Ik weet niet of dit zo’n goeie periode is voor de journalistiek en zijn neven-vestigingen. Je hebt die serie ’24 uur: Tussen leven en dood’, van het mediaconglomeraat RTL en Eyeworks- wat een totaal ongevoelige naam trouwens.
Je hebt de ADHD-journalistiek van DeWereldDraaitDoor, een programma dat de facto vooral draait om het bevestigen en verder opbouwen van de status van de anchor, die deze week Martijn van Dam aanpakte. Goed, je moet als politiek-leider-in-de-dop wel ergens tegen kunnen, maar een klein beetje de gelegenheid krijgen om een zin af te maken, dat is ook nooit weg –en nog in het belang van de kijkers ook.
Je hebt de heftige discussie over de vraag of PowNews en die Rutger van ze nu journalistiek zijn, of cabaret, of wat dan ook. Afzeik-journalistiek, is de #hashtag, als ik het goed heb, waarbij de discussie onder meer gaat over de vraag of het persbreidel is als je Rutger c.s. eens een keer geen antwoord geeft.
Je hebt de kritiek –en daaraan parallel- de vrij hoge kijkcijfers, als de nieuwsmachines tot zowat permanente verslaggeving overgaan (eerst de Elfstedentocht, toen het ongeluk van Friso in zijn eerste fase).
Je hebt de opmerkingen van Job Cohen, over de werking van het politiek/mediale complex. (herinner je: ‘What the media are doing to our politics’, van John Lloyd)
En je hebt de NRC en zijn dr. Tulleken.
Woekerend ongemak
Misschien moet ik het niet op een hoop gooien, maar ik doe het hier wel, omdat het in alle gevallen gaat over informatie, privacy, de al dan niet authentieke rol van de media, publieke reacties, en vertrouwen.
Ik voel een groot ongemak woekeren, een kloof die aan het groeien is tussen de diverse actoren in dit geheel. Over een paar jaar, terugkijkend, kunnen we vaststellen wat er rond deze tijd gebeurd is: een oprispring, of een stap op een andere weg. Ik pretendeer niet de wijsheid in pacht te hebben, maar enige bezinning en discussie kan geen kwaad.
Klimaat-beïnvloedend
Natuurlijk kun je zeggen dat de ziekenhuisserie van RTL en Eyeworks niets met journalistiek te maken heeft. Dat is ook zo. Maar ze is wel klimaat-beïnvloedend. Wat er gebeurt heeft betekenis voor de grote mediale instituties en hun relatie met het publiek. The Powers that Be worden uitgedaagd en weten niet goed hoe te reageren: zie Nieuwsuur gisteravond met de top van Eyeworks, RTL en VUmc. Daar zaten toch drie ongevoelige en dus onintelligent opererende mannen.
Natuurlijk kun je zeggen dat PowNews en de Jakhalzen weinig met nieuws te maken hebben. Dat is zo, in mijn ogen. Soms ontstaat er nieuws, maar dat is dan een bijproduct van waar men werkelijk op uit is. Men is niet geïnteresseerd in een verhaal, in het creëren van context en begrip; men zoekt het relletje, de uitzondering, de domme of onhandige opmerking. Ter meerdere eer en glorie van de maker, niet van de gebeurtenis.
Maar de Jakhalzen en PowNews acteren in dezelfde wereld als waarin de oorspronkelijke journalistiek werkt. De PowNews microfoon staat naast die van RTL-Nieuws en BNN; de Jakhals hengelt naast de NOS-plopkap. Er vindt een zekere stijlvermenging plaats, sluipenderwijs.
Overigens ben ik in het geheel niet voor het weren –hoe zou dat al kunnen?- van Rutger en Jakhals c.s. Ik zou als politicus alleen wat vaker niet meedoen en dat duidelijk maken –het publiek zou het prachtig vinden, ik weet het zeker.
Hypes en onmiddelijkheid
De grote nieuwsorganisaties staan, omdat ze live gingen bij Elfstedentocht en Friso, onder de verdenking alleen maar te hypen. Dat is in mijn ogen niet juist. Kijkers zijn gewend aan ‘onmiddellijkheid’ en niet ieder onmiddellijk gebracht verhaal is een hype, en niet ieder onmiddellijk gebracht verhaal hoeft een calamiteit te zijn –zie de Elfstedentocht.
Er is altijd een deel van het publiek dat zegt dat Syrië erger is dan de dooi in Friesland. Daar hebben ze zonder meer en zonder twijfel gelijk in. Maar dit soort ‘breaking news’ stelt zich niet op nummer 1 in de hiërarchie van belangrijkheid, maar in de hiërarchie van de onmiddellijkheid. Het heeft vooral betekenis op dat ene moment.
En die onmiddellijke verslaggeving wordt op prijs gesteld; er wordt veel en met een grote mate van betrokkenheid gekeken. Maar daarna komt het aan op maatvoering, en op toon.
De werkelijke kritiek richt zich vaak niet op het inbreken in de programmering, maar op de herhaling, en op de toon. En als de herhaling te lang doorzet, scharniert de reactie vaak van vertrouwen naar kritiek. (NB Ik weet dat mensen nu op zoek gaan naar conflict. Mijn observaties zijn van algemene strekking, en gaan niet specifiek over welke omroep of krant dan ook. Als we alleen maar op elkaar hakketakken komt er immers geen echte discussie, en die wil ik graag wel).
Vertrouwenskwestie
De vertrouwenskwestie komt ook door de NRC voorbij. Zeker nu, na het verschrikkelijke nieuws over Friso. Zo’n ongeluk, een coma, is dramatisch voor iedereen, prins of niet. Maar de koninklijke familie kan zijn verdriet, tranen en schrik niet in eigen kring houden, met al die camera’s dichtbij – zoals wij allemaal zelf wel zouden willen. Het is niet anders, gegeven rol en functie, maar dat stelt wel eisen aan de media in deze fase, na de meedelingen over het coma van nu en de hersenbeschadiging.
De NRC beroept zich erop kwaliteitskrant te zijn (iedere week komt dat woord wel een paar keer langs –de hoofdredacteur en ombudsman gebruiken het in zowat ieder stukje) en dus zijn de verwachtingen die je aan de krant mag stellen hoog. Daarom begrijp ik de krant van zaterdag j.l. niet.
Eerst en vooral, ook in mijn ogen, was de informatie die Jannetje Koelewijn via haar man kreeg bruikbaar. Hij kwam van een relevante bron, die wist dat zij journalist is en wilde publiceren, en die er geen bezwaar tegen had met naam en toenaam vermeld te worden. Tricky is wel, dat een deel van de informatie kennelijk door bron en echtgenoot werd achtergehouden; daarmee wist Koelewijn dat haar informatie lacunes had.
Zij en haar krant hebben de afweging gemaakt wel te publiceren. Dat had ik ook gedaan, maar op een heel andere manier. Namelijk als onderdeel van een nieuwsverhaal. Met bronvermelding.
Ego-reportage
De presentatie van nu vond ik vreemd: ik sprak al eerder van een ego-reportage, waarin Koelewijn beschrijft hoe ze met haar man door de bergen wandelde, telefoon kreeg, en haar man het ‘klote voor die jongen’’ vond. Daarmee werden haar belevenissen groter dan het nieuws van Friso zelf.
Dat de hoofdredacteur er een blogpost aan toevoegde, vergrootte de opwinding en voedde het idee dat er iets niet helemaal pluis was. Ik durf te beweren dat als Koelewijn en haar krant haar informatie in een nieuwsbericht hadden verwerkt, met bronvermelding –en, zo hoort het, een reactie van de RVD die inhoudelijk overigens niets had gezegd- er nauwelijks opwinding was ontstaan.
Het optreden van Koelewijns man, arts, was bespottelijk; hij besloot in zijn eentje te kunnen vaststellen wat het Koninkrijk over een van haar prinsen mocht weten. Met de kennis van deze vrijdag –maar in iedere andere omstandigheid ook- is dit een grove inschattingsfout.
De wijze van handelen van de NRC leidde mede tot het gebruikelijke follow up-circus: hoofdrolspelers trokken van praatprogramma naar praatprogramma, en Tulleken/Koelewijn werden eventjes groter gemaakt dat het nieuws zelf. Zo helpend de betrokken programma’s te ‘scoren’.
Daar draagt de NRC, in mijn ogen, mede-verantwoordelijkheid voor, door de wijze van handelen. Enfin, de hoofdredacteur en de uitgever zijn al bekritiseerd door de eigen ombudsman.
Opgefokte sfeer
De optelsom van al deze min of meer los van elkaar staande incidenten die alle gaan over het handelen van media, over privacy, over reacties van het publiek, leidt tot een voor Nederland kenmerkende opgefokte sfeer. Zonder debat, maar met verwijten.
Mijn angst is dat de werkelijkheid en de verwachtingen van het publiek uiteindelijk botsen op de interne en op zichzelf te verdedigen logica van de media zelf, en dat het vertrouwen tussen de twee werelden een nadere knauw krijgt.
Onthypen
Rutger en de Jakhalzen zullen voorlopig niet weg gaan. Soms moet ik zelfs om ze glimlachen. Maar de echte media-organisaties, de een meer dan de ander, kunnen een zekere bezinning gebruiken. Zij overleven, uiteindelijk, als ze echte kwaliteit bieden, de hype helpen ont-hypen, tonen dat ze vertrouwen waard zijn. Hoewel het een ouderwets woord is gebruik ik het graag: bezonkenheid.
Een beetje bezonkenheid zou helpen. Juist in deze opgewonden tijden waarin we met z’n allen van het ene heftige naar het andere heftige verhaal trekken.
Maar het zou nog beter zijn als ik ongelijk heb. Graag.
2 reacties