Toekomst HBO-opleidingen journalistiek

Windesheim moet niet herstellen, maar veranderen

Niet alleen het mediacircus tuimelt de digitale toekomst in, ook journalistieke opleidingen staan woelige tijden te wachten. Ze zullen net zo anders moeten worden als het vak waar ze toe opleiden en hardhandig kennis gaan maken met de netlogica, die in diverse bedrijfstakken hele industrieën wegvaagt of transformeert en alle ruimte biedt aan slimme, web-savvy nieuwkomers.

In het oog van die storm staat nu de journalistiekopleiding van Hogeschool Windesheim, Zwolle. Eind 2011 concludeerde een visitatiecommissie dat delen van de opleiding onder de maat zijn. Het bestuur van de hogeschool aarzelde niet en besloot tot nadere inspectie van de bekritiseerde eindproducten. De NVAO, toezichthouder op de kwaliteit van het hoger onderwijs, bood enig soelaas, op voorwaarde dat er per april een overtuigend herstelplan ter tafel ligt. Drie commissies maar liefst zijn nu aan de slag om voeding te leveren voor die reparatie. Ze richten zich op de kwaliteit van stageverslagen, het niveau van de eindwerkstukken en suggesties voor strategische heroverweging.

Veranderplan

Grote vraag is echter, of het wel zo zinvol is om energiek lekken boven water te halen en ijlings te dichten. Iedere crisis biedt ook kansen, en voor de journalistiekopleiding in Zwolle zou dit wel eens hèt moment kunnen zijn om te kiezen voor een fundamenteel veranderplan, in plaats van een opportunistisch herstelplan.

De inspiratie daarvoor zou niet zozeer moeten komen uit de aangereikte onderzoeken en rapportages, maar uit een serieuze analyse van het mediaveld in volle verandering. Want hier zit de kern van de problematiek: vak en opleiding daartoe sporen steeds minder. De mediawereld diversifieert in rap tempo, zowel in de breedte als diepte, en dat verdraagt zich niet met het eenheidsproduct dat de HBO-opleidingen de facto bieden.

Decennialang was het speelveld voor het media-onderwijs helder. De scholen in Utrecht, Tilburg, Zwolle en Ede (echt Hollands: verzuild ontzuilen!) waren en zijn de uitdrukking van een professionaliseringsslag van een voorheen maatschappelijk gebonden beroep. Het vrijvechten van politieke en religieuze patronage ging gepaard met de definitie van kwaliteitseisen en vakspecifieke normen, en de hbo-opleidingen bleken het voor de hand liggende vehikel voor het borgen van de vereiste professionaliteit.

Netwerksamenleving

Dit overzichtelijke beeld vervaagt echter snel, nu de media bij iedereen, voor iedereen en van iedereen zijn. Het journalistieke metier behoorde vanouds tot de transportsector: het vakkundig verplaatsen van berichten van A naar B.

Maar in de netwerksamenleving is die rol als verbindingsofficier niet langer vitaal; nieuws is nooit meer dan een muisklik ver weg, beschikbaar op ieder moment van de dag. De kerncompetenties – vergaren, selecteren, bewerken en presenteren – blijven relevant, maar behalve het journaille is daar vandaag de dag zo’n beetje iedereen mee aan de slag, als onderdeel van het dagelijkse mediadieet.

Andersoortige journalistiek

Dit alles maakt de journalistiek niet overbodig, maar wel andersoortig.

Enerzijds dwingt het tot een verdieping van het vak: veel meer nadruk op de samenhang tussen de feiten dan op de feitenproductie zelf, op analyse van complexe verhoudingen en het boven water brengen van verborgen waarheden. Een focus dus op de inhoudelijke dimensie, de ‘content’ met aanwijsbare meerwaarde.

Tegelijkertijd is er ook een marktbeweging die inzoomt op de productiekant, en de vaardigheden benadrukt die vereist zijn voor het snel, flexibel en routineus aanleveren van multimediale producten. Traditionele scheidslijnen tussen redactioneel en commercieel en tussen inhoud en techniek doen bij die laatste variant steeds minder ter zake. De eeuw van de letterbak, met alle media-aspecten keurig gerangschikt in afzonderlijke vakjes, is voorbij: leve de eeuw van de collecties, met hybride genres, evoluerende rapportages en multitasking als vanzelfsprekendheden.

Analyse en bricolage, twee toekomstbeelden, allebei waardevol maar totaal van elkaar afwijkend, en nauwelijks in één onderwijsprofiel te vangen.

Te veel en te weinig kwaliteit

Eigenlijk is het best navrant. Nu de HBO-opleidingen jaren hun best hebben gedaan om het centraal vastgestelde opleidingsniveau stap voor stap te verbeteren en consolideren, dringt zich toch de conclusie op dat ze allengs in een situatie geraken waarin enerzijds te veel, anderzijds te weinig kwaliteit wordt geleverd. Voor de shovelware, zoals de Engelsen zeggen, het aggregeren en combineren van digitale fragmenten, is het niet nodig om tijdens je scholing belast te worden met diepzinnige beschouwingen.

Voor de analytische en reflectieve capaciteiten die vereist zijn bij diepgravende journalistiek daarentegen, biedt het HBO onvoldoende aanbod en kwaliteit. Het mag dan ook niet verbazen dat de universitaire journalistiekopleidingen, gestaag groeiend in aantal en omvang, een stevige marktpositie hebben verworven, en het niet-journalistieke communicatie-HBO en -MBO dankbaar het andere groeisegment van de mediamarkt voor zijn rekening neemt.

HBO+ en MBO+

Tussen tafellaken en servet, dat voelt niet lekker, en de Windesheim-opleiding zou er goed aan doen snel uit die oncomfortabele tussenpositie weg te stappen. Dat kan bijvoorbeeld door het huidige eenheidsprofiel op te splitsen in HBO+ en MBO+.

Het HBO+ zou de concurrentie met de academische opleidingen aan moeten gaan. Met een daarvan onderscheiden vakkenpakket, dat wel, maar van een vergelijkbaar niveau. Dat betekent onvermijdelijk minder studenten, beter gekwalificeerde docenten en een hoger ambitieniveau.

Het MBO+ kan zich bevrijden van het journalistieke keurslijf en zich volledig concentreren op het in allerlei organisaties nu populaire content-management. Die variant vergt extra aandacht voor portfolio-werken, ondernemerschap en slim netwerken.

Deze acties vragen om visie en bestuurlijke moed, maar zijn wel de beste garantie dat het Windesheim-opleidingspalet de komende jaren opnieuw aansluiting vindt bij de turbulente, zich heruitvindende informatiesector. Die slotsom geldt overigens niet exclusief voor de Zwolse opleiding maar zou tot handelen moeten aanzetten in het gehele journalistiek-HBO.

Barrières

Gaat het er ook van komen? Gezonde scepsis is op zijn plaats. Drie overwegingen.

(1) Fundamenteel veranderen is altijd riskant, veel werk, en kent een afbreukrisico. Je moet het maar durven. Daarom vallen hele ondernemingen liever met open ogen over de rand.

(2) Het zittende personeel zit, en zal niet spontaan gaan lopen voor anders gekwalificeerde collega’s. Veelal volgen rationalisaties voor de overbodigheid van de hele operatie. Jongere collega’s willen nog wel een forcing doen, maar voor velen is dat geen aanlokkelijk perspectief.

(3) Het werkveld is ambigue. Enerzijds vraagt het om directe inzetbaarheid, zonder die kwaliteit overigens nauwkeurig te definiëren. Anderzijds wil men graag dat het verse bloed ook de toekomst veiligstelt, en dus met de nodige innovatieve impulsen binnenkomt. Ga er maar aan staan. In ieder geval kan van een sector die zo structureel in verwarring is nu niet worden gevraagd, uit te spreken wat wijsheid is voor het journalistieke onderwijs.

Een ding is zeker: de tucht van de markt is onverbiddelijk. Het journalistieke HBO groeide en bloeide de afgelopen decennia parallel aan de heyday van mediaprofessionaliteit, was daar een van de meest tastbare uitdrukkingen van, en komt onherroepelijk onder druk nu die professionaliteit, de exclusieve informatiebehandeling door een specifieke groep daartoe gericht opgeleiden, niet meer de enige norm is. De professionele journalistiek maakt zich zonder morren op om een blijvend waardevolle plaats te verwerven temidden van een kakofonie van professionele communicatie, allerlei uitingen van embedded publishing, bloggende mediagebruikers en twitterende dwaallichten. Nu het journalistieke onderwijs nog.

Lees ook
Vijf pijlers voor moderne opleidingen journalistiek
Windesheim is gaan wrijven in een vlek

Jan Bierhoff was lid van de commissie die in opdracht van Windesheim was belast met de herbeoordeling van de eindwerkstukken.

Jan Bierhoff

Jan Bierhoff heeft een eigen bedrijf, Medialynx, dat zich richt op advies over en begeleiding van transitieprocessen in de wereld van media en communicatie. Tot september 2011 was hij lector Infonomie & Nieuwe Media bij de Hogeschool Zuyd in Maastricht.

Alle artikelen van Jan Bierhoff op De Nieuwe Reporter.

  • Scherpe analyse, die hout snijdt.

  • Andries Oord

    Slap gelul waar niemand wat aan heeft.

  • Mag ik hierbij aansluitend verwijzen naar een DNR-artikel en een artikel in het Tijdschrift voor Communicatiewetenschap dat bericht over de oefening die we enkele jaren geleden in Vlaanderen hebben uitgevoerd? Het betreft een een onderzoek naar journalistieke competenties (zoals verlangd door het beroepsveld) teneinde een vergelijking te maken met de journalistieke curricula. Vlaanderen is Nederland niet, maar misschien levert dit onderzoek wel food for thought.

    http://www.denieuwereporter.nl/2011/10/nieuwsvaardig-journalistieke-competenties-vandaag-en-morgen/

    http://www.boomlemmatijdschriften.nl/tijdschrift/TCW/2011/3/TCW_1384-6930_2011_039_003_005

  • Clement Tonnaer

    Helder verhaal. Meanwhile zitten die opleidingen natuurlijk niet stil. Daar kan ik wel over meepraten. Zelden heb ik de laatste jaren zo snel meegeschakeld met de ontwikkelingen in het veranderend werkveld. Voorheen nog mediumspecifieke producten, nu crossmediale e-zines. Er is veel meer diepgang gekomen, minoren van een half jaar, ook aan buitenlandse universiteiten zijn regel. Niet zelden gaat er nog een master overheen.
    Toch ziet Jan het wel goed dat we zeer alert moeten blijven. Studenten kiezen steeds meer voor een journalistiek profiel dat aansluit bij de vragen van de markt. Er is nog maar een handvol old school krantenafstudeerders. Wel de besten met inhoudelijke specialisaties, lopen stage op de economieredactie van het NRC en mogen daar dan blijven, dat soort.
    Iedereen blogt en twittert en checkt facts en leest de posts op de Nieuwe Reporter en denkt er het zijne/hare van. Kortom, never a dull moment, bij mijn opleiding in Tilburg.

  • Nico Drok

    In reactie op zowel Jan Bierhoff als Maarten Corten:

    Het is juist dat een crisis vaak de weg vrijmaakt voor een radicale vernieuwing. Jan Bierhoff heeft gelijk als hij stelt dat we van de nood een deugd moeten maken. Zijn suggestie om het HBO-0nderwijs in de Journalistiek te verdelen over twee niveaus is het serieus overdenken meer dan waard. Het zou ook een oplossing kunnen bieden voor de enorme niveauverschillen tussen de diverse studentengroepen die wettelijk toelaatbaar zijn.

    Toch is het een misverstand om te denken dat er binnen het journalistieke onderwijs – op landelijk, Europees en wereldniveau – niet al geruime tijd wordt nagedacht over en gewerkt aan vernieuwing.

    In Nederland is vorig jaar door de vier opleidingen het rapport ‘Bakens van Betrouwbaarheid’ gepubliceerd, dat ingaat op de innovatieproblematiek. De uitkomsten vertonen grote overeenkomsten met het onderzoek dat Maarten Corten noemt. Binnen de Europese Vereniging van Opleidingen Journalistiek woedt in het kader van de Competence Research Project al enige tijd een levendige discussie over het opleidingsprofiel voor de 21e eeuw. Het Wereldcongres (Brussel, 3,4,5 juli 2013) zal wereldwijde innovatie van het journalistieke onderwijs als centraal thema hebben.

    Kortom: we staan aan de vooravond van belangrijke veranderingen in het journalistiek onderwijs en daar wordt op alle niveaus ruim aandacht besteed.

    overigens is iedereen bij dezen uitgenodigd zich later dit jaar in te schrijven voor het Wereldcongres in Brussel (http://wjec.ou.edu/).

  • Lara

    In de UK hebben ze een sterke journalistieke traditie.

    Welk systeem hanteren ze daar bij opl. journalistiek?

    Probeer daarvan te leren. Steeds opnieuw het wiel uitvinden, hoeft niet.

  • Het zijn niet zozeer de opleidingen die moeten veranderen, maar de studenten. Waar zijn de ambities? Waar is de wil om de verandering van het medialandschap in eigen hand te nemen? Die student bij de NRC is een prachtvoorbeeld. Hij laat op zijn manier zien dat hij klaar is voor de markt, door te anticiperen. Hij kiest bewust voor een vakgebied dat anderen – wellicht uit angst – links laten liggen. Intussen liggen de banen in dat gebied voor het oprapen. Internetjournalistiek, idem. ‘De Massa’ moet simpelweg geen massa meer zijn, maar kiezen en ambiëren. Een student moet zijn sporen verdienen voordat hij met de opleiding stopt.

  • Frank Harbers

    Niets mis met nadenken over een nieuw curriculum, maar dat lost op zich de problemen met de kwaliteit van het onderwijs niet op. Het is dus hoe dan ook zaak om na te denken over het niveau en de manier van toetsing. Het lijkt mij goed om deze zaken in de discussie te scheiden. De kwaliteit van het onderwijs moet omhoog, dus is het goed dat ze daar nu aan werken. Een tweede punt is dan of het niet ook wenselijk is om tegelijkertijd het curriculum opnieuw te overwegen en aan te passen aan de journalistieke eisen van deze tijd.

  • Jan Bierhoff

    Zo, het gesprek is op gang.
    @Clement: klopt dat er al veel wordt gedaan op de diverse opleidingen. Maar te weinig strategisch gericht; het is echt tijd nu voor scherpe keuzes en nieuwe coalities. En het blijft natuurlijk opleiden tot een van de mooiste beroepen ter wereld.
    @Nico: terecht wijs je op het rapport ‘bakens van betrouwbaarheid’. Het heeft ons in het beoordelingspanel dan ook verbaasd dat met deze expertise in huis zo weinig is gedaan. Dat rapport kan bijvoorbeeld ook gelezen worden als een programma voor afstudeerwerkstukken, dan zijn ze alle meteen relevant en bij de tijd. Beter dan de zoveelste scriptie over aspect X van stageplaats Y, en hoe dat net weer wat anders zou kunnen. Windesheim zit er boven op, laten ze er wat mee doen!
    @Lara: in de UK leiden ze om te beginnen universitair op, en veelal doen studenten eerst een reguliere studie in een bepaald vak en dan een masters journalistiek. Werkt prima, je krijgt zo ook meer volwassen journalisten aan de bak. Een garantie is het natuurlijk niet, zie de ellende die de tabloids daar aanrichten.
    @Youri: ik geloof ook niet in de student als slachtoffer. En de Windesheim-gediplomeerden evenmin, als je hun onthullende verhalen op de diverse blogs leest. Iedereen zat er met zijn volle verstand bij.