Onderzoeker politieke communicatie Chris Aalberts behandelt in een artikel op De Nieuwe Reporter de vraag waarom Europese journalistiek niet bestaat. Hij constateert dat ‘eurofielen’ vaak journalisten aanwijzen als degenen die de interesse van mensen in ‘Europa’ moeten bevorderen. Die ‘eurofielen’ vinden Europa volgens hem ‘de politieke sfeer van de toekomst’. Aalberts vindt het logisch dat media er weinig mee doen. ‘Journalisten moeten kiezen voor zaken die het meest belangrijk zijn. Dat zijn meestal zaken die burgers ook belangrijk vinden. En aangezien burgers Europa niet belangrijk vinden, is het evident dat journalisten er weinig aandacht aan besteden.’
De Europese schuldencrisis heeft de berichtgeving over Europa wel vergroot, zegt hij. Dit laat zien dat er eigenlijk geen probleem is met de verslaggeving over Europa. ‘Door de eurocrisis is Europa voor de Nederlandse burger belangrijker geworden en ook interessanter, en daarmee neemt ook de berichtgeving toe. Voor veel andere Europese thema’s geldt dat echter niet. Eurofielen zien dat graag anders, maar zolang burgers niet om meer nieuws over Europa vragen, zal dit altijd een zinloos pleidooi blijven.’
Aandacht voor Europa is geen journalistiek doel
Er valt veel voor het verhaal van Aalberts te zeggen. Het is misschien begrijpelijk, maar inderdaad niet gepast dat journalisten de taak krijgen toebedeeld om ‘Europa’ tussen de oren van mensen te krijgen. Journalistiek gezien kan het nooit een doel op zichzelf zijn om aandacht aan een bepaald thema te besteden. Aalberts heeft ook gelijk dat naarmate het politieke debat op Europees niveau heviger wordt en aan relevantie wint, de publieke belangstelling groeit. Maar het is niet zo dat daarmee alles is gezegd: er zijn wel degelijk redenen om te stellen dat journalisten zich te weinig op Europa richten.
De verleiding kan groot zijn om diegenen die pleiten voor meer journalistieke aandacht voor Europa als ‘eurofielen’ te betitelen. Maar daarmee wordt hen waarschijnlijk tekort gedaan: ze zullen dikwijls realisten zijn. De besluitvorming op Europees niveau heeft sinds de Europese Akte uit 1987 dermate aan betekenis gewonnen, dat iedere professional de Europese Unie tegenwoordig als de vierde bestuurslaag ziet. De Raad van Ministers beslist bij meerderheid van stemmen, het Europees Parlement heeft medebeslissingsbevoegdheid en de Europese Commissie heeft het recht van initiatief.
Maatschappelijke spelers hebben zich aan deze realiteit aangepast. Zo is het bij Nederlandse belangenorganisaties een goed gebruik dat beleidsmedewerkers de Europese aspecten van hun beleidsgebied standaard in hun werk betrekken. Veel belangenorganisaties hebben een kantoor in Brussel of werken samen met een koepelorganisatie aldaar. Dit zegt iets: belangenorganisaties staan erom bekend dat ze zich daar organiseren waar iets te halen valt. De Europese Unie is dus niet de politieke sfeer van de toekomst, maar van het nu.
In de Europese schuldencrisis wordt door de Europese Raad bij unanimiteit besloten. Als gevolg hiervan kunnen nationale parlementen een controlerende rol opeisen. Maar er gebeurt veel meer. De Tweede Kamer stelt jaarlijks een lijst vast van aankomende Europese wetsvoorstellen die zij met prioriteit behandelen. Zij doet dit op basis van het jaarlijkse Wetgevings- en Werkprogramma van de Europese Commissie. Tweede Kamerleden zijn volksvertegenwoordigers, dus we mogen aannemen dat deze wetsvoorstellen voor mensen belangrijke consequenties kunnen hebben. De geselecteerde onderwerpen zijn derhalve in beginsel interessant voor journalisten.
Kansen voor de journalistiek
De democratische controle op Europese besluitvorming vertoont gebreken. Het Europees Parlement kan bijvoorbeeld geen individuele eurocommissarissen wegsturen. Tegelijkertijd heeft zich een belangrijk deel van de nationale besluitvorming naar het Europese niveau verplaatst. Een journalist die deze twee feiten op zich in laat werken, realiseert zich dat in Brussel nieuws te halen moet zijn. Onthullingen, over plannen en besluiten die niet deugen, over politici en bestuurders die discutabele deals sluiten. Over belangenvertegenwoordigers die besluitvorming in een onwenselijke richting beïnvloeden.
Doordat er geen Europese regering bestaat, ontbreekt op Europees niveau polarisatie tussen regerings- en oppositiepartijen. Europese verkiezingen gaan niet over de echte machtsvraag, dat wil zeggen de vraag wie gaat regeren. In deze situatie valt het te begrijpen dat er nauwelijks media zijn die bestuurders, politici en belangenbehartigers systematisch tot het afleggen van rekenschap dwingen. Maar dit wil niet zeggen dat er geen journalistieke kansen zijn. Integendeel.
Journalisten hebben een eigen verantwoordelijkheid. Nabijheid is één van de criteria voor de nieuwsselectie, maar omvang is dat ook. De maatschappelijke betekenis van een kwestie kan zo groot zijn, dat journalisten daarover gaan publiceren. Komt de berichtgeving eenmaal op gang komt, dan volgen de lezers, kijkers en luisteraars.
Dit artikel verscheen eerder op de website van de auteur, Birdsong.eu.
Lees ook
Andere aflevering van de serie Brussel in de Buurt.
Seminar Europese journalistiek
Op maandagmiddag 1 oktober wordt in Utrecht gedebatteerd over Europese journalistiek. De stelling is: Wordt het geen tijd dat journalisten zich aanpassen aan de Europese werkelijkheid?
Het seminar wordt georganiseerd door het Europees Parlement Informatiebureau in Nederland, in samenwerking met De Nieuwe Reporter en het Centrum voor Communicatie en Journalistiek (Hogeschool Utrecht). Met bijdragen van de makers van de EU-monitor van europa-nu.nl, PDC, Alex Engbers, hoofdredacteur van De Stentor, John de Graaf, oud-chef nieuwsdienst AD Haagsche Courant, Jerry Vermanen, datajournalist bij Nu.nl en Frans Boogaard, EU-correspondent van het AD. Kijk hier voor meer informatie.
3 reacties