In zijn verhalenbundel ‘Cannery Row’, over het leven van de inwoners van Monterey, midwest-California, midden vorige eeuw, voerde John Steinbeck de excentrieke plaatselijke arts op. Deze ‘Doc’ was ooit als medicijnenstudent vanuit Chicago een voettocht via Indiana, Kentucky en North-Carolina en Georgia naar Florida begonnen. Hij had last van liefdesverdriet en oververmoeidheid, maar als hij over zijn ware reismotief begon, wilden de mensen hem niet in hun huizen ontvangen. Ze waren bang voor huisvredebreuk of aantasting van eer en levensgeluk van hun dochters.
Pas toen Doc met het leugentje kwam dat hij de voettocht was gestart vanweg een weddenschap, werd hij opeens met open armen ontvangen en kreeg hij overal een bed en een maaltijd aangeboden. Waarop Steinbeck even achteloos als meesterlijk concludeerde: ”Doc still loved true things but he knew it was not a general love and it could be a very dangerous mistress.”
Bloemkolen
Het is een variant van de slogan van een oud-RTL-baas, die eind vorige eeuw, stelde: “Als de mensen bloemkolen willen, dan krijgen ze bloemkolen.”
Dat is de output-zijde van de sector ‘publieke opinie’, die mijns inziens de enige overgebleven superpower op aarde vormt. Minstens zo belangrijk voor deze sector is de input-zijde: die van, onder anderen, de beleidsmakers en hun adviseurs.
Een van de eersten die het grote belang inzag van deze inputzijde, was de Amerikaan Edward L. Bernays, lobbyist voor diverse tabaks- en drank fabrikanten, die ooit Lucky Strike-sigaretten van het label ‘vrijheidsfakkels’ (‘torches of freedom’) voorzag. In zijn boek ‘Propaganda’ schreef hij:
De bewuste en intelligente manipulatie van de gewoonten en de meningen van massa’s is een belangrijk element van de democratische samenleving. Zij, die dit onzichtbare mechanisme manipuleren, vormen een onzichtbare regering, die de enige ware regering van dit land is.
Medialogica
Sinds 1979 heet dat onzichtbare mechanisme Medialogica.
De term dook in dat jaar op in een publicatie van de Amerikaanse wetenschappers David Altheide en Robert Snow. Hun stelling:
Media zijn een sociale kracht in de samenleving die we tegemoet moeten treden als een vorm van communicatie, met zijn eigen systeem van logisch denken. Kortom, een proces met zijn eigen wetmatigheden.
Deze brede definitie had gevolgen voor het fundamentele onderzoek naar de werking van de media. Want in de Verenigde Staten bestudeerden wetenschappers van onder andere de Columbia School of Journalism de media al veel langer op metaniveau, maar de nadruk lag op de werkwijze van de journalistiek en niet op die van het totale krachtenveld.
Met de huidige stand van wetenschap hebben we – onderzoeksjournalisten bij Argos en aan dit project verbonden onderzoekers bij de Universiteit van Amsterdam – de definitie van medialogica als volgt geformuleerd:
Het ontstaan van publieke opinie omdat beleidsmakers, journalisten en consumenten zich bewust of onbewust aanpassen aan de kaders en regels van de media.
Televisieserie over medialogica
Over hoe de wastrommel van de media alle truitjes van kleur doet verschieten, zendt Argos (Human/VPRO) vanaf 19 september elke woensdag om 22.55 op Nederland 2 een 6-delige onderzoeksjournalistieke televisieserie uit. Over het motief voor de serie mag geen misverstand bestaan:
Ervan uitgaande dat controle van de macht nog steeds het uitgangspunt is van het journalistieke ambacht, en waarheidsvinding het doel, dan zijn de uitwassen van het proces waarin publieke opinie wordt gevormd, bij uitstek geschikt voor journalistiek en wetenschappelijk onderzoek.
Het internationale begrip medialogica bereikte Nederland in 2006 nadat er tumult was ontstaan rondom ontsnapte tbs’ers. De regering vroeg advies bij de Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO). Die kwam na wetenschappelijk onderzoek tot de conclusie dat er met TBS niet zo veel aan de hand was, maar wel met de beeldvorming rond TBS. Het wetenschappelijke adviesorgaan concludeerde in 2006, in het rapport ‘Ontsnappen aan medialogica’:
De berichtgeving in de media over tbs-incidenten neemt toe, terwijl het feitelijke aantal incidenten niet stijgt. Hierdoor ontstaat schreef gegroeide beeldvorming die het zicht dreigt te ontnemen op feitelijke praktijken. Als gevolg hiervan kunnen politici onder druk overgaan tot grootschalige systeemaanpassingen, terwijl subtielere maatregelen mogelijk meer effect geven.
Kortom, het aantal ontsnapte tbs’ers nam niet toe, alleen het aantal mediaberichten. En die van de realiteit losgezongen mediawerkelijkheid beïnvloedde de perceptie van de waarheid. Alsof je een kopie van een kopie als origineel beschouwt.
Krasse voorbeelden
Het kan krasser. Er zijn ook voorbeelden van berichten die zo ver van de realiteit afstaan dat we ze moeten beschouwen als kopie zonder origineel.
Dat beeld ontstond toen we bij Argos voor onze 6-delige documentaireserie bezig waren met het onderzoek naar de vermeende rellen in Goudse wijk Oosterwei in 2008, rellen waar de PVV volgens de peilingen van die tijd profijt van trok, en die Geert Wilders tot de uitspraak verlokten dat het leger terug moest komen uit Afghanistan om Gouda bij te staan.
Maar er waren helemaal geen rellen in Oosterwei. Ja, er had in die tijd wel een overval op een stadsbus plaatsgevonden, maar dat speelde zich af in een andere wijk.
Medialogica in optima forma.
Gouda, de ontsnapte TBS’ers: het zijn zaken die als een handschoen passen op de analyse die de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) destijds maakte. Maar er zijn ook medialogische ontsporingen die beleidsmakers en hun adviseurs veroorzaken. Ook zij, zeg maar vak-K uit de media-arena, slingeren vaak kopieën zonder origineel de wereld in.
Neem het klassieke geval van de aanwezigheid van massavernietigingswapens dat de regering van Bush jr als casus belli verkocht voor de inval in Irak – ze bleken er niet te zijn.
Of neem het verhaal van oud-presidentskandidaat Al Gore over global warming, waarin de gretigheid om zijn boodschap te verspreiden het won van de wetenschappelijke onderbouwing waar het ging om het verband tussen CO2-uitstoot en opwarming van de aarde.
Grote gevolgen
De gevolgen van medialogische processen kunnen groot zijn.
Negatief en positief.
Gouda kreeg vanwege de rellen die nooit plaats hadden een subsidie van tien miljoen euro om de problemen aan te pakken.
Irak kreeg dankzij de niet-aanwezige massavernietigingswapens het Amerikaanse leger op zijn grondgebied.
Al Gore’s ongenuanceerde betoog, entameerde een wereldwijde discussie over de opwarming van de aarde.
En het verdrag van Maastricht – waar ooit zo over is gesteggeld in wandelgangen en op redactievloeren – is nog steeds de basis van wankelend Europa.
Beschermen tegen medialogica
Ontsnappen aan medialogica, dat was de slogan van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. Voor beleidsmakers en mediaorganisaties heeft ze in het laatste hoofdstuk een serie aanbevelingen.
In zijn algemeenheid vind ik die te vaag voor de beleidsmakers, en te bedilzuchtig voor journalisten. Ontsnappen aan medialogica is ook niet mogelijk, want het is een logisch systeem waar niet aan te ontkomen is – tenzij je de media afschaft. Je kunt je hooguit beschermen tegen de uitwassen.
Een goed journalist doet dat door de ijzeren wetten van de verificatie toe te passen: minimaal twee bronnen onafhankelijk van elkaar raadplegen, gebruik van wederhoor bij beschuldiging.
Voor beleidsmakers en hun omgeving zou er een WOB-paradigma moeten gelden: Stel, ze zouden een procedure op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur aan hun broek krijgen en al hun afspraken, onderliggende documenten en rekeningen moeten overleggen, dan zouden ze dat met schoon geweten moeten kunnen doen. Zo ken ik een omroepbestuurder die nooit een bon declareert, omdat deze, zoals deze persoon dat zo mooi zeggen kan ‘”geen zin heeft om met zijn mond vol tanden de staan als Joep Dohmen (onderzoeksjournalist NRC) mij belt.”
Nou is deze voorzorgsmaatregel misschien wat extreem, maar als alle hoogwaardigheidsbekleders deze gedragscode zouden volgen, zou er beslist minder werkgelegenheid zijn voor onderzoeksjournalisten.
Strikte toepassing van het WOB-paradigma zou er toe leiden dat beleidsmakers altijd een goed verhaal hebben tegenover kwaliteitsjournalisten, en tegen beunhaasjournalisten zouden ze met voldoende dossier voor handen met succes een beroep op de rechter kunnen doen.
Zo ontkom je niet aan medialogica, maar ben je wel tot de tanden bewapend.
Waarom medialogica ontrafelen?
Vraag blijft: wat is het belang om deze processen van medialogica te ontrafelen?
Voor journalisten, omdat wij geacht worden de macht te controleren en er daarom niet aan ontkomen de macht in onze eigen arena te onderzoeken.
Voor beleidsmakers, omdat ze geacht worden het verschil te zien tussen inhoud en vorm, tussen beleid en verpakking, tussen waarheid en gemaakte waarheid. En voor beleidsmakers (vooral in de private sector) voor wie WOB-regels niet bestaan: handel.
Voor kijkers, lezers, luisteraars en kijkers: om beter te begrijpen hoe de mediamachine de wereld vervormt en verandert.
Voor journalisten omdat ze de kuil waarin ze kunnen trappen, beter leren kennen.
Kortom, ontsnappen aan medialogica is niet mogelijk, je kunt je er wel tegen wapenen. Dat vereist enige kennis van de pijlen van het noodlot.
Voorwaar, geen eenvoudige opdracht.
Vrij naar John Steinbeck: “True things could be a very dangerous mistress.”
Uitzending
De onderzoeksjournalistieke serie over Medialogica komt vanaf woensdag 19 september elke woensdagavond op Nederland 2, na Nieuwsuur, om 23.00, in Argos (HUMAN/VPRO). Het zijn zes nauwgezette reconstructies, die aangeven hoe de in de media geschetste werkelijkheid tot stand komt en hoe deze de realiteit van alle dag verandert.
Luister ook naar het hoorcollege van Marc Josten over ‘medialogica’.
5 reacties