Afgelopen woensdag 23 mei vond in de Tweede Kamer een hoorzitting plaats over het persbeleid van de rijksoverheid. Guido van Nispen sprak daar als vertegenwoordiger van V-Ventures, de investeringstak van de Vereniging Veronica, voor 100 procent eigenaar van het ANP. Hij pleit voor gedegen economisch onderzoek naar de nieuwsvoorziening in Nederland en doet voorstellen voor modernisering van het persbeleid..
Voor mij is het recente TNO-rapport Zijn de persbureaus te verslaan? een belangrijk element in de discussie over toekomstig persbeleid. In dat rapport wordt geconstateerd dat een basis nieuwsvoorziening tot de fundamenten behoort van een democratische samenleving en dat die zijn borging behoeft.
De situatie van deze sector is echter zorgelijk. De belangrijkste oorzaken zijn twee trends die elkaar versterken: (1) lage tarieven, en (2) in toenemende mate niet betalende afnemers in een digitale omgeving . Het TNO-rapport verwoordt dit als volgt:
“Het gevaar is reëel dat wanneer nieuws steeds meer wordt gekopieerd zonder ervoor te betalen, de economische basis voor het origineel zo smal wordt, dat het niet meer geproduceerd wordt.”
Dat is voor mij de kern van de discussie die wij zouden moeten voeren: hoe zorgen wij er voor dat de basisnieuwsvoorziening in Nederland blijft bestaan? In de kern gaat het er om hoe de basis van het nieuws in Nederland duurzaam en kwalitatief wordt gewaarborgd. Dat kan alleen als de sector transparant is. Een belangrijke vraag is daarom: wat is de bedrijfseconomische situatie van de persbureaus en is er bijvoorbeeld voldoende scheiding van redactie en commercie?
Gedegen economisch onderzoek
Het eerder genoemde TNO-rapport geeft weliswaar inzicht in het speelveld van het nieuws, maar niet hoe er gespeeld wordt. Grondig en gedegen economisch onderzoek is daarom gewenst naar de in de basisnieuwsvoorziening in de digitale wereld. Hoeveel nieuws komt er van de persbureaus? Waar komt de nieuwscontent vandaan? Waar wordt het geproduceerd en waar zitten de kosten en de opbrengsten in de nieuwsketen? Inzicht in de werking van de nieuwsketen is de eerste stap, zodat we weten wat waardevol is om te beschermen. Vervolgens kunnen we allen gezamenlijk werken aan een antwoord op de vraag hoe bijvoorbeeld auteursrechten kunnen worden gegarandeerd in deze digitale omgeving.
In een beter economisch inzicht in de nieuwssector ligt immers een deel van de oplossing voor de toekomst. Want als de bron van het nieuwsproductie, en de journalisten die dat maken, economisch niet levensvatbaar is, zal die bron opdrogen. Op een gegeven moment komen de berichten dan niet meer. Dat lossen we niet op door het stimuleren van veel losse initiatieven (‘pluk en verspreid’). Ik pleit voor een duurzame oplossing, en dat vereist veel beter inzicht.
Voorstellen voor persbeleid
Wat we zouden willen voorstellen is het volgende:
1. Een onderzoek naar de rol van de basis nieuwsvoorziening. Bij voorkeur opgenomen in het overdrachtsdossier voor de nieuwe bewindspersoon, zodat bij de start van een nieuw kabinet dit voortvarend opgepakt en uitgewerkt kan worden. Om helderheid te verschaffen over de aard van de bronnen, de intrinsieke waarde daarvan en het economisch gebruik van die basisnieuwsvoorziening is het noodzakelijk om een economisch onderzoek te doen naar de bronnen van het nieuws. Het overeind houden van een gezonde, economische en inhoudelijk kwalitatieve nieuwsketen is in ieders belang.
2. Maak een steviger verbinding met de uitvoering van het topsectorenbeleid, met name met die van de Creatieve Industrie. Nieuws, media en de creatieve sector zijn van nature sterk met elkaar verbonden. Die samenhang kan beter worden benut, ook in het topsectorenbeleid. Er komt voor de uitvoering van de topsector Creatieve Industrie een Creative Council in Amsterdam. Deze Creative Council, gevormd door het huidige topteam, gaat de voortgang bewaken van de innovatie-arrangementen en de Human Capital Agenda (dat is de verbinding van de Creatieve Industrie met de onderwijs-en onderzoekstructuur). De Creatieve Council zou ook oog moeten hebben voor innovatie in de media en nieuwsvoorziening en dat goed borgen.
3. Stel criteria op voor het – nieuwe – Stimuleringsfonds voor de Pers met de vertegenwoordigers van de sector. Duurzaamheid en transparantie zouden daarbij leidend moeten zijn. Het Stimuleringsfonds wordt verruimd met het Mediafonds. Dat geeft veel meer volume. Het huidige Mediafonds is louter beperkt tot radio en televisie. Het gevaar dreigt dat de methode van aanvragen en de bijbehorende criteria min of meer doorgezet worden. De criteria zouden in overleg moeten worden opgesteld met de vertegenwoordigers van de sector, waaronder die van de basisnieuwsvoorziening. Nu staat alleen transparantie van de toekenning voorop. Op zich natuurlijk prima, maar als de criteria het niet toelaten vist de journalistiek steevast achter het net. De aanvragers bij het huidigeMediafonds hebben meer (interne) ondersteuningsmogelijkheden, namelijk de omroeporganisaties. Journalistieke organisaties hebben vaak veel minder staf voor dergelijke projecten. Dus niet alleen transparantie bij de toekenning, ook een gelijk speelveld voor de aanvragers.
4. En tenslotte: zorg voor een goede verbinding met de opleidingen journalistiek. Innovatie is een noodzaak maar traditionele nieuwsmerken hebben nog steeds een sterke positie. Journalisten zullen meer moeten kunnen, met name op het gebied van het omgaan met nieuwe media. Dat vraagt van de opleidingen om een actueel opleidingsaanbod en samenwerking met bijvoorbeeld de persbureaus.
Graag blijven wij investeren in deze sector met als kernwaarden transparantie, kwaliteit, innovatie en verscheidenheid . Wij begrijpen de terughoudendheid van de overheid om zich actief met de sector te bemoeien. Toch kan de overheid, om een objectieve en kwalitatief goede nieuwsvoorziening te garanderen voor de Nederlandse democratie, erop toezien dat aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan. Dit zal zowel de toekomst als de kwaliteit van de persbureaus en basisnieuwsvoorziening in ons land garanderen.
5 reacties