Waarom is er geen Nederlandse Spotify voor de journalistiek?

All you can(‘t) read

‘Je verkoopt een product dat stervensduur is om te maken, dat maar eventjes mee gaat, dat eigenlijk niet eens van jou is, degene van wie het wel is wil het liever op een heel andere manier verkopen, en je wilt er maandelijks dezelfde abonnementsprijs voor hebben als voor het beluisteren van alle muziek van de wereld.’ Als u zich afvraagt waarom er in Nederland, ondanks een aantal jaren proberen, nog steeds geen Spotify voor journalistiek is: dit is het collectieve, licht somber stemmende antwoord van een aantal van de vijf partijen die er mee bezig zijn.

Vorige week was het, in ieder geval in uitgeverskringen, groot nieuws: het Amerikaanse bedrijfje Next Issue, een digitale kiosk a la Magworld en Tijdschrift.nl, kwam, tegelijk met een langverwachte iPad-app, op de markt met een ‘all you can eat’-abonnement. Voor 10 dollar kunnen Amerikanen nu een setje van 39 maandbladen lezen, voor 15 dollar krijgen ze er een aantal weekbladen bij. Doorbraak!

De gebruiksvriendelijkheid blijft nog wat achter, er is eerst allerlei gehannes met browsers en inloggen nodig voordat je aan het lezen kunt. En de bladen zijn niet ‘ontbundeld': abonnees krijgen PDF-magazines, geen setjes artikelen die gegroepeerd zijn op onderwerp, belangstelling of auteur, wat ze liever hebben- zie bijvoorbeeld het rapport ‘Digitaal verdienen’ van PWC. Maar het is Amerikaanse uitgevers toch maar mooi gelukt om via Next Issue een gezamenlijk product te lanceren met – en dat was de echte doorbraak – een voor digital natives (dat zijn mensen die bij papier aan de WC denken en uitsluitend op een scherm lezen) enigszins acceptabel prijspeil.

Nederlandse initiatieven

De Nederlandse uitgevers zijn zover nog niet, tot frustratie van de contenders die deze markt willen betreden. Over wie hebben we het? Elinea, dat onlangs nog400.000 euro seed money ophaalde. Breeve.me, dat zich wil onderscheiden op relevantie voor lezers, Yournalist en Myjour. En dan is er nog een club die ooit MyMagazine heette, nu door het leven gaat onder een naam die een beetje lijkt op het Engelse woord voor staafmixer, en het moet hebben van social recommendation: lees en koop wat je vrienden en BN’ers lezen en kopen.

In de meeste gevallen is hun business case: verkoop lezers een maandabonnement op artikelen (niet op kranten of bladen dus) die ze interessant vinden voor zo’n tien euro per maand – dezelfde prijs als Spotify.

Dat doen ze alleen nog niet, voornamelijk omdat Sanoma en De Persgroep, twee uitgevers die essentieel zijn om een groot aanbod van artikelen te kunnen leveren, niet staan te trappelen. En sommige andere uitgevers ook niet erg.

Te verwachten omzet

Uit onbegrip, mopperen de start-ups. Het gaat in potentie, blijkt uit een interpretatie van cijfers uit genoemd PWC-rapport, om een markt van zo’n 84 miljoen euro. Ruwweg 700.000 huishoudens zouden bereid zijn ongeveer 120 euro per jaar voor een ‘all you can eat’-abonnement te betalen.

Als de Spotify-achtige diensten de inkomsten verdelen op 70-30 basis (daar gaan de meesten ongeveer van uit) valt er voor uitgevers in de toekomst een kleine 60 miljoen euro deels gloednieuwe omzet te verdienen. Maar, zo klinkt het gemopper, de uitgevers willen hun kranten en bladen niet ‘ontbundeld’ aanbieden, omdat ze niet begrijpen dat lezers dat willen en ook niet dat ze er nieuwe doelgroepen mee kunnen bereiken.

Bezwaren van uitgevers

Zal allemaal wel, reageren de (grote) uitgevers, maar zulke diensten hollen onze bestaande abonnementen uit, en daar verdienen we veel meer mee. Waarom zouden lezers zich nog voor honderden euro’s per jaar op een krant of voor net iets minder op een digitale krant abonneren, als ze elders de krenten uit de pap voor veel minder kunnen lezen en alle paginavulling die kranten en bladen bevatten gewoon over kunnen slaan?

Als uitgevers zo’n service aan gaan bieden, dan doen ze dat liever zelf (zijn ook plannen voor, al gaat het niet van een leien dakje allemaal) in plaats van de klantgegevens en een flink deel van de omzet aan Spotify-wannabees te geven. Ze hebben hun advertenties al naar Google zien verdwijnen, hun communities naar Facebook, de laatste restjes omzet houden ze liever zelf.

Vandaar dus dat er niet veel schot in de zaak zit. Wat voor de betrokkenen vervelend is, en voor lezers ook, want die zien – al is het de vraag of ze inderdaad 10 euro gaan betalen: een stel snel verouderende artikelen kunnen lezen is nog weer iets anders dan (bijna) alle muziek van de wereld kunnen beluisteren – het zelf samenstellen van hun nieuwsaanbod wel zitten. Zie de immense populariteit van Flipboard en consorten, die lezers de mogelijkheid geven om hun gratis RSS- en social feeds op maat samen te stellen.

Enorme kosten

Is deze impasse te doorbreken? Het reilen en zeilen van Spotify, het rolmodel voor iedereen in Europa die content aan digital natives wil verkopen, is in dit verband illustratief. Want ja, het kan, maar het kost heel veel geld. Dit van oorsprong Zweedse bedrijf heeft nu zo’n 150 miljoen euro opgemaakt, en verliest nog immer tientallen miljoenen per jaar. Dat komt doordat de Zweden de rechten op muziek die ze via Spotify willen streamen simpelweg kopen, in plaats van de opbrengst van hun service met platenmaatschappijen (die trouwens ook aandelen hebben) te delen. Eerst afrekenen, dan verkopen, dat is natuurlijk een veel eenvoudiger discussie dan andersom.

Omgerekend naar Nederlandse verhoudingen is voor het recht op herpublicatie van actuele content van (grote) uitgevers zeker een paar miljoen nodig, schatten betrokkenen, en daarmee dient zich weer een nieuw probleem aan. Want dat geld is in principe wel beschikbaar, maar alleen bij Amerikaanse en Aziatische venture capitalists en private investors. Europeanen zijn blut, of verlaten subiet het pand als de term ‘investeren in media’ valt. Daar hebben de meesten geen goede ervaringen mee.

En op andere continenten is de interesse voor investeren in Europa heden sowieso niet zo groot, waar nog als probleem bij komt dat journalistieke content veel meer nationaal gebonden is dan bijvoorbeeld muziek of films. Internationale investeerders denken al snel aan een uitrol in op z’n minst heel Europa, en liever nog wereldwijd, en willen zich dan liever niet al te veel hoeven verdiepen in de specifieke eigenaardigheden van de Finse, Duitse, Nederlandse, Spaanse en Griekse mediamarkten.

Het is zeker niet uitgesloten dat met wat duw- en trekwerk en geduld dergelijke investeerders uiteindelijk gevonden worden. eLinea maakt daarop nog de grootste kans, al was een eerdere start van dit platform niet helemaal gelukkig. Omdat investeerders andere investeerders aantrekken, met name. Mocht het er van niet van komen, dan is het voor de consument wachten tot de neuzen van de gezamenlijke uitgevers dezelfde kant op staan (en belangrijker: ook langjarig blijven staan). Wellicht dat een van de start-ups dan nog aan kan schuiven als white label-dienstverlener, mits die in z’n pitch niet al te veel ingewikkelde termen als ‘semantische analyse’ gebruikt. Want daar doe je digibeten die producten gaan maken voor digital natives geen plezier mee.

Jan-Jaap Heij is journalist en wannabe-oprichter van De Nieuwe Pers. Dit artikel is gebaseerd op een achttal recente gesprekken met betrokkenen, die geen van allen enthousiast werden van het vooruitzicht dat hun naam in het stuk zou staan.

 

Jan-Jaap Heij –

Jan-Jaap Heij is journalist en oprichter van De Nieuwe Pers.

Alle artikelen van Jan-Jaap Heij op De Nieuwe Reporter.

  • Mark

    Angst voor kannibalisatie van papieren abonnementen is niet terecht, omdat die niet gebaseerd zijn op rationele gronden. Aldus http://www.denieuwereporter.nl/2012/07/waarom-lezers-juist-niet-massaal-hun-abonnement-opzeggen/

    Een journalistiek spotify zou dus wel degelijk een plus kunnen betekenen in de omzet van mediabedrijven.

  • Jan-Jaap Heij

    Dat het niet (helemaal) terecht is, wil niet zeggen dat die angst niet bestaat. Maar de redenering is voornamelijk: als het werkt, willen we liever al het geld dan 2/3 van het geld. Wat ook weer niet zo heel raar is natuurlijk.

    Punt is aleen dat zulke producten doorgaans beter worden als een derde ze lanceert in plaats van uitgevers zelf, want die krijgen (het kan kort duren of lang) uiteindelijk altijd ruzie met elkaar, net als platenmaatschappijen en filmstudio’s.

  • http://toendigitalemedianognieuwwaren.blogspot.com Jak Boumans

    OM er nog een paar te noemen:
    Yournews (1998) en Central Station (1996) (http://toendigitalemedianognieuwwaren.blogspot.nl/2012/04/spotify-voor-kranten-16-jaar-later.html). Van Central Station is de volledige documentatie nog beschikbaar.