‘Linkse’ journalisten laten Wilders scoren

Geert Wilders krijgt al jaren volop aandacht in de media. Op zich niks mis mee, want de PVV-leider is uitgegroeid tot een belangrijk politicus. Maar het wordt discutabel wanneer journalisten zich massaal op Wilders storten op grond van cynische nieuwscriteria als conflict, confrontatie en escalatie. Remko Broekhoven pleit er daarom voor om zuiverder journalistiek te denken en te werken.

Voor de liefhebbers van poll driven journalism: tussen oktober vorig jaar en begin februari verloor de PVV maar liefst tien virtuele zetels. Tegelijkertijd verflauwde de aandacht van de meeste media. Wilders zou over zijn hoogtepunt heen zijn.

Volgens sommigen vanwege zijn tweetkritiek op Hare-Majesteit-met-hoofddoek op bezoek in Abu Dhabi. Volgens anderen omdat kiezers meer in het algemeen genoeg zouden hebben van Wilders’ issues: immigratie, integratie en islam.

De nieuwe prins van de peilingen heette Emile Roemer. Zo lijkt het Nederlandse populisme eindelijk van een goedmoedig gezicht voorzien. Waarmee journalisten weer jaren door kunnen.

Kliklijn

Twee weken geleden bleek de feestvreugde voorbarig te zijn. Bij Maurice de Hond won Wilders vier virtuele zetels terug. De ‘kliklijn’ voor Midden en Oost-Europeanen zou de PVV opnieuw een slinger hebben gegeven.

Ze oogstte hoe dan ook vertrouwd veel felle reacties. Met name in de Volkskrant was de discussie weer eens heftig. Analyses, commentaren, opinieartikelen en een heuse hoofdredactionele verantwoording nadat lezers woedend hadden gereageerd op de plaatsing van een PVV-advertentie voor de site.

Provocatie en publiciteit

Het is een terugkerend patroon in de berichtgeving over Wilders. De PVV-voorman komt met een stevig standpunt of een provocerende actie. Zijn tegenstanders – binnen of buiten Kamer en kabinet – reageren schuimbekkend. En met name de (volgens Wilders) ‘linkse’ media raken over dat alles niet uitgepraat. Althans, dat komt naar voren uit de circa 45 studies naar Wilders en de media die de voorbije jaren zijn gedaan.

Zo blijkt dat diverse van Wilders’ beruchtste soundbytes in kranten zijn gepresenteerd die hem bepaald geen warm hart toedragen. De ‘tsunami van islamisering’? Wilders zei het in een interview met de Volkskrant, op 7 oktober 2006.

De vergelijking van de Koran (‘verbied dat fascistische boek’) met Mein Kampf? Een ingezonden brief voor de Volkskrant, 8 augustus 2007. Eerder dat jaar, op 13 februari, had Wilders het volgende gezegd: “Als moslims hier willen blijven, moeten ze de helft uit de Koran scheuren en weggooien.” Niet in De Telegraaf, ook niet in het AD, maar in De Pers.

Het mediapodium van Wilders

Ook meer structureel valt op dat de media-aandacht voor Wilders vaak uit onverwachte hoek komt. Op 21 september 2010 presenteerde De Nederlandse Nieuwsmonitor (DNN) ‘Het Mediapodium van Wilders’ [pdf van het rapport].

DNN onderzocht de periode van begin september 2004 – als Wilders uit de VVD-fractie stapt – tot eind juni 2010, wanneer de formatie is ingezet na de Kamerverkiezingen van 9 juni dat jaar. De Volkskrant bleek in deze periode de meeste aandacht aan Wilders te besteden, De Telegraaf verreweg het minst.

Fitna en de media

Fitna – uitgezonden op 27 maart 2008 – is vooralsnog Wilders’ finest hour qua publiciteit. Uit het DNN-rapport ‘Fitna en de media’ [pdf van het rapport] blijkt dat de Volkskrant van alle landelijke kranten de meeste aandacht aan de anti-islamfilm wijdde, op enige afstand gevolgd door Trouw.

Op TV was het NOVA dat Fitna uitgebreid plugde. Een voormalige NOVA-stagiaire, Jerney Zwart, reconstrueerde in 2009 de NOVA-berichtgeving over Fitna. De actualiteitenrubriek van NOS, NPS en VARA besteedde 24 keer aandacht aan de film en de commotie erover. Eén Vandaag en Netwerk deden dat respectievelijk 14 en 13 maal.

Uit gesprekken die Zwart met direct betrokkenen voerde, blijkt dat het programma al in een vroeg stadium met Wilders onderhandelde over uitzending van Fitna. Die liep uiteindelijk stuk op de weigering van hoofdredacteur Carel Kuyl om de film integraal te vertonen. Fitna was niettemin een hit voor NOVA. Op de dag dat de film op internet werd gepresenteerd trok het programma 1,36 miljoen kijkers.

Koranverbod

Nu staat veel publiciteit in het geval van Wilders zeker niet garant voor positieve publiciteit. Vlak naast Wilders’ pleidooi voor een Koranverbod dat de Volkskrant in 2007 publiceerde, prijkte een redactioneel commentaar met de vraag of de PVV-leider nog wel toerekeningsvatbaar was.

En het gros van de publiciteit rond Fitna, zo signaleert De Nederlandse Nieuwsmonitor, bestond uit verontwaardigde, verontruste en veroordelende reacties van medepolitici en andere maatschappelijke actoren. Waaronder ironisch genoeg weinig moslims.

Ver-PVV’en

Veel motieven om journalistieke aandacht aan Wilders te besteden, zijn op zich alleszins acceptabel. Zowel op het moment dat hij een eenmansfractie vormde als toen zijn PVV negen zetels had, deed hij het steevast een stuk beter dan dat in de peilingen. En nu de PVV de op twee na grootste Kamerfractie vormt, is haar belang evident.

Wilders’ huidige positie als ‘grote gedoger’ maakt hem nog relevanter. Hij kan het kabinet met een welgemikte tweet laten vallen. Wilders weet zijn boodschap bovendien mediageniek te brengen: goed getimed, glashelder en vooral niet te genuanceerd. Daar zijn ‘linkse’ journalisten ook vatbaar voor. Het zijn net mensen. Of belangrijker: het zijn journalisten.

In Undercover bij de PVV verwoordt PVV-Kamerlid Raymond de Roon het ver-PVV’en als volgt: “Niet te diep ingaan op de stof; het gaat om de media-aandacht die je ergens mee kunt verdienen. De islam is slecht, de regering is slecht, andere partijen zijn slecht. En de PVV is natuurlijk goed. Dat is het uitgangspunt. Wij praten hier intern misschien wel genuanceerd over zaken, maar niet naar buiten toe. Dan valt iedereen in slaap, journalisten als eerste.”

The enemy you love to hate

Met een dergelijke journalistieke voorliefde voor onbehouwen vijandbeelden komen we echter ook op de foute redenen om aandacht aan Wilders te schenken. Het wordt discutabel wanneer journalisten zich massaal op Wilders storten op grond van cynische nieuwscriteria als conflict, confrontatie en escalatie. Zo vertelde NOVA-hoofdredacteur Carel Kuyl aan Jerney Zwart: “Wij dachten het gaat hoog oplopen dus daar moet je bij zijn.”

Of wanneer cynisme en commercie elkaar de hand reiken: als journalisten en vooral hun eind- en hoofdredacties erop rekenen dat het product Wilders extra lezers, kijkers en luisteraars oplevert. Hoe haatdragend en provocerend zijn boodschap ook mag zijn. Sterker nog: zo’n boodschap biedt nu eenmaal drama en trekt dus publiek.

Overigens wordt deze aandacht niet gedachteloos gegeven. Zo noemt Zwart Fitna een ‘splijtzwam’. Wilders’ film leidde tot twee kampen op de NOVA-redactie, waarbij men elkaar wederzijds beschuldigde van politieke correctheid dan wel het hypen van Fitna.

Ook uit interviews met journalisten van NRC, Trouw, Volkskrant en AD (door Marjolein Marchal in 2008) blijkt dat de discussies op parlementaire redacties over aandacht voor Wilders vaak hevig zijn.

Conflict, dus kopij

Binnen de journalistiek lijkt Wilders een zelfde impact te hebben als hij heeft op de politiek. Een effect dat hem voor journalisten interessant maakt: hij zorgt voor conflict en dus kopij. Niet alleen omdat mensen fel op hem reageren. Maar ook omdat ze onderling ruzie krijgen over de vraag hoe met hem om te gaan. En zolang het hierbij niet om ruzie op de eigen redactie gaat, publiceren journalisten daar graag over.

Maar al te raak is de observatie die Frank Kalshoven ruim twee jaar terug plaatste, toen het CDA intern overhoop lag over samenwerking met de PVV: “Wilders lijkt in veel opzichten op De Intrigant, uit het gelijknamige album van Asterix en Obelix. Je had niet zozeer ruzie gekregen met De Intrigant. Deze personificatie van Cassius Catastrofus veroorzaakt ruzie tussen anderen, zoals het CDA de afgelopen week heeft mogen ervaren.”

Dat laat de vraag open waarom juist journalisten van media in wier doelgroep weinig PVV-stemmers mogen worden verwacht, zoveel aandacht aan hem schenken. Paradoxaal genoeg kan dit komen door hun behoefte hem aan- en af te vallen. He is the enemy you love to hate.

Vandaar de neerbuigende commentaren van (hoofd)redacteuren; vandaar de vele interviews met Wilders’ tegenstanders; vandaar de even gefascineerde als denigrerende stukken over PVV-kiezers in Venlo, Volendam of Sint Willebrord.

Cynisme, moralisme of échte journalistiek?

Wie op een cynische manier journalistiek wil bedrijven, moet vooral zo doorgaan met de ruimschootse aandacht voor Wilders en het spektakel dat hij te bieden heeft. Hetzelfde geldt voor degenen die uit morele zelfgenoegzaamheid niet genoeg van Wilders krijgen: zodat zij kunnen laten zien waar ze zelf staan. Of voor hen die campagnejournalistiek willen bedrijven om de dreiging voor democratie en rechtsstaat weg te nemen die zij in Wilders zien.

Mijn suggestie zou echter zijn om zuiverder journalistiek te denken en te werken. En Wilders alleen nog maar aandacht te geven als hij werkelijk iets nieuws te melden heeft. Uit journalistiek oogpunt is de PVV-leider belangrijk genoeg om hem net zoveel aandacht te gunnen als – zeg – Rutte, Roemer en wie er straks bij PvdA of CDA aan het roer staat.

Maar het lijkt me dat er relevantere onderwerpen te belichten zijn dan het eindeloze herhalen van een ‘Doe eens normaal man!’ en alle verhalen die daarover weer vallen te vertellen. Misschien wordt het tijd dat we de discussie over Wilders en de media die al op diverse redacties plaatsvindt – en die even geagiteerd als nuttig is – ook in het openbaar voeren. Op het risico af dat we daarmee nog even over Wilders blijven praten…

6 reacties

  1. Mathias de Graag schreef op 1 maart 2012 om 15:35

    Ben benieuwd wat er gebeurt als we Wilders gewoon behandelen als iedere andere politicus.

    Dan is de lol er voor hem ook af.

  2. Nico van der Wel schreef op 1 maart 2012 om 16:20

    Die aandacht zit hem ook in het feit dat veel programma’s politici bevragen vanuit het ‘frame’ van Wilders. Dus wat voor goede reden de PvdA ZELF heeft om het kabinet w.b. de Euro te steunen, dat maakt niet uit. ‘De PvdA gedoogt het kabinet’ ofwel de PvdA is de grote gedoger, en is dus een slappe oppositiepartij. Terwijl dat Euro-standpunt best uit te leggen is. Kandidaat-partijleider? Nou, dan gaan we u eens onder handen nemen zoals Wilders zou doen.
    Zo krijgt onze Geert in feite heel veel bijval in ‘de media’. Grappig hè?

  3. Shahid schreef op 2 maart 2012 om 07:12

    Dat de PVV met zijn voorman voeding nodig heeft van de media om zijn partij gezond te houden is inmiddels duidelijk.

  4. bob schreef op 5 maart 2012 om 01:02

    Wilders? Nooit van gehoord!

  5. Roel Wijnants schreef op 28 juli 2012 om 13:40

    De Wildersfoto is van mij
    De wet het erkent het recht op naamsvermelding: artikel 25 Auteurswet 
    De eenvoudigste manier om naamsvermelding te doen is een tekstuele vermelding onder of naast de foto.
    Linken is overigens ook niet genoeg als naamsvermelding.  Een naamsvermelding moet zichtbaar zijn op de plek waar de foto staat. 
    De wet eist niet alleen dat je de bron noemt maar ook expliciet de naam.
    geen naamsvermelding doet afbreuk aan het kwaliteitsimago van eenwebsite.maar vooral aan de medewerkers.
    Roel Wijnants Fotografie CC2.0

  6. Roel Wijnants schreef op 28 juli 2012 om 13:43

    Beetje vreemd om je eigen naam wel bij het artikel te plaatsen en de naam van de fotograaf is pas zichtbaar als je een reactie plaatst en alleen te vinden na doorklikken

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>