truth

Paradox van de journalistieke objectiviteit

Objectiviteit is voor journalisten wat gezondheid is voor artsen: op het eerste gezicht een enorme evidentie, maar als je moet uitleggen wat je er mee bedoelt, sta je met een mond vol tanden. Het is onmogelijk om een sluitende definitie van dit soort begrippen te geven. Maar je kunt je wel afvragen hoe professionals zo’n begrip invullen, en wat dat betekent voor de uitoefening van hun beroep.

Realisten en fundamentalisten

In het debat over de waarde van objectiviteit heb je realisten en fundamentalisten (niet negatief bedoeld). De eerste zegt: het is weliswaar niet helemaal duidelijk wat we met objectiviteit bedoelen, maar in de praktijk weten we er goed mee om te gaan, en is het geen probleem om vast te stellen wat het verschil is tussen feit en mening, en wat we bedoelen met onafhankelijkheid. Ook de norm dat je uitspraken op meerdere bronnen moeten berusten, en het toepassen van hoor- en wederhoor blijken werkbare uitwerkingen van het begrip objectiviteit.

De fundamentalist brengt daar tegenin dat feiten altijd verweven zijn met waarden, dat je nooit onafhankelijk kunt zijn, dat hoor-en-wederhoor een zwaktebod is van journalisten die zelf niet uitzoeken hoe de vork in de steel zit, en dat je niets aan meerdere bronnen hebt als die zich allemaal vergissen.

Volgens de fundamentalist is objectiviteit principieel onmogelijk. Als journalist kun je jezelf niet buiten de historische context plaatsen waarin je je bevindt. Daardoor ben je bevooroordeeld en niet onafhankelijk.

Op zijn beurt brengt de realist hier weer tegenin dat dit semantische haarkloverij is waar je in de praktijk geen steek mee opschiet.

Hiermee lijkt de discussie over de vraag naar het nut van objectiviteit in een patstelling beland: wie voor is blijft voor, wie tegen is blijft tegen. En niemand neemt elkaars argumenten serieus.

Onderzoek

Twee recente artikelen over objectiviteit geven een overzicht van de stand van zaken in het debat over objectiviteit.

Het eerste artikel is van de hand van een aantal Deense onderzoekers die samen met de Nederlander Claes de Vreese onderzoek hebben gedaan naar de relatie tussen de rolopvatting van de journalist en de manier waarop hij of zij het begrip objectiviteit hanteert. Je kunt deze onderzoekers scharen onder de realisten: ze houden zich niet bezig met de vraag of objectiviteit mogelijk is, maar kijken hoe journalisten met objectiviteit omgaan. Ze willen weten of er een verband tussen de rolopvatting van journalisten en de manier waarop zij het begrip objectiviteit hanteren.

Rolopvattingen

Om daar een antwoord op te kunnen geven, onderscheiden ze verschillende rolopvattingen, en visies op objectiviteit. Vervolgens zoeken ze naar relaties tussen die twee.

De onderzoekers onderscheiden vier rolopvattingen die ze construeren door de verschillende opvattingen die journalisten hebben over democratie af te zetten tegen hun al of niet actieve houding (zie schema).

Sommige journalisten vinden dat ze de democratie vooral dienen door de burger te informeren. Dat wordt de representatieve opvatting van democratie genoemd. Ga je ervan uit dat je de democratie dient door ertoe bij te dragen dat burgers zich actief inzetten voor de democratie, dan heb je van doen met de participatieve opvatting van democratie.

Voor beide opvattingen geldt dat je voor het dienen van de democratie zowel passief als actief kunt inzetten.

Zet je die twee onderscheidingen tegen elkaar af, dan krijg je het volgende kwadrant met vier ideaaltypische rolopvattingen. Je wilt als journalist ofwel 1. de werkelijkheid tonen, 2) de macht controleren, 3) een platform voor discussie bieden of 4) het publiek aanzetten tot actie.

 


houdin
g

Opvatting democratie

Representatief

Participatief

Passief

1 Werkelijkheid tonen

3 Platform bieden

Actief

2 Macht controleren

4 Publiek activeren

 

De onderzoekers zijn er zich van bewust dat die rolopvattingen in de praktijk door elkaar kunnen lopen. Voor het onderzoek maakt dat niet uit. Je kunt je nog steeds afvragen: tot welke rol voel je je het meest aangesproken, en welke opvatting over objectiviteit hoort daarbij?

Objectiviteit

Het begrip objectiviteit wordt op de volgende manier onderscheiden. Je kunt het opvatten als ideologie of als gereedschap.  De onderzoekers richten zich op het laatste en maken dan nog de volgende onderscheidingen: 1) scheiden van feit en mening; 2) evenwichtige berichtgeving; 3) nauwkeurigheid en 4) afzien van waardeoordelen.

Resultaten

De uitkomst van het onderzoek is dat journalisten ondanks de kritiek op het begrip objectiviteit het nog steeds als het belangrijkste middel zien om de waarheid te brengen. Maar, zoals de onderzoekers al hadden verwacht, journalisten hebben wel verschillende opvattingen over objectiviteit al naar gelang de rol die ze voor hen zelf zien weggelegd.

Journalisten die vinden dat het vooral hun taak is om de werkelijkheid te tonen, vinden het belangrijk dat je feit en mening scheidt.  Journalisten van het tweede type, de waakhonden, die het als hun taak zien de macht te controleren, benadrukken het belang een evenwichtige en feitelijke berichtgeving. Hetzelfde geldt voor de journalisten die zeggen vooral een platformfunctie te willen bieden.  Alleen journalisten die vinden dat je het publiek tot actie aan moet zetten, staan negatief tegenover objectiviteit. Zij vinden dat je juist wel dat waardeoordelen belangrijk zijn voor de journalistiek.

Analyse

So far so good. De auteurs introduceren een analytisch onderscheid dat inzicht geeft in welke rolopvatting past bij welk aspecten van objectiviteit. Interessant. Wat je hier niet uit kunt afleiden is of objectiviteit een zinvol begrip is voor de journalistiek.  Toch doen de auteurs dat wel. Zij concluderen dat objectiviteit nog steeds erg belangrijk is voor de journalistiek omdat veel journalisten erin geloven.

Lees dat nog een keer: objectiviteit is belangrijk, omdat veel journalisten erin geloven. Dat is zoiets als beweren dat God belangrijk is omdat er, ondanks aanhoudende kritiek, nog steeds veel mensen in God geloven. In sociologische zin mag dat zo zijn, maar in het geval van de journalistiek lijkt het argument dat veel journalisten in objectiviteit geloven niet zo’n sterk bewijs voor het belang ervan.

Objectiviteit als vergissing

Wie wel een bewijs probeert te leveren voor het belang van objectiviteit is Juan Ramón Muñoz-Torres. In zijn artikel Truth and objectivity in journalism komt hij tot de conclusie dat het gebruik van het begrip objectiviteit op een vergissing berust en dus maar beter niet meer gebruikt kan worden in de journalistiek. Muñoz-Torres behoort duidelijk tot wat ik de fundamentalistische school heb genoemd: als het begrip niet duidelijk is, moet je het afschaffen.  Zijn bezwaar tegen het begrip objectiviteit komt op het volgende neer.

Het naakte feit bestaat niet

Zoals zoveel andere fundamentalisten op dit vlak beweert de auteur dat op zichzelf staande feiten niet bestaan. Iets kan pas een feit zijn door andere feiten. Wat wij als sterren zien, zagen mensen vroeger als gaten in het firmament waar licht door kwam. De ster als feit kan alleen bestaan bij gratie van ons concept van de kosmos. Of, zoals de filosoof Kant zei: observaties zonder concepten zijn blind.  Een feit is pas een feit als een subject er betekenis aan geeft. Als feiten geen betekenis zouden hebben, zou je ook niet weten welke feiten je als journalist zou moeten selecteren.

Waardevrij selecteren van feiten is onmogelijk

Journalisten verzamelen feiten op grond van wat zij belangrijk vinden. Zonder waardeoordeel kun je geen feiten verzamelen. Anders weet je niet wat belangrijk is en wat niet.

De eis van objectiviteit is in tegenspraak met zichzelf

De uitspraak dat kennis waardevrij moet zijn is in tegenspraak met zichzelf, zegt de auteur. De uitspraak zelf bevat een waardeoordeel en is dus volgens zijn eigen criterium niet waar. Het feit dat hier logisch nog wel over te bakkeleien valt door de introductie van het uitspraken op metaniveau, doet niets af aan de dubieuze grondslag van het objectiviteitsprincipe. De conclusie van Muñoz-Torres is dan ook dat het logisch niet valt vol te houden dat je als journalist objectief behoort te zijn.

Grofvuil

Betekent dit dat het objectiviteitsbeginsel bij het grofvuil kan? Volgens Muñoz-Torres wel. Hij vindt dat er hard gewerkt moet worden aan het ontwikkelen van een ander criterium om de waarheid te brengen. Wat dat moet zijn, weet hij niet, maar het kan toch niet zo zijn, zegt hij, dat een serieuze professie haar manier van werken baseert op een principe dat met zichzelf in tegenspraak is.

Dat klinkt standvastig, maar het is onzin. Een beginsel verwerpen omdat het contradicties bevat, veronderstelt dat er een beginsel bestaat dat daar vrij van is. Dat lijkt ijdele hoop. Elke uitspraak over ware kennis berust op een vergissing, zei Nietzsche al. Dat betekent niet dat je niet meer moet kijken naar wat waar is en wat niet, het betekent dat je ook moet kijken wat jouw manier van waarheidsvinding oplevert. Met andere woorden: wat is het nut van het objectiviteitsbeginsel voor de journalistiek

Betekenis

Het idee van de objectieve journalistiek heeft historisch gezien zijn nut bewezen: het heeft de journalistiek bevrijd van religieuze of partijpolitieke belangen. Er is ook vaak op gewezen dat het belang van objectiviteit in de journalistiek een commercieel belang diende: wie ieders belang zegt te dienen, spreekt in principe een grote groep klanten aan.

Maar nu de strijd met de belangenjournalistiek in onze contreien gestreden is, en iedereen overtuigt lijkt van het nut om het algemeen belang te dienen, dient zich de keerzijde van die objectieve journalistiek aan: het is niet in staat duidelijk te maken wat dat algemeen belang nu precies inhoudt, anders dan het brengen van de waarheid.

Maar welke waarheid? Voor wie en waarom? Daar kan de waardevrije journalist geen antwoord op geven. De journalistiek is door haar eigen uitgangspunt richtingloos geworden. ‘Oordeel zelf,’ zegt de journalist tegen het publiek. ‘Ik breng de feiten, zie maar wat u ermee doet.’ Het probleem is dat niemand daar warm voor loopt. En dat niemand iets kan met feiten waarvan hij niet weet welke betekenis hij daar aan moet geven.

Dat het allemaal nog wel losloopt, komt doordat de journalist impliciet wel degelijk een mening verkondigt. En die mening wordt door de meesten ook wel verstaan. Namelijk: we moeten ons aan de regels van de rechtsstaat houden, rechtvaardig handelen, niet liegen, anderen geen onnodig leed berokkenen, en doen wat anderen van ons mogen verwachten. Maar omdat de journalist objectief wil zijn, spreekt hij het belang van die waarden niet meer uit. De feiten, niet dan de feiten.

Maar dat boeit niet.

Het probleem van de objectiviteitsbeginsel lijkt me niet het beginsel zelf, maar de consequentie die eruit wordt getrokken, namelijk dat je je niet meer expliciet druk maakt om de waarden die je met de objectieve journalistiek in stand wilt houden.

 

2 reacties

  1. edu braat schreef op 9 mei 2012 om 13:02

    Goed verhaal, ik ben het eens met de strekking. There is no Truth, everything is permitted , zoals Mick Jagger zei in de film Performance. Maar dat feit maakt niet dat je er niet naar kunt streven om zo helder en feitelijk mogelijk te zijn. Ik heb dat altijd het mooie (en zinnige) van de wetenschappelijke benadering gevonden. Bevindingen zijn waar tot het toch weer een beetje of helemaal anders blijkt te zijn. En de cultuur van altijd (ook zelf-)kritisch blijven levert in elk geval in haar zog een mooie en verhelderende verzameling van debunked myths op die er ons steeds alerter op maakt. Zoals de recente bijdrage van Daniel Kahneman met zijn Thinking, Fast and Slow, waarin hij zich in het begin verontschuldigt over zijn simplificatie maar eerlijk zegt dat hij die toch te mooi vond om te laten liggen omdat die zoveel duidelijk(er) maakt. We kunnen het ideaal alleen maar benaderen, nooit fixeren. En zolang niemnd maar denkt dat hij de waarheid in pacht heeft, kan er toch best een werkbare bijna-consensus ontstaan.
    Opgeven van dat streven is geen optie.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>