eu flag

Brussel in de buurt (3)

Kansen voor Europese journalistiek

Onderzoeker politieke communicatie Chris Aalberts behandelt in een artikel op De Nieuwe Reporter de vraag waarom Europese journalistiek niet bestaat. Hij constateert dat ‘eurofielen’ vaak journalisten aanwijzen als degenen die de interesse van mensen in ‘Europa’ moeten bevorderen. Die ‘eurofielen’ vinden Europa volgens hem ‘de politieke sfeer van de toekomst’. Aalberts vindt het logisch dat media er weinig mee doen. ‘Journalisten moeten kiezen voor zaken die het meest belangrijk zijn. Dat zijn meestal zaken die burgers ook belangrijk vinden. En aangezien burgers Europa niet belangrijk vinden, is het evident dat journalisten er weinig aandacht aan besteden.’

De Europese schuldencrisis heeft de berichtgeving over Europa wel vergroot, zegt hij. Dit laat zien dat er eigenlijk geen probleem is met de verslaggeving over Europa. ‘Door de eurocrisis is Europa voor de Nederlandse burger belangrijker geworden en ook interessanter, en daarmee neemt ook de berichtgeving toe. Voor veel andere Europese thema’s geldt dat echter niet. Eurofielen zien dat graag anders, maar zolang burgers niet om meer nieuws over Europa vragen, zal dit altijd een zinloos pleidooi blijven.’

Aandacht voor Europa is geen journalistiek doel

Er valt veel voor het verhaal van Aalberts te zeggen. Het is misschien begrijpelijk, maar inderdaad niet gepast dat journalisten de taak krijgen toebedeeld om ‘Europa’ tussen de oren van mensen te krijgen. Journalistiek gezien kan het nooit een doel op zichzelf zijn om aandacht aan een bepaald thema te besteden. Aalberts heeft ook gelijk dat naarmate het politieke debat op Europees niveau heviger wordt en aan relevantie wint, de publieke belangstelling groeit. Maar het is niet zo dat daarmee alles is gezegd: er zijn wel degelijk redenen om te stellen dat journalisten zich te weinig op Europa richten.

De verleiding kan groot zijn om diegenen die pleiten voor meer journalistieke aandacht voor Europa als ‘eurofielen’ te betitelen. Maar daarmee wordt hen waarschijnlijk tekort gedaan: ze zullen dikwijls realisten zijn. De besluitvorming op Europees niveau heeft sinds de Europese Akte uit 1987 dermate aan betekenis gewonnen, dat iedere professional de Europese Unie tegenwoordig als de vierde bestuurslaag ziet. De Raad van Ministers beslist bij meerderheid van stemmen, het  Europees Parlement heeft medebeslissingsbevoegdheid en de Europese Commissie heeft het recht van initiatief.

Maatschappelijke spelers hebben zich aan deze realiteit aangepast. Zo is het bij Nederlandse belangenorganisaties een goed gebruik dat beleidsmedewerkers de Europese aspecten van hun beleidsgebied standaard in hun werk betrekken. Veel belangenorganisaties hebben een kantoor in Brussel of werken samen met een koepelorganisatie aldaar. Dit zegt iets: belangenorganisaties staan erom bekend dat ze zich daar organiseren waar iets te halen valt. De Europese Unie is dus niet de politieke sfeer van de toekomst, maar van het nu.

In de Europese schuldencrisis wordt door de Europese Raad bij unanimiteit besloten. Als gevolg hiervan kunnen nationale parlementen een controlerende rol opeisen. Maar er gebeurt veel meer. De Tweede Kamer stelt jaarlijks een lijst vast van aankomende Europese wetsvoorstellen die zij met prioriteit behandelen. Zij doet dit op basis van het jaarlijkse Wetgevings- en Werkprogramma van de Europese Commissie. Tweede Kamerleden zijn volksvertegenwoordigers, dus we mogen aannemen dat deze wetsvoorstellen voor mensen belangrijke consequenties kunnen hebben. De geselecteerde onderwerpen zijn derhalve in beginsel interessant voor journalisten.

Kansen voor de journalistiek

De democratische controle op Europese besluitvorming vertoont gebreken. Het Europees Parlement kan bijvoorbeeld geen individuele eurocommissarissen wegsturen. Tegelijkertijd heeft zich een belangrijk deel van de nationale besluitvorming naar het Europese niveau verplaatst. Een journalist die deze twee feiten op zich in laat werken, realiseert zich dat in Brussel nieuws te halen moet zijn. Onthullingen, over plannen en besluiten die niet deugen, over politici en bestuurders die discutabele deals sluiten. Over belangenvertegenwoordigers die besluitvorming in een onwenselijke richting beïnvloeden.

Doordat er geen Europese regering bestaat, ontbreekt op Europees niveau polarisatie tussen regerings- en oppositiepartijen. Europese verkiezingen gaan niet over de echte machtsvraag, dat wil zeggen de vraag wie gaat regeren. In deze situatie valt het te begrijpen dat er nauwelijks media zijn die bestuurders, politici en belangenbehartigers systematisch tot het afleggen van rekenschap dwingen. Maar dit wil niet zeggen dat er geen journalistieke kansen zijn. Integendeel.

Journalisten hebben een eigen verantwoordelijkheid. Nabijheid is één van de criteria voor de nieuwsselectie, maar omvang is dat ook. De maatschappelijke betekenis van een kwestie kan zo groot zijn, dat journalisten daarover gaan publiceren. Komt de berichtgeving eenmaal op gang komt, dan volgen de lezers, kijkers en luisteraars.

Dit artikel verscheen eerder op de website van de auteur, Birdsong.eu.

Lees ook
Andere aflevering van de serie Brussel in de Buurt.

Seminar Europese journalistiek

Op maandagmiddag 1 oktober wordt in Utrecht gedebatteerd over Europese journalistiek. De stelling is: Wordt het geen tijd dat journalisten zich aanpassen aan de Europese werkelijkheid?

Het seminar wordt georganiseerd door het Europees Parlement Informatiebureau in Nederland, in samenwerking met De Nieuwe Reporter en het Centrum voor Communicatie en Journalistiek (Hogeschool Utrecht). Met bijdragen van de makers van de EU-monitor van europa-nu.nlPDC, Alex Engbers, hoofdredacteur van De Stentor, John de Graaf, oud-chef nieuwsdienst AD Haagsche Courant, Jerry Vermanen, datajournalist bij Nu.nl en Frans Boogaard, EU-correspondent van het AD. Kijk hier voor meer informatie.

3 reacties

  1. De vraag is natuurlijk waar al dat belangrijke Europese beleid over gaat. Vaak zijn het zaken rond de interne markt die niet zo interessant zijn voor burgers. Productvoorschriften enzo. Het Europees Parlement grossiert ook in resoluties en zaken waar ze niet over gaan (buitenlands beleid om maar eens iets te noemen).

    Natuurlijk zijn er ook zaken die wel van belang zijn. Maar juist die komen ook vaker in het nieuws. De Eurocrisis is een voorbeeld, maar ook bv. dat het Europees Parlement wil dat er een percentage vrouwen zit in de raden van besturen van bedrijven. Dus wat doet de journalistiek nou eigenlijk fout?

  2. margo smit schreef op 27 september 2012 om 00:25

    Zolang ‘Europa’ niet ‘gaat’ over een aantal zaken die nieuwsconsumenten het meest belangrijk vinden (zorg, onderwijs, veiligheid-om-de-hoek) en de burger ook niet wil dat Europa juist daar meer over te zeggen krijgt (terecht of onterecht, dat voor nu even in het midden latend), zal het voor journalisten altijd worstelen zijn om verhalen over het belang van Europa op het netvlies van hoofdredacteur én consument te krijgen.
    Maar kansen? Jazeker! (zie een op 9 oktober a.s. bij het Europees Parlement te verschijnen studie naar kansen en bedreigingen van onderzoeksjournalistiek in en over de Europese Unie).
    En toch ook de plicht om er meer aan te doen? Jazeker! Al was het maar om diegenen die wel vinden dat ze iets (meer) van Europa moeten weten om verantwoorde besluiten te nemen te faciliteren. Zoals de VVOJ zich in 2008 al eens in een conferentieslogan afvroeg: ‘Since when was power boring?’

  3. Koos van Houdt schreef op 28 september 2012 om 09:27

    Ik vind het een wonderlijk debat om anno 2012 nog te praten over de vraag of er wel Europese journalistiek nodig is. Maar dat komt waarschijnlijk omdat ik me al meer dan 20 jaar ermee bezig houd.
    O ja, hoort men dan, die Europese interne markt, die in 1993 is ingevoerd. Dat was toch twintig jaar geleden? Dat is nu toch niet meer relevant? Mijn inschatting was, en dat hebben ook Nederlandse burgers goed begrepen, dat die interne markt als een vliegwiel zou werken en regelmatig tot allerlei gevolgen zou leiden ook vlak om de hoek van de straat. Vandaar in 2005 die trap op de rem: het gaat allemaal veel te snel met die ontwikkelingen in de Europese Unie, zeiden veel Nederlanders. Dat wijst niet op irrelevantie, denk ik.
    Maar in de journalistiek, lijkt het, heeft niemand geleerd de vertaalslag te maken van die moeilijke technische dossiers naar de relevatie ervan voor ons als burgers.
    Er is een andere theorie. En die is dat in Den Haag, waar de ring van journalistieke aandacht traditioneel veel steviger rondom de (nationale) politiek ligt, de struisvogels erin slagen door de vaak spannend ogende politieke spelletjes de journalistieke aandacht gevangen te houden. Daar speelt ook de tactiek van departementen om Europees beleid “wit te wassen” en te verkopen als in Den Haag gemaakt beleid.
    Ondertussen is Nederland buiten politiek Den Haag allang helemaal wakker. Niet alleen de belangengroepen, ook de provinciale en lokale overheden weten waar hun boterham gesmeerd wordt. Veelal via Europees beleid, dat overigens ook ‘ons’, want mede door Nederland gemaakt, beleid is.
    Wie alleen al in Nederland kijkt hoe d Randstad moet vechten om te overleven in het geweld van de Europese concurrentie, maar de regio’s erin slagen aan te haken bij een economie die zich rondom regionale zwaartepunten ontwikkelt, weet dat Europese journalistiek om dat allemaal in kaart te brengen, zeer relevant is. De verhalen liggen voor het oprapen, maar de journalistiek speelt vooral het pupillenvoetbal in Den Haag mee.

    Koos van Houdt,
    o.m. actief in de Association of European Journalists en de Nederlandse sectie van deze organisatie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Opinie (81 van 134 artikelen)
haren project x


“Mag ik u iets vragen? Wat doet u hier nog!”. Voor me ...