Het aanhoudende probleem van media en politiek

De verhouding tussen politiek en media blijft ons hevig bezig houden, ook vanuit de wetenschap.  Maar zo langzamerhand begint er toch wel wat sleet te komen op de grijsgedraaide plaat van de kaasstolp waarin het dagelijkse touwtrekken van politici en journalisten om de betekenis van de politieke werkelijkheid aan reflectie wordt onderworpen. Want hoe vaak hebben we niet de bewering gelezen dat het allemaal minder om de inhoud gaat en veel meer om de personen en de bananenschillen die de steeds blaaskakeriger journalisten voor hen uitstrooien?

Ook de analyses van de mogelijke oorzaken daarvan zijn overbekend. Op de eerste plaats natuurlijk  de veranderde politieke cultuur met zijn ontzuiling, spindokters en het populistische zwarte gat waarin alle rationaliteit en publieke integriteit lijken te verdwijnen. Dan de journalistiek met zijn door commercialisering en amuseringsdrang gedreven cynische ongeduld en voorkeur voor emotionele ervaringen die ertoe leiden dat de kerntaak waakhond van de democratie te zijn omslaat naar beul van de democratie. En last but not least het publiek met zijn individualisering en wegzappende gemakzucht. Die nog eens extra worden versterkt door de internetcultuur vol holle frasen en vrijblijvende meninkjes die soms met een aan belediging en bedreiging grenzend aplomb worden gepresenteerd.

Zuivere relatie tussen media en politiek

Het is ook allemaal weer na te lezen in de bundel die emeritus hoogleraar Kees Brants samenstelde op grond van enkele activiteiten na zijn afscheidscollege in Leiden in april 2011. De tekst van die rede, waarin de problematiek kristalhelder en systematisch in kaart wordt gebracht, is ook in de bundel opgenomen.  Als introductie op de problematiek is het een uitstekende tekst, maar je verlangt naar iets meer want er lijkt geen antwoord op het onderliggende verlangen naar een soort zuivere relatie tussen media en politiek, vol met zekerheden en zonder problemen.

Ook de andere teksten problematiseren er flink op los. Alle beschouwers onderschrijven de diagnose die Brants heeft gesteld, zij het dat ze door een ander referentiekader toch bijzonder worden. Brants en zijn levenslange kompaan in de wetenschap Philip van Praag jr. redeneren vanuit een langdurige en indrukwekkende studie van processen rond politieke communicatie. Zij bouwen hun verhalen op rond de klassieke democratische functies van media: die geven informatie, bieden een platform voor expressie en openbaar debat, en ze controleren kritisch.

Commerciële televisie

Brants en Van Praag signaleren tendensen die bressen in die functies slaan.  Zo blijkt uit onderzoek dat commerciële omroepen substantieel minder informatie verstrekken zodra het om politiek gaat; degelijke en uitgebalanceerde informatie is gewoon niet commercieel interessant genoeg. De resultaten daarvan zijn dagelijks op de Amerikaanse televisie te zien. Daar is politiek gevangen in een steekspel van elkaar bij voorbaat uitsluitende commentatoren en satirische talkshow hosts.

Fact free politics heet dat in het jargon, want feiten zijn vrijwel verdwenen uit dit openbare debat over politiek. Het gaat om krachtige statements, lollige persiflages en mudd slinging naar tegenstanders. Het stemt somber over het streven van sommige Nederlandse partijen om de publieke omroep een kopje kleiner te maken of sterk in de mogelijkheden te beperken. Juist zo’n maatregel zou de klacht verergeren die deze partijen met verve naar voren brengen.

Persoonlijke frustraties van Hirsch Ballin

Dat beseft ook oud-minister Hirsch Ballin die in een interessante bijdrage aan de bundel veel van zijn persoonlijke frustratie over de Haagse politiek en de verloederende journalistiek van zich af schrijft. Hij behoort tot de politici die voor de inhoud gaan en proberen een integere strijd te voeren voor het algemeen belang.

Hij richt zijn pijlen daarbij vooral op het populisme, dat van de trends in de media enorm lijkt te profiteren.  Populistische partijen manipuleren hun waarheden zo sterk naar de toevallige mediavormen die voorbij komen, dat ze op een rationeel vlak van inconsequentie, inconsistentie en zelfs volksverlakkerij beschuldigd kunnen worden. Hirsch Ballin noemt dat truth free politics. Zijn afschuw van deze politiek kan hij nauwelijks onder de tafel houden bij zijn analyse van het huidige politiekpublicitaire  veld dat ’ten koste gaat van beargumenteerde en genuanceerde standpunten’ en vraagstukken ‘nodeloos politiseert’.

Greep op politiek en media

Dat zou je nog kunnen zien als een typische CDA-opmerking, die voortkomt uit de in de christendemocratische wereld gekoesterde pacificatie en constructieve consensus., maar snijdt ze hout? Onmiskenbaar is er een belangrijke tendens naar populisme te zien en het valt moeilijk te ontkennen dat vooral de visuele media daarin een rol spelen. Maar om daarmee nu de ondergang van het hele democratisch politieke spel te voorspellen gaat wel erg ver. Het is eerder zo dat inhoudelijk argumenterende en zorgvuldig afwegende politici zoals Hirsch Ballin moeilijker greep op de moderne politiek en media kunnen krijgen.

Maar hebben ze dat ooit met groter gemak gedaan? De politiek is altijd afhankelijk geweest van figuren die een forse presentatie voor de bühne konden doen en meer op afstand opererende uitvoerders die vanuit consistent opgebouwde uitvoeringsprocessen tot resultaten kwamen. Zorgvuldige dossiertijgers zoals de vooroorlogse ministers Aalberse (RKSP), De Visser (CHU) en De Wilde (ARP) zijn altijd in de schaduw gebleven van hun meer flamboyante partijleiders en premiers Ruys de Beerenbrouck, De Geer en Colijn. Maar ze bereikten bijzonder veel, juist door stug en loyaal door te blijven werken aan hun dossiers. Het is een illusie te menen dat dergelijke factoren de laatste jaren ineens zo dramatisch anders en wezenlijker zijn geworden door toedoen van media.

Dat wil natuurlijk bepaald niet zeggen dat er niets veranderd is, maar een blik op de lange termijn in de politieke geschiedenis leert dat er een zekere variëteit moet zitten in politieke kwaliteiten, waardoor verschillende publieksgroepen kunnen worden aangesproken en op meerdere speelvelden politieke winst kan worden gehaald.  En dat er een natuurlijk spanning en zelfs een onoverbrugbaarheid van belangen moet zijn tussen politiek en media is zelfs een principiële fundament van onze democratie sinds de Grondwet van 1848.

Dat begrijpt de schrandere jurist Hirsch Ballin vanzelfsprekend ook en vandaar dat zijn aanbevelingen om de door hem volop benadrukte problemen ‘op te lossen’, vooral bij de politiek zelf liggen. Hij roept politici en partijen op gewoon zichzelf zijn, de feiten te laten spreken, niet in rancuneuze frames te spreken en trots te zijn op wat bereikt is. Dat klinkt als een zwaktebod na eerst zoveel kabaal te hebben gemaakt over de beklemmende omhelzing waarin politiek en media zich bevinden, maar het lijkt de enige weg.

Serieuze journalistiek heeft geen antwoord

Een soortgelijk beargumenteerde weg legt de politiek journalist Frits Bloemendaal af in zijn artikel dat zich richt op de tekortkomingen van de politieke journalistiek. Bloemendaal zet zich terecht af tegen de gedachte dat een van de kemphanende partijen (journalistiek en politiek) de schuld van alle ellende zou zijn. Hij vindt dat beide sectoren zich te weinig vanuit de eigen kernwaarden oriënteren op het sterk veranderde publiek. De rationele politiek heeft geen antwoord op het emotionele appel dat populistische partijen op smeulende onvrede doet. En de serieuze journalistiek weet zich geen raad met de vorm- en amusementsdrang van televisie en de meningendiarree op internet, Twitter en andere nieuwe media.

Balkanisering van een populistisch-publicitair complex

Ook oud-PvdA-voorzitter en tegenwoordig weer hoogleraar Politieke Wetenschappen in Leiden Ruud Koole, ziet geen andere weg in wat hij ‘de Balkanisering van een populistisch-publicitair complex’ noemt. In de meest analytisch geschreven beschouwing ziet hij dat complex als een volgende fase in een ontwikkeling van het politiek-publicitaire complex dat vanaf de jaren zeventig opgang maakte.  Waarom die lijn  niet wordt teruggetrokken naar de opkomst van moderne media rond 1900 is mij als historicus altijd een raadsel. Maar als we dat terzijde laten, zien we een zinnig en uitdagend advies van Koole voor zowel de politiek als de media. ‘Het in stand houden van een kwalitatief goede en onafhankelijke politiek informatievoorziening is een sine qua non voor een florerende democratische rechtsstaat. Dat belang delen politiek en media nog steeds.’

Dat lijkt me waar woord, mits men in gedachten houdt dat juist de onderlinge vervlechting van beide sectoren voor de grootste problemen zorgt en we dus voorzichtig moeten zijn met het aanzetten van ‘een gedeeld belang’. Zoals de journalist Frits Bloemendaal schrijft in zijn oproep elkaar vooral niet voortdurend met verwijten in de haren te vliegen: ‘Pers en politiek zijn er niet voor elkaar, ze zijn er voor de samenleving.’

Journalistiek en politiek in onzekere tijden

Kees Brants (red.)

€22,50

Bestel direct

Huub Wijfjes

Huub Wijfjes (1956) is mediahistoricus en verbonden aan de masteropleiding Journalistiek van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is auteur van meerdere boeken en artikelen over (media)geschiedenis en journalistiek, waaronder: Journalistieke Cultuur in Nederland (samen met J. Bardoel, F. van Vree en C. Vos; Amsterdam University Press 2002) en Journalistiek in Nederland 1850-2000. Beroep, organisatie en cultuur (Boom Uitgevers 2004). In september 2009 heeft hij een multimediaal mediahistorisch project afgerond over de omroepvereniging VARA. Sinds maart 2011 is hij lid van de Commissie van Deskundigen van de Raad van Toezicht NOS.

Alle artikelen van Huub Wijfjes op De Nieuwe Reporter.

  • Dank u voor een prachtige samenvatting.
    Ik heb het boek (nog) niet gelezen, maar dat ga ik wel doen.

    Ik wil snappen hoe het zover heeft kunnen komen dat de publieke omroep VARA toestaat dat haar DWDD de PvdA politicus Martijn van Dam genadeloos onderuit haalt, om dan een week of wat later een gehele uitzending te wijden aan een heiligverklaring van Joop van den Ende, in het bijzijn van de heilige zelf. Ook Reinout Oerlemans mocht minutenlang, zonder te worden onderbroken, de loftrompet steken over JvdE. De gefilmde patiënt van de VUmc had het nakijken.

  • Pascal Verhallen

    Wat betekent ‘sine qua non’? Helaas kom ik het nogal eens tegen hier bij De Nieuwe Reporter dus vandaar dat ik hier ook maar om de betekenis vraag. In de categorie: ‘durf duidelijke taal te vragen’.