media democracy monitor

Media langs de democratische meetlat

Er is veel onderzoek gedaan naar de rol van massamedia in prille democratieën, maar voor volwassen democratieën, zoals de onze, bestaan veel minder internationale mediamonitoren. Toch zijn die zeker niet overbodig blijkt uit het boek The Media for Democracy Monitor: A Cross National Study of Leading News Media. Nederland scoort een voldoende, maar wel met een paar kritsche kanttekeningen.

Dit boek – dat eind vorig jaar verscheen – is de ‘follow-up’ van Democracy in the 21st Century, een studie van de Universiteit van Zurich uit 2006. Eind 2009 kwamen de onderzoekers van deze studie in vijf Europese landen, opnieuw samen met collega’s die vijf andere landen wilden onderzoeken. Samen hebben zij 26 indicatoren samengesteld die zouden moeten meten hoe goed de massamedia hun klassieke taak als ‘waakhond’ vervullen in een ‘volwassen’ democratie.

Met ‘volwassen’ bedoelen de onderzoekers een democratie waar de mediawetgeving stabiel is, waar geen censuur heerst of regels bestaan die professionele journalistiek dwarsbomen en waar de overheid geen dominante eigenaar is van de pers. Hongarije viel bijvoorbeeld af als ‘volwassen’ democratie toen daar in 2010 de mediawetgeving werd herzien door de regering van Viktor Orban.

Landen die wel aan bod komen en voor de tweede keer werden gemeten zijn Duitsland, Litouwen, Nederland, Portugal, Zwitserland. Aangevuld met Australië, Oostenrijk, Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk, die voor het eerst deelnamen. Behalve dat het om ‘volwassen’ democratieën gaat, is voor deze landen niet gekozen op basis van een bepaalde logica. Met name de beschikbaarheid van onderzoekers was doorslaggevend bij de selectie van deze landen.

Meetlat

Na de introductie van de 26 indicatoren in hoofdstuk 2, komt ieder land aan bod in een eigen hoofdstuk dat steeds opnieuw deze indicatoren behandelt. Ze zijn onderverdeeld in drie basisconcepten die van belang zijn voor de verschillende rollen van de pers in een democratie (1) ‘vrijheid’, (2) ‘gelijkheid’, en (3) ‘controle’.

(1)   De eerste groep indicatoren meet of de ‘vrijheid’ van de pers maximaal wordt benut of dat deze vooral wordt ingezet om winsten te maximaliseren. Gekeken wordt onder meer naar de diversiteit, geografische spreiding en prijzen van het nieuwsaanbod, mediaconsumptiepatronen en regels die de onafhankelijkheid regelen van redacties, de nieuwsselectie en andere vormen van besluitvorming.

(2)   De tweede groep indicatoren meet ‘gelijkheid’; ofwel in hoeverre de media goede bemiddelaars zijn tussen maatschappelijke groeperingen met verschillende belangen en of ze sociale spanningen en ongelijkheid goed uitleggen. Hiervoor wordt gekeken naar de mate van nationale en regionale concentratie van media-eigendom, het media-aanbod voor minderheden, ethische codes, het niveau van zelfregulering, de participatie van nieuwsconsumenten en de monitoring van mediacontent. De monitor onderzoekt overigens zelf niet de inhoud van het nieuws en laat de sociale media buiten beschouwing, onder meer omdat tijdens de Arabische lente bleek dat deze snel zijn uit te schakelen door machthebbers.

(3)   De derde groep indicatoren meet de ‘controlefunctie’ van de pers ofwel de signalering van machtsmisbruik. Hiervoor wordt onder meer gekeken naar wie de media controleren (in Nederland bijvoorbeeld De Nieuwe Reporter en het televisieprogramma De Waan van de Dag), de journalistieke onafhankelijkheid, professionaliteit, training en werkgelegenheid. Ook de missie van de mediaonderneming, de budgetten voor onderzoeksjournalistiek en de toegang voor journalisten tot publieke informatie komen aan bod.

Scores

Voor al deze indicatoren kreeg elk land een cijfer tussen 0 en 3. Een ‘3’ betekent dat aan alle criteria is voldaan; een ‘2’ dat aan een meerderheid van de criteria is voldaan. De score ‘1’ betekent dat onvoldoende criteria zijn gehaald en ‘0’ dat geen enkele van de criteria is afgevinkt.

Het is niet haalbaar om hier alle 26 indicatoren van de tien deelnemende landen te bespreken, dus ik ga vooral in op de onvoldoendes, ofwel de enen en nullen, niet op wat in de meeste landen goed gaat (scores 2 en 3). Interessant is wel dat de enige indicatoren waarop geen enkel land een onvoldoende scoort, de betaalbaarheid en beschikbaarheid zijn van het nieuwsaanbod.

Onvoldoendes

De score nul komt in het hele boek maar twee keer voor: bij Australië voor de regionale mediaconcentratie, en bij Litouwen voor de onafhankelijkheid van redacties ten opzichte van machthebbers zoals grootaandeelhouders.

Opvallend is verder dat zes van de tien landen bij dezelfde twee indicatoren een ‘1’ of minder scoren. Ten eerste bij de ‘vrijheid’-indicator die de interne regels meet voor democratie op de redactievloer. Het gaat hier om formele regels (redactiestatuten) en organen (redactieraden) voor de participatie van journalisten in de besluitvorming, hoofdredactionele benoemingen en de bescherming van redactionele onafhankelijkheid. In de meeste landen hebben journalisten kennelijk weinig inspraak, want de meerderheid scoort hier onvoldoende omdat regels niet op papier staan of worden nageleefd.

De tweede indicator waarvoor een meerderheid van zes landen een ‘1’ scoort, meet de eigendomsconcentratie van de regionale media. Dit is de indicator waarvoor Australië een nul kreeg. Tot slot is het ook opvallend dat vier van de tien landen een ‘1’ scoren bij de indicator die meet hoeveel budget beschikbaar is voor de ‘waakhondfunctie’, ofwel onderzoeksjournalistiek.

Nederland

De Nederlandse media scoren geen enkele nul, maar wel vijf onvoldoendes in de vorm van een ‘1’. Twee van die onvoldoendes zijn voor de laatste twee indicatoren. De eigendomsconcentratie van regionale media is hoog in ons land omdat drie spelers – Wegener, NDC|VBK en TMG – de Nederlandse regionale krantenmarkt domineren.

Daarnaast scoort Nederland ook ondermaats voor wat betreft de beschikbare middelen voor de waakhondfunctie. Al voor de crisis uitbrak, daalden in Nederland de budgetten voor onderzoeksjournalistiek door krimpende advertentieomzetten en overnames.

Nederlandse scoort verder ook drie onvoldoendes op het vlak van professionele trainingen en opleidingen voor journalisten, de onafhankelijkheid van redacties ten opzichte van machthebbers zoals grootaandeelhouders (diagonale eigendomsconcentratie en investeringsmaatschappijen als eigenaren) en de toegang tot publieke informatie via onder meer de wet openbaarheid bestuur (wob).

Democratie op de redactievloer

Op het vlak van democratie op de redactievloer scoort Nederland een ‘2’, ondanks de kanttekening dat de Persgroep redactiestatuten vooral ziet als ‘belemmeringen’ voor het management van een uitgeverij.

Volgens de onderzoekers Leen d’Haenens en Quint Kik zit het gevaar voor de onafhankelijkheid van Nederlandse nieuwsredacties niet zo zeer in externe partijen die invloed willen uitoefenen, maar eerder in het interne machtsspel binnen mediabedrijven. De directeur-uitgever wil (bijvoorbeeld bij NRC en De Persgroep) steeds meer zeggenschap en hoofdredacteuren krijgen steeds meer commerciële verantwoordelijkheden, waardoor het redactiestatuut minder waard is.

D’Haenens en Kik onderzochten de volgende Nederlandse media: De Telegraaf, de Volkskrant, NRC Handelsblad, FD, De Gelderlander, Sp!ts, Elsevier, NOS.nl, NU.nl, GeenStijl.nl en de radio- en televisiejournaals van NOS, RTL en BNR. Ze verzamelden met name kwantitatieve data uit 2008 en voerden vijftien diepte-interviews met journalisten, uitgevers en academici in 2010 en 2011. Ten opzichte van het jaar 2006 zijn op wat eigendomsveranderingen na (de voormalige PCM-kranten) geen grote verschuivingen zichtbaar, aldus d’Haenens die ook deelnam aan die eerste meting.

Conclusies

Als de scores voor alle indicatoren bij elkaar worden opgeteld, blijkt dat Oostenrijk (57 procent) en Litouwen (56 procent) het laagste scoren, en Zweden (78 procent) en Nederland (75 procent) het hoogste. Geen van de tien landen scoort dus onvoldoende als dienaar van de democratie.

Toch luidt de conclusie voor het onderzoek als geheel dat er wel reden tot zorg is. De media in volwassen democratieën staan onder druk, aldus de auteurs, met name doordat de druk toeneemt op de tijd, budgetten en middelen die beschikbaar zijn voor gedegen journalistiek.

Opvallend is dat in het boek geen top 10 van landen is gemaakt en dat in de tekst evenmin wordt besproken welke landen het best of het slechtst presteren. Dat heeft te maken met het feit dat de scores eigenlijk niet moeten worden gelezen zonder de specifieke uitleg die voor ieder land wordt gegeven in de tabellen die staan in de conclusie.

Kanttekeningen

Een nadeel van dit onderzoek is dat de scores niet door één onderzoeker maar door circa vijftien onderzoekers van verschillende nationaliteiten zijn bepaald. Deze onderzoekers, die de nationale en regionale situatie die zij onderzochten goed kennen, zijn twee keer samengekomen om elkaars stukken te becommentariëren, vragen te stellen en de evaluaties uitgedrukt in scores ter discussie te stellen en waar nodig bij te stellen en onderling af te stemmen. Toch zou meer standaardisering hier niet overbodig zijn.

Hetzelfde geldt ook voor de onderzoeksmethoden. Voor wat betreft de kwantitatieve data zijn niet altijd de zelfde jaren gemeten. De meeste cijfers voor Nederland zijn uit het jaar 2008, waardoor ze bij publicatie al weer verouderd waren. Bij andere landen zijn meer recente data gebruikt waardoor de vergelijking ietwat spaak loopt. Data verzameld over de jaren 2008-2010 kunnen bovendien een vertekend beeld geven, stellen de onderzoekers zelf, omdat in die periode de crisis uitbrak.

Verder lopen de soorten en aantallen interviews per land ook uiteen, net als de omvang en aard van de populatie van de media die zijn onderzocht. Verder valt op dat relatief veel data afkomstig zijn van de interviews, waardoor de monitor vooral een kwalitatief onderzoek is met niet altijd even goed vergelijkbare cijfers als richtsnoer. Een nadeel van interviews is dat journalisten waarschijnlijk niet altijd het achterste van hun tong zullen laten zien als zij praten over hun werkgevers.

Ondanks dat de standaardisering beter kan, is de Media for Democracy Monitor wel een compleet en informatief naslagwerk dat handig is voor wie het overzicht wil hebben. De waarde van dit boek zit vooral in de voortzetting van de monitor. Hoe vaker de meting wordt toegepast, hoe beter die zal worden. Misschien zou de volgende monitor wat dieper moeten ingaan op iets minder indicatoren; liefst de indicatoren waar veel landen onvoldoende scoren.

De monitor in de toekomst

Bij de presentatie van de resultaten zou een berekening van de totale score per indicator hiervoor interessant kunnen zijn. Die cijfers ontbreken nu in de tabel die alleen het overzicht geeft van alle scores per land. Ook zou het mij interessant lijken als een volgende editie meer aandacht geeft aan de identiteit van eigenaren van de media. Welk percentage hiervan is bijvoorbeeld in handen van investeringsmaatschappijen, stichtingen, familiebedrijven of overheden?

Er zijn al plannen om de Media for Democracy Monitor een derde keer te herhalen. Wanneer precies is nog onduidelijk, aldus Josef Trappel, die wel weet dat Polen wordt opgenomen in de volgende editie. Of de VS, Frankrijk en Italië die nu schitteren door afwezigheid, zullen worden gemeten is nog onzeker. Dat hangt vooral af van de beschikbare middelen. De editie van 2011 werd niet centraal gefinancierd door één sponsor, zoals bijvoorbeeld de EU, maar is betaald uit eigen middelen, door universiteiten en twee nationale fondsen voor wetenschappelijk onderzoek.

Deze Media for Democracy Monitor is overigens niet de enige in zijn soort. Er bestaan vergelijkbare monitors van onder meer de International Federation of Journalists, Committee to Protect Journalists, International Press Institute, International Research and Exchange Board IREX, Project for Excellence in Journalism.

Toch gebeurt er qua mediabeleidstudies erg weinig landenvergelijkend onderzoek, vindt Leen d’Haenens. Meestal beperkt de oefening zich tot het ter beschikking stellen van niet altijd even vergelijkbare data, waarbij de vergelijking wordt overgelaten aan de lezer. In Nederland is volgens d’Haenens relatief veel cijfermateriaal voor handen dankzij onder meer de Mediamonitor van het Commissariaat voor de Media, maar in andere landen ontbreekt vaak zo’n soort publicatie.

‘The Media for Democracy Monitor: A Cross National Study of Leading News Media’, Josef Trappel, Hannu Nieminen, Lars Nord, Nordicom, University of Göthenburg, 2011 

 

3 reacties

  1. “Geen van de landen scoort een onvoldoende.” Maar dat is eigenlijk toch ook niet verwonderlijk? Want landen die onvoldoende scoren, mochten niet mee doen met het onderzoek. Zoals in het artikel staat, om voor deelname in aanmerking te komen moest er in een land sprake zijn van een ‘volwassen’ democratie. Waarmee bedoeld werd: “een democratie waar de mediawetgeving stabiel is, waar geen censuur heerst of regels bestaan die professionele journalistiek dwarsbomen en waar de overheid geen dominante eigenaar is van de pers.” Gek selectiecriterium voor zo’n onderzoek, lijkt me, want zo zal een deelnemend land nooit een onvoldoende krijgen.

  2. mathilde schreef op 10 juni 2012 om 22:19

    Goed punt, Alexander! Zo had ik het nog niet bekeken. Maar in plaats van een zes of zeven, moet een volwassen democratie gewoon niets minder dan een tien scoren, vind ik.

  3. mathilde schreef op 11 juni 2012 om 09:53

    Wat ik nog was vergeten: als er goede regels zijn wil nog niet zeggen dat ze worden nageleefd. Denk bijvoorbeeld aan belastingontduiking, daar wordt wetgeving ook op grote schaal omzeild.

    En punt 2: als de overheid niet domineert als eigenaar, is dat evenmin een garantie voor persvrijheid. Wat nou als investeerders domineren die hoge rendementen willen boeken (zie Volkskrant 31 mei over NRC) op hun belangen in de pers? Daar gaat het om.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Onderzoek (49 van 436 artikelen)
cnn syrie


Vorige week pleegde het regime in Syrië ondenkbare misdaden tegen haar bevolking. ...