“Vastgoedfraude ontdek je niet met één telefoontje naar het Kadaster”

Het Kadaster beheert een schat aan informatie, zo wil het credo. Ook over bierbrouwers. Onderzoeksjournalist Marcel van Silfhout maakte er dankbaar gebruik van toen hij ooit voor Zembla een item produceerde over het Nederlandse bierkartel en het onroerend goed-bezit van brouwers in kaart wilde brengen.

Of neem dubieuze bedrijfjes die partners van ambtenaren erop nahouden. Via het Kadaster wist Van Silfhout de partners boven water te krijgen, en bij de Kamer van Koophandel zocht hij de corresponderende bv’tjes bij elkaar. Het kan veel opleveren als je verschillende bronnen handig weet te combineren.

Alleen, dat prijskaartje. Tijdens het afsluitende debat op de veertiende verdieping bij het Kadaster in Apeldoorn, met een vijftigtal journalisten, komt dat ongenoegen al gauw op tafel. Waarom moet je nou nog steeds betalen (€2,95 voor een standaard inzage) voor openbare informatie, die bovendien al met gemeenschapsgeld in stand wordt gehouden? Een grondige, op maat gesneden doorlichting van de Kadaster-bestanden zou bij het bierkartel-onderzoek op dertigduizend euro zijn uitgekomen, vertelt Van Silfhout. “Dat wilde mijn baas niet betalen. Uiteindelijk hebben we een redelijk compleet beeld samengesteld voor ongeveer tweehonderd euro.”

Slimme zoekvraag

Een slimme zoekvraag spaart geld uit, reageert Jacques Vos, bewaarder bij het Kadaster. “Stel jezelf de vraag: wat wil ik precies weten en baken het af. Wat is het doel van de data? Niet alle data is namelijk informatie.”
Wat die tarieven betreft: daar gaan ze bij het Kadaster, dat een aantal wettelijke taken uitvoert, niet over. Het Kadaster is namelijk gebonden aan de Regeling Tarieven Kadaster, die door de minister wordt vastgesteld. Vos: “We bepalen zelf de prijs niet. We mogen niet zomaar zeggen: we doen het ook voor de helft.”

Toch worden er uitzonderingen gemaakt, zoals voor universiteiten. “Dat heeft te maken met wetenschappelijk onderzoek. Dat onderzoek is ten behoeve van de maatschappij. Voor de journalistiek geldt dat ook, maar het ligt net even anders”, aldus Vos.

Wat ook meespeelt: die 2 euro 95 vormt een drempel die voorkomt dat Jan en Alleman zich uitleeft met de koopaktes van de hele buurt, bij wijze van spreken. Wat het Kadaster ook nog eens tot extra investeringen in bandbreedte zou kunnen dwingen. Al wringt dat pragmatische argument ook, zoals in de zaal wordt opgemerkt. Informatie is openbaar en toegankelijk, of het is dat niet. En deze Kadaster-informatie is principieel openbaar.

Voorlichter Nienke Stavast vult vanuit de zaal aan: “Vanuit de woordvoering zien we wel dat journalisten een belangrijke taak hebben in het informeren van de samenleving, dus we zijn er wel naar aan het kijken. Hoe het uitpakt kan ik nog niet zeggen, maar we zijn ermee bezig.”

Notarissen

Ook voor het Kadaster zijn de tijden veranderd. Ooit hadden ze, ietwat gecharcheerd, alleen notarissen aan de lijn over de koopakte van een woning. Maar de informatie die het Kadaster beheert, omvat veel meer en mag zich in toenemende publieke belangstelling verheugen. Ook van journalisten.

Spraakmakende journalistieke producties helpen natuurlijk een handje. Zoals bijvoorbeeld een onderzoek naar panden in Rotterdam die in korte tijd een paar keer van eigenaar wisselenden en waarbij de prijs opeens omhoog schoot. Het kadaster droeg eraan bij met expertise en de data. Het onderzoek leidde er onder andere toe dat notarissen uit hun functie zijn gezet.

Het Kadaster is bewust bezig de ramen verder open te zetten. De schat aan gegevens is er niet om eeuwig te verstoffen in digitale archiefkasten. Zo werkte het Kadaster mee aan de crossmediale VPRO-productie Nederland van Boven. En niet voor niets stond ze welwillend tegenover deze VVOJ Café-bijeenkomst en de uitnodiging om een zaal vol onderzoeksjournalisten wegwijs te maken.

“We zien die vijf journalisten wel verschijnen”, had voorlichter Jolanda Bouwens vooraf nog gedacht, toen ze de bijeenkomst voorbereidde. “Het zijn er vijftig geworden”, stelt ze lachend. Haar collega Stavast: “Vijf jaar geleden kreeg ik nog nauwelijks vragen van de pers. Dat is nu wel anders.”

Maatwerk

De meest voor de hand liggende voordeur is de website van het Kadaster, waar via Mijn Kadaster twee belangrijke informatiebronnen 24/7 toegankelijk zijn: Kadaster-on-line (zoeken naar oa hypotheek, vastgoedaktes) en Kadata Internet (oa geaggregeerde en geografische data). Vandaar dat die twee bronnen centraal stonden tijdens workshops nummer twee en drie (zie onderaan een kort verslag). Voor specifieke vragen die een stapje verder gaan, biedt het Kadaster desgewenst individueel maatwerk, tegen een maatwerkprijs. Die trajecten lopen via de afdeling communicatie, benadrukt Jacques Vos, maar uiteindelijk komen de vragen bij hem en zijn collega’s terecht.

Hoewel het van belang is een gerichte zoekvraag te formuleren, is dat lang niet altijd zo eenvoudig. “Het is lastig om aan een black box een gerichte vraag te stellen, als je niet weet hoe het werkt”, verwoordt onderzoeksjournalist Brenno de Winter het. Waarom zou de Kadaster-data niet drempelloos toegankelijk worden, zodat je vrijelijk kunnen grasduinen in de gegevens zonder dat bij elke klik de kassa rinkelt? Buitenstaanders kunnen die data weer verder verrijken. “Een mooi voorbeeld vind ik OpenKvK, dat elke week een kopie maakt van de hele database van de Kamer van Koophandel. Er worden daar ook leuke dingen aan toegevoegd en de site is ook ’s nachts te bezoeken, als de KvK-site gesloten is.”

Voorlichters vragen bij een informatieverzoek al gauw naar de invalshoek van een artikel, maar journalisten zijn niet altijd erg geneigd om al te veel prijs te geven over hun lopende onderzoek. Voorlichter Stavast vertelt eens tegen een journalist gezegd te hebben dat ze gegevens niet kon leveren vanwege “de insteek”. De Winter: “Dat betekent dat de overheid zich met de inhoud van journalistieke artikelen bemoeit en daar is een woord voor…”

Maar volgens Stavast was daarvan geen sprake en ging het om een vraag die simpelweg niet beantwoord kón worden. Zo krijgen ze op de communicatie-afdeling geregeld het verzoek na te gaan hoeveel hypotheekschuld Nederlanders opgeteld hebben uitstaan. “Die komt bijna maandelijks binnen. Maar dat is voor ons niet na te gaan.” Reden: de bedragen die bij het Kadaster worden ingeschreven, liggen vaak hoger dan de werkelijk opgenomen hypotheek. En bovendien staat er ook niet bij hoeveel van de schuld intussen al is afgelost.

Wie denkt dat ie snel even een mooie scoop uit het Kadaster trekt, komt van een koude kermis thuis. Vasco van der Boon, betrokken bij het vermaarde vastgoedonderzoek van het Financieele Dagblad, benadrukt vanuit de zaal dat het vooral een kwestie van de lange adem is: “Het is niet zo dat je met één telefoontje of mailtje een fijne vastgoedfraude ontdekt dankzij het Kadaster. Je moet je vraag heel gericht stellen en dat levert soms een bouwsteen op. Bij iedere nieuwe fase van je onderzoek moet je je bedenken: wat willen we nou precies weten?” En de kosten? “We hebben er bij het FD inderdaad geld voor over. Het is best begrotelijk. Maar ik weet niet hoeveel precies. Gelukkig hoef ik die rekeningen niet zelf allemaal af te tekenen.”

Dit verslag is eerder verschenen op de website van de VVOJ. Daar staan ook nog twee korte verslagen van workshops bij het Kadaster.

Arno Kersten

Arno Kersten is webredacteur bij de VVOJ.

Alle artikelen van Arno Kersten op De Nieuwe Reporter.