Andrew Keen is net zo erg als Facebook

Uitgebreid mag schrijver Andrew Keen in de Volkskrant tekeer gaan tegen Facebook, als onderdeel van de promotietour voor zijn nieuwe boek. In veel opzichten staat zijn handelen gelijk aan dat van Facebook en de gebruikers. Of erger nog.

Vooropgesteld: ik vind Keen een aimabel mens, een geweldige schrijver en een verrijking voor de journalistiek. Maar ik vind Mark Zuckerberg ook een aardige jongen, een fantastische programmeur en ondernemer en een verrijking voor de economie. Ieder z’n specifieke kwaliteiten; Keen mislukte met internetondernemingen en begon toen met kritiek op degenen die succesvoller waren.

Cult of the Amateur

Andrew Keen opende in 2008 de ogen van velen met zijn prachtige tirade tegen web 2.0 in The Cult of the Amateur. Niet enkel inhoudelijk, maar vooral stilistisch is dit werk een hoogtepunt in de internetkritiek. In één klap werd Keen een instituut die de hele wereld over reist om te spreken en, steeds weer zijn zelfde verhaal af te steken.

Dit heeft recent geleid tot de publicatie van opvolger Digital Vertigo dat in Nederland zal verschijnen als De Digitale Afgrond. Opnieuw heeft Keen stilistisch fantastisch werk afgeleverd. Ook het culturele sausje, met een verwijzing naar de ‘vertigo’ als leitmotiv van Alfred Hitchcock, is passend. De kers op de taart van zijn kritiek. Alleen, die taart zelf is wat oudbakken.

Diepgang

Als zijn kritiek op Facebook is inmiddels ook door vele anderen geuit, en vaak beter gefundeerd en met meer diepgang.

Neem bijvoorbeeld Networks Without a Cause van Geert Lovink, een uitstekende kritiek op de sociale media. Alleen, Geert Lovink woont op een straal van vijf kilometer van de redactie van de Volkskrant, is onbekend en dus onbemind. Hij haalt wel de Frankfurter Algemeine, die westwaarts van ver het lekkers haalt. Keen heeft het niet nodig gevonden om zijn onderwerpen inhoudelijk te onderzoeken, Lovink wel. Dat spreekt tegenwoordig niet in je voordeel, weet ik zelf. Sprankelende meningen doen het beter dan gefundeerde analyse.

Marketing

Keen interviewde ik even ik afgelopen voorjaar en we wisselden e-mail uit. Dit leidde ertoe dat Keen me ongevraagd op een lijst van kennissen plaatste om p.r. te bedrijven voor zijn nieuwe boek dat ik in een pdf zomaar van hem kreeg. Heel kien.

Zo kreeg ik zijn hele reclametour toegezonden zodat ik wist waar Keen zou spreken en signeren. En dus verkopen, want dit is marketing. De roem, de inkomsten, het ongegeneerd uitmelken van aanzien verworven met een vorig boek om het sprekershonorarium op te schroeven; het is goed geregeld. Bovendien werkt Keen gratis voor online uitgave Techcrunch waar hij meedoet met het ‘gratismodel’ waar hij zo op afgeeft. En o ja, Keen is een fervent promotor van zichzelf op Twitter, en de eerste om dat toe te geven.

Waar kennen we al die ‘egocasting van? Bijvoorbeeld van Facebook. Keen vat het in het vraaggesprek met de Volkskrant bondig samen: ‘Facebook is gewoon een marketingbedrijf met een slim businessmodel.’ Dat is Keen zelf ook geworden, een marketingbedrijf met een slim businessmodel.

Uithangbord

Immers, Keen verspreidt zijn boek weliswaar niet gratis, maar het is toch vooral een uithangbord geworden voor Andrew Keen als goed betaalde spreker. Daar is niets mis mee volgens mij, maar wel de bekende pot die de ketel verwijt. Zijn kritiek die pagina’s en hoofdstukken lang als een – ofschoon stilistische weer prachtige – litanie op de lezers neerslaat en in het interview wordt samengevat , is daarmee gratuit.

Facebook maakt het immers mogelijk voor bijna 1 miljard mensen om zich te etaleren zoals de eminente schrijvers en filosofen die het fel bekritiseren zelf zo ijdel mogen doen in de traditionele media.

Facebook heb ik diepgaand onderzocht. Het dreigt te machtig en gevaarlijk te worden. Zozeer dat de Nederlandse overheid van Cap Gemini al het officiële advies kreeg om DigiD aan het Facebookidentificatie te koppelen. Dus is het betere om die macht niet nog groter te maken en niet of heel bescheiden aan Facebook deel te nemen. Hierna komt iets beters, hopelijk.

Maar het lijkt me onjuist als Andrew Keen gezien de gelijkenis met het optreden van Mark Zuckerberg als onze aanvoerder van het verzet te nemen. En al helemaal om hem zoveel promotieruimte te gunnen in de Volkskrant, louter omdat Keen een grote naam is die beschikbaar is voor de Amerikaanse correspondent.

Peter Olsthoorn schreef De Macht van Facebook dat binnenkort ook in een Engelse vertaling zal verschijnen.

Peter Olsthoorn

Peter Olsthoorn (1960) is journalist sinds 1978 voor achtereenvolgens, lokale, regionale en landelijke kranten, later ook voor vak- en managementbladen in Nederland, Duitsland en de VS, sporadisch ook voor radio en tv, onder meer vanuit Oost-Europa tijdens de omwentelingen. Van 1995 tot eind 2007 maakte hij mede Planet Multimedia en schreef in 1997 'Intranet & Internet'. In 2000 richtte hij Netkwesties op (nu met weblog) en in 2007 Leugens.nl. Olsthoorn was voorzitter van de NVJ-sectie Internet en lid van de Raad voor de Journalistiek.

Alle artikelen van Peter Olsthoorn op De Nieuwe Reporter.

  • Tom

    Interessante kijk.
    Laatst op een conferentie deze man zien praten en hoe monomaan hij afgeschilderd lijkt te worden op het internet, zo evenwichtig leek hij daar. Hij heeft inderdaad veel kritiek op het internet en sociale media, met name de manier waarop iedereen om aandacht schreeuwt om zichzelf te promoten, maar hij geeft hierbij ook aan dat hijzelf als schrijver niet anders kan. Hij omarmt de techniek die hij ‘haat’ om zijn mening er over (en zijn boek) te verspreiden. Eerder pragmatisch dan schijnheilig.
    Interessant vond ik toen ik hem live hoorde dat hij niet perse alles slecht leek te vinden, maar dat hij eerder een tegengeluid lied horen tegen een soort onoverdacht positivisme dat hij zag bij nieuwe platformen / technieken. Stof tot nadenken dus.