Uitgevers over de publieke omroep

Faire spelregels, wie is daar op tegen?

Levendig is de discussie over de verhouding tussen de publieke en private nieuwsvoorziening beslist. Elke opmerking van een uitgever over de publieke omroep lijkt een reflex op te roepen: hoeders van de publieke omroep verwijten uitgevers dode-bomen-denken. Dat smoort elke discussie over het wezen van de publieke omroep.

Die discussie is juist belangrijk in een veranderde mediawerkelijkheid. Uitgevers richten hun pijlen niet op de publieke omroep, maar strijden voor faire spelregels voor de markt waarop de publieke omroep, private nieuwsorganisaties en giganten als Google en Facebook actief zijn.

Daartoe durven we onder andere vragen te stellen bij de overheidsuitgaven aan publieke media, zoals bij overheidsuitgaven op elk ander beleidsterrein heel gebruikelijk is. Ik doe een poging te schetsen hoe uitgevers denken over de balans tussen publieke en private nieuwsmedia.

Inwisselbare nieuwscontent

Journalistiek is een kostbare activiteit. Een goede nieuwsvoorziening is arbeidsintensief en dus is er veel geld mee gemoeid. Dat kun je terugverdienen met adverteerders, eventueel in combinatie met betalende lezers, kijkers en luisteraars (private nieuwsorganisaties), of door gebruik te maken van overheidsfinanciering (publieke nieuwsorganisaties). Zonder bekostiging gaat het nu eenmaal niet.

Het aanbod van private nieuwsorganisaties en publieke nieuwsorganisaties vertoont steeds grotere overeenkomsten. Het online nieuwsaanbod van de NOS is in vergelijkbare vormen terug te vinden bij bijvoorbeeld de Volkskrant, RTL Nieuws, NU.nl, BNR of AD. Een NOS-krant is nauwelijks voorstelbaar, maar met nieuwsapps voor de smartphone gebeurt eigenlijk hetzelfde. Het is allemaal nieuwscontent, het platform doet er immers steeds minder toe.

Die inwisselbaarheid wordt in de toekomst alleen maar groter. Het zal voor de uitgever lastiger zijn om het sommetje rond te krijgen als er ook spelers op de markt zijn die dat sommetje nooit rond hoéven te krijgen. Dat is op termijn de doodsteek voor nieuwe initiatieven van nieuwsbedrijven. Het lijkt me evident dat AD Sportwereld, NUsport en Telesport dolgraag de grote sportevenementen van deze zomer willen streamen, maar tegen de NOS met een comfortabele uitgangspositie (budget, rechten, journalistieke capaciteit) is niet op te boksen. Een goed product moet uiteindelijk zwarte cijfers kunnen schrijven.

Publieke speler op een commerciële markt

Hoe ongelijk is deze krachtmeting eigenlijk? Voor een mediabedrijf is die niet anders dan voor een groenteman en een technologieconcern die zouden moeten opboksen tegen concurrenten die wel de kosten mogen maken, maar deze kosten nooit hoeven terug te verdienen. Deze ongelijkheid wordt slechts bepaald door het publieke of private karakter van de nieuwsorganisatie, niét door de mate van succes. Dat is een belangrijk punt. Een uitgever zou het bijvoorbeeld toejuichen als de NOS op alle journalistieke fronten verslagen wordt door een concurrent – willekeurig welke – die dat op commerciële basis kan, zonder dat daarvoor dus overheidsfinanciering nodig is.

Tot 1989 was de NOS geen marktspeler, want tot dat moment waren radio en televisie volledig publiek. Dat is daarna sterk veranderd. Via het web, op smartphones en op tablets is de NOS als speler actief op een zeer competitieve markt. De NOS heeft gaandeweg een omgeving betreden waarin veel commerciële concurrenten actief zijn.

Uitgevers hebben op hun beurt publieke concurrenten dezelfde markt zien betreden. Het is merkwaardig dat er in de loop der jaren geen goede spelregels zijn opgesteld voor een wedstrijd tussen spelers waarvan het aanbod nauwelijks, maar de financieringswijze zo fundamenteel van elkaar verschilt. Juíst omdat internet een zeer toegankelijk medium is, zou de overheidstaak nauwkeurig omschreven moeten zijn.

We zijn ons ervan bewust dat de NOS op veel sympathie kan rekenen. Ook van ondergetekende trouwens. Maar dat betekent niet dat de principiële vraag achterwege mag blijven waartoe de publieke omroep op aarde is en hoeveel belastinggeld daarvoor nodig is. Net zoals de vraag hoe private en publieke nieuwsorganisaties gezond naast elkaar kunnen functioneren.

Faire spelregels

Andere Europese landen kunnen ons inspireren hoe overheden meer balans brengen in de verhouding tussen private en publieke media. Een aantal mogelijke beleidsmaatregelen: waarom bijvoorbeeld geen herinvoering van het kijk- en luistergeld – mét de mogelijkheid tot opzegging, want de publieke omroep vertegenwoordigt toch ook een waarde? Of waarom geen goede markttoets voor nieuwe activiteiten van de publieke omroep, zodat eerst duidelijk is of de publieke meerwaarde van de activiteit wel opweegt tegen de negatieve markteffecten? Of waarom geen specifiekere taakomschrijving voor de publieke omroep dan het huidige ‘alles, voor iedereen en overal’?

Het is uitgevers niet om nos.nl op zich te doen. Afschaffing van nos.nl is geen heilige graal waardoor alle sites van private nieuwsorganisaties opeens rendabel zouden zijn. De zaak is veel principiëler. Het gaat uitgevers om nieuwsaanbod op alle platforms waar de markt (pluriform!) uitstekend zijn werk kan doen, ook om platforms die we nu nog niet kunnen bedenken. Nieuws is immers onafhankelijk van het platform. We willen de nieuwsmarkt voor de toekomst openhouden.

Op naar meer concurrentie

Uitgevers richten hun pijlen niet op de publieke omroep. Wij strijden bij volksvertegenwoordigers en beleidsmakers voor faire spelregels, zodat de markt voor journalistieke producten goed kan functioneren. Iedereen die actief is op de mediamarkt, moet zich aan die spelregels houden. Dat zijn uitgevers zelf, maar ook de publieke omroep via een faire Mediawet én machtige internationale spelers zoals Facebook en Google. Daar is de pluriforme journalistiek bij gebaat. Als branche zetten wij ons daar voor in, nationaal en in Europa. Journalistieke concurrentie juichen we van harte toe. Maar dan wel op basis van faire spelregels. Daar kunnen ook Jan de Jong en Hans Laroes toch niet op tegen zijn.

Herman Wolswinkel –

Herman Wolswinkel is beleidsadviseur public affairs bij NDP Nieuwsmedia, de brancheorganisatie voor nieuwsbedrijven.

Alle artikelen van Herman Wolswinkel op De Nieuwe Reporter.

  • http://www.hanslaroes.nl hans laroes

    * heb de indruk dat publieke en private nieuwsorganisaties al behoorlijk naast elkaar functioneren. begrijp dat volkskrant, nrc, telegraaf -als mediabedrijven, dus inclusief sites- winst maken. misschien moet het neer zijn, maar da’s een ander verhaal
    * wegener doet het wat beroerder, maar heb niet de indruk dat dit een relatie heeft met publieke omroep
    * ik begrijp dat taakomschrijving (ook wettelijk) helder moet zijn. en ik zou vooral zeggen: gebaseerd op de huidige tijd en de toekomst, niet het verleden. de huidige tijd en de toekomst gaan uit van nieuwsMERKEN die overal acteren, niet van enkele nieuwsplatforms.
    dat is ook de wens van het publiek, in binnen- en buitenland: op nieuwsmerken kunnen vertrouwen, op ieder platform.
    publiek maakt geen verschil tussen publieke en private sites, publiek zoekt goeie sites
    * de problemen van de kranten komen slechts voor een heel beperkt deel voort uit het bestaan van publieke omroep (zie de VS; niemand gaat ooit op dit argument in, overigens).
    * het risico van het standpunt van de uitgevers: amputeer een stuk van de NOS (tegen heg belang van het publiek in). Ergo: haal een stukje vitale journalistiek weg. Daar zal het totaal van de journalistiek niet beter van worden. kranten zullen de rol niet overnemen; de journalistiek zal opnieuw (zie de regio nu al) verlies lijden.
    * bovenstaand verhaal klinkt genuanceerde dan dat van Remarque, die de website van de NOS wil verbieden. Maar de genuanceerde benadering kont uiteindelijk op hetzelfde neer.
    * ook bovenstaand schrijver ontkent, door er over te zwijgen, de grotere betekenis van de digitale revolutie, die de rol tussen journalistiek en publiek verandert, en talloze netwerken creëert. De digitale infrastructuur (en mindset) is daarbij cruciaal. Zou het onverstandig vinden deze route richting toekomst af te sluiten
    * concurrentie tussen een succesvolle publieke omroep als NOS en nog steeds winstgevende kranten kan geen kwestie van geld zijn: investeer s wat, zou ik zeggen. Maak Betere Sites.
    * nogmaals: publieke omroep vertegenwoordigt (kennelijk) maatschappelijke waarde, die niet in economische termen is uit te drukken.
    * als de NOS niets meer op internet mag verdwijnt streaming video. Er is geen uitgever die zal willen investeren in rechten, infrastructuur, etc. Kennelijk wil de samenleving dat de NOS dat wel doet.
    * ergo: voer de juiste oorlog. Publieke omroep klein maken versterkt de kranten niet, never; hoogstens SBS en RTL en dan misschien een nieuwkomer; de kranten blijven lijden; de journalistiek gaat achteruit; de digitale burger kan minder
    kiezen, en er blijkt een non-issue aangepakt.
    * denk aan wat de hoofdredacteur van de Guardian, Alan Russbridger, zei over de BBC: dat is misschien wel de enige manier om op langere termijn goeie journalistiek te garanderen, via het publieke model. En the Guardian, dat is toch echt een commercieel product. Maar in ieder geval een uitgever die durft, experimenteert, de nieuwe tijd begrijpt.