Picnic ’12

Internet, journalisten hebben het er maar druk mee

Wisdom of the crowds, datajournalism, crisis mapping, het zijn begrippen waar je heden ten dage iets mee moet als journalist. Tenminste als je de dames en heren mag geloven die gisteren, 17 september tijdens Picnic ’12 spraken over ‘Maps, the Power of the Crowd and Big Data’. Een middag opgedeeld in sessies die nauw aansloten bij het hoofdthema van Picnic dit jaar: New Ownership: the shift from top down to bottom up.

De grote omslag voor de journalistiek die door internet inmiddels gemeengoed is geworden zou je kort en krachtig kunnen omschrijven als: het volk brengt nu de data, de informatie, zelf naar de massa. Een taak die vroeger slechts voor de journalistiek en de media was weggelegd. Sterker nog: de massa, het volk dus, is zelf de media geworden. Is er in deze moderne wereld nog wel een taak weggelegd voor de journalist?

Sessie: The changin society and media ownership

Charlie Beckett (LSE Polis) en David Clinch (Storyful) trapten af met een korte lezing over hun werk en visie.

Volgens Beckett moeten we als we het over ownership hebben vooral kijken naar een grote spelers zoals Mark Zuckerberg van Facebook, want dat is immers een van de grootste platforms voor het publiceren en distribueren van nieuws. Maar let ook op nieuwe spelers die via YouTube en andere sociale netwerken publiceren. Door deze verschuiving in ownership verschuift ook definitie van wat journalistiek inhoudt.

In een sheet verwelkomde Beckett onze nieuwe wereld vol onzekerheid en complexiteit. Voor moderne nieuwsmedia definieerde hij de volgende moderne skills: merk, reputatie, vakmanschap en relaties. Toegang tot het nieuws heeft iedereen, de tweets vliegen je immers om de oren, maar de toegevoegde waarde zit hem in de skills, het nieuwe vakmanschap.

Storyful

David Clinch heeft heel concreet zo’n nieuwe nieuwsorganisatie opgebouwd rondom de sociale media: Storyful. Zoals hij het zelf zegt: “a newsagency for the social media age”. Het sociale web als bron en stelt zichzelf daarbij een 3-tal belangrijke vragen bij het maken van nieuws:

  1. is het echt waar? (Clinch hamerde op het volgen van traditionele journalistieke regels)
  2. besef dat er altijd iemand dichter bij het verhaal zit en eigenaar van die content zal zijn, hoe identificeer en verifieer ik deze persoon en de content?
  3. hoe maken wij er geld mee?

En om aan dat laatste punt direct toe te voegen dat – natuurlijk – niet alles geld oplevert. Storyful werkt samen met o.a. Google om binnen Google Nieuws en op YouTube op specifieke kanalen gefactcheckte content te kunnen aanleveren (zie YouTube Politics).

Facebook en Twitter is noodzakelijk om nieuwe journalistiek te kunnen bedrijven. Volgens Clinch kunnen alleen met journalistieke skills deze nieuwe platforms betrouwbaar worden als nieuws-platforms. Daar is de human check van journalisten voor nodig, zo betoogde hij.

Kortom, Clinch is positief. Journalistiek is filtering, is gatekeeping. En dus blijvend noodzakelijk en meer dan ooit tevoren omdat de hoeveelheid beschikbare data enorm is toegenomen.

Clinch liet de term geotagging vallen. Een term die deze middag nog vaker viel. Volgens hem moet al het nieuws heden ten dage gekoppeld worden, niet alleen aan een tijd en een plaats, maar juist aan een meer preciezere aanduiding middels GPS-locatie in lengte- en breedtegraad. Kortom: al het nieuws moet ge-geotagged zijn.

De journalist 2.0

Een klein debat tussen Charlie en David werd onder moderatie van Wilfried Rütten , Director of the European Journalism Centre, gevoerd. Wat zijn zoal de functievereisten voor een journalist 2.0? Clinch vond dat lastig, maar het komt met name neer op een complexe mix tussen traditionele journalistieke kennis en kennis van sociale media netwerken en hoe daarin te filteren en personen individueel snel te benaderen. Een zeer lastige combinatie volgens hem, hij kwam tenminste vrij weinig mensen tegen die aan die eisen kunnen voldoen. Op dit moment werken er iets meer dan 30 medewerkers bij Storyful.

Charlie Beckett benoemde de dualiteit voor dit nieuwe type journalist, die enerzijds goed moet kunnen schrijven, maar tegelijkertijd goed in dataminning moet zijn en liefst zelfs in staat moet zijn om te programmeren. Het belangrijkste blijft een flexibele houding in een veranderend medialandschap. Je moet je bewust zijn dat alles wat je doet door en voor het sociale netwerk is. Nieuws maak je heden ten dage juist door deel te nemen aan dat sociale proces, door er deel van uit te maken.

Personal Branding – een paar jaar terug nog het online toverwoord – heeft weinig zin voor de journalist 2.0, maar verstand van het netwerk is echt pure noodzaak, zo bepleitte Beckett. En ook al heb je te maken met een paywall (lees: gebruikers laten betalen voor toegang tot content), volgens Beckett: “putting a price on it doesn’t make is less interactive”.

Vertrouwen

Belangrijk blijft: wie kun je vertrouwen? Volgens Beckett zijn mensen tegenwoordig sceptischer zijn dan vroeger. Paradoxaal is misschien dat oudere diensten zoals de BBC op meer vertrouwen kunnen rekenen dan diensten als Facebook. Ook zouden vrienden op Facebook weinig vertrouwd worden. Beckett stelde daarover vragen aan het publiek, maar weinig handen gingen de lucht in.

Clinch: “a single tweet is not news, it’s only news until it’s connected to a whole story”. Hij is van mening dat de netwerken waar we gebruik van maken, zoals Twitter en Facebook, eigenlijk de content zou moeten filteren op basis van journalistieke gronden. Zijn betoog kwam er voornamelijk op neer dat het makkelijker moet worden om kwaliteitscontent te vinden op die platformen. Ze kiezen echter voor groei en kwantiteit want dat levert het meeste geld op.

Nieuws is entertainment

Nieuws is volgens Beckett voor veel mensen een vorm van entertainment. En geen probleem omdat niet alles voor iedereen interessant is, het web biedt genoeg diversiteit. Wel verbaast hij zich erover dat er relatief weinig informatie is over allerlei details ondanks dat we zoveel toegang hebben tot bronnen. Sommige informatie blijft toch lastig te ontsluiten. Nieuwsverhalen die kleiner van aard zijn, maar nog steeds de moeite waard voor bepaalde mensen, krijgen moeilijk de aandacht. Clinch was het daarmee eens, de techniek biedt wel mogelijkheden om ook kleinere onderwerpen te behandelen, maar toch wordt het relatief weinig gedaan.

Hoewel het relaas van Clinch en Beckett messcherp was, de opkomst van het hyperlokale nieuwsjournalistiek kwam niet aan de orde.

Sessie: Crowdsourced mapping and verificatin in humanitarian response

Anahi Ayala Lacucci (Internews/World Bank) sprak over crisis mapping, een term die slaat op het via een landkaart, map, in beeld brengen van data die vrijkomt tijdens een crisis. Het kan zeer diverse data zijn, plekken waar gewonden gevallen zijn, plekken waar het ontoegankelijk is, plekken waar hulp aangeboden wordt en ga zo maar door. Een belangrijk kenmerk van deze kaarten is dat ze vaak tot stand komen dankzij de inbreng van de crowd, de betrokkenen.

Volgens Anahi was de aardbeving in Haïti in 2010 zeer waarschijnlijk de eerste crisis map. Via haiti.openstreetmap.nl toonde het updates. En de kaart die ontstond tijdens de sneeuwstorm in Washington januari dit jaar blijkt een goed voorbeeld. Via deze laatste kaart werd aangegeven waar hulp aangeboden werd van buur tot buur voor het ruimen van sneeuw. Crisis maps zijn vaak hyperlokaal van aard. Je kunt in ieder geval vaak hyperlokaal inzoomen.

Verificatie

De journalistieke problemen van de crisis maps zijn nieuw want hoe verifieer je de informatie? Anahi gaf aan dat tweets en blogs vergeleken kunnen worden om zo conclusies te trekken. Maar ze zei ook: “The burden of verification is no longer on us. It’s up to you to decide what is credible and what is not”.

Al Jazeera gebruikt ook maps, bijvoorbeeld over de oorlog in de Gazastrook. Bij de meer experimentele kaarten van Al Jazeera wordt een mededeling op site vermeldt dat de lezer zelf verantwoordelijk is voor het trekken van conclusies. In zo’n geval levert Al Jazeera dus alleen de container, de map, om de data mee te vullen. Anderen kunnen deze data vervolgens weer gaan hergebruiken voor verdere verfijning en onderzoek.

Anahi vertelde dat op sommige plekken in de wereld mensen geen toegang hebben tot computers, en in een crisisgebied is dat nog veel vaker geval. Daarom wordt er bij het opbouwen van de data van deze maps gebruikt gemaakt van alle communicatietechnieken, inclusief het doorgeven op briefjes door anonieme bronnen. Verificatie van de data is hierbij natuurlijk veel lastiger. Alle aanwezigen waren het er over eens: doordat de techniek ons hiertoe instaat stelt, moeten wij het doen. Doen wij het niet, dan doet een ander het wel.

Sessie: case studies in Crisis Mapping

Helena Puig Larrauri van The Standby Task Force vertelde dat Skype-chats tijdens een crisis vaak ingezet worden om te praten over online data. En omdat het om totale chaos gaat tijdens een crisis en ze voornamelijk met vrijwilligers werken worden gespecialiseerde groepen samengesteld om de data specifiek aan te gaan pakken. Het doel is uiteindelijk om een relatief betrouwbare kaart samen te stellen.

OpenStreetMap is een veel gebruikt systeem voor deze crisis maps. Google Maps is toch volgens velen een te commercieel model om vrije data aan te koppelen. Harry Wood van het OpenStreetMap-team kwam aan het woord om hier het een en ander over te vertellen. Zoals al eerder genoemd werd OpenStreetMap gebruikt tijdens de aardbeving in Haïti, met name omdat deze maps het beste bleken te werken en ook om te kunnen worden geprint.

Het maakt gebruik van een open licentie (vriendelijker copyright) waardoor het delen van de informatie met derden vergemakkelijkt wordt. Wel merkte Harry op dat dit weer soms bezwaren oplevert vanuit bedrijven die soms met een OpenStreetMap hun content beter zouden willen ‘beveiligen’. OpenStreetMap heeft een deal met Yahoo om alle foto’s van het Yahoo-netwerk (noot: met uitzondering van die van Flickr lijkt mij) onder attributie/naamsvermelding te kunnen hergebruiken in maps.

De benadering van OpenStreetMap lijkt op die van Wikipedia, iedereen is in staat om de kaart te wijzigen. Een belangrijke vraag werd gesteld. “Who own’s the crowdsourced data?”, een valide vraag waar volgens Harry maar een antwoord op is: niemand is de eigenaar van deze data en juist daarom is open licensing de toekomst.

Slotsessie: verifying crowd-sourced information: journalists as curators

Helaas was de slotsessie tussen Matthew Elringham (BBC UGC Hub), Erik van Heeswijk (VPRO) en eerder genoemde Charlie Beckett (LSE Polis) en David Clinch (Storyful) het minst interessant. Het kan ook aan mijn aandachtsspanne liggen, maar hoe dan ook, ik had het idee dat de onderwerpen die al eerder de revu waren gebaseerd opnieuw aan bod kwamen.

Elringham van de BBC vertelde over de enorme verandering die de BBC doorgemaakt had. Ik moest direct denken aan het gesprek dat ik met Vicky Taylor, editor interactivity voor de BBC-website, in 2006 had. Elringham haalde opnieuw de terroristische aanslagen op het Londense vervoerssysteem in 2005 aan. De bekende foto van de explosie gemaakt met een mobieltje werd geprojecteerd op het scherm.

Ook volgens de BBC kun je als journalist je werkt niet doen als je geen Twitter of Facebook gebruikt. De techniek heeft voor de grootste omslag gezorgd en om dat te bekrachtigen liet Elringham een foto zien van de nieuwste versie van de BBC Newsroom. Duidelijk zichtbaar, alleen maar schermen. En zonder internet, geen nieuws. Dat idee.

Nieuws livestreamen

De heren waren het er over eens dat het een kwestie van tijd is voordat livestreamen van hoogwaardige video gemeengoed zal zijn. Van Heeswijk vroeg aan Clinch of je dan geen probleem hebt met het checken van feiten bij die live-info. Clinch schudde van nee, geen probleem, locatie-informatie wordt vaak in de data meegegeven en anders verifieer je die aan de hand van aanknopingspunten, het weer en andere gegevens.

Nadat mijn laptop zonder stroom kwam te zitten noteerde ik een kleine quote in mijn Moleskine: “if someone is telling the whole story by themselves, it’s wrong”. Ik denk dat het waar is. Die whole story is groter en complexer geworden dan ooit tevoren. Als een wolk wordt de data over ons uitgestrooid. En meer dan ooit tevoren ligt daar een taak voor de moderne journalistiek om die informatie te ontsluiten, te ordenen en te duiden. In de trein naar huist maakt ik deze tweet favoriet:

 

Audio-interviews

Tot slot, luister naar 2 korte gesprekken die ik met David Clinch (Storyful) en Erik van Heeswijk (VPRO) na afloop opnam. Van Heeswijk heeft een nieuwtje over de VPRO, luister maar:

_____

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van 609, het tijdschrift van het Mediafonds. Samen met het Sandberg Instituut is het Mediafonds organisator van ‘Curating Reality’, een project dat de digitale mogelijkheden van de journalistiek verkent.

Marco Raaphorst

Marco Raaphorst is maker van muziek en geluid en eigenaar van de Melodiefabriek.

Alle artikelen van Marco Raaphorst op De Nieuwe Reporter.