Amy Ellis Nutt

Spoorzoeken op volle zee

Pulitzerprijswinnaar Amy Ellis Nutt

[Foto: Patti Sapone]

Research, research, research. Dat is waar Pulitzerprijswinnaar Amy Ellis Nutt op hamert. soms gaat het om niet meer dan één alinea in het verhaal. Maar die alinea kan wel de toon zetten.’Details geven een verhaal kleur, brengen het tot leven.’

Amy Ellis Nutt werkt sinds 1997 op de redactie van The Star-Ledger (New Jersey). Het verhaal waarmee ze in 2011 de Pulitzer Prize won, ‘The Wreck of the Lady Mary’, gaat  over  een  oude  vissersboot  die  in maart 2009 tijdens een routinetocht op onverklaarbare wijze naar de bodem van de Atlantische Oceaan verdween. Zeven mannen waren aan boord. Midden in de nacht voelden ze een grote schok, waarna de boot begon te zinken. Drie mannen hadden tijd om hun survivalpak aan te trekken; slechts één overleefde.

Maanden later begonnen de hoorzittingen van de Amerikaanse kustwacht in het kader van het onderzoek naar de ramp. Allerlei oorzaken werden aangevoerd: het slechte onderhoud van de boot, het feit dat de kapitein een paar trekjes van een joint had genomen, een opeenvolging van missers zoals het feit dat de boot, na de Mayday-melding, noch herkend noch gelokaliseerd kon worden. Maar niet die ene oorzaak waarop veel experts op grond van het snelle zinken, de weersomstandigheden en de schade aan de Lady Mary wezen: dat de vissersboot geramd was door een groot vrachtschip, de Cap Beatrice. Hetzelfde jaar werden twee andere vissersboten in die omgeving op dezelfde wijze geramd.

Amy Ellis Nutt sprak tientallen getuigen, nabestaanden en deskundigen. Ze maakte samen met fotograaf/videomaker Andre Malok een tocht op een vergelijkbare vissersboot. Ze las 800 pagina’s documenten van de kustwacht en spitte 2.500 verslagen over incidenten op zee door. In totaal was ze zo’n tien maanden bezig met wat tenslotte een speciale bijlage van 20 pagina’s zou worden.

Nieuwe sokken

Zes van de zeven bemanningsleden van de Lady Mary – vijf uit één familie – kwamen om. De enige overlevende was een Mexicaan die zich aan een stuk hout had vastgeklampt en na uren in zee drijven uit-eindelijk kon worden gered. ‘De zee geeft en de zee neemt’, schrijft Nutt. Haar twintig pagina’s lange verhaal over de ramp met de Lady Mary (uitgegeven als een special, en online in afleveringen) is dan bijna ten einde. Fuzzy Smith en zijn vrouw hebben hun zoons, wier lichamen tenslotte teruggevonden zijn, ten grave gedragen in North Carolina, net ten zuiden van dat deel van New Jersey waar de ramp zich afspeelde.

Geen van Fuzzy’s boten vaart meer uit. Zelf rijdt hij een beetje doelloos rond in zijn oude pickup truck, met achterin nog steeds dat ene paar sokken dat overbleef toen hij zijn dode zoon nieuwe sokken uit een pak van twee had aangetrokken.

Dergelijke details geven een verhaal kleur, brengen het tot leven. Nutt verzamelt ze door de betrokkenen – de overlevende, de getuigen voor zover ze er waren, de nabestaanden, en vele experts – keer op keer opnieuw te ondervragen, maar dan ook nog zonder dat het ze gaat tegenstaan’. Laat ze het verhaal steeds vanuit een andere hoek vertellen, raadt Nutt aan, of vraag ze hun relaas op een ander tijdstip te laten beginnen. Wat at je voor ontbijt? Welke kleren had je aan? Wat deed je precies, en wat moest je normaal gesproken doen op zo’n tocht? Wat deed je een dag eerder? Of tien dagen eerder?

Zo kwam Jose Arias te vertellen over het stuk hout dat uiteindelijk zijn leven zou redden. Dat stuk hout dat hij aan boord had gebracht om iets te repareren, als hij tijd zou hebben, en dat hij dus, toen het schip begon te zinken, blind wist te vinden. ‘Dat’, zei Nutt, ‘was mijn Moby Dick-moment.’

Stijl en ritme

Ze noemt Moby Dick niet zonder reden. Herman Melville’s meesterwerk herlezen was een van de eerste dingen die ze deed toen ze het verhaal van de mysterieuze schipbreuk oppikte. Dat was maanden na-dat de ramp zich had voorgedaan, toen de kustwacht in het kader van een onderzoek met hoorzittingen begon en er eindelijk iets over het gebeuren naar buiten kwam.

Dat en achthonderd pagina’s documenten doorploegen, foto’s bekijken, zich technische termen en maritieme kennis eigen maken, en heel veel mensen opzoeken en ondervragen. Moby Dick lezen om het gevoel van de zee te krijgen, het gevoel van de menselijke kwetsbaarheid op zo’n scheepje, én om Melville’s stijl natuurlijk: het ritme van de zee én het ritme van de taal. Nutt: ‘Je moet veel lezen, goede literatuur, om goed te kunnen schrijven.’ Om dezelfde reden leest ze poëzie: vanwege het ritme, de stijl, maar ook omdat in een gedicht heel bondig en mooi zeer complexe zaken worden verteld.

Daarnaast is het uiteraard van belang om de feiten op een rijtje te krijgen, zo volledig mogelijk met alle menselijke én technische details. Van de weersomstandigheden tot pakweg wat kapitein Roy ‘Bobo’ Smith in de voice mail van z’n vriendin zei, vlak voordat de boot ten onder ging. Of wat hij in de pawn shop voor z’n gouden kettinkje had gekregen: 200 dollar.

Geen remsporen

Maar eerst was het zaak om die mensen te pakken te krijgen. De familie Smith was niet moeilijk te vinden, net zo min als die andere opvarende die verdronk, Frank Reyes, eigenlijk kok van beroep, maar met een bijbaan als visser in de magere wintermaanden – zeer tegen de zin van zijn vrouw, die het maar gevaarlijk vond. Om Jose Arias op het spoor te komen, dat was andere koek.

Arias werkte als ‘flexkracht’, dan hier, dan daar. Baas Fuzzy Smith had geen idee waar hij uithing. ‘Vaak hebben mensen als hij zelfs niet lang achtereen hetzelfde mobiele telefoonnummer’, legt Nutt uit. Niettemin was Arias’ verhaal cruciaal: hij was tenslotte de enige overlevende, de enige die kon navertellen wat er gebeurd was, of althans wat hij had meegemaakt op dat schip, waarvan niemand goed kon verklaren waarom het zo snel gezonken was. Want zoals een van de door Nutt geraadpleegde deskundigen het uitdrukte: ‘Er zijn geen remsporen op de oceaan.’ Waar ze zelf aan toevoegt: ‘Er zijn ook geen verkeersregelaars. Grote schepen moeten vaart minderen voor walvissen, dat is de enige regel die ze is opgelegd. Over kleine vissersboten wordt niets gezegd.’

Via via vernam Nutt dat Arias woonde in een voorstadje van Cape May, de thuishaven van de Lady Mary. Twintigduizend inwoners. Ga er maar aan staan. ‘Ik nam aan dat hij, als Mexicaan, katholiek was,’ vertelt Nutt. ‘En dus besloot ik bij de eerste de beste katholieke kerk in dat plaatsje te vragen naar welke kerk Mexicanen daar gingen. Tegenover die kerk bleek een markt te zijn waar veel Mexicanen boodschappen deden.

Op goed geluk vroeg Nutt of iemand hem toevallig kende. Ja, inderdaad, ze kenden hem daar, hij kwam er zeker twee keer per week. Maar niemand wist waar hij woonde. ‘Ik bereidde me er al op voor bij die kerk te gaan kamperen, tot ik hem zag. Toen belde mijn baas. Toevallig had zij net iemand gesproken die wist waar Arias te vinden was. Het bleek net om de hoek te zijn.’

Kijk en luister

Waarmee Nutt maar zeggen wil: de aanhouder wint. Al hoef je niet altijd – zoals in dit geval – tien maanden bezig te zijn om een verhaal rond te krijgen. ‘Soms kan een week, of zelfs een middag, voldoende zijn.’ Maar in alle gevallen luidt haar credo: zoek zo diep mogelijk en zo breed mogelijk. Ga ter plekke kijken. Je leert er altijd van. Kijk en luister.

Voor dit verhaal werkte Nutt samen met een fotograaf/videomaker, tevens grafisch kunstenaar, André Malok. Hij vervaardigde een video van 24 minuten over de Lady Mary voor de website van The Star-Ledger.

Ook is hij verantwoordelijk voor alle kaarten, grafieken en andere visuele weergaven van, bijvoorbeeld, technische details. ‘Ik ben heel visueel ingesteld,’ zegt Nutt. ‘Het heeft me enorm geholpen om naar foto’s te kijken of naar de video van Malok. Ook luisteren is belangrijk. Het helpt om je verhaal hardop te lezen, om te zien of het ritme klopt. Ik heb een geweldige eindredacteur, die naast zijn journalistieke werk ook gedichten schrijft. Hij zegt niet alleen: dit stuk moet meer naar achteren, of naar voren, maar ook dingen als: hier moet je langzamer gaan – of juist sneller. Niets helpt zoveel bij het schrijven van een literair-journalistiek verhaal als poëzie.’

Heeft haar verhaal nog iets opgeleverd? Heeft het invloed gehad, bijvoorbeeld op de kustwacht, op veiligheidsregels? Nutt moet even goed nadenken. Dan: ‘Ja. Bij een vergelijkbaar incident, later, is het betrokken vrachtschip onderzocht in de eerstvolgende haven die het aandeed. En niet, zoals bij de Cap Beatrice, het schip dat vermoedelijk de Lady Mary heeft geramd, pas na twee maanden.’

_____________

Dit artikel is ook gepubliceerd in 609, het magazine van het Mediafonds.

Eén reactie

  1. edu braat schreef op 2 mei 2012 om 13:28

    Mooi. Wat dit vooral illustreert is dat aansprekend schrijven een ambacht is dat onderwezen en geleerd maar vooral ook eindeloos geoefend moet worden. En dat het een samenspel is met een goeie editor en dito illustrator om het beste resultaat te krijgen. Als je je daartoe zet, ook al is er geen geld, tijd en aandacht voor bij je krant of blad, dan maak je dusdanige kwaliteit dat die bijna vanzelf wel opgemerkt wordt als onderscheidend. Er zijn maar een paar verhalen waarvan we nooit genoeg kunnen krijgen en die in eindeloze variatie opgedist kunnen worden. Als je zo’n verhaal proeft en het tot zo’n hoogte kunt brengen, ga je voor het beste in jezelf en laat je je lezers meeresoneren.
    Dat zouden meer journalisten moeten doen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Interview (31 van 40 artikelen)
crowdfunding


Wie bezit het nieuws? De lezer, de journalist, de uitgever of de ...