zullen later dit jaar gepubliceerd worden in een boek over het totale onderzoeksproject. Dit onderzoeksproject is mogelijk gemaakt dankzij financiële steun van het Stimuleringsfonds voor de Pers.

Nederlandse journalisten
in 2010, door Liesbeth Hermans, Maurice Vergeer en Alexander
Pleijter

17 reacties

  1. Jan schreef op 18 januari 2012 om 13:00

    Ik werk bijna 40 jaar in de journalistiek en herken veel in het verhaal. Maar als Peter blijft volharden in het negeren van social media voor zijn werk haalt hij zijn pensioen niet. En omdat oudere journalisten niet gek zijn denk ik dat het verhaal op dat punt ook niet klopt.

  2. Joost schreef op 18 januari 2012 om 13:28

    Dit gaat niet over de gemiddelde journalist, maar over het gemiddelde NVj-lid. Dat die 50 is met vaste baan in het papier is inderdaad heel herkenbaar.
    Snelle conclusie: de ‘nieuwe’ journalist sluit zich niet aan bij een vakbond.

  3. Caroline schreef op 18 januari 2012 om 13:33

    Nog even en dan is internet ook weer verleden tijd. Komt de papieren krant weer terug en over een tijdje kunnen we weer gewoon lekker ouderwets teksten op stenen tafelen beitelen. En vrouwen aan hun haren de grot in slepen. Yeah!

  4. Dit is een doorslaggevend argument tegen verhoging van de persioengerechtigde leeftijd en voor het handhaven van een genereuze VUT voor journalisten

  5. Arme Peters,
    Met zulke opvattingen snap ik waarom het zo snel bergaf gaat met de traditionele journalistiek zoals die vbedreven en gepropageerd wordt door NVJ-leden. Het zou hilarisch zijn als het niet zo bedroevend was.

  6. Marc Josten schreef op 18 januari 2012 om 18:15

    Is Peter de zoon van Koos Tak ?

  7. @Marc Josten: We hebben geen stamboomonderzoek van Peter gedaan. Bovendien kunnen we vanuit het oogpunt van privacy natuurlijk geen mededelingen noemen over de achternamen van respondenten.

  8. Een mooie typering van een vakman. Maar om een onterecht cliché-beeld te voorkomen over het “gemiddelde NVJ-lid” zijn een paar kanttekeningen op zijn plaats: dit onderzoek werd gedaan in 2010. We leven inmiddels in 2012 en we weten allemaal hoe het gebruik van de diverse sociale media, Twitter en Facebook voorop exponentieel gegroeid zijn in deze periode, juist ook onder journalisten. Ik ben ervan overtuigd dat een enquete in 2012 zou uitwijzen dan een overweldigende meerderheid inmiddels actief gebruik maakt van sociale media.
    Tweede punt: de gemiddelde leeftijd van een NVJ lid is jonger dan 50! De afgelopen jaren zijn we juist verjongd, geheel tegen de trend van traditionele vakbonden in. De feiten: in 2009 was de gemiddelde leeftijd van een NVJ-lid 48, in 2011 is dat 46,8. Een mooi bewijs dat de NVJ juist aantrekkelijk is voor aanstormend talent.
    Verklaring is waarschijnlijk dat onze grote groep student-leden, die lid zijn van de NVJ zijn buiten deze enquete zijn gehouden.
    Tenslotte, ook binnen de NVJ vormen journalisten met vast dienstverband niet langer een grote meerderheid. Ruim 40% van onze werkende leden zijn inmiddels freelancers.

  9. @Thomas Bruning:
    Gebruik van sociale media onder journalisten zal inderdaad gestegen zijn in het afgelopen jaar. Maar in dit onderzoek is specifiek gevraagd naar het gebruik van sociale media voor hun journalistieke werk. Dus een Hyves- of Facebook-profiel is niet genoeg; de vraag is of journalisten deze sociale media ook gebruiken voor hun journalistieke werkzaamheden. Of dat nou zo enorm is toegenomen, betwijfel ik. Maar zou wel interessant zijn om te weten inderdaad. Wat dat betreft zou je dit onderzoek elk jaar moeten doen.

    Over leeftijd; het gaat in ons onderzoek inderdaad om werkzame journalisten. Dus studenten zitten er niet bij. Wel 65plussers, maar alleen als zo nog als journalist werken.

    Over contracten: in ons onderzoek is het aandeel freelancers 45%, dus dat komt overeen met je observatie.

  10. Freke schreef op 19 januari 2012 om 17:51

    Een doorsnee profiel van de Nederlandse journalist anno 2010, gebaseerd op een enquete onder NVJ-leden, is geen doorsnee profiel. Die basisveronderstelling klopt niet. Hoeveel collega’s zijn nou daadwerkelijk lid van de NVJ? Alleen de oudere garde. Dan kom je ook aan een gemiddelde leeftijd van 50. Jongeren vinden het vaak te duur. Omdat bovendien de oudere garde oververtegenwoordigd is, zie ik ook niet dat de belangen van jonge journalisten snel vertegenwoordigd worden. Wel op de bres voor de seniorendagen maar niet tegen het gebruik van uitzendkrachten die na twee jaar nog steeds geen normaal contract krijgen?

  11. Het opstellen van een profiel van de ‘gemiddelde’ journalist is op zichzelf een vorm.van gemakzuchtige journalistiek of wetenschap. De ‘gemiddelde’ journalist bestaat net zo min als de gemiddelde Nederlander, brit of amerikaan. Nooit heb ik tijdens mijn opleiding en werkzame leven de gemiddelde man of vrouw beschreven, maar altijd de man of vrouw met zijn verhaal. Ook bij Kijk- en.Luisteronderzoek (NOS/PNO) nooit de.gemiddelde kijker of luisteraar als type neergezet. Elke statisticus of wetenschapper gruwt alleen al bij die gedachte.

  12. @Herman Spinhof: Slimme manier om ons weg te zetten als waardeloze wetenschappers. Maar ik ben het niet met je eens. Het gaat er helemaal niet om of de gemiddelde journalist bestaat of niet. Het opvoeren van een doorsneejournalist is een stijlfiguur om een verhaal te vertellen. We kunnen ook schrijven: “De gemiddelde leeftijd van de onderzochte NVJ-journalisten is 50 jaar. De helft heeft een vast contract. De meesten werken bij een papieren medium. De meerderheid gebruikt geen sociale media voor het journalistieke werk.” Zulke taal slaan we wel uit in het rapport, maar voor een journalistiek stuk mag je volgens mij best een stijlfiguur gebruiken die de cijfers wat aansprekender maakt. Daarmee doe je de werkelijkheid echt geen geweld aan.

  13. Over de Nederlandse journalist versus de NVJ-journalist: dat is een relevant punt. Dat onderkennen we ook in de conclusies van het rapport. Ik ben ook wel heel benieuwd in hoeverre de niet-NVJ-journalisten afwijken van de NVJ-journalisten. Snel maar eens proberen om het nog eens te doen met een groter deelnemersveld. Probleempje wordt dan wel hoe we kunnen afbakenen wie wel en niet mee mag doen: iedereen die zich journalist noemt? Suggesties van harte welkom!

  14. De naam ‘Peter’ betekent rots of steen, en is doorgaans maar moeizaam in beweging te krijgen. Het wordt tijd dat het ontslagrecht wordt versoepeld, zodat deze mastodonten ook eens voor een rimpel in de vijver der vooruitgang gaat zorgen.

  15. @freke lees even mijn eerdere reactie (nr.8), de gemiddelde leeftijd nvj lid = 46,8, en daalt de laatste jaren. Onze vereniging wordt jonger, juist omdat we veel aandacht hebben voor jonge journalisten. Ook je beeld over aandacht voor tijdelijke contracten is onjuist: na jarenlange strijd hebben wij het voor elkaar gekregen dat bij omroep vergoedingen betaald moeten worden als er steeds tijdelijk wordt ingehuurd, jonge omroepjournalisten profiteren hiervan en krijgen vaker vast contract. Gewoon zelf lid worden en meebeslissen, in plaats van makkelijke en onjuiste kritiek
    leveren, zou ik zeggen!
    @alexander: gelet op onze hoge organisatiegraad onder professioneel werkende journalisten, tenminste 50%, ben ik ervan overtuigd dat een onderzoek onder NVJ-leden representatief is voor de beroepsgroep. Let wel, de NVJ organiseert journalisten, die voor hun werk betaald worden. Het is immers een vak en geen hobby!

  16. @Thomas: Uit nieuwsgierigheid: Waar baseer je die 50% organisatiegraad op? Hebben jullie dat wel eens onderzocht? Ik ben wel benieuwd hoe.

  17. H. de Haas schreef op 31 januari 2012 om 11:00

    Een respons van 17,9 procent, en dat alleen onder NVJ-leden. De Fransen hebben een mooi woord voor dit soort ‘onderzoek’, wat eigenlijk nauwelijks goed te vertalen is, maar het begrip ‘brandhout’ komt aardig in de buurt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Onderzoek (9 van 377 artikelen)


Journalisten nemen alles en iedereen de maat, maar laten zichzelf niet ter ...