Peilingen en de media (4)

Ideeën voor genuanceerder peilingnieuws

Tijdens verkiezingen is er steeds weer kritiek op de manier waarop media berichten over peilingen. Maar hoe zou het dan beter kunnen? Marleen Zachte van Peilloos.nl doet een aantal suggesties om de berichtgeving over peilingen te verbeteren.

Het is met alle analyses over wat de kiezer bedoeld heeft moeilijk voorstelbaar, maar waarom een kiezer stemt zoals hij stemt, weet niemand. Sommigen lezen partijprogramma’s, anderen volgen de keuze van hun ouders en weer anderen kiezen de lijsttrekker met het lekkerste kontje. Uiteindelijk wordt die keuze door meerdere factoren bepaald en dat bemoeilijkt het vaststellen van het effect van peilingen. Kiezers ernaar vragen geeft een indicatie, maar niet meer dan dat. Denk aan de antwoorden op de vraag hoeveel invloed reclame heeft.

Bovendien vindt beïnvloeding grotendeels indirect plaats. Wie mee mag doen aan debatten wordt mede bepaald door de peilingen, net als wie wordt uitgenodigd in praatprogramma’s en welke vragen hem worden gesteld. Wanneer in een nameting van TNS NIPO, dat stemmotieven onder deelnemers aan de slotpeiling onderzocht, 12% aangeeft dat peilingen in sterke mate medebepalend waren, kunnen we dan ook rustig aannemen dat het totaal aantal kiezers waarop de peilingen enige invloed hadden, vele malen hoger ligt.

Zorgvuldige berichtgeving over peilingen

Het is om die reden dat politicologen er zo op hameren dat de berichtgeving over peilingen zorgvuldig moet zijn. En het is ook om die reden dat de pers die oproep serieus dient te nemen. Kiezers worden overspoeld met peilingen, door meer structuur aan te brengen in de berichtgeving kan de pers in die woelige wereld voor enige rust zorgen.

Even zoeken in een krantenarchief laat zien dat de discussie niet nieuw is. Hij werd gevoerd in 2010, 2006, 2003 en ook al daarvoor. Zo schreef NRC Handelsblad op 7 mei 1994:

Brandpunt 1 mei 1994: 40 procent van de kiezers weet nog niet op welke partij men zijn stem zal uitbrengen. In dezelfde uitzending van Brandpunt vindt het gesprek plaats tussen Fons de Poel en lijsttrekker Brinkman van het CDA. Inhoud van het gesprek: Incidenten, campagne, ‘gekissebis’ en peilingen. Zelden verschaften de media de kiezer zo weinig informatie over standpunten van politici en partijprogramma’s. Zelden werden zoveel irrelevante, maar sappige scènes aan de kiezer voorgeschoteld. Het is dan ook geen wonder dat kiezers gaan zweven als de media hen zo weinig meegeven om zich aan vast te houden.

Inmiddels zijn we negentien verkiezingen verder, waarvan zes voor de Tweede Kamer. Zowel bij peilingbureaus als in de pers is in die jaren vooruitgang geboekt. En ook dit jaar zijn er weer stapjes gezet. Zo worden persberichten door peilingbureaus vaker zorgvuldig geformuleerd en nadat TNS NIPO al langer cijfers over steekproefomvang en onzekerheidsmarges publiceerde, zal Ipsos Synovate dat voortaan ook bij elke peiling doen.

De Stemming verscheen, die in de presentatie wekelijks goed laat zien hoe kiezers nog twijfelen tussen partijen en de Peilingwijzer maakt de grote lijnen zichtbaar door gewogen gemiddelden van alle peilingen te brengen.

Verbetering in de media is zichtbaar

Ook in de pers is verbetering zichtbaar. Het toevoegen van disclaimers over foutmarges was een stap in de goede richting en peilingen worden steeds vaker naast elkaar genoemd. Maar het zijn kleine stapjes en het is de vraag of kiezers nu echt optimaal geïnformeerd worden. Politicologen verwijzen graag naar het beleid van de New York Times, of de Peiling checklist van het CBS  met vragen die iedereen die over peilingen schrijft zou moeten stellen.

De laatste werd in 2010 voor het eerst opgesteld en is vooral handig om kritisch te kijken naar marktonderzoeken. Maar praktisch advies voor het omgaan met opiniepeilingen staan er niet in. Daarom hier een poging daartoe, met als uitgangspunt de vraag wat kiezers over peilingen zouden moeten weten maar zich vaak niet realiseren.

Peilingen voorspellen de uitslag niet

Peilingen geven aan hoe de politieke verhoudingen onder de bevolking liggen op het moment van de peiling. Ze zeggen niets over hoe mensen later zullen stemmen en zelfs niets over hoe mensen op dat moment zouden stemmen. Zinnen die beginnen met “Als er vandaag verkiezingen zouden zijn” of “De zetelverdeling zou er vandaag als volgt uitzien” doen geen recht aan de waarheid.

Afzonderlijke peilingen zijn momentopnames; een reeks peilingen maakt trends zichtbaar. Door foutmarges en meetonnauwkeurigheid zijn kleine verschuivingen tussen twee peildata niet significant. Dat geldt voor een enkele zetel verschil, maar bij grote partijen ook voor twee en mogelijk zelfs voor drie zetels.

Een wijziging verdient eigenlijk pas aandacht wanneer hij groter is, of wanneer hij over meerdere weken doorzet. In het meeste peilingnieuws worden tabellen met alle wijzigingen getoond. Daardoor is het niet nodig in de begeleidende tekst elke nieuwe of verloren zetel op te sommen. Meldt het pas wanneer een partij bijvoorbeeld drie weken achter elkaar een zetel verliest. En gebruik als het even kan beeldmateriaal dat de ontwikkeling over meerdere peilingen laat zien. Niets relativeert zo goed als een grafiek waarin een partij continu tussen twee en drie zetels wisselt.

Niemand weet wie het beste is

Helaas is geen enkele peiling aantoonbaar betrouwbaarder dan de rest. Betrouwbaarheid is hoe dan ook een twijfelachtig begrip bij peilingen, omdat eigenlijk alleen de slotpeilingen getoetst kunnen worden aan de einduitslag. En zoals we dit jaar ook zagen kan er binnen een dag nog zoveel gebeuren dat zelfs dat moeilijk is.

We weten dus nooit welke peiling het dichtst bij de waarheid komt. Het is daarom goed om in peilingnieuws te benadrukken dat cijfers afkomstig zijn van een specifiek bureau. Een kop als “Partij X grootste partij” is niet op zijn plaats wanneer partij X niet in alle peilingen bovenaan staat.

“Politieke Barometer: VVD aan kop,” laat duidelijker zien dat andere peilingen mogelijk een andere partij bovenaan hebben staan. Door daar melding van te maken worden afzonderlijke peilingen gerelativeerd, een goed signaal naar de kiezers. Om die reden zou eigenlijk in elk bericht over peilingen standaard een grafiek of tabel met een overzicht van alle peilers moeten staan.

Elk bureau heeft zijn eigen curve

Elk bureau dat peilingen publiceert hanteert zijn eigen methode en ook de selectie van de mensen die ondervraagd worden verschilt.  Als gevolg daarvan kan een bepaalde partij standaard bij de ene peiler lager scoren dan bij een andere. Zetelaantallen van die twee peilers vergelijken heeft dan ook alleen zin wanneer van beide ook verschillen met eerdere peilingen worden genoemd.

Vergelijk in de duidende tekst alleen peilingen met elkaar wanneer er iets te melden valt. Een zin als “Het CDA staat nu op 13 zetels, bij peiler Y zijn dat er 14” wekt de schijn van nuance, maar zegt eigenlijk niets. Wel informatief zijn zinnen als “Het CDA daalt al drie weken, een ontwikkeling die ook andere peilers waarnemen” of “Het CDA stijgt in de Politieke Barometer al drie weken, terwijl  de partij bij TNS NIPO  daalt.”

Mensen wikken en wegen

Een peiling spoort deelnemers aan te kiezen, ook wanneer zij nog tussen meerdere partijen twijfelen. En peilingen doen vaak stellig uitspraken over ‘de kiezers’. Terwijl het enige wat we echt zeker weten is dat hun cijfers iets zeggen over de mensen die meewerkten aan die specifieke peiling.

Zinnen met “x procent stemt op” of “x procent kiest voor” moeten eigenlijk vermeden worden. Gebruik liever formuleringen waaruit blijkt dat veel mensen nog geen keuze hebben gemaakt, zoals “X procent neigt naar”, “denkt aan” of “overweegt”.

Overigens: wikken en wegen wijst niet per definitie op besluiteloosheid. De kans is groot dat mensen gewoon nog niet besloten hebben omdat ze eerst meer informatie willen voor ze de knoop doorhakken. Aansluitend daarop:

Veel mensen besluiten laat

Voor de ontzuiling lagen partijvoorkeuren min of meer vast; tegenwoordig is slechts een deel van de kiezers trouw aan een partij. De rest wisselt tussen enkele met elkaar verwante partijen, waarbij afhankelijk van actuele ontwikkelingen wisselende onderwerpen de doorslag kunnen geven. Volgens de eerder genoemde nameting van TNS NIPO stond bij slechts 34% van de kiezers de keuze al lang vast, 66% twijfelde lang, waarvan 20% zelfs tot op de laatste dag. En dat zijn percentages. Omgerekend waren twee weken voor de verkiezingen nog 75 zetels oningevuld, twee dagen voor de verkiezingen nog 50 zetels en een dag voor de verkiezingen nog 30 zetels.

 

Er wordt veel gesproken en geschreven over zwevende kiezers alsof het een verwerpelijk fenomeen is. Het idee dat kiezers niet zouden weten wat ze willen ontaardt dan al snel in het idee dat kiezers incompetent zijn. Met commentaar als “Ze doen maar wat” en “De peilingen draaien door” tot gevolg. Zelden verschijnen er jubelverhalen over kiezers die niet uit gewoonte stemmen, maar die in plaats daarvan een serieuze afweging maken alvorens te kiezen. Lees vooral het onderzoek “Kieskeurige kiezers” dat begin dit jaar werd gepubliceerd door politicologen van de UvA. Zwevende kiezer zijn geen losers, maar moderne, geïnformeerde burgers, die niet over een nacht ijs gaan.

Let op de weet-niets en de zeg-ik-niets

Sommige vragen worden alleen gesteld aan mensen die een partijkeuze opgeven. Logisch, want wie ‘het nog niet weet’ kan ook niet aangeven hoe zeker hij van zijn keuze is. In de berichtgeving leidt dat al snel tot misverstanden. Soms wordt bijvoorbeeld netjes gemeld: “30% heeft nog geen keuze gemaakt, van de overige kiezers is 45% zeker van zijn keuze”. Maar, hoeveel mensen twijfelen er dan nog?

Veel lezers of kijkers zullen onthouden dat 45% het al weet en dat de overige 55% nog twijfelt. Terwijl de groep twijfelaars eigenlijk veel groter is. Die 55% maakt namelijk deel uit van de 70% die al een keuze heeft gemaakt. Omgerekend naar alle ondervraagden is dat 38,5%. Tellen we daar de weet-niets en zeg-ik-niets bij op – die waarschijnlijk merendeels ook nog twijfelen – dan komt het totaal op 38,5% + 30% oftewel 68,5% kiezers die nog niet gekozen hebben of nog van mening kunnen veranderen.

En dit is geen absurd rekenvoorbeeld, maandenlang was niet meer dan een derde van deelnemers aan peilingen zeker van zijn keuze. Pas een week voor de verkiezingen steeg dit iets, maar kwam het nog niet boven de 40% uit.

Disclaimers hebben consequenties

Zoals gezegd was het toevoegen van disclaimers over foutmarges dit jaar een verbetering in het peilingnieuws. Ze zijn alleen weinig zinvol wanneer in de bijbehorende berichtgeving vergeten wordt wat ze betekenen. Zo doken in de laatste week voor de verkiezingen berichten op dat de PvdA de VVD op een zetel na genaderd was.

Maar met een foutmarge van twee zetels is zo’n stelling niet hard te maken. Zelfs wanneer in een peiling twee partijen evenveel zetels hebben, is niet te zeggen dat ze even groot zijn. Die foutmarge van twee zetels geldt immers voor beide partijen, die daarmee eigenlijk beide op 28 à 32 zetels staan. Die wetenschap maakt schrijven over peilingen lastig, maar omdat het lastig is maar negeren hoe het werkelijk zit, is ook geen oplossing.

Waarschijnlijk evalueren nieuwsredacties nu de verkiezingen voorbij zijn hoe zij met het verkiezingsnieuws zijn omgegaan en komen daarbij ook de peilingen aan bod. Het zou mooi zijn wanneer ze op basis daarvan richtlijnen formuleren die leiden tot meer nuance en duiding.

Bijsluiter voor peilingen

Misschien moeten we eens nadenken over een bijsluiter voor peilingen, die daarbij hulp kan bieden. Daarin zou per peiling informatie kunnen staan over de omvang van een peiling, de samenstelling van het panel, foutmarges, het percentage deelnemers dat nog geen keuze heeft gemaakt en het percentage dat zeker is van zijn keuze. Het zou me niet verbazen wanneer een aantal peilingbureaus bereid is mee te werken aan het opzetten van zo’n bijsluiter.

En laten we voortaan zodra nieuwe verkiezingen uitgeschreven worden een nationale peilingopfriscursus organiseren, zodat iedereen weer even weet hoe het ook alweer moet. Bijvoorbeeld in de vorm van een symposium waar politicologen, peilers en journalisten informatie uitwisselen over hoe peilingen tot stand komen en hoe die informatie het beste kan worden overgebracht aan de kiezers. Koppel daaraan een minicursus Zo werken peilingen op tv, bijvoorbeeld als onderdeel van de DWDD University en het zou zo maar mogelijk kunnen zijn om met minder metadiscussie de verkiezingen te halen.

 Lees ook
Andere artikelen over peilingen en de media op DNR.

Marleen Zachte –

Marleen Zachte volgt sinds eind mei van dit jaar de peilingen en de wijze waarop over peilingen bericht wordt in de media op Peilloos.nl.

Alle artikelen van Marleen Zachte op De Nieuwe Reporter.

  • Richard Stekelenburg

    Volgens mij kan het veel simpeler: zet ze onder de horoscooprubriek.

  • Paul Disco

    Ik denk dat het vrij rustig zal zijn bij een dergelijke cursussen en symposia. Als journalisten hadden willen weten hoe het exact zit, hadden zij zich er vast allang in verdiept.

    De Volkskrant, bijvoorbeeld, publiceerde op 26 augustus ‘PvdA wint in peiling (2 zetels), SP zakt een zetel’. Het totaal van het artikel komt uit op 150 zetels, maar de helft van de kiezers weet nog niet weet wat te stemmen. Moet daar dan niet staan dat de PvdA 1 zetel wint, de SP een halve verliest, en dat 75 zetels nog open staan?
    http://www.volkskrant.nl/vk/nl/10637/VK-Dossier-Verkiezingen-van-2012/article/detail/3306452/2012/08/26/PvdA-wint-in-peiling-SP-zakt-een-zetel.dhtml