250px-Gelderlander_Arnhem

Door sluiting regiokantoren is contact met de lezer niet meer vanzelfsprekend

Uitgevers van regionale dagbladen zoeken naarstig naar allerhande manieren om te bezuinigen. Een aantal hoofdredacteuren koos er de afgelopen jaren voor om enkele of alle buitenkantoren te sluiten. Maar welke gevolgen heeft dat voor de werkwijze van de verslaggevers van de regionale krant? En wat betekent dit voor het contact met de lezer? Judith Witmer deed hier onderzoek naar.

In mijn onderzoek naar de sluiting van buitenkantoren, heb ik me geconcentreerd op de regionale dagbladen in het noorden en oosten van Nederland. Bij drie van die kranten is sprake van sluitingen van buitenkantoren:

  • De Leeuwarder Courant (NDC Medigroep)
  • Dagblad van het Noorden (NDC Mediagroep)
  • De Gelderlander (Wegener)

Bij twee kranten is dit niet aan de orde:

  • De Stentor (Wegener)
  • Twentsche Courant Tubantia (Wegener)

Voor het onderzoek heb ik journalisten van de regiokantoren geïnterviewd over hun nieuwe werkwijzen en de relatie met de lezer. Daarnaast interviewde ik hoofdredacteuren over het hoe en waarom van de sluiten van buitenkantoren.

Sluitende kantoren

De NDC Mediagroep besloot om in 2009 het aantal buitenkantoren rigoureus terug te brengen. Bij Dagblad van het Noorden werden halverwege 2009 vijf van de negen buitenposten gesloten (Groningen stad, Delfzijl, Veendam, Hoogezand en Leek). Het Groningse stadskantoor vertrok zodoende uit het centrum en trok in bij de centrale redactie aan de ring van Groningen. Hoofdredacteur Pieter Sijpersma besloot Winschoten, Assen, Emmen en Hoogeveen wel open te houden.

Bij De Leeuwarder Courant zijn inmiddels alle buitenkantoren gesloten. Alle regioverslaggevers werken nu vanuit het hoofdkantoor in Leeuwarden.

Ook bij uitgever Wegener moest er bezuinigd worden, maar niet alle titels besloten dit af te wentelen op de buitenkantoren. De hoofdredactie van De Gelderlander besloot vier van de negen kantoren te sluiten. Deze bevonden zich in Winterswijk, Boxmeer, Zevenaar en Elst. Hoofdredacteur Kees Pijnappels zette deze regioverslaggevers aan tot het zogenoemde ‘nieuwe werken’. Ze werden omgedoopt tot moderne journalisten (mojo). Mojo’s werken vanuit huis of op openbare plekken zoals bibliotheken, dorpshuizen en buurtcafés.

De overige dagbladen van Wegener in Noordoost-Nederland (De Twentsche Courant Tubantia en De Stentor) hebben slechts zeer incidenteel kantoren gesloten, maar nooit uit bezuinigingsnoodzaak.

De Twentsche Courant Tubantia sloot in 2001 het kantoor in Winterswijk in verband met een samenwerking met De Gelderlander in de Achterhoek. Ook ging het kantoor in Haaksbergen in 2007 op slot, omdat het werd samengevoegd met het Enschedese kantoor. Dat kantoor ging op zijn beurt in februari 2011 dicht en sindsdien werken de Enschedese stadsverslaggevers vanuit het hoofdkantoor in Enschede.

Hoofdredacteur Alex Engbers van De Stentor heeft alleen de buitenpost Lochem gesloten. De journalisten die daar werkten, opereren nu vanuit Zutphen.

De visie van hoofdredacteuren

De hoofdredacteuren van de betreffende kranten in hebben uiteenlopende visies op hun genomen beslissingen. Pieter Sijpersma van Dagblad van het Noorden geeft volmondig toe dat de serie sluitingen bij zijn krant puur een bezuinigingsnoodzaak was, opgelegd door de directie van de krant. Sijpersma: “Als hoofdredacteur wordt je voor keuzes gesteld en dan kies ik altijd voor de redactie. Liever minder gebouwen, dan minder redacteuren zeg ik altijd.”

Hoofdredacteur Hans Snijder – verantwoordelijk voor de sluiting van de laatste buitenpost van de Leeuwarder Courant, in Heerenveen – is een andere visie toegedaan. Hij is ervan overtuigd dat de bundeling van redacteuren op één locatie, ten goede komt aan de krant. “Ik geloof in de kracht van een centrale redactie. Dat je elkaar kunt inspireren. Dat je veel contact hebt met elkaar. En dat ook de deelredacties contact met elkaar hebben.” Volgens Snijder lag Leeuwarden geografisch gezien ook voor de hand. Hij benadrukt dat een dergelijk concept in bijvoorbeeld Noord-Brabant niet zal werken, vanwege het uitgestrektere gebied.

Kees Pijnappels van De Gelderlander sloeg met zijn moderne journalisten (mojo’s) een heel andere weg in. Hij gelooft dat de functie van het regiokantoor allang niet meer is wat het ooit was. Regioverslaggevers kunnen volgens Pijnappels, dankzij de moderne technologie, op elke plek werken. Pijnappels over de voortgang van de werkwijze: “Voor dit moment ben ik wel tevreden over hoe het gaat. Er zijn nog wel een aantal vervolgstappen te maken. De relatie met de lezer kan intensiever. Je moet herkenbaar en aanwezig zijn en ook laten weten waar je te vinden bent, bijvoorbeeld in een bibliotheek op een bepaalde middag.”

Alex Engbers van De Stentor koos bewust voor het openhouden van buitenkantoren en wil geen verslaggevers vanuit huis laten werken. “Ik geloof dat de collega’s samen moeten komen op een buitenkantoor, dus niet vanuit huis werken. Samen komen ze verder. Naast elkaar werken. Even met je collega overleggen. Broederlijk. Dat lukt niet als je vanuit huis werkt.” Volgens Engbers moet er wel ruimte zijn om even thuis iets af te maken, maar is het kantoor de basis.

Ook André Vis van De Twentsche Courant Tubantia koos bewust voor het openhouden van kantoren. Behalve dat het effectiever werkt voor de journalist, speelt erkenning voor de lezers in het gebied een rol. Vis: “Het heeft ook een bepaalde functie voor de lezer zelf. De lezer die weet dat zijn editie gemaakt wordt in een pand dat in zijn gebied zit. Die zal toch denken: hé, ze besteden daadwerkelijk aandacht aan mij. Dus ik doe er toe, want anders waren ze ook wel allemaal in Enschede gaan zitten.”

Ervaringen van journalisten

Om erachter te komen wat het sluiten van buitenkantoren voor gevolgen heeft voor de werkwijzen van regionale verslaggevers, interviewde ik journalisten van De Leeuwarder Courant en Dagblad van het Noorden en moderne journalisten (mojo’s) van De Gelderlander. Allen hadden te maken gekregen met het sluiten van het regiokantoor waar ze werkzaam waren.

De meningen over de sluitingen verschillen sterk. Een aantal verslaggevers hecht nog steeds veel waarde aan het inmiddels gesloten kantoor. In hun ogen heeft een buitenkantoor een belangrijke functie voor de lezer en de journalist. Verslaggever Louis van Kelckhoven van Dagblad van het Noorden: “De mensen lopen binnen met tips, verhalen, reacties of zomaar even voor een kop koffie en op zo’n manier zit je echt middenin in een samenleving. En je hebt dan ook altijd het goede gebruik dat je dan ’s morgens even een krant voor het raam hangt. Ja, die staan ook mensen te lezen. Dus op die manier sta je toch eigenlijk middenin een samenleving.” Volgens Van Kelckhoven geven de sluitingen een verkeerd signaal aan de lezers.

Het grootste deel van de geïnterviewde verslaggevers erkent echter dat het kantoor al lang niet meer een aanloopfunctie had; er kwamen bijna nooit meer lezers binnen op het kantoor. Volgens mojo Sjoerd van der Werf van De Gelderlander ligt dit vooral aan de uitstraling van de kantoren: “Het is een beetje de kip of het ei. Als je zorgt dat je kantoor van karakter verandert, dan zie je het aantal bezoekers teruglopen.”

Volgens veel journalisten hangen de gevolgen van de sluitingen samen met een aantal andere maatregelen van de afgelopen jaren, zoals bijvoorbeeld de indikking van het editiestelsel. Deze hebben samen duidelijk gevolgen voor de berichtgeving in de krant. Verslaggever Erwin Boers van de Leeuwarder Courant: “Onze drempel is gewoon omhoog gegaan de afgelopen jaren. Kleiner nieuws haalt minder snel de krant dan vroeger, dat staat los van het feit dat we het kantoor hebben gesloten, maar ook gewoon in het algemeen zijn wij hoogdrempeliger geworden.”

Werkwijze

Ondanks de uiteenlopende meningen is één ding zeker. De werkwijze van alle verhuisde verslaggevers is veranderd. Zij moeten elke dag moeite doen om hun stad of gebied in te trekken, omdat dit nu niet meer vanzelfsprekend is. Zo gaan verslaggevers naar de weekmarkt in Delfzijl, doen boodschappen in Hoogezand en touren met hun auto door Drenthe. Dit wordt veelal rondom interviewafspraken gepland.

De verslaggevers geven aan dat kleine klussen sneller telefonisch worden afgedaan. Volgens verslaggever Frank von Hebel van Dagblad van het Noorden worden de verhalen hierdoor wel kwalitatief minder: “Als je in de stad bent, is het even snel makkelijker om ergens naartoe te gaan. En ja, je weet het wel: als je ergens bent dan krijg je altijd een beter verhaal dan als je er niet naartoe gaat.”

Voor de mojo’s van De Gelderlander is de werkwijze veelal hetzelfde gebleven. De drempel lijkt zelfs lager te zijn geworden. Veel lezers, vooral in het actieve circuit van de dorpen, weten de journalisten altijd wel te vinden. Sjoerd van der Werf, mojo in Winterswijk: “Wij werken al jarenlang in dit gebied. Een heleboel mensen weten ons wel te vinden. Je bent een beetje het gezicht van de krant, ondanks het feit dat ze niet precies weten of je in Aalten of in Lichtenvoorde woont. Maar ze weten dat je in de oostelijke Achterhoek bij die moet zijn.” Beide mojo’s erkennen dat de huidige werksituatie lastiger is voor nieuwe journalisten, die nog geen contacten in het gebied hebben.

Aanbevelingen

Uit mijn onderzoek blijkt dat lezers nauwelijks vanuit zichzelf naar journalisten toe komen. Als regionale kranten uit de steden en dorpen wegtrekken, is er meer initiatief van de verslaggevers nodig om de drempel laag te houden en interactie en bekendheid te genereren. Het gevaar daarvan is dat de journalist alleen nog contact heeft met zijn bestaande netwerk.

Regiojournalisten zullen daarom moeten zoeken naar andere manieren om hun netwerk uit te breiden. Ik raad daarom aan om korte bezoeken te vervangen door het oppakken van kleinere verhalen, die nu veelal telefonisch worden afgedaan om zo contact met de lezer te houden.

Dit onderzoek is een eerste indicatie van de gevolgen van de sluitende kantoren. Er moet beter onderzocht worden wat de rol van nieuwe media in deze situatie is en in hoeverre zij kunnen bijdragen aan het contact met de lezer. Vooral omdat deze communicatie door veel hoofdredacteuren en directies als argument wordt opgevoerd voor de sluitingen.

Terug het stadscentrum in

Ondanks de opkomst van nieuwe media ondernemen De Twentsche Courant Tubantia en Dagblad van het Noorden, tegen de huidige trend in, nieuwe initiatieven voor de vestigingslocatie van hun redacties. Beide hoofdredacteuren willen zich weer laten zien in stadscentra.

De Twentsche Courant Tubantia wil met de stadsredactie Enschede weer het centrum van de stad in. André Vis meent dat dit vooral vanuit marketingperspectief interessant is. “Alleen maar redacteuren aan een bureau neerzetten en zeggen van: dan zitten ze in de binnenstad. Dat vind ik op zich onvoldoende om te zeggen dat het de investering waard is. Wij proberen er nu echt veel meer uitstraling aan het pand te geven. Er zit dus een horecaruimte bij waar we ook onze debatten zullen houden. Mensen kunnen zo binnenlopen en eventueel ook op de redactie, waar ze dingen kunnen laten zien. Je kunt er veel meer mee doen.”

Hoofdredacteur Pieter Sijpersma van Dagblad van het Noorden heeft plannen om met het hele hoofdkantoor, inclusief de stadsredactie Groningen, weer de binnenstad van Groningen in te gaan. Sijpersma weet zeker dat dit een goede stap is voor de krant: “Het is een softe factor en toch ben ik ervan overtuigd dat het zich met harde munt terugbetaalt. Maar ik kan het niet in cijfers vangen.”

Judith Witmer behaalde in juni 2012 haar Bachelor Journalistiek aan de Christelijke Hogeschool Windesheim Zwolle. Dit artikel is gebaseerd op haar afstudeeronderzoek ‘Verhuisbericht – De sluitende buitenkantoren van regionale dagbladen’.

2 reacties

  1. Ik denk dat de verschillen hem ook zitten in bedrijfscultuur. Ik heb bij het Eindhovens Dagblad gewerkt (kantoor in de binnenstad van Eindhoven), waar het kantoor de basis is. Daar kom je ‘s ochtends even voor 9 binnen om dan stipt te beginnen aan de ochtendvergadering. Het gebeurt al jaren zo, dus thuiswerken wordt vaak niet gewaardeerd en is ook niet handig, omdat de middelen om op afstand goed met elkaar te communiceren (bijvoorbeeld Google Talk oid) niet op de hele redactie gemeengoed zijn.

    Momenteel werk ik bij Dichtbij.nl. In Brabant houdt de redactie kantoor samen met de sales-afdeling. Op maandagen komen de redacteuren naar kantoor, de rest van de dagen wordt over het algemeen op locatie gewerkt. Dat werkt prima, want je zit met een groep jonge mensen die gewend zijn te communiceren via Twitter, Facebook, Google Talk en noem maar op.

    Ik kan ook prima met een collega overleggen over een stuk of brainen over een onderwerp via die middelen. De verbindende factor die een kantoor heeft is wel belangrijk, maar het heeft voor een groot deel ook met de mindset van de journalisten te maken.

    Collega Jaap den Ouden schreef onlangs nog een aardig stuk over ‘het kantoor’ en de noodzaak ervan.

  2. Geert Wilkens schreef op 8 september 2012 om 13:43

    En het gaat natuurlijk niet alleen om de sluiting van de regiokantoren bij dagbladen; ook de medewerkers van lokale huis-aan-huis-bladen en nieuwsbladen worden gedupeerd; vooral zij dienen vanuit de haarvaten in de samenleving te opereren, oftewel ‘as local as possible.’ Dat betekent ook dat je je lezers, en adverteerders, gelegenheid moet bieden hun nieuws en advertenties ‘om de hoek te brengen.’

    Overigens vraag ik mij wel af of het echt een beslissing van de hoofdredactie is geweest; Pieter geeft het al aan: ‘een bezuinigingsmaatregel, opgelegd door de directie.’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>